Laagste junkie van Den Haag is nu kok

donderdag 25 september 2003 19:18

DEN HAAG - Drugsverslaafden die er zo erg aan toe zijn dat ze therapieresistent zijn? Met een uitzichtloze behandelcarriëre? Ex-verslaafde Gregory la Cruz moet het niet horen. „Mensen die dat zeggen zijn zelf nooit verslaafd geweest. Niemand is uitzichtloos. De genade van Jezus Christus geneest overal van!” Na 31 jaar radicaal aan de drugs overgeleverd te zijn geweest is La Cruz nog radicaler geworden. Deze keer voor het Evangelie. Hij laat zijn woorden voortdurend met krachtige gebaren gepaard gaan. Als hij over zijn vroegere leven vertelt, vertrekt zijn gezicht en vlammen zijn ogen. Gregory la Cruz spreekt met zijn hele lichaam. Zijn stem schalt als een bazuin door het kleine restaurantje als hij uitroept: „Ik ben de gelukkigste mens van de hele wereld!” De man en de vrouw twee tafeltjes verderop hebben hun gesprek allang opgegeven. Geïnteresseerd luisteren ze mee.
 
De 50-jarige ex-drugsverslaafde is fel gekant tegen overheidsplannen om de vrije heroïneverstrekking aan langdurig verslaafden verder uit te breiden. Het Platform Zorg en Politiek is al net zo fel tegen die plannen. Met een manifest, ”Meer hoop zonder dope”, sprak het dinsdag zijn bezorgdheid uit.
 
Het platform vindt dat verslaafden worden afgeschreven als ze gratis heroïne ontvangen omdat ze toch niet behandelbaar zouden zijn. „Op deze manier wordt geen hoop meer geboden op een nieuw leven en wordt het veel moeilijker gemaakt om te kiezen voor een verslavingsvrij bestaan”, aldus het manifest.
 
Op een persconferentie bij de aanbieding van het manifest verklaarden drie ex-verslaafden dat ze er niet meer geweest zouden zijn als zij in hun tijd gratis heroïne hadden gekregen. Een van hen was de oorspronkelijk uit Curaçao afkomstige Gregroy la Cruz. Hij is het levende bewijs dat een verslaafde wel degelijk kan veranderen.
 
We spreken in een met frisse kleuren behangen restaurantje in het hartje van Den Haag. ”Petit restaurant Ichthus, lunch en dinner”, staat er op de ramen. De tonen van het lied ”Heer ik prijs Uw grote Naam” klinken door de speakers als we de sfeervolle ruimte binnenstappen. La Cruz is de uitbater. Alhoewel het nog wat vroeg is voor een diner, bestellen we toch een menu bij de serveerster, die de vrouw van La Cruz blijkt te zijn. Nadat hij het diner zelf heeft klaargemaakt, komt hij aan het tafeltje zitten.
 
La Cruz is niet trots op zijn verleden, maar hij vertelt er open over. Om te benadrukken dat hij ervaringsdeskundige is: „Ik was bijna 31 jaar lang verslaafd aan alle soorten harddrugs en alcohol, van 1968 tot 1998. En als je verslaafd bent, heb je maar één doel: drugs. Je weet niet meer wat je moet doen. Natuurlijk probeer je alles om van je verslaving af te komen, tot het moment komt dat je jezelf opgeeft. Ik was en bleef overal verslaafd aan: cocaïne, heroïne, speed, methadon. En er was geen middel om van de drugs af te komen.”
 
Een lieverdje was La Cruz in die jaren niet: „Ik heb toen alles gedaan wat niet mocht. Ik was betrokken bij overvallen, berovingen, drugssmokkel en ontvoeringen. Ik werd zwerver en was de laagste junkie in Den Haag, met lange haren en een lange baard. Ik verspreidde een geur waar iedereen voor omliep.”
 
En toen kwam een jongen langs die het leven van La Cruz veranderde. „Hij vertelde over Jezus Christus. Hij was mijn enige kans. Dus ik vroeg: Hoe kan ik Hem dan ontmoeten? Roep en Hij zal komen, was het antwoord. En Hij kwam. Hij maakte mij vrij.”
 
Dat was in 1998. Gregory kickte af, voornamelijk op eigen kracht. In het Zeeuwse Wemeldinge ploeterde hij in de grond, op een boerderij. Hij kan het iedere afkickende verslaafde aanbevelen. „Ik las in de Bijbel dat we stof zijn en tot stof zullen wederkeren.”
 
Met zijn vingers pakt hij een huidplooi. „Stof! Begrijp je dat, broeder? Dat is ook het antwoord. De overheid moet stoppen met geld aan heroïne te besteden. Ze moet de verslaafden in boerderijen onderbrengen, zodat ze werkend met de aarde bezig kunnen zijn. Daar kunnen ze nieuwe krachten uit opdoen. Want van die heroïne geldt: hoe meer ze krijgen, hoe meer ze willen hebben. Het is nooit genoeg.” Geëmotioneerd:,,Het is nooit van zijn leven genoeg. Ik heb het zelf meegemaakt!”
 
Met financiële hulp van zijn aanstaande schoonvader kon Gregory trouwen. Zijn schoonvader hielp ook met het restaurant aan het Haagse Anna Paulownaplein, dat nu een jaar open is. „Nu kan ik mijn talenten gebruiken. Ik kan goed koken en ben gastvrij. Door genade ben ik een ander mens geworden. En ik weet heel zeker dat dat voor iedere verslaafde kan.”

Bron: Reformatorisch Dagblad

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari