ChristenUnie presenteert volkshuisvestingsvisie ‘Thuisgeven in tijden van woningnood’
De woningnood is groot. Onder de steeds groter wordende groep daklozen, maar ook bij al maar meer jongeren en ouderen. Steeds meer Nederlanders ervaren die woningnood of maken zich er zorgen over voor hun kinderen, vrienden en bekenden.
Daarom zetten wij in ons vandaag gepresenteerde volkshuisvestingsvisie de woningzoekende op één. Mensen hebben namelijk geen recht op uitzicht, wel op een dak boven hun hoofd. Verder staat de inzet op herstel van de volkshuisvesting centraal, met daarbij een belangrijke rol voor woningcorporaties, die niet alleen de taak en mogelijkheden krijgen te zorgen voor huurwoningen voor mensen met lage inkomens, maar net als vroeger, ook weer massaal huizen kunnen gaan bouwen en verhuren aan huishoudens met middeninkomens. Daarvoor willen we de portemonnee trekken. En tegelijk ons niet verliezen in een eenzijdige focus op kwantiteit.
Het mantra ‘bouwen, bouwen, bouwen’ schiet tekort. Huizen bouwen is ook gemeenschappen bouwen en bouwen aan lotsverbondenheid. In het klein in een portiek, straat of buurt. En in het groot door met gemengd bouwen in elke stad, in elk dorp, en investeringen in leefbaarheid en voorzieningen, te voorkomen dat kwetsbare wijken afglijden tot getto’s en vergrijzende dorpen wegkwijnen. Zomaar een greep uit de vele voorstellen die we doen in onze vandaag gepubliceerde volkshuisvestingsvisie ‘Thuis geven in woningnood. Een christelijk-sociaal pleidooi voor herstel van de volkshuisvesting en bouwen aan een verbonden land’.
Het tekort aan woningen is inmiddels meer dan 400.000 en neemt nog steeds toe. De toename van het aantal dakloze medemensen vormt het grimmige gezicht van deze woningnood, maar even zo goed willen we dat jongeren die nog thuis wonen van start kunnen met hun volwassen leven en belangrijke levenskeuzes, zoals het krijgen van kinderen, niet langer hoeven uit te stellen. En dat gebeurt nu wel.
Willen we recht doen aan woningzoekenden, dan zullen andere belangen soms moeten wijken. Zoals minder makkelijk naar de rechter kunnen gaan als omwonende bij woningbouwprojecten. Minimaal moet er een voortoets komen, een soort zeef, voordat je naar de Raad van State mag, waarmee negen op de tien rechtszaken zijn te voorkomen. En we overwegen om geen bezwaar en beroep meer mogelijk te maken op bouwplannen die binnen de afspraken uit het Omgevingsplan (voorheen bekend als bestemmingplan) vallen. Dat is verstrekkend, en moet dus goed worden uitgezocht en voorbereid. Daarnaast moeten we door met de aanpak STOER die tot minder knellende en meer uniforme regels leidt.
Belangrijk is ook dat Nederland eindelijk van het stikstofslot komt. Lukt dat niet via de verruiming van de rekenkundige ondergrens, dan moet er een bouwvrijstelling worden ingevoerd. Die is juridisch houdbaar te implementeren. Ondertussen zal elke gemeente in Nederland meer en hardere woningbouwplannen moeten maken, zodat we na jaren van praten over 100.000 nieuwe woningen per jaar, ze ook daadwerkelijk gebouwd gaan worden.
Er is geen silver bullet om de wooncrisis op te lossen. Partijen die dat beloven draaien de kiezer een rad voor ogen. Eenzijdige focus op migranten als de zondebok, of juist de andere kant, op de bouw van tien nieuwe steden gaat niet werken en mist de complexiteit van het volkshuisvestingsvraagstuk.
In kek klinkende metaforen kun je niet wonen, in echt gebouwde huizen wel. En wil je dat betaalbaar doen, dan moet er geld bij. En precies dat ontbrak nog in de op zich goede woonagenda van Jetten en Bontenbal. Wat ons betreft dient er tot 2040 zeker 50 miljard te worden uitgetrokken voor betaalbare woningbouw – zowel huur als koop – voor jong en oud, investeringen in leefbare wijken en in de bereikbaarheid van nieuwe woonwijken. Ben je als nieuw kabinet daar niet toe bereid, dan moet je ook zo eerlijk zijn om in te leveren op de betaalbaarheidsdoelstelling van 2/3 in het goedkope en middensegment.
Huizen bouwen is zoveel meer dan stenen stapelen. Huizen bouwen is gemeenschappen bouwen. Bouw je nieuwe huizen gericht op ontmoeting of op vereenzaming? Wij kiezen voor de bouw van gezellige studentenhuizen in plaats van vereenzamingsstudio’s. Voor de bouw van gemeenschappelijke huiskamers in appartementencomplexen. Voor voorzieningen als een gezondheidscentrum, school en kerk in elke nieuwe woonwijk. Voor gemengd bouwen voor jong en oud, huur en koop, goedkoper en duurder.
Doe je dat niet structureel in elke gemeente, in elke stadsdeel, dan dreigen de kwetsbare wijken van nu de getto’s van morgen te worden. Hierop willen we de recent aangenomen Wet versterking regie volkshuisvesting aanscherpen. En daarbij moet het besef terugkomen dat het de taak en verantwoordelijkheid is van woningcorporaties om huizen te bouwen en te verhuren aan een groot deel van de bevolking, aan huishoudens met lage inkomens, maar ook met middeninkomens. Het is volkshuisvesting, geen armenhuisvesting!
Gemeenschappen bouwen betekent voor ons ook een grotere focus op samen wonen. Daarom weg met de kostendelersnorm in de bijstand, zodat een huis delen niet langer financieel wordt afgestraft. En laat huizen niet halfleeg staan: verruim de mogelijkheden voor hospitaverhuur. Dat betekent dat de wet die tijdelijke hospitaverhuur mogelijk maakt snel moet worden aangenomen en dat de kamerverhuurvrijstelling omhoog moet.
De woningnood is zo groot, die lossen we niet alleen op met het beter benutten van de bestaande huizen en leegstaande kantoren. Ook niet met alleen inbreiding in de bestaande steden en dorpen en met een straatje erbij. Nederland was vanouds het land van inpolderingen en grootschalige gebiedsontwikkelingen. Dat lijken we na de bouw van de VINEX-wijken, nu 20 tot 35 jaar geleden, te zijn verleerd. Het is hoog tijd om die oude poldertraditie weer nieuw leven in te blazen. Op slimme plekken, in de buurt van treinstations, zoals Veenendaal-De Klomp. Maar ook op uitdagende plekken, in regio’s waar veel vraag naar wonen is, zoals tussen Amsterdam en Almere in het Markermeer en IJmeer. Tienduizenden huizen op opgespoten eilanden in combinatie met drijvende woningen, in samenhang met de ontwikkeling van Almere Pampus en de aanleg van de IJmeerverbinding en in combinatie met verbetering van de natuur- en waterkwaliteit door uitbreiding van de Markerwadden. Vroeger konden we en wilden we dat, waarom nu niet?