‘Opstaan waar onrecht woekert, bouwen waar hoop gloort’

Mirjam Bikker Speech Congres 2024.jpg
Portret Mirjam Bikker in vierkant.jpg
Blog by Mirjam Bikker on August 29, 2025 at 6:00 PM

‘Opstaan waar onrecht woekert, bouwen waar hoop gloort’

Speech Mirjam Bikker op het christelijk sociaal congres 2025

Wat goed om u en jullie hier te ontmoeten. Hartelijk dank voor de uitnodiging! Dit is toch een beetje thuiskomen, met mensen die zich verbonden weten door het christelijk-sociaal denken. Samen nadenken over de vraagstukken van deze tijd. Samen zetten we hier een lange lijn voort, die begon bij dat eerste congres in 1891.

Het christelijk-sociale denken is misschien even niet de dominante politiek-filosofische school in Nederland. Maar ze is tijdloos, juist omdat het ons telkens oproept om - inderdaad - de mens te zien.

En dan niet de mens als werknemer, als modelburger of als autonoom individu. Nee, de héle mens, in zijn basale verlangens en grote dromen, met al zijn angsten en onzekerheden. In al zijn geloof én ongeloof.
Met al zijn bloeiende talent én met al het menselijke tekort.

De mens, die beelddrager mag zijn van zijn Schepper, die mag leven in verbondenheid met andere mensen, in duurzame gemeenschappen.

In een tijd waarin Nederland rijker is dan ooit, waar de technische mogelijkheden groter zijn dan ooit, zou je verwachten dat we tegen elkaar kunnen zeggen dat het goed gaat. In de christelijke traditie: er zijn veel zegeningen te tellen. Dat is waar. Maar we voelen allemaal: dat is niet het hele verhaal.

Gisteren nog onderstreept met het onderzoek dat jongvolwassenen niet meer tot de gelukkigste leeftijdsgroepen behoren, maar inmiddels de ongelukkigste groep zijn.

Of je nu macro op wereldschaal kijkt: met autocratische grootmachten, techgiganten en oorlogen waar we ons machteloos voelen. Of micro: jongvolwassenen die geen huis kunnen vinden, steeds meer dakloosheid. Of nationaal: een gebrek aan dragende gezaghebbend bestuur en alleen nog megafoon-politiek van het eigen gelijk. Met wel veel herrie, maar nul resultaat.

Hoe komen we uit die impasse? Wat motiveert om toch aan de slag te gaan? En wat motiveert u, wat motiveert jou, om niet op te geven, maar op te staan?

Ik wil daar vanmorgen dieper op ingaan door te beginnen met van een van mijn politieke inspiratiebronnen.
Zijn verhaal is een spiegel voor onze roeping van vandaag - en voor mijn persoonlijke inzet in de politiek.
Ik heb het over Syb Talma - deelnemers aan het eerste Christelijk Sociaal Congres in 1891.

Een predikant uit de welgestelde middenklasse, maar die ook de zelfkant van Nederland kende. Als jonge dominee in Heinenoord en Vlissingen zag hij hoe zwaar het leven was van de havenarbeiders en hoe diep armoede en alcoholverslaving levens kapot maakten. De jonge Syb zag daar met eigen ogen hoe zwaar het leven kon zijn voor de mensen buiten zijn eigen bubbel.
Daarin schuilt meteen de eerste les.

Ook vandaag, ook hier op dit congres zijn we - denk ik - met veel mensen die het materieel goed hebben. We kunnen lang spreken over alles wat we in de krant lezen, wat op onze telefoons voorbij komt. Maar raakt het ons? 

Denk aan de verhalen van Michelle van Tongerloo, straatarts bij de Pauluskerk in Rotterdam. De afgedankte arbeidsmigranten, een dakloze, borstvoedende moeder die niet terecht kan in de opvang. Bedenken we welke situaties er vlakbij zich afspelen?
 
Als predikant was Talma bevoorrecht, maar hij maakte daar ook dankbaar gebruik van om iets in beweging te brengen.
We kennen van hem een vurige preek over ‘de mens als kostbaar goed’.
Adel én arbeidersklasse, zo betoogde hij, hebben beide een goddelijk recht op een menswaardig bestaan.

Je hoort er dezelfde stem in als paus Pius XIII, die iets later zijn de encycliek Rerum Novarum schreef. Werk was voor hem ‘dienst aan de gemeenschap’.
Daar moest dus iets tegenover staan: een eerlijk loon én goede werkomstandigheden. Het was de werkgever die ervoor moest zorgen dat zijn arbeiders volwaardig burger konden zijn. Niet alleen werknemer dus, maar ook huisvader, kerklid en kiezer.

Talma zag dus de mens - en voegde daarom de daad bij het woord.
In Vlissingen - een stad met veel arme vissers en havenarbeiders - stelde hij speciale diakenen en wijkzusters voor de armenzorg.
Hij ving vrouwen op die verhandeld werden voor de prostitutie - en hielp hen bij het vinden van beter werk en een vast inkomen.

Hij ontmoette moeders die elk dubbeltje moesten omdraaien om hun kinderen te eten te geven.

Hij zag de mens, maar ook de systemen en structuren die de mens klein hielden. Talma werd een drijvende kracht in de christelijke arbeidersbeweging. Het resulteerde in de oprichting van woningbouwverenigingen en het huidige CNV.

Een krachtige tweede les. Blijf investeren in maatschappelijke verbanden. In nieuwe vormen van collectief opbouwen. Als antwoord op de vragen van deze tijd. Niet alles naar de overheid, juist niet. Te vaak remt de overheid op dit moment eigen initiatief. Wetgeving die verstikkend is, omdat er zoveel moet worden bijgehouden dat het initiatief uitdooft. Maar een veerkrachtige samenleving waar mensen verbonden zijn, vraagt een overheid zonder bedilzucht. 

Nog een keer terug naar Talma. Hij werd Tweede Kamerlid, in een tijd dat we nog een districtenstelsel hadden, en versloeg bij de verkiezingen - nota bene – Pieter Jelle Troelstra in diens eigen Friese district. Werd minister en pakte door. Ondanks de tegenstand.

Hij kwam met voorschriften om arbeiders in steenfabrieken te beschermen tegen stoflongen. Hij regelde de wettelijke bescherming van vrouwen en kinderen tegen lange werktijden én reguleerden de werktijd en het salaris van havenarbeiders.

Maar het belangrijkst was de fundamentele wetgeving, die hij invoerde:
Dankzij zijn Invaliditeitswet kwam er een voorloper van de AOW.

Dankzij zijn Ziektewet werden werknemers verzekerd tegen het inkomensverlies bij ziekte.

Daarmee legde Talma de basis onder de verzorgingsstaat. Structurele wetgeving om recht te doen, om mensen een waardig bestaan te geven.

Voor mij de derde les: we leggen ons niet neer bij structuren die leiden tot een survival of the fittest. Tot een Hobbesiaanse natuurtoestand van allen tegen allen. Daar waar het echt mis is, mogen we ook niet tevreden zijn met geitenpaadjes. Politieke moed is nodig om structuren te wijzigen die mensen in de knel brengen. Denk aan de woningnood, denk aan het toeslagenstelsel, aan stikstof en vastgelopen boeren.

Want christelijk sociale politiek zal moeten gaan over recht doen EN over vrede zoeken.

Tot zover Talma. Drie lessen.
1. Laat je raken – zie de mens.
2. Versterk de samenleving – mensen staan op voor het goede.
3. Fundamentele aanpak van onrecht 

Vrienden van het christelijk sociaal congres, hoewel het met velen van ons heel goed gaat, voelen we allemaal dat er in deze tijd veel op het spel staat. De verlamming van ons landsbestuur, de verdeeldheid die dagelijks gezaaid wordt, en de grote geopolitieke vragen van vrede en veiligheid.  Vandaag zijn we bij elkaar en ik denk dat het een belangrijk moment is om uit te spreken dat we weten dat het anders kan. 

Dat er in ons een visioen sluimert dat groter is dan de huidige situatie. Van een samenleving die een veilige plek is voor de héle mens, in zijn basale verlangens en grote dromen, met al zijn angsten en onzekerheden.

Mensen die leven in verbondenheid met andere mensen, in duurzame gemeenschappen. Ik sta hier vandaag omdat ik denk dat heel veel mensen dat herkennen en er werk van willen maken. Er zijn in de geschiedenis genoeg momenten aan te wijzen waar het uitzicht moedeloos zou stemmen. Maar juist dan, er mensen opstaan met geloof.

Wegwijzers.

Tegenover de lelijke machten van deze tijd zijn nog steeds profetische woorden nodig. Die ontmaskeren, die kritisch durven te bevragen. Zo aan het begin van een nieuw politiek seizoen, is het tijd om een beetje onrust te voelen.  

Dan denk ik bijvoorbeeld aan de beroemde Bergrede van Willem Aantjes, die christelijke politiek herleidt tot de woorden uit Matteüs 25: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. Met een dreigende strafbaarstelling van de hulp aan mensen zonder papieren, razend actueel.

Zeker, Nederland is een welvarend, rijk land, vol mensen die het goed hebben. Of het nu gaat om de zorg, het onderwijs of het ondernemerschap, ik zie heel veel plekken waar de basis van het samenleven op orde is. En tegelijk is ons land woelig, ervaren velen momenten van vereenzaming en vervreemding. En voor hen wil ik waakzaam zijn, door steeds te kijken: wie zijn de verliezers hier? Wat zijn we kwijtgeraakt? Net als Talma je laten raken. Maar het niet daarbij te laten. 

