Bijdrage Peter Ester aan debat over tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius

Foto Peter Ester - hoge resolutiedinsdag 06 februari 2018 19:33

Vandaag debatteerde de Eerste Kamer onder andere over de tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius. Senator Peter Ester betreurt het zeer dat dit verstrekkende wetsvoorstel, deze radicale bestuurlijke ingreep noodzakelijk is. Hij is van oordeel dat deze ingreep helaas onvermijdelijk is geworden. Hier kunt u zijn gehele bijdrage aan dit debat nalezen.

Mevrouw de voorzitter,

Dit is een trieste dag voor een ieder die zich verbonden voelt met Caribisch Nederland en de bevolking van Sint Eustatius in het bijzonder. Een trieste dag omdat Nederland zich genoodzaakt ziet om orde op zaken te stellen op dit mooie maar slecht bestuurde eiland. Om bestuurlijk in te grijpen en het eiland onder curatele te stellen. Een trieste dag omdat het rapport van de Commissie van Wijzen van vorige week onomwonden laat zien dat er op Sint Eustatius sprake is van grove structurele bestuurlijke nalatigheden.

Het rapport schetst een treurig beeld van een eilandbestuur dat de wet aan zijn laars lapt, dat de Nederlandse rechts- en staatsorde met voeten treedt, voorgeschreven procedures terzijde schuift, politieke verhoudingen laat ontsporen, zich niets aantrekt van democratische controle, is vervallen in nepotisme en cliëntelisme, kerntaken laat verloederen en opereert op basis van willekeur, intimidatie en discriminatie. Een eilandbestuur, zo concludeert de commissie, dat zich kenmerkt door financieel wanbeheer, bestuurlijke incompetentie en onbekwaam management.

Toezicht en handhaving door het bestuur zijn ondoorzichtig en selectief, datzelfde geldt voor vergunningenprocedures en het innen van lokale belasting. Milieu- en natuurbelangen delven systematisch het onderspit. Dualisme functioneert niet en een angstcultuur regeert. Sint Eustatius bestuurt zichzelf als ware het een autonoom land, buiten de rechtsorde van het rijk.

De briefing van vanochtend onderstreept dit beeld van een volstrekt onmachtig en eigenmachtig eilandbestuur. “Good governance” is ver te zoeken en het eiland verloedert steeds verder. Mijn fractie heeft dit ook met eigen ogen kunnen vaststellen. Is er overigens ook sprake van strafbaar gedrag van bestuurders, en zo ja, hoe wordt hiermee omgegaan?

Het gevolg van deze bestuurlijke wanorde is een eiland dat sociaaleconomisch en fysiek in sterk verwaarloosde staat verkeert. De bevolking is daarvan het slachtoffer. Zij zijn de grote verliezers. Zij zijn immers de dupe van het achterstallig onderhoud van wegen, woningen en infrastructuur, van niet goed functionerende overheidsdiensten als de watervoorziening en het ophalen van vuilnis en het verwerken van afval. Zij zijn de dupe van werkloosheid, armoede en het ontbreken van perspectief. En het moet gezegd: Nederland heeft deze onaanvaardbare situatie lang - en vermoedelijk  te lang - gedoogd, waardoor nu een “point of no return” is bereikt. Dit moeten wij ons aanrekenen.

En dit ondanks de aanzienlijke verbeteringen die Europees Nederland na 10-10-10 gerealiseerd heeft in de zorg en het onderwijs op het eiland, die ook bij de bevolking zeer positief beoordeeld worden.

Mijn fractie, voorzitter, begrijpt dat het kabinet zich gedwongen ziet bestuurlijk in te grijpen. Het rapport van de Commissie van Wijzen laat hier geen misverstand over bestaan. Artikel 132, lid 5 van de Grondwet biedt daartoe de mogelijkheid. De neerwaartse spiraal moet nu worden omgebogen. Dat zouden we in vergelijkbare gemeenten in Europees Nederland ook doen. We hebben te lang toegekeken.

Ook de Raad van State kan zich verenigen met de voorgestelde bestuurlijke ingreep en de aanstelling van een regeringscommissaris die orde op zaken moet stellen. De Raad acht de ontbinding van de eilandsraad en het eilandsbestuur, alsmede het ontslag van de waarnemend gezaghebber, aanvaardbaar in het licht van de ontstane situatie en passend binnen de Grondwet en in overeenstemming met internationaal recht.

Mijn fractie heeft niettemin behoefte aan een helder antwoord op een vijftal wezenlijke vragen. Ik introduceer deze kort.

De eerste vraag is of het kabinet andere alternatieven dan bestuurlijke curatele heeft overwogen. Welke alternatieven waren daarbij in het geding en hoe is de afweging gemaakt? Hier is nadrukkelijk de kwestie rond proportionaliteit van ingrijpen aan de orde. Het wetsvoorstel moet in twee dagen met stoom en kokend water door het parlement worden geloodst met alle politieke dramatiek van dien. Wat zijn hier de overwegingen geweest? Wanneer komt er ruimte voor fundamenteel debat over meer autonomie en de grenzen die een insulaire economie en samenleving stelt?

De tweede vraag betreft de keuze van een regeringscommissaris. Duidelijk is dat dit een stevig persoon moet zijn, gepokt en gemazeld in het lokaal bestuur met een goed gevoel voor de cultuur van het eiland. Met doorzettingskracht, maar ook met communicatieve gaven. De kandidaat zal geselecteerd zijn en ik neem aan deze morgen of overmorgen op het eiland geïntroduceerd wordt? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de hulpstructuren voor de regeringscommissaris op orde zijn? Welke bevoegdheden komen hem toe? Hoe gaat deze commissaris vanuit Europees Nederland ondersteund worden?

De derde vraag gaat over de taken van de regeringscommissaris. Mijn fractie vindt het van groot belang dat de regeringscommissaris zich met zijn staf concentreert op een snelle en zichtbare aanpak van de zo verwaarloosde overheidsvoorzieningen. Ik noemde ze hierboven al. Daar zal het verschil moeten worden gemaakt om ook de bevolking aan zijn zijde te krijgen. Ziet de staatssecretaris dit ook zo? Wordt deze aanpak met de Eerste en Tweede Kamer gedeeld? Over welk budget zal de regeringscommissaris kunnen beschikken?

Mijn fractie vraagt in dit licht met klem om het veel te lang lopende debat over het bestaansminimum op de BES-eilanden nu snel te beslechten. Daar is meerdere malen uitvoerig in dit huis over gesproken en over de noodzaak bestaat brede consensus. Het was het vorige kabinet niet gegeven hier een knoop door te hakken. We moeten alles op alles zetten om verdere marginalisering van toch al kwetsbare groepen te voorkomen. Op Sint Eustatius, maar ook op Bonaire en Saba. De regierol van het ministerie van BZK, van de staatssecretaris, moet veel scherper en doortastender. De Commissie Spies wees hier ook al op. Graag een reactie.

De vierde vraag betreft de duur van de bestuurlijke ingreep. Op basis van welke operationele criteria gaat de staatssecretaris bepalen of en wanneer de regeringscommissaris de klus geklaard heeft? Wanneer komt het einde van dit ongebruikelijke traject in zicht? Als het gaat om het trainen van een nieuwe generatie bestuurders kan dit veel tijd benemen. Zeker als deze bestuurders voortkomen uit de eigen gelederen van Sint Eustatius. Een professionaliseringsdeficit is niet één-twee-drie weggewerkt. Ook een politieke cultuuromslag vergt veel tijd.

De vijfde en laatste vraag richt zich op misschien wel het belangrijkste onderwerp: hoe gaat het kabinet de bestuurlijke ingreep met de bevolking van Sint Eustatius communiceren? Hoe wordt vertrouwen gewonnen? Er breekt nu een turbulente tijd aan in een snel ontvlambare situatie waarin antikoloniale gevoelens en verzet ongetwijfeld naar boven zullen komen. Waarin groepen positie zullen kiezen en navenant zullen handelen, binnen en misschien ook buiten de grenzen die de wet stelt. De reacties vandaag en gisteren van gedeputeerden en leden van de eilandsraad zijn niet mis te verstaan. Hoe komen we, zo vraag ik de staatssecretaris, van manhaftig optreden naar een constructieve fase?

Mijn fractie onderstreept het belang van de te vormen Maatschappelijke Raad van Advies die de regeringscommissaris zal bijstaan en geeft de staatssecretaris mee om daar vooral ook de lokale kerken bij te betrekken. Zij vormen immers het cement en sociaal kapitaal van het eiland.

Voorzitter, ik sluit af. Mijn fractie betreurt het zeer dat deze radicale bestuurlijke ingreep noodzakelijk is. Maar deze is helaas onvermijdelijk. De bevolking van Sint Eustatius verdient zoveel beter. Wij wensen de staatssecretaris veel wijsheid, sterkte en zegen in de komende dagen.

Labels
Eerste Kamer
Koninkrijksrelaties
Peter Ester

« Terug