Wonen

Wonen

In het kort

Een goed en betaalbaar huis in een leefbare buurt, dat is voor ons allemaal belangrijk. Dat is echter niet zo makkelijk, zo bleek in de crisis, maar ook in de huidige woningmarkt.

De ChristenUnie wil dat dit verbetert door:

  • Veel betaalbare huurwoningen in de vrije sector bij te bouwen.
  • Afschaffing van de verhuurdersheffing.
  • Opbrengst van de verhuurdersheffing komt ten goede van huurders met een laag inkomen, investeringen in nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande woningen.
  • De kloof tussen kopen en huren in de vrije huursector te verkleinen, door de hypotheekrenteaftrek af te bouwen naar €500.000.
  • Starters hoeven geen overdrachtsbelasting te betalen.
  • In nieuwbouw sterk investeren in nul-op-de-meter woningen.
  • Verduurzaming van het huidige bestand aan huizen, door onder andere energiebesparingsaftrek voor isolatie, geothermie en warmtepompen.

___________________________________________________

Een gezonde woningmarkt

Een goed en betaalbaar huis in een leefbare buurt, dat is voor ons allemaal belangrijk. Dat is niet vanzelfsprekend, daar zijn we tijdens de achterliggende crisisjaren wel achter gekomen. Duur betaalde woningen kwamen onder water te staan en/of bleken moeilijk verkoopbaar. En de huurmarkt was en is voor veel mensen geen echt alternatief. In veel regio’s zijn lange wachtlijsten voor een sociale huurwoning. In grote delen van Nederland functioneert de vrije huurmarkt niet goed.

Met alle interventies in de woningmarkt heeft de overheid de achterliggende decennia bijgedragen aan een onevenwichtige woningmarkt: decennia ongelimiteerde hypotheekrenteaftrek leidde tot te dure koopwoningen en tot een weggedrukte en daarmee vrijwel afwezige vrije huursector. Jarenlang hielden links en rechts elkaar in een houdgreep, waarbij links de huren niet wilde liberaliseren en rechts de onbeperkte hypotheekrenteaftrek te vuur en te zwaard verdedigde. Een crisis op de huizenmarkt en partijen als D66, ChristenUnie, GroenLinks en de SGP bleken nodig om het woonbeleid te hervormen en de woningmarkt structureel gezonder te maken.

Echter, een woningmarkt die decennialang is scheefgegroeid, heb je niet in één keer recht gebogen. Nadat de afgelopen jaren verbeteringen in het woonbeleid tot stand zijn gebracht, moeten we deze kabinetsperiode op een aantal punten verder gaan. Zo is deels door de daling van inkomens als gevolg van de economische crisis en deels door de gestegen huren de afgelopen jaren de woonquote van huurders verder gestegen naar 36% in 2015, terwijl de woonquote voor woningeigenaren - vooral onder invloed van de lage rente - is gedaald naar 27% in datzelfde jaar. Het is dus zaak dat de huren voor huishoudens met lage inkomens zich de komende jaren gematigd ontwikkelen.

Op het gebied van wonen kiest de ChristenUnie voor:

