Column Gert-Jan Segers: Brengt de Arabische lente iedereen vrijheid? (CV Koers)

0211_segers_1maandag 07 maart 2011 14:10

Het Midden-Oosten schreef de afgelopen weken geschiedenis: het volk kreeg een stem. Maar de vraag is: geldt de herwonnen vrijheid óók voor de niet-islamitische minderheden?

 

De Arabische wereld heeft van de vrucht van vrijheid gegeten en zal daarom nooit meer worden wat ze was. Een groeiend aantal Arabieren staat nu voor de keus van goed en kwaad. En kwaad betekent bijvoorbeeld dat in een Arabische democratie nu ook islamisten via de stembus aan de macht kunnen komen om daarna de islamitische wetgeving, de sharia, tot grondwet te verheffen. Het is de nachtmerrie van Arabische christenen, van het Westen en uiteraard ook van Israël. Maar landen als Egypte en Tunesië zouden zich nu ook kunnen ontwikkelen tot een volwassen rechtsstaat met politieke vrijheid en godsdienstvrijheid. We kunnen op die laatste, goede keus hopen, maar ondertussen is het de vraag of het daar ooit van kan komen. Kan de islam samengaan met vrijheid en democratie?

 

Dat we getuigen zijn van een historische omwenteling is duidelijk. Lang was het dood tij in de Arabische wereld. Het waren samenlevingen die gedomineerd werden door mastodonten die het pluche alleen maar aan hun zonen wilden afstaan. Het was een regio waarin politiek debat ontbrak, media door de staat gemuilkorfd waren en waar apathische burgers alle hoop op verbetering al lang geleden hadden verloren. En het was een wereld waarin christenen op z’n best tweederangsburgers waren, maar vaak vervolgd werden. Een regio zonder vrijheid en hoop. In de jaren dat ik in Egypte woonde, merkte ik niets van een aankomende revolutie. Egyptenaren bogen gedwee hun hoofd onder de heerschappij van de farao’s. Steeds haalden ze hun schouders op als hen naar hun politieke mening werd gevraagd. Maar na Tunesië kregen ze hoop en rechtten ze de rug. Arm en rijk, religieus en seculier, moslim en christen, gezamenlijk lukte het hun om Mubarak weg te krijgen en het lot van Egypte niet langer in de handen van een kliek machthebbers te leggen. Zelfs in de landen waar nog geen opstand is uitgebroken – zoals Syrië en Saoedi-Arabië – weten machthebbers wat hun te wachten staat als ze het verlangen van hun bevolking naar vrijheid blijven frustreren. Het zal in het Midden-Oosten en Noord-Afrika nooit meer worden zoals het was. Het volk heeft een stem gekregen.

 

Superieur systeem

Het verlangen van de mensen op het Tahrirplein in Caïro en in de straten van Tripoli laat zien dat vrijheid en democratie ook op het Midden-Oosten een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen. Westerlingen voelen ongemak bij die constatering, alsof hun politieke systeem superieur zou zijn. Maar de Arabieren spreken voor zichzelf: zij willen vrijheid zoals het Westen die heeft. Respect voor individuele waardigheid en de vrijheid te beslissen over het bestuur van het land; het zijn universele verlangens die in de democratische rechtsstaat het best gewaarborgd blijken. De vrijheid die wij hier hebben, is de hoop van de meeste Arabieren. Nu lijkt hun hoop vervuld te kunnen worden. Ook de meest overtuigde moslims – tot aan de leden van de Moslimbroederschap – hebben hun mond vol van vrijheid en democratie.

 

Arabische machthebbers hebben het Westen steeds voor de keus geplaatst: steun ons of anders komen moslimextremisten aan de macht. Steeds kozen de VS en Europa voor stabiliteit boven vrijheid en mensenrechten. Nu is er de kans een andere keus te maken en het Midden-Oosten te helpen de vrijheid te omarmen waar het al zo lang op hoopt. Maar in deze fase – en juist in het Midden-Oosten – is het cruciaal om te benadrukken dat het houden van verkiezingen niet de ultieme uiting van vrijheid is. Democratie zélf is niet heilig en leidt niet automatisch tot een vreedzame samenleving. Die tragische misvatting duikt steeds weer op, zeker in relatie tot het Midden-Oosten.

