Verantwoordingsdag is een bijzondere dag. Het is de dag waarop de overheid zichzelf in de spiegel aankijkt. Niet de plannen tellen dan, maar de prestaties. Niet de beloften, maar de resultaten. Die spiegel laat dit jaar geen fraai beeld zien.
Volgens de Algemene Rekenkamer was 2025 een jaar van stilstand. Wie daarnaast de Monitor Brede Welvaart leest, ziet op verschillende terreinen zelfs achteruitgang. Sociale samenhang neemt af, vrijwilligerswerk loopt terug en publieke voorzieningen staan onder druk.
Dat zou iedere bestuurder zorgen moeten baren.
Ik ben inmiddels ruim vijf jaar Kamerlid. In die vijf jaar maakte ik vier kabinetten mee. Maar wat vooral opvalt, is hoe weinig er fundamenteel verandert. Het aantal ambtenaren groeit. Regelingen worden ingewikkelder. Grote maatschappelijke opgaven blijven liggen. Het woningtekort blijft groot. Infrastructuur veroudert. Hervormingen worden aangekondigd, maar zelden afgemaakt.
Ondertussen horen we telkens dezelfde boodschap: het kan wel. Maar wanneer wordt die frase eindelijk een prestatie?
Misschien ligt het probleem dieper. Te vaak lijkt de overheid vooral bezig met het beheren van de dag van vandaag, terwijl de toekomst om investeringen vraagt. Dat zie je misschien wel het scherpst bij onze infrastructuur.
Bruggen raken overbelast. Sluisdeuren functioneren niet meer naar behoren. Aanlegprojecten verdwijnen één voor één van de tekentafel. Wie door Nederland reist, ziet steeds vaker de scheuren in het fundament van ons welvarende land. Toch krijgt infrastructuur structureel minder aandacht dan zij verdient. Daardoor worden ministers gedwongen te kiezen tussen de pest en de cholera: welk noodzakelijk onderhoud voeren we nog wel uit en welk niet? Dat zijn keuzes die een rijk land eigenlijk niet zou moeten hoeven maken.
Daarachter schuilt een fundamentelere vraag. Ons begrotingsstelsel beloont uitgaven voor vandaag meer dan investeringen voor morgen. We kijken vooral naar wat er dit jaar binnenkomt en uitgaat, terwijl de staat van onze publieke voorzieningen veel minder zichtbaar is. Een gezin dat jarenlang geen onderhoud pleegt aan zijn huis, weet hoe dat afloopt. Waarom zou dat voor een land anders zijn?
Daarom zou de overheid veel meer moeten sturen op de lange termijn. Niet alleen op geldstromen, maar ook op de waarde van wat we nalaten aan volgende generaties.
Hetzelfde geldt voor de overheid zelf. Op papier wordt bezuinigd, maar het aantal rijksambtenaren groeit ondertussen verder. Dat is op zichzelf niet eens het belangrijkste probleem. De echte vraag is waarom de overheid steeds meer mensen nodig heeft om steeds complexere regels uit te voeren.
Voor burgers, ondernemers én ambtenaren is die complexiteit vaak een dagelijkse frustratie. Daarom ben ik zo’n voorstander van een jaarlijkse Vereenvoudigingsdag. Niet omdat eenvoud een doel op zichzelf is, maar omdat een overheid die eenvoudiger werkt, ook beter kan presteren. Minder formulieren. Minder uitzonderingen. Minder loketten. Meer duidelijkheid.
Want uiteindelijk draait verantwoordingsdag om meer dan rechtmatig uitgegeven geld. Het gaat om de vraag of beleid bijdraagt aan een goed leven.
Juist daarom maak ik mij zorgen over de afnemende sociale samenhang. Vrijwilligerswerk neemt af. Informele hulp wordt minder vanzelfsprekend. Dat lijkt misschien een klein detail tussen alle begrotingstabellen, maar het raakt de kern van een samenleving.
Een land wordt immers niet alleen gedragen door wetten, begrotingen en overheidsprogramma’s. Het wordt ook gedragen door mantelzorgers, vrijwilligers, verenigingen, kerken, buurtgenoten en familieleden die naar elkaar omzien. Een sterke samenleving vraagt om een sterke overheid. Maar net zo goed om een overheid die haar plaats kent: een overheid die ondersteunt waar nodig, ruimte geeft waar mogelijk en vooral doet wat zij belooft.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze Verantwoordingsdag.
Minder beloven. Meer presteren.
Bekijk hieronder de debatbijdrage van Pieter tijdens het verantwoordingsdebat.