Inbreng Carola Schouten inzake Voorhang concept uitvoeringsregeling Geefwet

donderdag 12 april 2012 00:00

Inbreng schriftelijk overleg van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten inzake Voorhang concept uitvoeringsregeling Geefwet

Onderwerp:   Voorhang concept uitvoeringsregeling Geefwet

Kamerstuk:   33 006

Datum:            12 april 2012

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met interesse kennis genomen van de concept uitvoeringsregeling Geefwet. Deze leden hebben op enkele punten behoefte aan een nadere toelichting.

ANBI

De concept uitvoeringsregeling bepaalt in artikel 1a, eerste lid, onderdeel h, van de UR AWR 1994 dat uit de regelgeving van de instelling blijkt dat bij opheffing van de instelling een batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling. Dit heeft ten gevolgde dat de statuten van de meeste ANBI instellingen moeten worden aangepast. Uit de toelichting blijkt dat de wijziging met name is ingegeven met het oog op de met ingang van 1 januari 2012 ingevoerde mogelijkheid voor ANBI’s om de status van culturele instelling te verkrijgen. De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de staatssecretaris nader toe te lichten, waarom hij met het oog op een specifieke groep instellingen, kiest voor deze maatregel die allen ANBI’s treft. Hoeveel administratieve lasten zijn hiermee gemoeid?

De concept uitvoeringsregeling bepaalt in artikel 1a, derde lid dat de beschikking eerste lid, onderdeel h, van de Uitvoeringsregeling AWR 1994 dat de beschikking waarbij een instelling wordt aangemerkt als een ANBI kan terugwerken tot en met een voor dagtekening daarvan gelegen datum. In de toelichting staat dat er zich bijzondere omstandigheden voor kunnen doen, waarbij het wenselijk is dat de inspecteur een ANBI-beschikking met terugwerkende kracht afgeeft. De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de staatssecretaris toe te lichten waarom dat slechts in bijzondere gevallen het geval kan zijn. Nu is immers bepaald dat terugwerkende kracht in alle gevallen mogelijk is, waarbij een nieuwe instelling binnen een jaar na oprichting het verzoek doet om als ANBI te worden aangemerkt. Een bestaande instelling kan in het huidige beleid een ANBI-status krijgen met terugwerkende kracht tot 1 januari van het kalender jaar waarin zij hun aanvraag doen. Waarom kiest de staatssecretaris ervoor om deze mogelijkheid van terugwerkende kracht zo drastisch in te perken? De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de staatssecretaris bij de beantwoording tevens in te gaan op het argument dat teurgwerkende kracht niet meer dan redelijk is, aangezien de ANBI-status per definitie enige tijd na de oprichting kan worden aangevraagd.

SBBI

In het voorgestelde artikel 1f, eerste lid, onder a, sub 2 van de Uitvoeringsregeling AWR staat dat het ingezamelde geld uitsluitend bestemd is voor een bijzondere investering of uitgave ter gelegenheid van de viering door die instelling van haar 5-jarig bestaan of een veelvoud daarvan. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de staatssecretaris nader toe te lichten welke schenkingen en bestedingen onder deze regeling vallen. Valt bijvoorbeeld een schenking aan de steunstichting voor de aanleg van een kunstgrasveld ter gelegenheid van een viering van een jubileum onder de regeling indien die het in het voorbeeld genoemde kunstgrasveld in een ander jaar wordt aangelegd dan dat het jubileum gevierd wordt? In dat kader lezen de leden van de fractie van de ChristenUnie in het voorgestelde artikel 1f, vijfde lid van de Uitvoeringsregeling AWR dat het voor de in de onder 2 bedoelde viering ingezamelde geld besteedt mag worden in het kalenderjaar van de bedoelde viering, het daaraan voorafgaande kalenderjaar of uiterlijk in het kalenderjaar daarna. Waarom worden de overige jaren uitgesloten, zo vragen deze leden?

Uit het voorgestelde artikel 1f eerste lid, onder a, sub 7 van de Uitvoeringsregeling AWR lijkt te volgen dat men hooguit in 1 kalenderjaar het geld mag inzamelen. Is dit niet onnodig belemmerend om daadwerkelijk forse uitgaven van bijvoorbeeld de voetbalvereniging in het genoemde voorbeeld door giften gefinancierd te krijgen, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie. Deze leden verzoeken de staatsecretaris toe te lichten, waarom voor deze beperking is gekozen. Is daarbij ook een langere termijn overwogen? Deze leden verzoeken daarbij tevens in te gaan op het argument dat deze wijze van fondsenwerving een beroep op de publieke middelen kan voorkomen, juist als het gaat om sportverenigingen en hun faciliteiten.

Alles overziend vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie de staatssecretaris of de regeling voor steunstichtingen SBBI, met alle daaraan verbonden beperkingen, niet te ingewikkeld is en wat de toegevoegde waarde van deze regeling is, boven de reeds bestaande mogelijkheden als de mogelijkheden van bijvoorbeeld de periodieke giftenaftrek. Heeft de staatssecretaris overwogen om de mogelijkheid van periodieke giftenaftrek, die reeds bestaat voor alle niet-belastingplichtige verenigingen met meer dan 25 leden, breder open te stellen. Wat zijn daarvan de voor- en tegens, zo vragen deze leden?

Overig

Bij de plenaire behandeling van de Geefwet in het kader van het Belastingplan 2012 is de motie Schouten/Omtzigt aangenomen, waarin de regering wordt verzocht de mogelijkheid te onderzoeken, hoe vakantiedagen om te zetten zijn in een gift. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de staatssecretaris of er op dit punt al nieuws te melden is. Zo nee, wanneer is dit wel te verwachten?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 


« Terug

Archief

« Vorige Volgende »

december 2019

juni

september 2018

juni 2017

mei

april

februari

januari

december 2016

november