standpunten in het kort

Verkiezingsprogramma 2010-2014


Topbanner-standpunten-2010
     

Standpunten op alfabetStandpunten op alfabet

U bent hier:
ChristenUnie.nl
Standpunten
Standpunten op alfabet

Zoek hier standpunten op alfabetische volgorde

Abortus

Laatst gewijzigd op: 01-06-10

De ChristenUnie gaat uit van het geloof dat God de Schepper van het leven is. De mens mag zich daarom niet opstellen als beschikker, maar is de ontvanger en hoeder van dat leven. En de overheid is geroepen om als schild voor de zwakken ieder te beschermen die dat zelf niet kan.

De ChristenUnie heeft zich altijd verzet tegen de legalisering van abortus en euthanasie in ons land (zie ook: Euthanasie). Deze wetgeving druist in tegen een van de meest elementaire waarden: de beschermwaardigheid van het leven. Daarom is de wetgeving die abortus en euthanasie legaliseerde een verkeerde weg. De rechtsbescherming van het leven moet hersteld worden, en waar dat wettelijk niet gebeurt, moet in de zorg al het mogelijke gedaan worden om, door een aanbod van alternatieven en goede zorg, mensen ervan te weerhouden dat ze de wegen inslaan die juridisch helaas geopend zijn.

Vanuit die overtuiging is de ChristenUnie in de afgelopen kabinetsperiode het debat aangegaan over embryoselectie (zie ook: Embroselectie), en hebben wij ons ingezet om alternatieven voor abortus en euthanasie te bevorderen, onder meer in de vorm van zorgvuldiger besluitvorming bij ongewenste zwangerschap en opvang van tienermoeders.

De ChristenUnie zal voorstellen blijven doen voor beleid dat zich richt op de hulpbehoefte achter de vraag naar abortus of euthanasie. Alle inspanningen moeten erop gericht zijn te voorkomen dat mensen beëindiging van ongeboren leven als enige uitweg uit een noodsituatie zien. Stappen in de goede richting zijn:

  • betere hulpverlening bij ongewenste zwangerschap
  • landelijk netwerk van opvanghuizen
  • aandacht voor seksuele moraal
  • recht op leven mag niet afhankelijk zijn van uitkomsten echo
  • passende zorg voor pasgeborenen

Zie ook:

Op de ChristenUnie website:

Agrarische sector

Laatst gewijzigd op: 01-06-10

De ChristenUnie is een politieke partij met een sterke betrokkenheid bij de Nederlandse boeren. Wij zetten in op een sterke agrarische sector en zoeken daarbij een goede balans tussen economie en ecologie. De ChristenUnie streeft naar een ondernemende agrarische sector die een gezonde economische basis heeft, medekoploper is op gebied van innovatie, dierenwelzijn en milieu, mogelijkheden heeft om externe milieukosten te beprijzen en bijdraagt aan behoud van karakteristiek landschappen (zie ook: Dierenwelzijn, Natuur, Milieubewust produceren).

De ChristenUnie wil dat de overheid innovaties stimuleert met onderzoeks- en ontwikkelingsgeld en fiscale stimuleringsmaatregelen, zodat ondernemers kunnen voldoen aan vergaande (maatschappelijke) eisen ten aanzien van milieu en dierenwelzijn. De overheid moet de koppeling tussen onderwijs, praktijk en beleid versterken. Maatschappelijke eisen ten aanzien van productie moeten worden verrekend in de consumentenprijs. Dit leidt tot een hogere prijs voor primaire producent: de boer wordt beloond voor extra inspanningen ten aanzien van dierenwelzijn, milieu en landschap, en de consument betaalt voor wat hij vraagt. De ChristenUnie blijft terughoudend ten aanzien van verdere liberalisering van het landbouwbeleid. Verdergaande liberalisering dwingt boeren tot het produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Daardoor komt de zorg voor milieu, dierenwelzijn en landschap in het gedrang en wordt verdere schaalvergroting noodzakelijk. Dat is een kant die de ChristenUnie niet op wil. De ChristenUnie wil wel dat de internationale werking van vrije markt wordt verbeterd, het Europese landbouwbeleid

Nederland heeft een beperkte fysieke en milieugebruiksruimte. Doordat het principe van grondgebondenheid is losgelaten, lopen we aan tegen een mestoverschot en een grote behoefte aan veevoer van buiten Europa. Tegelijk groeit het maatschappelijk ongemak over het toenemend aantal dieren in een klein land als Nederland. Dit vraag om regulering. Daarom wil de ChristenUnie dat het dierrechtensysteem en een vorm van melkquotum na 2015 gehandhaafd blijven. Wordt het melkquotum toch afgeschaft, dan moeten ook melkkoeien onder een dierrechtensysteem vallen. Grondgebondenheid en regionale productie van veevoer moeten worden gestimuleerd. Soja die wordt geïmporteerd, moet voldoen aan duurzaamheidcriteria. Transparante productie richting de consument is noodzakelijk voor maatschappelijke acceptatie en draagvlak. De veehouderij moet de milieudruk verlagen door toepassing van de best beschikbare technieken voor de reductie van fijn stof, ammoniak, stikstof en CO2 door energie­besparing en productie van duurzame energie.

Nederland moet het preventieve EU-diergezondheidsbeleid volgen: om besmettelijke ziekten als MKZ, vogelpest en Q-koorts te bestrijden, wordt de veestapel gevaccineerd. Gevaccineerde dieren hoeven niet geruimd te worden. Hun producten komen voor consumptie beschikbaar. Risico’s voor de volksgezondheid worden beheerst door beperkingen te stellen aan uitbreidingen van stallen voor de intensieve veehouderij. Stallen mogen niet meer dan één bouwlaag hebben en het bouwblok mag niet groter worden dan 1,5 ha (inclusief groen). In landbouwontwikkelingsgebieden krijgen de provincies de bevoegdheid om ontheffing te verlenen tot maximaal 2,5 ha. In de veeteelt mogen antibiotica niet preventief en niet in een te grote groep dieren worden gebruikt. Het convenant tussen boeren en dierenartsen om het antibioticagebruik terug te dringen, moet leiden tot een kwaliteitsrichtlijn en systeem van toezicht op het voorschrijfgedrag. Als de betrokkenen zelf niet voor 2012 zorgen voor een systeem van controle, is de ChristenUnie voorstander van wettelijke maatregelen om te zorgen dat er een rem komt op het veterinaire antibioticagebruik.

Zie ook:

Op de ChristenUnie website:

Alcoholmisbruik

Laatst gewijzigd op: 29-05-10

Alcoholmisbruik neemt toe, vooral onder jongeren tussen de twaalf en veertien jaar. Het aantal alcoholverslaafden en probleemdrinkers is veel hoger dan het aantal drugsgebruikers. De ChristenUnie pleit voor een integrale aanpak wat betreft het terugdringen van alcoholverslaving, via een accijnzenbeleid, leeftijdgrenzen, een strengere aanpak van misbruik in het verkeer en een beter voorlichting-, handhaving- en voorkombeleid. 

Onder grote delen van de Nederlandse jeugd heerst een ongezonde cultuur van te veel drinken op te jonge leeftijd. In Europa staan Nederlandse jongeren bovenaan de lijst van veeldrinkers. En dat terwijl het gebruik van alcohol, ook in kleine hoeveelheden, tot het 23e jaar leidt tot blijvende schade aan de hersenen. De ChristenUnie wil de vanzelfsprekendheid van de beschikbaarheid van alcohol en drugs onder jongeren aanpakken:

  • De verkoopleeftijden voor alcohol moeten worden opgetrokken naar 18 jaar, en krachtig worden gehandhaafd door het lokaal bestuur.
  • Supermarkten en slijterijen respectievelijk coffeeshops verliezen hun verkoopvergunning bij driemaal overtreding van de leeftijdsgrens.
  • Bezit van alcohol of drugs door jongeren tot 18 jaar in de publieke ruimte wordt strafbaar gesteld.
  • Er komen alcohol- en drugsvrije zones op plaatsen waar veel minderjarigen komen (rond school, sport en vereniging).
  • Gemeenten krijgen de bevoegdheid om de sluitingstijden in de horeca te reguleren volgens het ‘Vroeg op stap’-principe.
  • Commerciële hokken en keten worden gesloten; buurt- en huiskamerketen moeten zich aan strikte regels houden rond veiligheid en leeftijd.
  • Scholen en schoolfeesten (frisfeesten) worden alcohol- en drugsvrij.

De ChristenUnie pleit voor een verhoging van de accijnzen op alcoholhoudende dranken. Houders van horecagelegenheden zijn mede aansprakelijk voor de gevolgen van overmatig drankgebruik in hun gelegenheid. De zogenaamde gemaksdrankjes, zoals breezers, mogen niet langer worden verkocht in de supermarkt, maar alleen in slijterijen.

Dood door schuld bij verkeersovertredingen moet zwaarder worden bestraft bij grove schuld. Hieronder vallen alcohol-, drugs- en medicijngebruik. Automobilisten die onder invloed achter het stuur zijn betrapt, worden verplicht een ‘alcoholslot’ in hun auto in te bouwen. Het slot laat de motor pas starten, wanneer uit een blaastest blijkt dat de bestuurder nuchter is. De kosten voor het alcoholslot zijn voor rekening van de bestuurder.

Zie ook:

Op de ChristenUnie website:

AOW (Algemene Ouderdomswet)

Laatst gewijzigd op: 01-06-10

Mensen leven langer in goede gezondheid. De levensverwachting zal de komende decennia stijgen met zo’n 3,5 jaar. Dat is een zegen. Tegelijkertijd stelt het ons ook voor financiële keuzes. Langer leven brengt hogere kosten van AOW en pensioenen met zich mee. Om dit betaalbaar te houden, moeten mensen langer doorwerken. Dit past in een gedachte van solidariteit tussen generaties. De rekening kan niet geheel bij jongeren worden neergelegd. In dat verband wordt ook een bijdrage van rijkere ouderen gevraagd voor het betaalbaar houden van de AOW.

De AOW-leeftijd moet worden verhoogd naar 67 jaar. Als de ouderenparticipatie hierdoor stijgt, kan de AOW op lange termijn afhankelijk worden van de levensverwachting. Vanaf 2015 kan de AOW-leeftijd de eerste zes jaar met een maand worden verhoogd, en daarna ieder jaar met twee maanden, zodat iedereen aan de nieuwe regeling kan wennen.

Sociale partners moeten met elkaar afspraken maken over werknemers met een zwaar beroep. Die moeten eerder kunnen stoppen met werken. Hiervoor wordt het talentenbudget ingezet. Vanaf 65 jaar kan een werknemer geld uit dit budget opnemen voor eerder stoppen of deeltijdpensioen. Werkgevers kunnen hieraan bijdragen door een storting in het talentenbudget. Fiscaal wordt sparen in het talentenbudget gefaciliteerd (zie ook Arbeidsparticipatie onder Economie).

Zie ook:

Op de ChristenUnie website:

Arbeidsparticipatie

Laatst gewijzigd op: 29-05-10

Werk biedt mensen de mogelijkheid hun talenten te ontplooien. Het biedt zingeving en draagt bij aan de opbouw van een samenleving. De ChristenUnie streeft naar een samenleving waarin iedereen kan meedoen. Het liefst via betaald werk en zorgtaken; anders via vrijwilligerswerk of andere vormen van maatschappelijke participatie. Daarbij moeten gezinnen de ruimte krijgen om hun eigen keuzes te maken in de verdeling van arbeid en zorg, zonder dat er sprake is van overheidsdwang.

Op de lange termijn dreigen er door de vergrijzing en de ontgroening zorgwekkende tekorten te ontstaan op de arbeidsmarkt. Dat betekent dat alle arbeidskrachten nodig zijn om het werk, met name ook in de zorg, uit te kunnen voeren. Om te bereiken dat niemand aan de kant blijft staan, is er zowel bij de overheid als in het bedrijfsleven meer aandacht nodig voor diversiteitsbeleid, zodat vrouwen, ouderen, allochtonen en (arbeids)gehandicapten meer kansen krijgen om mee te doen en hun talenten in te zetten. Uitkeringsgerechtigden worden gestimuleerd om aan het arbeidsproces deel te nemen. Het uitgangspunt moet zijn dat we kijken naar wat mensen wél kunnen, in plaats van wat ze níet kunnen. Talent staat centraal.

Bevordering van de arbeidsparticipatie versterkt het financiële fundament onder de verzorgingsstaat. We ontkomen niet aan langer doorwerken, mede vanuit het oogpunt van solidariteit tussen generaties. De AOW-leeftijd moet daarom omhoog naar 67 jaar. Als de ouderenparticipatie hierdoor stijgt, kan de AOW op lange termijn afhankelijk worden van de levensverwachting. Om de invoering van de hogere AOW-leeftijd zo soepel mogelijk te laten verlopen, wordt vanaf 2015 de AOW-leeftijd de eerste zes jaar met een maand verhoogd, en daarna ieder jaar met twee maanden.  De mogelijkheden om van deeltijdpensioen gebruik te maken, worden verruimd.

Om mee te doen op een dynamische arbeidsmarkt moet er geïnvesteerd worden in inzetbaarheid, onder meer door scholing en training. Dit is een randvoorwaarde om langer te kunnen participeren op de arbeidsmarkt. Door middel van een talentenbudget krijgen werknemers een eigen budget voor  scholing, verlof, of een aanvulling op de WW. Dit talentenbudget wordt gefinancierd door eigen inbreng van werknemers, bijdrage van werkgevers en fiscale facilitering door de overheid. Dit geldt ook voor flexwerkers en zzp’ers. Het spaarloon en de levensloopregeling worden hierin geïntegreerd. Met het talentenbudget moeten mensen ook kunnen sparen voor stoppen met werken vanaf 65 jaar, als er sprake is van een ‘zwaar beroep’. De invoering van dit talentenbudget mag voor werkgevers in het mkb niet een te grote belasting worden, in verband met hun concurrentiepositie.

Zie ook:

Op de ChristenUnie website:

Arbeidsverhoudingen

Laatst gewijzigd op: 29-05-10

Goede arbeidsverhoudingen zijn van essentieel belang voor de ontwikkeling van de samenleving. Daarom hecht de ChristenUnie aan het instrument van de cao om collectieve afspraken te maken en houden wij ook vast aan de algemeen verbindend verklaring van cao’s. Het verplicht stellen van pensioenregelingen staat niet ter discussie. De overheid draagt zorg voor een adequate ondersteuning en controle op het gebied van arbeidstijden en –omstandigheden. Vermindering van regelgeving mag niet ten koste gaan van gezondheid en veiligheid op de werkplek.

Staken mag niet voordat arbitrage heeft plaatsgevonden. De positie van werkwilligen verdient een geloofwaardige bescherming. Arbeidsconflicten in vitale diensten zoals politie, brandweer en openbaar vervoer worden via bindende arbitrage opgelost.

In geval dat bedrijven de code-Tabaksblat niet toepassen, wordt op de dividenduitkering een dividendkorting toegepast met als doel aandeelhouders ertoe te bewegen hun invloed uit te oefenen om excessieve topsalarissen in het bedrijfsleven tegen te gaan. De topinkomens in de publieke en semipublieke sector worden gemaximeerd. De norm is het inkomen van de premier.

