Bijdrage ChristenUnie debat missie Libië

f-16_610woensdag 23 maart 2011 16:55

ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind in het debat over de Nederlandse bijdrage aan missie in Libië. Voordewind: ,,Het kabinet heeft nu een besluit genomen om in ieder geval een bijdrage te leveren aan de uitvoering van resolutie 1973. ,,Tenslotte” zei minister Rosenthal na de instemming van de resolutie dat ,,wie A zegt moet ook B zeggen”. We zijn inmiddels al wel weer een week verder en zien dat Nederland niet behoorde bij de coalitie die sinds zaterdag de no-flyzone moest afdwingen, zoals landen als België, Denemarken en Noorwegen dit wel deden."

De ChristenUnie-fractie vond dat de Libische bevolking zo snel als mogelijk beschermd moest worden door de internationale gemeenschap tegen de bombardementen en de slachtingen die Kadaffi aanrichten tegen zijn eigen bevolking. Voordewind: ,,Het ging hier niet meer om het gewelddadig neerslaan van demonstranten, maar van het uitmoorden van de eigen Libische bevolking. Dit rechtvaardigt in de ogen van de ChristenUnie het afdwingen van een no-flyzone. Nu dat de NAVO nog niet zo ver is, betreuren we dat Nederland er ook nog niet voor kiest om direct de burgerbevolking te beschermen. De vraag die nu voorligt, is of het ondersteunen van het wapenembargo een eerste wezenlijke bijdrage is voor het beschermen van de Libische bevolking. Daartoe heeft mijn fractie de volgende vragen die eerst beantwoord moeten worden voordat we een oordeel kunnen vellen of volgens de ChristenUnie deze bijdrage echt relevant en zinvol is in de bescherming van burgers. Daartoe stel ik het kabinet de belangrijkste:

  1. Waarom is er gekozen voor de NAVO-benadering en niet voor een bijdrage aan de ‘coalition of the willing’? Ik begrijp de voorkeur van het kabinet dit in NAVO-verband te willen doen, maar ook andere landen zijn daar overheen gestapt juist omdat er geen tijd te verliezen was om de burger bevolking te beschermen nu het nog kan. Waarom heeft Nederland hier niet voor gekozen?
  2. De belangrijkste vraag is de volgende: het NAVO-operatiegebied bestrijkt dus niet het luchtruim van Libië, maar strekt zich uit van de grens van de territoriale wateren van Libië tot aan het noorden van de Middellandse Zee. Wat is nu de reële noodzaak om hier op wapeninvoer te controleren? Zijn er dus nu duidelijke aanwijzingen dat de wapensmokkel doorgaat naar Libië over zee, ondanks het eerder ingestelde wapenembargo van resolutie 1970? Ik begrijp uit de militaire briefing dat nog niet eerder schepen zijn betrapt op wapensmokkel, wat is dan überhaupt de noodzaak van deze missie, behalve de preventie, zoals aangegeven door de Commandant der Strijdkrachten?
  3. Komt er bij een eventuele bijdrage aan het afdwingen van de no-flyzone een andere (militaire) samenstelling of is er bij de huidige materiële samenstelling al rekening gehouden met een eventueel versterkt mandaat? Kortom is dit de materiële en personele inzet ook als de NAVO-besluit wel deel te nemen aan het handhaven van de no-flyzone? Zal er dan alleen een aanvullende brief naar de kamer gaan als het gaat om functionele inzet van Nederland? Zal de instructie bij de no-flyzone voor de F-16’s ook dezelfde blijven, dus alleen air to air?
  4. Kan het kabinet aangeven wat nu precies de bijdrage is van de Arabische landen die de buurlanden vormen van Libië. Qatar zou als enige Arabische land 2 gevechtsvliegen leveren en er zouden mogelijk nog twee volgen. Is dit de enige bijdrage? Het kan niet zo zijn dat alleen het westen een substantiële bijdrage levert en dat de buurlanden hoogstens een financiële bijdrage leveren, waar het wel gaat om hun directe veiligheid. Is het kabinet daadwerkelijk tevreden met de bijdrage van de Arabische wereld, cq de Arabische Liga?
  5. De mijnenveger heeft geen boarding capaciteit. Moet de bijdrage dan niet vooral symbolisch gezien worden? Wat is nu effectief het nut van de mijnenveger? Liggen er veel mijnen in de havens van Libië? Mag de mijnenveger daar naar binnen? Valt dit onder het operatiegebied van de NAVO?
  6. Nederland bereid nog een andere missie voor in Afghanistan. Daar piepte en kraakte het en toch kan Nederland daar 4 F-16’s leveren. Nu zouden we hier ook weer 6 F-16’s leveren. Kunnen we dat ook als het gaat om de beschikbaarheid van vliegend en ondersteunend personeel? Kan de minister dit onderbouwen?
  7. Naast de 20 miljoen zal het de nodige inspanningen vergen van het defensieapparaat, terwijl er een bezuinigingsbrief van een klein miljard aan zit te komen. Bij de nieuwe Afghanistan-missie hebben de bonden al aangegeven dat de uitvoering moeilijk zal worden gezien de bezuinigingen, nu komen deze kosten en extra inspanningen erbij. Waar zit met name de krapte als het gaat om materiële en personele inzet? Als Nederland alsnog deel neemt aan de no-flyzone, komt daar dan nog een verzoek tot aanvullende financiering?
  8. Wat wordt de Nederlandse inzet om naast deze bijdrage, aan te zetten tot een staakt het vuren? Uiteindelijk lossen meer bombardementen het conflict niet op, maar moet er zo snel mogelijk een staakt het vuren overeen gekomen worden en moet Kadaffi onder druk worden gezet af te treden. In de brief staat dat het kabinet Kadaffi’s bewind niet meer legitiem vindt. Wat wordt op dit punt de inzet van Nederland binnen de EU? Steun voor de missie van de ChristenUnie hangt ook af om Nederland en de EU/VN een duidelijke visie hebben over hoe het pad te effenen voor een politiek proces in Libië dat recht doet aan de wensen van de Libische bevolking, zoals ook omschreven in de VN-resolutie 1973. Graag dus daar duidelijkheid over. Het moet geen oneindig proces worden van maanden en misschien wel jaren zoals in Irak het geval was, waar ook jarenlang een no-flyzone gold. Hoe wordt voorkomen dat er een machtsvacuüm, met rechteloosheid, criminaliteit en radicalisering, ontstaat na vertrek van Kaddafi, zoals we dat ook herinneren in Irak?
  9. Indien schepen en bemanning wordt aangehouden bij controles op wapenvervoer naar Libië, aan wie gaat Nederland deze schenders van het wapenembargo dan overdragen aangezien er nog geen overgangsregering is?

Kortom; voorzitter. De ChristenUnie wil eerst duidelijkheid hebben over het nut en noodzaak van deze missie en hieruit mag blijken dat we een duidelijke voorkeur hadden en hebben voor de inzet van F-16’s voor het toezien op de naleving van de no-flyzone, dan een maritieme operatie steunen, terwijl de dreiging niet is aangetoond. Het gaat ons erom om levens te redden nu er nog steeds een directe dreiging is van aanvallen van de troepen van Kadaffi. Over zee vliegen of met een mijnenveger op zee dobberen, daar zullen de mensen op land niet veel aan hebben op dit moment."

 

 

Labels
Joël Voordewind
Tweede Kamer

« Terug

Nieuwsarchief > 2011 > maart