Reactie Henk Visser op artikel over democratische partijvernieuwing

zaterdag 08 februari 2003 09:28

Gevraagd als oud-RPF-voorzitter te reageren op het artikel van Frank Visser en Hans Valkenburg, lijkt het me goed dat ik me iets nader voorstel, omdat mijn geschiedenis en ervaring in de partij mede mijn visie bepaalt op dit onderwerp.

Lid vanaf de oprichting en woonachtig in diverse provincies was ik o.a. voorzitter van de kiesvereniging, secretaris van de Provinciale Kontakt Raad, secretaris en daarna voorzitter van het landelijk bestuur (Federatiebestuur) van de RPF en daarnaast raadslid, statenlid en nu burgemeester van Elburg, mijn derde gemeente.
De reden waarom ik dit vermeld, is tweeledig: uiteraard bepaalt mijn geschiedenis en ervaring in de partij mede mijn visie op dit onderwerp. Daarnaast krijg ik wel eens de indruk dat jonge, actieve en enthousiaste leden, met wie ik uiteraard heel blij ben, vergeten dat zowel RPF als GPV een geschiedenis achter de rug hebben die hun identiteit en cultuur bepaalt en dus ook (nog?) in belangrijke mate die van de ChristenUnie.

Democratisch

Het begrip democratisch speelt in het hele artikel een belangrijke rol. Daarom is het goed dat beide scribenten dat begrip toelichten: democratie betekent de macht aan het volk en bij een politieke partij dus de macht aan de leden. Akkoord.
Maar vervolgens wordt het wat minder doorzichtig. Enerzijds waarschuwen ze ervoor dat een christelijke partij beter niet al te democratisch kan zijn, anderzijds spreken ze over een 'democratisch gat' als iets onwenselijks, en komen ze uit op een "gematigd democratisch model".
Hier wreekt zich dat de schrijvers zich laten meezuigen in een modernistische opvatting over wat democratisch zou zijn. De klassieke opvatting van democratie betekent bij een partij dat de leden het voor het zeggen hebben: zij bepalen de vorm en de structuur van de partij, zij bepalen hoe zij hun invloed wensen uit te oefenen (bijv. of dat rechtstreeks moet of via kiesverenigingen) en zij bepalen via statuten en reglementen bij wie welke bevoegdheden liggen.
Als alles gaat volgens deze 'democratisch' afgesproken regels, is alles volkomen legitiem en volkomen democratisch, ook al hebben ze de beslissingsbevoegdheid op bepaalde punten uit handen gegeven.
Waar Visser en Valkenburg spreken over 'democratische partijvernieuwing' en 'democratischer' stappen zij in de valkuil van de modernistische versmalling van het begrip: democratisch is alleen dat wat rechtstreeks door het partijlid is gekozen of bepaald. In deze gedachtegang is dus ook onze Eerste Kamer niet democratisch gekozen. Wij moeten aan die wijze van denken niet meedoen en dat spraakgebruik niet overnemen. Dan hoeven we bij een bepaalde partijstructuur ook niet te spreken van een democratisch gat of een gematigde democratisch model. Daar beschadigen we ons in de beeldvorming alleen maar mee. Wij kunnen naar buiten treden als een partij waar alles volledig democratisch verloopt, als we ons houden aan de regels die we met elkaar hebben afgesproken.
Een en ander laat onverlet de wenselijkheid en de mogelijkheid van meer directe invloed van de leden. Daar kunnen we rustig over spreken. Al wil ik bij de email-democratie wel enkele kritische kanttekeningen plaatsen:
  1. Het is nog echt niet zo, dat iedereen via e-mail communiceert; een flink aantal leden zou bij deze vorm van raadpleging niet mee kunnen doen.
  2. Via e-mail kun je wel standpunten uitwisselen, maar door middel van een fundamentele discussie in een zaal kom je pas tot een gemeenschappelijke standpuntbepaling.

Club

De schrijvers constateren dat de meeste leden lid worden van de ChristenUnie vanwege interesse in de landelijke politiek. Een dergelijke constatering heeft waarschijnlijk alles te maken met de kring waarin zij actief zijn; beide schrijvers staan nog dicht bij de studentenwereld, waarvoor dat best kan gelden.
Mijn ervaring op het plaatselijke vlak is echter een andere. Ik zie dat mensen veeleer lid worden (veelal gemaakt worden door actieve leden!) omdat ze lokale politici kennen en de lokale politiek belangrijk vinden. De suggestie dat het op ledenvergaderingen van kiesverenigingen niet erg politiek inhoudelijk zou toegaan en het 'over landelijke zaken al helemaal niet gaat' strookt in elk geval totaal niet met mijn eigen waarneming bij tientallen kiesverenigingen. Daar wordt terdege over politiek gesproken, lokale, provinciale, landelijke en als dat zo uitkomt zelfs over Europese politiek. Impliciet valt ook te lezen dat landelijke politiek belangrijker zou zijn dan plaatselijke, en ook daar teken ik een krachtig protest tegen aan! En wat betreft de belangstelling van de mensen: mijn ervaring is dat voor sommige hot-items of bepaalde thema's in de landelijke politiek wel interesse is, maar dat ze eerder warm te maken zijn voor gemeentelijke politiek dan voor landelijke politiek. Voor de bespreking van het landelijke verkiezingsprogramma op een ledenvergadering is soms erg weinig animo, terwijl dat bij een gemeentelijk verkiezingsprogramma vaak heel anders is.

Partijstructuur en invloed van de leden

Belangrijk in een vereniging is niet alleen de structuur, de statuten e.d., maar zeker ook het (geestelijk) klimaat, de sfeer, de cultuur. Kortom, voel je je er een beetje thuis. Ontmoeting, vertrouwen, respect zijn begrippen die daar ook een belangrijke rol in spelen.
Mensen werden lid van RPF, GPV of ChristenUnie om tal van redenen; voor ieder geeft wellicht weer een ander punt de doorslag. De meesten, dat betoogde ik al, werden lid via een kiesvereniging. De kiesvereniging is de basis van de partij en moet dat m.i. ook blijven. Daar is ook bij uitstek de gelegenheid om actief betrokken te zijn bij discussies over politieke en bestuurlijke onderwerpen op elk niveau.
Daar krijgt ook het kennen, het gekend worden, het vertrouwen en het respect het meest concreet gestalte, daar voel je je thuis en vindt de hechting aan de eigen politieke partij plaats.
Samen met anderen van de kiesvereniging bezoek je de provinciale en landelijke vergadering en beleef je de ontmoeting met en de herkenning van anderen - in die bedding beleef je trouw aan je partij, deel je de vreugde als het goed gaat, vang je samen teleurstellingen op.
In zo'n klimaat zijn de discussies over politieke onderwerpen ook vruchtbaar, wordt ernaar elkaar geluisterd en kunnen besluiten totstandkomen.
Liever dan in te gaan op structuren en modellen wil ik aan de hand van een concreet voorbeeld duidelijk maken hoe ik mij de besluitvorming op landelijk niveau voorstel.
Hoe zou het volgende verkiezingsprogramma tot stand moeten komen?
  • Het huidige programma is het uitgangspunt van discussie in de komende jaren
  • Komen er nieuwe belangrijke onderwerpen aan de orde (stel: klonen, vrijheid van onderwijs), dan is het goed om over een dergelijk onderwerp een of meer congressen te beleggen, waaraan zowel individuele leden als kiesverenigingen (kv-en) kunnen deelnemen en waar iedereen stemrecht heeft. Daar zal op den duur een voorlopig standpunt uitkomen.
  • Vervolgens stelt het bestuur een conceptaanvulling, c.q. conceptwijziging van het verkiezingsprogramma voor.
  • Dit wordt besproken in de kv-en, die het recht van amendement hebben. Ik ga ervan uit dat individuele congresgangers zich dan ook in de kv-en roeren.
  • Definitieve voorstellen plus amendementen worden vervolgens, net als nu, in de landelijke Unievergadering vastgesteld. Hier hebben alleen de afgevaardigden van de kv-en stemrecht.
Evenzo zullen sommige 'oude' onderwerpen zo ook weer eens opnieuw doorgepraat moeten worden. Naar mijn mening hebben we dan voldoende mogelijkheid voor discussie en kan ieder lid zijn invloed optimaal doen gelden. Het spreekt voor zich dat het hele verkiezingsprogram in alle kv-en besproken wordt; gebeurt dat niet, dan kan een zeer betrokken lid dat eisen.

Voor mij is vanzelfsprekend dat plaatselijke verenigingen continu geïnformeerd en gevormd moeten worden. Dan krijgen we ook een partij die op alle niveaus van wanten weet. Omdat we met onze beperkte menskracht niet alles kunnen, zal het ongetwijfeld zo zijn dat de ene kv meer provinciaal, de andere meer landelijk gericht is. Lokale betrokkenheid moet er altijd zijn, zeker waar men raadsleden en/of wethouders heeft. De publiciteit die lokale politici krijgen, overtreft vele malen die van onze landelijke en provinciale politici samen. Zij bepalen dus in belangrijke mate het gezicht van onze partij.
Er zullen ongetwijfeld meer manieren zijn die kunnen bijdragen aan een goede besluitvorming. Maar hoe we daar ook inhoud aan gaan geven in de toekomst, ik zal er altijd voor pleiten dat we blijven werken aan sterke kiesverenigingen: een sterke brede basis voor een sterke partij, die mede daardoor hecht verankerd is in de samenleving.

Door Drs. H.Visser

Gepubliceerd in DenkWijzer 2003, 1

« Terug

Reacties op 'Reactie Henk Visser op artikel over democratische partijvernieuwing'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari