Op 16 november 1776 klonk er op een klein eiland in het Caribisch gebied een kanonschot. Vanaf Sint-Eustatius, ook bekend als Statia, beantwoordde gouverneur Johannes de Graaff het saluut van het Amerikaanse schip Andrew Doria. Met dat ene gebaar erkende de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als eerste buitenlandse natie de soevereiniteit van de Verenigde Staten.

Dit jaar viert de Verenigde Staten 250 jaar onafhankelijkheid. Dat betekent dus ook 250 jaar officiële banden met Nederland. Anno 2026 zien we dat die relatie tussen Nederland, Europa en de Verenigde Staten echter geen vanzelfsprekendheid is.

Het afgelopen jaar hebben we allerlei voorbeelden gezien van hoe er forse breuken in de relatie tussen Europa en de V.S. zijn ontstaan. De toespelingen van het Witte Huis over Groenland en mogelijk militair ingrijpen met de aankondiging van importheffingen afgelopen week hebben tot scheuren in het vertrouwen geleidt.

Mark Rutte verdient erkenning omdat hij deze heffingen heeft weten af te wenden, maar de vraag is: hoelang nog? Hoelang blijven we afhankelijk van de grillen van de Amerikanen?

Deze ontwikkelingen betekenen dat we niet kunnen wensdenken over hoe we willen dat de wereld eruit zou moeten zien. Je neemt de wereld zoals hij is, maar laat daarbij je eigen overtuigingen niet los. Je spreekt de taal van de macht, juist ten dienste van het recht. Om met de woorden van de Canadese premier Carney te spreken in zijn speech deze week: principieel en pragmatisch.

Dat sluit ook aan op het dubbeldenken waar historica Beatrice de Graaf over schrijft in een heldere column in NRC afgelopen week. Laveren tussen wat is en wat zou moeten zijn.

Laat ik helder zijn: Europa is sterker met Amerika als bondgenoot, maar Amerika moet dat ook zelf willen. En welke stap Amerika ook zet, Europa moet geopolitiek wakker worden en zich niet laten chanteren.

En dat betekent een aantal dingen:

  • Europa moet zijn strategische afhankelijkheden afbouwen.
  • Europa moet zijn defensie op orde brengen, niet omdat Washington dat vraagt, maar omdat onze vrijheid dat vereist.
  • Europa moet economisch weerbaar en technologisch soeverein zijn, niet om muren te bouwen, maar om waarden te borgen.

Ook moeten we banden aanhalen met ‘middle powers’. Een Canada, Australië, Noorwegen, Japan, Zuid-Korea. Mijn motie om dit uit te werken is deze week aangenomen.

Wat zijn deze woelige tijden een contrast met Bijbelse visioenen over vrede en recht. Een contrast met hoe de profeet Jesaja spreekt over de vredevorst die vrede zal stichten tussen de volken. En wiens heerschappij zich uit zal strekken van zee tot zee. Deze Vredevorst maalt niet over nobelprijzen. Ik kijk uit naar deze dag. En maak me klaar voor wat er in de tussentijd voor ons ligt.

Voor een wereld, waar waarden geen overbodige luxe zijn, maar richtinggevers moeten we ons, met gelijkstemde landen, voor blijven inzetten.

Dank u wel.

(Bijdrage uitgesproken tijdens debat over de extra EU-top)