 

De angst van Egyptische christenen

De publicist Ian Buruma schreef onlangs in NRC Handelsblad dat een mogelijke overwinning van de Moslimbroeders een zaak is van de Egyptenaren zelf. Analisten, zoals Bertus Hendriks van Instituut Clingendael, wijzen op het feit dat de Moslimbroederschap democratische verkiezingen wil en de invoering van de sharia laat afhangen van de keus van het volk. Dat klinkt democratisch en dat is het ook. Maar waar geen rechtsstaat is die aan de democratie voorafgaat, daar dreigen minderheden door de meerderheid vermalen te worden. Dat is ook nu de angst van Egyptische christenen. In tegenstelling tot Nederlandse studeerkamergeleerden koesteren zij een diep wantrouwen ten aanzien van de Broederschap. Deze ervaringsdeskundigen kijken niet naar mooie verklaringen, maar weten dat ze zonder een rechtsstaat ook in een democratie als minderwaardige burgers kunnen eindigen. Om nog maar te zwijgen over het dreigende lot van hen die de islam willen verlaten.

 

Ook de verkiezingsoverwinning van Hamas in Gaza wordt regelmatig aangevoerd als een uiting van westerse hypocrisie. Want daar werden vrije verkiezingen gehouden en toen de uitslag ons niet beviel, werd Gaza geïsoleerd. Het zou het toonbeeld van een dubbele westerse moraal zijn. Maar dat is het niet. Het is juist het toonbeeld van één moraal: die van de democratische rechtsstaat waarin minderheid en meerderheid, moslim en christen, allemaal voor de wet gelijk zijn. Voor Hamas was de verkiezingsoverwinning de vrijbrief om af te rekenen met de tegenstanders: de politieke verzetsorganisatie Fatah. Maar in een rechtsstaat staan hogere waarden centraal dan de wil van de meerderheid en heeft 51 procent van de bevolking niet het recht om de andere 49 procent het leven zuur te maken. De grote lakmoesproef voor de mate van vrijheid in het nieuwe Midden-Oosten is dan ook niet of er vrije verkiezingen komen – uiteraard zijn die ook nodig – maar veel meer of de islamitische meerderheid de niet-islamitische minderheid dezelfde rechten en plichten geeft als de meerderheid.

 

Gouden Eeuw

Veel moslims in het Midden-Oosten leven tussen het verlangen naar westerse vrijheid en het heimwee naar de Gouden Eeuw van de islam. Het was de tijd voor de vijftiende eeuw, toen de islamitische beschaving toonaangevend was en het Westen in de islam zijn politieke en militaire meerdere moest erkennen. Dat heimwee stond in 1928 aan de wieg van de Egyptische Moslimbroederschap. Het was het verlangen naar de terugkeer van de kalief – de islamitische heerser – en naar een islamitisch wereldrijk dat alle andere beschavingen de baas is. Juist toen het Turkije van Atatürk de moderniteit omarmde en het kalifaat afschafte, was bij de founding father (en grootvader van de Zwitserse filosoof Tariq Ramadan) Hassan Al-Banna en zijn Moslimbroeders het heimwee naar islamitische glorie sterker dan het verlangen naar westerse vrijheid.

 

Al-Banna’s belofte dat vervlogen tijden kunnen terugkeren resoneert nog altijd in de harten van miljoenen Arabische moslims. De leus van de Broeders – ‘Islam is de oplossing’ – raakt bij velen een gevoelige snaar. Het heeft geleid tot een merkwaardige en ongemakkelijke verhouding tussen het Westen en een groot deel van de islamitische wereld. Er is bewondering voor de democratische vrijheid in het Westen, maar ook een weerzin tegen cartoonisten, filmmakers en politici die van die vrijheid gebruikmaken. Een taxichauffeur in Caïro vertelde me dat hij blij was dat ik geen Amerikaan was omdat Amerika zo slecht was. Toen ik hem zei dat ik hem aan een ticket en een verblijfsvergunning voor de VS kon helpen, keek hij me hoopvol aan. Hij verlangde naar het land dat hij zei te haten.

 

De dominante interpretatie van de islam helpt niet bij de ontwikkeling van een democratische rechtsstaat. Bekering van moslims tot het christendom leidt in het Midden-Oosten in de meeste gevallen tot intimidatie en soms zelfs tot doodsbedreiging en moord. Onlangs presenteerde Open Doors de ranglijst van landen waarin christenen het meest vervolgd worden. De dominante aanwezigheid van islamitische landen op die ranglijst spreekt boekdelen. Invoering van de sharia zou leiden tot een rechtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen, moslims en christenen. Voor Geert Wilders en sommige christenen zijn die feiten en een aantal onaangename teksten uit de Koran voldoende om te concluderen dat het nooit wat kan worden tussen moslims en vrijheid. In Wilders’ wereldbeeld is de islamitische wereld een gevangene van haar verleden en zijn moslims gedoemd tot onvrijheid en Arabische christenen veroordeeld tot een eindeloze achterstelling. Dat betekent ook dat iedere dialoog zinloos is, elk gesprek met een moslim verspilde moeite is en Arabische christenen nooit geholpen kunnen worden. Een troosteloze conclusie waar ik niet aan wil.

 

Democratische lente

De geschiedenis, waarin God regeert, kent haakse bochten waarbij een Berlijnse Muur opeens om blijkt te kunnen vallen, miljoenen Chinezen het Evangelie omarmen en India en Brazilië van ontwikkelingslanden in economische tijgers kunnen veranderen. Zo bevindt het Midden-Oosten zich nu op een kruispunt waarop de islamitische wereld opnieuw haar relatie tot vrijheid en democratie moet bepalen. Het Arabische verlangen naar vrijheid is daarbij intens en oprecht. Vele Arabieren waren bereid om hun leven daarvoor te geven. Daarom is het nu niet de tijd voor cynisme en fatalisme. Het is de tijd om Arabieren duidelijk te maken dat ze in het Westen een bondgenoot hebben in de groei naar een rechtsstaat waarin het op geen enkele manier uitmaakt welke geloofsovertuiging je hebt. Het is meer dan ooit de tijd om de dialoog met moslims te zoeken en duidelijk te maken dat vrijheden niet slechts een deel van de bevolking toekomen, maar álle burgers. Dat godsdienstvrijheid een vrijheid is van zowel moslims in Europa als christenen in het Midden-Oosten.

 

De Arabische wereld kent een democratische lente, waarbij de bevolking zich steeds minder de mond laat snoeren. Het eten van de vrucht van vrijheid kan inderdaad uitmonden in een dramatische keus voor onderdrukking van minderheden, zoals de christelijke. Het verleden, waarbij de islam tot veel onvrijheid heeft geleid, tempert de euforie. En zolang het heimwee naar de islamitische heilsstaat sluimert, is er het risico dat de herwonnen vrijheid van de islamitische meerderheid voor de niet-islamitische minderheid omslaat in onvrijheid. Daarom is het Westen het aan zichzelf en de Arabische christenen verplicht om de landen in het Midden-Oosten de helpende hand te bieden bij de eerste wankele stappen op weg naar een vrije en democratische rechtsstaat. Laat onze hoop sterker zijn dan onze angst.

 

Het artikel op cvkoers.nl 

« Terug

Reacties op 'Column Gert-Jan Segers: Brengt de Arabische lente iedereen vrijheid? (CV Koers)'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2011

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari