Algemeen Overleg Bestrijding internationaal terrorisme

woensdag 08 december 2004 15:03

André Rouvoet vindt het zeer zorgelijk dat collega’s zich te zeer bedreigd voelen om te functioneren in de Nederlandse democratie. Het ontbreekt het kabinet niet aan een besef van urgentie. Het feit dat dít kabinet meldt dat geld geen rol speelt, is daarvan een duidelijke indicatie. De coördinatie van de terrorismebestrijding ligt ten onrechte bij de minister van Justitie. Het blijft onhelder wie waarvoor aanspreekbaar is.
 
Het is goed dat er een NCTb is, maar dan moet het echt gaan om coördinatie. In adver-tenties namens deze instantie wordt gesproken van het expertisecentrum voor terrorisme-bestrijding, terwijl er daarvoor toch al een AIVD is. Voorkomen moet worden dat weer een tussenlaag ontstaat. Zal de NCTb ook toegang krijgen tot AIVD-informatie en, zo ja, zal dat internationaal niet complicerend werken?
 
Ook in de reacties vanuit de regio Schiphol ging het weer om een gebrekkige coördinatie. Daar moet echt helder op gereageerd worden.  De concrete resultaten van de Europese coördinator terrorismebestrijding zijn onduidelijk. Zijn werkzaamheden zouden in november tot een afronding komen. Wat is de stand van zaken?
 
Ook de samenwerking met de decentrale overheden verdient verheldering. De burge-meesters van de grote steden hebben de minister van BZK uitgenodigd voor hun eerstvol-gende vergadering, wederom omdat zij menen onvoldoende de beschikking te hebben over AIVD-informatie. Wat is de inzet van het kabinet in dezen? Het onderzoek naar de financie-ring van stichtingen wordt heel breed getrokken, terwijl aanvankelijk de blik uitsluitend ge-richt was op islamitische stichtingen. Is dat echt nodig of is het slechts vanwege de beeldvor-ming gebeurd?
 
Er schijnt een conceptwetsvoorstel te circuleren om iets toe te voegen aan de Wet terroristische misdrijven. Er zou al moeten kunnen worden ingegrepen indien er aanwijzingen zijn. Is dat juist en, zo ja, wat voegt het toe aan het bestaande instrumentarium?
 
Het voorstel inzake de EU-lijst komt neer op een verbod, hetgeen niet betekent dat de organisaties ontbonden moeten worden. Wat is de relatie van dit voorstel met artikel 2:20 van de Burgerlijk Wetboek? In 1982 is een wetsvoorstel aangenomen ter wijziging van enige bepalingen over verboden rechtspersonen. Het zou zinvol kunnen zijn om het verboden verklaren en de vordering tot feitelijke ontbinding uit elkaar te trekken. Een organisatie die zich op de korrel genomen voelt met een dreigende verbodsverklaring, zal zichzelf ontbinden. De deelnemers zijn dan niet strafbaar als zij vervolgens in een nieuwe organisatie doorgaan met hun bezigheden. Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid zouden ook moeten kunnen worden aangepakt.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari