Bijdrage Esmé Wiegman aan het algemeen overleg Biotechnologie en kwekersrecht

donderdag 05 april 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink als lid van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie met de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu in een algemeen overleg met staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu

Onderwerp:   Biotechnologie en kwekersrecht

Kamerstuk:   32 472

Datum:            5 april 2012

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Dit debat over biotechnologie bepaalt ons bij de staat van onze cultuur, een cultuur waarin we de natuur door de bril van de wetenschap en de techniek bekijken en waarin alles wat nut heeft, goed is. Een utilistisch uitgangspunt schiet met betrekking tot biotechnologie echter tekort en het wetenschappelijk-technisch beheersingsideaal is een chronische vorm van zelfoverschatting. Om dat te beseffen hoef je niet per se te geloven dat God deze wereld gemaakt heeft en dat mensen geroepen zijn om te beheren in plaats van te beheersen. Terughoudendheid ligt ook voor de hand met het oog op veiligheid en redelijke beheerbaarheid. Mijn fractie wil waken voor het vertechniseren van planten, het ongeremd rommelen in geschapen structuren en het verjuridiseren van biologisch materiaal.

Ik ga daarom eerst in op cisgenese. Ik ben verheugd dat naar aanleiding van mijn motie om aanvullend onderzoek te doen naar de veiligheid van cisgenese een paar goede rapporten zijn verschenen. In het EFSA-rapport, dat op 16 februari jl. verscheen, worden klassieke veredeling en cisgenese vergeleken en wordt geconcludeerd dat cisgenesegewassen even veilig zijn als conventioneel veredelde gewassen. In januari verscheen bovendien het eindrapport van de Europese Working Group New Breeding Technologies, waarin wordt geadviseerd om cisgenesegewassen zonder soortvreemd DNA niet als ggo aan te merken. Ik ben erg benieuwd naar het oordeel van de staatssecretaris over deze rapporten. Is hij het met de ChristenUnie eens dat deze rapporten voldoende basis zijn om vereenvoudiging van de regelgeving voor cisgenese te starten? Is hij bereid, zich in Europa ervoor in te zetten dat cisgenese niet langer onder de ggo-regelgeving valt? Volgens onze fractie zouden zulke stappen innovatie in het mkb enorm helpen. Cisgenese is niet alleen veilig, maar ook ethisch verantwoord en biedt goede mogelijkheden voor het behalen van milieuwinst, bijvoorbeeld het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Tegelijk vraag ik om een kritische houding ten opzichte van nieuwe veredelingstechnieken waarbij soortgrenzen wel worden overschreden. Welke veredelingstechnieken zouden net als cisgenese buiten de ggo-regels kunnen vallen? Welke beoordelingscriteria acht de staatssecretaris daarbij van belang? Ik hoor de staatssecretaris daarbij ook graag over de ethische afwegingsaspecten.

Mijn fractie maakt zich zorgen over de uitwerking van de co-existentieafspraken. De HPAverordening co-existentie is in werking getreden. Mogen we daaruit afleiden dat er ook een schadefonds is ingesteld en een regeling voor monitoring is getroffen? Als dat niet het geval is, dan moet de staatssecretaris wat onze fractie betreft als de wiedeweerga met de betrokkenen om tafel gaan zitten om de afspraken over co-existentie verder uit te werken. In Europa wordt nog altijd gesproken over de nationale bevoegdheden met betrekking tot het weigeren van ggo-teelt van gewassen. We horen graag de meest recente stand van zaken.

Het kwekersrecht functioneert uitstekend. Deze vorm van intellectueel eigendom past goed bij de sector. Innovaties worden ermee beschermd zonder doorontwikkeling af te snijden. In een evaluatie van de Europese kwekersrechtverordening kreeg het kwekersrecht een tien met een griffel. Dat is iets om trots op te zijn. Er werd echter gewaarschuwd voor de verstorende werking van het octrooirecht. De inzet op veredelingsvrijstellingen is dus van groot belang. Over de beperkte veredelingsvrijstelling komen we in mei te spreken. De brede kwekersvrijstelling vraagt om een wat langere adem. De staatssecretaris constateert mij wat te losjes dat uit een internationale inventarisatie blijkt dat er geen behoefte is aan een brede kwekersvrijstelling in het octrooirecht. Een groenteboer op de markt zegt ook niet schouderophalend dat niemand zin heeft in aardbeien, maar schreeuwt de longen uit zijn lijf om zijn aardbeien te verkopen. Mijn fractie zou graag zien dat uit een volgende inventarisatieronde blijkt dat meer landen het belang van een beperkte ingreep of hernieuwde interpretatie van de Bio-octrooirichtlijn inzien. Voor Nederland is de veredelingssector belangrijk. Een brede kwekersvrijstelling is daarom belangrijk. Tegen de staatssecretaris zeg ik: doe uw best! Ik stel hem daarbij de vraag wat hij gaat ondernemen om een brede kwekersvrijstelling in de Bio-octrooirichtlijn voor elkaar te krijgen. Hoe en wanneer trekt hij de landen die daar het belang nog niet van inzien over de streep? Kunnen we ieder kwartaal een update krijgen van de inventarisatie? We moeten het goed functioneren van het kwekersrecht actief onder de aandacht brengen.

Het is mooi dat de sector zelf ook een dialoog is gestart om dit dossier vlot te trekken. We hebben echter inmiddels van minister Verhagen gehoord dat een bedrijf uit dat overleg is gestapt. Weet de staatssecretaris om welke speler dat gaat? Is deze speler van dusdanig formaat dat de resultaten van de sectordialoog in gevaar worden gebracht? Welke gevolgen heeft het opstappen van deze deelnemer voor het proces en het eindresultaat? Tot slot heb ik een praktische vraag. Is er inmiddels voldoende duidelijkheid over wie het aanspreekpunt is bij het octrooi- en kwekersrecht? Is dat de staatssecretaris van EL&I of is dat de minister? Het is goed als de Kamer dit weet, maar ik denk ook dat de aanwezigen op de publieke tribune daar behoefte aan hebben.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

Archief > 2012 > april