Esmé Wiegman: goede zorg beter dan levenseindekliniek

lifemaandag 24 januari 2011 11:18

Verrassen kan het niet, dat de Nederlandse vereniging voor een vrijwillig levenseinde maar weer eens haar idee van een ‘levenseindekliniek’ lanceert. Als er iets is dat de NVVE levend wil houden, dan wel de illusie dat de euthanasiewetgeving een recht op euthanasie garandeert. Als een arts weigert het leven van zijn patiënt actief te beëindigen, zou deze daarom in een kliniek zijn recht moeten kunnen halen. De NVVE heeft met dit aanbod met name patiënten met een chronische psychiatrische aandoening en beginnend dementerenden op het oog.

De euthanasiewet eist een zorgvuldige besluitvorming; dat vergt langdurige betrokkenheid van een arts, en het is de vraag of een doelgerichte kliniek dat geduld kan opbrengen. Twijfelachtig is ook of er bij een psychiatrische aandoening gesproken kan worden van een ‘weloverwogen doodswens’. Mijn belangrijkste bezwaar is echter dat het NVVE-ideaal voorbij gaat aan de vraag wat goede zorg is.

Achter een verzoek om euthanasie gaan grote vragen schuil, over de zin van het leven en het waarom van het lijden. Vragen die we niet slechts individueel kunnen benaderen met de dood als antwoord. Vragen die niet beantwoord kunnen worden met een simpele greep naar het zogenaamde zelfbeschikkingsrecht. Levensvragen en doodsverlangens doen een appel op de samenleving; mensen voor wie het leven zwaar valt, hebben hulp nodig bij het dragen. Wat doen we als leven zinloos lijkt?

Het aantal zelfdodingen is in twee jaar tijd met 13 procent toegenomen. 1525 Nederlanders zagen in 2009 geen andere uitweg. Achter zulke getallen gaat een wereld van eenzaamheid, uitsluiting, psychische en psychiatrische problematiek schuil. Wie te midden daarvan een kliniek voor levensbeëindiging wil openen, geeft het verkeerde antwoord op een misverstane vraag. In plaats daarvan zou er in Nederland veel méér moeten gebeuren om het aantal zelfdodingen terug te dringen. Mensen zouden bijvoorbeeld eerder alarm moeten slaan als iemand in hun omgeving in de problemen raakt. Meer aandacht is nodig voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en pubers. Meer aandacht is nodig voor de levensverhalen van ouderen; verhalen waarvan de zin en betekenis zou moeten worden doorgegeven. Een organisatie als 113Online zou niet op tijdelijke subsidies mogen drijven als je ziet hoeveel (anonieme) hulpvragen er binnenkomen van mensen die over zelfdoding nadenken. Deze vorm van zorg verdient een vaste verankering in het beleid van de overheid en zorgverzekeraars.

Vertrekpunt bij vragen over het levenseinde zou niet het zelfbeschikkingsrecht moeten zijn, maar de menselijke waardigheid. Ieder mens heeft recht op leven, en de menselijke waardigheid is de kern van dat recht. Het eerste artikel van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie luidt: ‘De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd.’ Ieder mens verdient respect omdat haar of zijn bestaan als zodanig zin en waarde heeft, ook wanneer die mens daarvan zelf niet overtuigd is. Menselijke waardigheid is een gegeven; het is geen verworvenheid die weer kan worden prijsgegeven of verloren. Geen enkele vermindering van lichamelijke of psychische vermogens kan de menselijke waardigheid aantasten. 

Het is soms zoeken naar manieren om goed om te gaan met doodsverlangens en het sterven. Goede zorg betekent niet alleen aandacht voor het hier en nu van het lijden en sterven, maar ook voor het toen en straks en voor het waarom.

Met goede palliatieve zorg is het mogelijk om rustig en waardig te kunnen sterven.

Iemand bijstaan in zijn laatste levensfase is niet eenvoudig. Onontbeerlijk daarbij is goede, professionele en bezielde zorg.  Aandacht voor levensvragen en zingeving is een onmisbaar onderdeel van die zorg.

Het blijft altijd een worsteling. Maar daar valt beter mee te leven dan met een definitieve keuze voor de dood die nooit meer ongedaan kan worden gemaakt.

Esmé Wiegman

(Opinie Volkskrant, 22 januari 2011)

« Terug