Zie ook:

Op de ChristenUnie website:

Armoedebeleid

Laatst gewijzigd op: 01-06-10

Armoede ontwricht mensenlevens. Vaak is het voorzien in een eigen inkomen – via werk – de beste manier om armoede te voorkomen. Maar de laatste jaren neemt het aantal werkende armen juist toe. Het gaat hier vaak om kleine zelfstandigen die amper het hoofd boven water kunnen houden, of mensen die langdurig tegen een laag inkomen werken. Dit is een zorgelijke ontwikkeling.

Bij de armoedebestrijding zijn waardevolle particuliere initiatieven ontstaan, zoals voedselbanken. Ook kerken leveren een aanzienlijke bijdrage in de bestrijding van armoede. Daar moet meer erkenning voor komen. Het stijgende aantal aanvragen bij voedselbanken is een indicatie dat de mensen met een (zeer) krappe beurs het steeds moeilijker krijgen. Naast mensen met een uitkering kloppen ook alleenstaande ouders met kinderen, asielzoekers en mensen met een chronische ziekte of een handicap aan bij de voedselbanken. Het aantal mensen dat een beroep doet op de voedselbank moet drastisch worden teruggedrongen.

Onderzoeken tonen aan dat 80 procent van de hulpvragers problematische schulden heeft (zie ook: Schuldsanering, onder Zorg, welzijn en sport). Deze schulden worden lang niet altijd veroorzaakt door overbesteding. In veel gevallen ligt de oorzaak in een inkomen dat te klein is om alle noodzakelijke kosten te betalen. De laatste jaren is ook de schuldenproblematiek onder jongeren sterk toegenomen. De kosten van mobiele communicatie zijn hiervan een belangrijke oorzaak. Jongeren moet al op jonge leeftijd het besef worden bijgebracht dat sparen beter is dan lenen en dat kopen op krediet hoge kosten met zich meebrengt. 

Om de armoede te bestrijden hecht de ChristenUnie aan een blijvende koppeling tussen lonen en uitkeringen. De bijstandsregeling voor zelfstandigen – de BBZ – moet worden aangepast, waarbij de opbouw van lijfrenten ten behoeve van de pensioenopbouw niet mag worden betrokken bij de vermogenstoets.  Kwijtschelding voor gemeentelijke lasten moet ook mogelijk zijn voor zelfstandigen die tijdelijk niet in hun inkomen kunnen voorzien; daarbij moet lankmoedig worden omgegaan met de overwaarde van hun huis. Ook ondernemers met schulden moeten kunnen aankloppen bij laagdrempelige vormen van schuldhulpverlening.

Er moet één verantwoordelijke bewindspersoon komen die de schuldenproblematiek effectief aanpakt. De samenwerking tussen gemeenten en particuliere initiatieven op het gebied van armoede- en schuldenbestrijding  (zoals voedselbanken en diaconieën) moet worden verbeterd. Het verbod op commerciële schuldhulp wordt opgeheven, wel geldt een certificeringsplicht. Er wordt niet alleen geïnvesteerd in schuldhulpverlening maar ook in preventie en nazorg.  Sparen wordt bevorderd door herintroductie van het zilvervlootsparen voor kinderen (sparen met een bonusrente betaald door de overheid).  Kinderalimentatieschuld wordt opgenomen in het landelijk informatiepunt schulden (LIS).

Zie ook:

Op de ChristenUnie Website:

 

Asielzoekers

Laatst gewijzigd op: 29-05-10

Zie: Vreemdelingen

Automobiliteit

Laatst gewijzigd op: 01-06-10

De ChristenUnie kiest voor leefbaarheid en veiligheid en daarom voor een ombuiging van de groei van het personenvervoer naar het openbaar vervoer en de fiets. De ChristenUnie wil duurzaam transport over water en spoor stimuleren. Toch blijft de auto blijft in veel gevallen het belangrijkste vervoermiddel. De ChristenUnie zet daarom in op verduurzaming van de automobiliteit.

