Bijdrage Gert-Jan Segers aan wijziging Gemeentewet ivm terugbrengen aantal gemeenteraadsleden

dinsdag 12 februari 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken aan een plenair debat met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken

Onderwerp:   Voorstel van wet van het lid Heijnen tot wijziging van de Gemeentewet in verband met het terugbrengen van het aantal gemeenteraadsleden tot op het niveau van voor dedualisering van het gemeentebestuur

Kamerstuk:    33 084

Datum:            12 februari 2013

De heer Segers (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook van mijn kant een hartelijke felicitatie met het feit dat er een initiatief is genomen. Het is altijd mooi als er initiatieven in de Kamer ontstaan en worden ingediend en verdedigd. Maar goed, het gaat ook over het wat. Dan vallen er wat mijn fractie betreft wat minder hartelijke woorden dan de felicitatie met het enkele feit dat er een initiatief is genomen. Je moet dan altijd even kijken naar wat het voor jou persoonlijk betekent. Hoe raakt het de levens van mensen?

Ik heb even nagedacht over mijn eigen persoonlijke situatie. Ik woon in Hoogland, een dorp dat ooit is opgegeten door Amersfoort. Wij hadden een acuut parkeerprobleem in onze straat. Het bijzondere is dan dat je je lokale raadslid, dat daar woont en zich betrokken weet op Hoogland, weet te vinden. Dat was toevallig een raadslid van de PvdA. Dat is iemand die zich ontfermt over zo'n buurt en dat probleem adopteert. Je kunt daarmee in contact treden. Dat is het charmante, het mooie en het cruciale van die eerste bestuurslaag. Je weet je raadslid, je lokale vertegenwoordiger, te vinden. In mijn geval bleek dat zo te zijn. Het effect van dit wetsvoorstel is dat de afstand tot dat raadslid alleen maar groter zal worden en dat de kans dat je met een acuut probleem een raadslid weet te vinden, alleen maar kleiner zal worden, en dat is verlies.

Wat de ChristenUnie betreft raakt dit voorstel het hart van de lokale democratie. Bij zo'n voorstel moet je je afvragen wat nut en noodzaak zijn van dit wetsvoorstel. Wat legitimeert deze verandering? Is dat dat raadsleden te weinig te doen hebben, dat raden een beetje uit hun neus zitten te eten en denken: kom wat zullen we nu eens oppakken, zodat je denkt dat er wel wat raadsleden af kunnen? Dat lijkt mij niet. Door de decentralisatie, de overdracht van bevoegdheden en het neerleggen van veel taken bij de eerste bestuurslaag, de gemeente, krijgen die raadsleden alleen maar veel meer te doen.

Is er dan misschien te veel pluriformiteit? Zijn er erg veel kleine partijen, zijn de raden erg veelkleurig en moeten we daar iets aan doen? Het lijkt mij dat pluriformiteit juist iets heel moois is in ons systeem, want het is alleen maar mooi dat alle verschillende kleuren en klanken zichtbaar en hoorbaar worden in de lokale raad. Ook daaraan zou dit voorstel afbreuk doen en dat is geen winst.

Zijn er dan misschien te veel kleine partijen? Is dat de reden? Praat de raad misschien te veel over bijzaken in plaats van over hoofdzaken? Als dat zo is, moet dat wel duidelijk worden gemaakt.

De indiener spreekt van "een onbedoeld bijeffect van de dualisering". Dat lijkt mij eerlijk gezegd -- ik druk me niet zo parlementair uit -- onzin. Het feit dat er meer lokale politici zouden komen, was een bijeffect waarvan men toen al wist en kon weten dat dat het gevolg zou zijn van de dualisering. Je kunt dus niet zeggen dat de dualisering ineens werd ingevoerd en dat men er tot de schrik van de indieners en de wetgever achter kwam dat er ineens meer lokale politici "ontstonden". Nee, dat konden we weten en dat wisten we. Het is dus curieus om te spreken van "een onbedoeld bijeffect".

De grote vraag is dus voor welk probleem dit de oplossing is. Het effect dat ik van dit wetsvoorstel voorzie, is een overbelasting van raadsleden: minder raadsleden moeten meer werk doen en zullen minder in contact treden met burgers. De afstand tot de burger wordt dus groter.

Het wetsvoorstel zal ook effect hebben op de verhouding tussen het college en de raad. Daar waar het college en de wethouders ondersteund worden door een ambtenarenapparaat, zijn raadsleden semivrijwilligers. Als hun aantal afneemt en als hun taken toenemen, wordt de verhouding tussen het college en de raad nog schever dan die al is. Dat lijkt mij geen winst en dat lijkt mij geen goed doen aan de verhoudingen tussen het college en de raad.

Met die zware belasting zal het ook moeilijker worden om raadsleden te rekruteren en om mensen geïnteresseerd en zo gek te krijgen om die taak op zich te nemen. Dat zal gewoon zwaarder en lastiger worden. We zitten vlak voor raadsverkiezingen en het is ontzettend kort dag. De vraag of je lid wordt van een relatief kleine raad of van een grote raad, kan uitmaken bij de keuze of je het avontuur aangaat. Bovendien is dit een aantasting van de veelkleurigheid, van de pluriformiteit. Dit lijken mij allemaal zaken van verlies.

In aansluiting op een vraag van collega Van Raak vraag ik ook hoe dit voorstel zich verhoudt tot de plannen van het kabinet in het regeerakkoord -- daar heeft de heer Heijnen ook zijn handtekening onder gezet -- om de gemeenten massaal op te schalen naar gemeenten met minstens 100.000 inwoners. Althans, dat zal ongeveer het streefaantal worden. Dat betekent dat het aantal raadsleden überhaupt sterk zal afnemen. De belasting van die raadsleden wordt dan nog groter, want je bent dan raadslid van een enorme gemeente, die jij moet dienen. Het lijkt mij dus dat er nog wel wat woorden aan die verhouding gewijd kunnen worden. Dit lijkt mij in ieder geval geen aanmoediging om met dit plan door te gaan als het kabinet en de coalitiepartijen hun streven om naar gemeenten met minstens 100.000 inwoners te gaan, serieus nemen.

Het resultaat zal dus zijn: minder raadsleden, die zwaarder belast worden en minder contact hebben met burgers. Ik zie de winst niet. Ik heb een amendement ingediend om de pijn enigszins te verzachten en om partijen meer tijd te geven om zich hierop voor te bereiden. Partijen die net een zetel hebben, kunnen dan nagaan of een gezamenlijke lijst met een andere partij misschien een optie is. Zij zullen zich moeten voorbereiden. Dat zal voor lokale besturen en raadsleden tijd kosten, net als het vinden van raadsleden. Alleen al daarom denk ik dat de pijn enigszins verzacht kan worden als het amendement wordt aangenomen. Dat neemt echter niet weg dat die pijn er, wat onze fractie betreft, nog steeds zal zijn.

In de huidige constellatie is het geen overbodige luxe om ook te kijken naar de verhoudingen in de Eerste Kamer. Die schijnen bij sommige voorstellen van belang te zijn en die zouden ook bij dit voorstel weleens van belang kunnen zijn.

Daarom stel ik ook de vraag aan de heer Heijnen of hij zich er op de een of andere manier van heeft vergewist dat dit inderdaad in het parlement tot een goed einde kan worden gebracht. Of zal dit een van de even zo vele luchtballonnen zijn die uiteindelijk sneuvelen?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Archief

« Vorige Volgende »

september 2021

juni

mei

april

februari

december 2020