  • Bouwen, bouwen, bouwen; vooral betaalbare huurwoningen in de vrije sector. Er zijn veel te weinig huurwoningen in de prijsklasse € 710 tot € 1.000, de prijsklasse net boven de liberalisatiegrens. Dat was altijd al een probleem, maar in deze tijd met steeds meer tijdelijke en flex-contracten en zzp’ers helemaal. Huishoudens met (ruim) een modaal inkomen zijn hier de dupe van en kunnen bijvoorbeeld steeds moeilijker terecht in grote steden. Marktpartijen en pensioenfondsen hebben hier een verantwoordelijkheid, maar ook gemeenten kunnen door een goed ruimtelijk en grondprijsbeleid het mogelijk maken om de komende jaren tienduizenden betaalbare huurwoningen in de vrije sector te realiseren.
  • Afschaffen verhuurdersheffing. Er wordt onnodig veel geld rondgepompt in ons land. De als tijdelijk bedoelde verhuurdersheffing is inmiddels permanent geworden en de daarmee gepaard gaande hogere huren leiden tot een hogere huurtoeslag. We stoppen met de verhuurdersheffing, we maken harde afspraken met de woningcorporaties om de opbrengst daarvan terug te geven aan huurders met een laag inkomen - zodat de huurtoeslag kan dalen - en meer te investeren in nieuwbouw, herstructurering van oude stadswijken en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad (nul-op-de-meter woningen).
  • Kopen en huren evenwichtig behandelen. De koop- en huurmarkt moeten evenwichtiger worden bejegend, zodat de kloof tussen kopen en huren in de vrije huursector kleiner wordt. Daarom wordt de hypotheekrenteaftrek sneller en verder afgebouwd naar het nieuwe basistarief dat de ChristenUnie voorstelt (zie de paragraaf over het belastingbeleid). De lagere belasting op arbeid zorgt ervoor dat deze maatregel bij de lage- en middeninkomens niet merkbaar is en voor de hoge inkomens door de historisch lage hypotheekrente slechts in geringe mate.
  • Pensioenpremie beleggen in het eigen huis. Door de tweede pijler van het pensioenstelsel te flexibiliseren, kunnen we het mogelijk maken dat geld dat normaal gesproken zou zijn gaan zitten in de pensioenpremie, voortaan ook te gebruiken is voor het aflossen van de hypotheek, bijvoorbeeld door een tijdelijke premievakantie ten behoeve van gelijkwaardige doelen als pensioensparen mogelijk te maken. Dit zou gezinnen in het spitsuur van hun leven erg helpen. En bovendien: investeren in stenen is ook investeren in je pensioen.
  • Geen overdrachtsbelasting voor starters. Starters op de koopmarkt zijn verplicht om hun gehele hypotheek gedurende de looptijd af te lossen. Nu de huizenmarkt weer aantrekt, is de betaalbaarheid van koopwoningen voor starters - na een paar relatief gunstige jaren - een probleem. Daarom schrapt de ChristenUnie de overdrachtsbelasting voor starters.
  • Woningcorporaties die het algemeen belang dienen. Woningcorporaties moeten zich richten op hun kerntaak: het aanbieden van goedkope huurwoningen aan mensen met lage inkomens. Risicovolle investeringen met gemeenschapsgeld horen daar niet bij. Maar onderdeel van die kerntaak is volgens ons wel dat corporaties de mogelijkheid hebben om te investeren in leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed in wijken waarin zij veel bezit hebben.
  • Hergebruik van alle leegstaande gebouwen, niet alleen kantoren. Zowel in de steden en dorpen (lege kantoren, winkels, maatschappelijk vastgoed en bedrijfsgebouwen) als op het platteland (vrijkomende agrarische bebouwing door stoppende boeren) is veel leegstaand vastgoed. Veel van de nieuwe ruimtevraag voor wonen kan door hergebruik, transformatie of sloop/nieuwbouw in bestaande panden worden gerealiseerd. 
  • Ruimte voor innovatief en vraaggericht bouwen. Gemeenten dienen in het bijzonder woningcorporaties de ruimte te geven om innovatief, vraaggericht en toekomstvast te kunnen bouwen. Denk hierbij met het oog op de veranderende samenstelling van de bevolking aan innovatieve concepten als de bouw van twee kleine starterswoningen die later gemakkelijk zijn samen te voegen tot één grotere woning. Of mogelijkheden creëren voor groepswonen; flexibele oplossingen voor mantelzorg etc. 
  • Energieneutrale woningen. Eén van de grootste energieopgaven is het verduurzamen van de 7,3 miljoen woningen die Nederland telt. De recent ingevoerde energieprestatievergoeding aangevuld met de te maken afspraken met de woningcorporaties in het kader van het afschaffen van de verhuurdersheffing moeten voor een enorme boost zorgen voor het aantal nul-op-de-meter woningen de komende jaren.

Lees meer:

Deel dit standpunt

➡ Klik hier voor al onze standpunten op alfabetische volgorde