Technische mogelijkheden om voertuigen zuiniger te maken, overlast en vervuiling te beperken en de veiligheid te bevorderen, moeten volgens de ChristenUnie maximaal worden benut. Daarom moet Nederland inzetten op aanscherping van de Europese CO2-normen voor personenauto’s naar 80 gr/km in 2020. Het doel voor de verkeerssector is 10 procent reductie van de CO2-uitstoot in 2020 ten opzichte van 1990, oplopend tot 80 à 90 procent in 2050.

De ChristenUnie wil elektrisch rijden stimuleren, onder meer door realisatie van voldoende oplaadpunten, handhaving van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting en 0 procent bijtelling zolang de elektrische auto in de introductiefase zit. Elektrisch rijden kan voor de leasemarkt aantrekkelijk worden gemaakt door bijvoorbeeld een restwaardegarantie voor accu’s of een aantrekkelijk afschrijvingsregime.

De bijtellingregeling voor een auto van de zaak, die geldt als er jaarlijks meer dan 500 kilometer privé wordt gereden, moet niet alleen worden gedifferentieerd naar zuinigheid maar ook naar het verreden aantal kilometers. De onbelaste vergoeding voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer moet worden verlaagd; daarmee worden mensen gestimuleerd om dichterbij hun werk te gaan wonen.

Om knelpunten op de weg op te lossen, moet eerst worden  gekeken welke winst kan worden geboekt door betere benutting van de bestaande infrastructuur, door mobiliteitsmanagement en door invoering van de kilometerprijs (zie: Kilometerheffing, onder Verkeer en Vervoer). Het wegwerken van de onderhoudsachterstand van bruggen en viaducten heeft prioriteit; hierop mag niet worden bezuinigd. Bij nieuwe weginfrastructuurprojecten moet standaard worden gekeken in hoeverre deze gecombineerd kunnen worden met verbetering van het openbaar vervoer. Financiële prikkels om het gebruik van openbaar vervoer te bevorderen verdienen nadere uitwerking.

Lichthinder (‘lichtvervuiling’) in natuurgebieden wordt voorkomen door terughoudend te zijn met nieuwe wegverlichting en door de toepassing van nieuwe verlichtingstechnieken. Dit gebeurt zonder in te leveren op sociale en verkeersveiligheid (bijvoorbeeld met LED’s in het wegdek en LED-verlichting die inschakelt bij nadering van voertuig).

Zie ook:

Op de ChristenUnie website:

AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten)

Laatst gewijzigd op: 29-05-10

De Nederlandse samenleving kent een systeem van zorg en solidariteit. De toenemende financiële druk op het ziektekostensysteem zet de solidariteit echter onder druk. Toch vindt de ChristenUnie dat kwalitatief goede zorg voor iedereen beschikbaar moet zijn. Dit betekent onder meer dat er een collectief gefinancierd stelsel van langdurige zorgvoorzieningen moet blijven bestaan voor kwetsbare mensen. Deze zorg leent zich niet voor marktwerking.

Er komt wat de ChristenUnie betreft een glasheldere polis AWBZ waarin de aanspraken op langdurige zorg duidelijk zijn beschreven. Op die manier blijft de toegang tot onbetwistbare zorg gegarandeerd en wordt oneigenlijk gebruik voorkomen. Zorgverzekeraars worden verantwoordelijk voor de uitvoering van de AWBZ en de zorgkantoren worden opgeheven. De meer complexe vormen van specialistische zorg in de AWBZ worden zo veel mogelijk in de Zorgverzekeringswet ondergebracht. Voorzieningen met een belangrijke welzijnscomponent en maatregelen op het gebied van ondersteuning en begeleiding kunnen op termijn volledig naar de WMO worden overgeheveld. Voorwaarde is dat de WMO eerst op orde is gebracht en de gemeenten meer bestuurskracht ontwikkelen. Dit kan onder meer door bovengemeentelijke samenwerking te stimuleren.

Zie ook:

Op de ChristenUnie website: