Beroepsonderwijs

Beroepsonderwijs

Het onderwijs dat je geeft, is bepalend voor het land dat je bouwt. Onderwijs biedt kansen en perspectief. Nederland heeft dankzij de onderwijsvrijheid een wereldwijd uniek en sterk onderwijssysteem, met een grote diversiteit aan scholen. Ouders kunnen kiezen voor het onderwijs dat aansluit bij de opvoeding en levensovertuiging. De ChristenUnie staat pal voor de vrijheid van onderwijs.

Ieder kind is anders, gemiddelde kinderen bestaan niet. Iedereen heeft het recht om zijn of haar talenten te ontwikkelen: of je nu goed bent in taal en rekenen of juist met je handen. Of je nu veel of weinig beperkingen hebt. De ChristenUnie wil investeren in de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.

Een school is geen leerfabriek, maar een waardengemeenschap met brede en maatschappelijke vorming. Leraren en schoolleiders zetten zich in nauwe samenwerking met ouders met hart en ziel in voor de vorming en ontwikkeling van onze kinderen. Zij bereiden hen voor op deelname in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Het onderwijs heeft daarvoor vertrouwen en rust nodig. De ChristenUnie wil minder regels en meer ruimte voor scholen. Minder nadruk op ‘rendement’, meer ruimte voor ontplooiing en brede vorming.

De ChristenUnie trekt extra geld uit voor onderwijs. Wij geven scholen extra middelen voor professionele ontwikkeling binnen onderwijsteams. Wij investeren in scholen in krimpregio’s, zodat overal in Nederland een goed en divers scholenaanbod is. Wij investeren in hoogwaardige kennis en kundige vakmensen, om te werken aan een toekomstbestendige economie in een steeds complexere wereld.

  • Een investering in technisch vakmanschap en ambachtsonderwijs. Het aantal meester-gezelplaatsen wordt uitgebreid. Kostbare arbeidsmarktrelevante vmbo- en mbo-opleidingen krijgen meer bekostiging.
  • Opleiden voor de arbeidsmarkt, in afstemming met werkgevers. Arbeidsmarktrelevantie is een belangrijke factor. Ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en goed burgerschap blijft daarnaast onmisbaar in het mbo. 
  • Kwaliteit en menselijke maat. Perverse bekostigingsprikkels in het mbo worden geschrapt, zoals de prestatiebekostiging. Er komt intensievere begeleiding van studenten met achterstanden en een hoge kans op voortijdig schoolverlaten. Door middel van een ‘stagepact’ worden samen met werkgevers de stagemogelijkheden voor mbo-studenten uitgebreid. Tegenover een werkervaringsstage moet een deugdelijke vergoeding staan.
  • Minder scheiding tussen cognitieve en praktische vaardigheden in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs. Er komen meer mogelijkheden voor uitwisseling van docenten en leerlingen tussen schoolsoorten, zodat bijvoorbeeld een havist als aanvulling op zijn vakkenpakket ook een praktisch vak uit het beroepsonderwijs kan volgen.

Deel dit standpunt

➡ Klik hier voor al onze standpunten op alfabetische volgorde