Talma waarschuwde trouwens tegen een eendimensionale klassenstrijd.

En met hem zeg ik: identiteitspolitiek - in welke vorm dan ook - is een doodenge en doodlopende weg, die altijd een deeltje verheerlijkt van wie we in werkelijkheid zijn.

Het populisme dat anderen tot vijanden verklaart zien we zich momenteel ontvouwen. Daarom is onze denktraditie mij zo dierbaar, omdat het ons steeds terugbrengt naar ‘de hele mens’. Die de ander ziet staan, zelfs als je het helemaal oneens bent. Omdat het de antwoorden niet alleen bij de overheid zoekt. Maar het maatschappelijk middenveld wil versterken aanmoedigen tot nieuw initiatief.

De laatste jaren heb ik te veel wetsvoorstellen gezien die de zuurstof uit de samenleving trekken.

Onze overheid is de laatste decennia ver afgedreven, verstrikt geraakt aan kil efficiencydenken, het dichtregelen van alle mogelijke maatschappelijke risico’s en het verstikken van professionaliteit. In die politieke en ambtelijke voedingsbodem kon het Toeslagenschandaal makkelijk ontstaan.

We hebben dus echt een ander type overheid nodig, die de mens weer ziet.
Die in alle omstandigheden pal staat voor het recht, voor de democratie en voor de bescherming van dat wat kwetsbaar is.

Al kan ze nooit elke tegenslag compenseren voor iedereen.
Ja, beleidsstelsels en systemen kunnen helpen, maar alleen als ze ten dienste staan van ‘de hele mens’.

En daarom is er de komende jaren ook flink wat werk aan de winkel bij de overheid zelf. Want het fundament van de overheid zal op orde moeten.
Zodat we weer toekomen aan het bouwen van die gemeenschappen, waarin mensen tot hun recht komen. 

Ik pleit daarom voor stevige vereenvoudigingen in de regels.
Door te stoppen met die wirwar van toeslagen en het belastingstelsel een stuk rechtvaardiger te maken voor werkenden en gezinnen.

Het is ook tijd om aan te pakken. Omdat we geraakt zijn door de nood van mensen. Denk aan onze jongeren en hun vooruitzicht of het gebrek er aan op een woning. Betaalbare woningen zodat jonge mensen een eigen thuis hebben. Bouwen aan gemeenschappen. Dat doen we ook door elkaar weer meer bewust te maken dat Nederland uit veel meer mensen bestaat dan jij in je eigen bubbel. De militaire en maatschappelijke dienstplicht kunnen helpen om weer op elkaar en op de toekomst gericht te zijn.

 En bij deze plannen horen ook minder spannende onderwerpen, die net zo hard nodig zijn. Zoals hele stevige investering in het onderhoud van onze bruggen en wegen. In de kwaliteit van onze schoolgebouwen, zodat kinderen ook in gezonde omgeving bloeien.

Of een duidelijke visie op wijken, dorpen en steden: waar dicht in je buurt altijd ruimte moet zijn voor ontmoeting in een kerk of wijkgebouw.

Het christelijk-sociale denken leidt mij zo naar een soort stoere saaiheid. Want niet alles is morgen af, die beloftes kloppen niet. Niet alle problemen zijn op te lossen, wij denken niet maakbaar.

Een doelgericht politiek, die uitgaat van een stevig beeld van mens en maatschappij. Die verlangt naar een samenleving waarin het recht stroomt als een kolkende rivier.

Het christelijk-sociale denken belooft ons daarbij geen hemel op aarde, maar verbindt het heden altijd met de belofte van een ándere, rijkere toekomst.
In een wereld vol gedonder en gebrokenheid weten wij van herstel en genade.

“De wereld hunkert naar christelijke politiek”, verzuchtte Willem Aantjes in zijn beroemde Bergrede. Een politiek, die spreekt voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.”

U weet dat Willem Aantjes en ik geen partijgenoten waren, maar wonend in dezelfde stad Utrecht, was ik misschien wel daarom extra gevoelig voor zijn woorden.

De komende weken zal het weer heel veel gaan over links en rechts. En hopelijk ook over het waardenvolle midden. Belangrijke zaken. Maar misschien wel belangrijker is dat we smaakmakers zijn. Op de plek waar we leven en werken.

Mensen die zich laten raken. Die het er niet bij laten zitten. Maar een verlangen hebben. Dat geldt niet alleen de politiek. Ook op de terreinen waar u allen actief bent, kunnen we opstaan omdat we weet hebben van vrede en recht.

Zo wil ook ik de mouwen opstropen: voor een betrokken samenleving, waarin we ten volle mens kunnen zijn. Met een overheid die de vrijheid bevordert, ruimte geeft aan goed samen leven en het kwetsbare beschermt.

Dank jullie wel.

Tags: