De begroting die we vandaag behandelen kent een lange, bewogen aanloop. Dat past bij de net zo bewogen situatie in de wereld. Het afgelopen jaar is het aantal brandhaarden in de wereld toegenomen. Tegelijkertijd is de beschikbare hulp in kwetsbare regio’s extreem geslonken. Met rampzalige gevolgen: het plotseling stopzetten van USAID veroorzaakte in kwetsbare regio’s wereldwijd een toename van economische chaos, instabiliteit en geweld, zo laat onderzoek zien. Als het tij niet keert, dreigen deze wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking in 2030 meer dan twintig miljoen levens te gaan kosten[2].

Mijn fractie was daarom blij dat het nieuwe kabinet wil breken met de ingezette koers van minister Klever.

Maar mijn fractie ziet nog niet helder hoe de koers van dit kabinet er wel uitziet.

Het kabinet wil ontwikkelingssamenwerking ‘strategischer’ inzetten, leest mijn fractie in de recent verschenen beleidsbrief. Wat bedoelt de minister hier met ‘strategisch’?  Ziet dit kabinet ontwikkelingssamenwerking uitsluitend als een verlengstuk van buitenlandse handel, als iets waar wij direct profijt van hebben, of ziet zij daarnaast ook een plicht voor Nederland om bij te dragen aan welvaart en stabiliteit wereldwijd? Wat voor betekenis heeft een ‘meer strategische inzet’ voor vergeten conflicten in de wereld? Graag hoort mijn fractie een toelichting van de minister: wij zijn benieuwd naar zijn visie op ontwikkelingssamenwerking.

Geen structureel herstel van de koppeling

Het kabinet schrijft in het regeerakkoord stappen te willen zetten richting de 0,7%-norm (de OESO-norm). Toch wordt de oorspronkelijke koppeling tussen bruto nationaal inkomen en het ODA-budget, die van oudsher vastgeklikt was aan de OESO-norm, niet hersteld: de versoberde koppeling van het kabinet-Schoof wordt in stand gehouden.

Dat wringt. Met de motie-Huizinga en de motie-Holterhues gaf de Eerste Kamer tot twee keer de brede oproep om de oorspronkelijke systematiek achter de koppeling structureel te herstellen.

En deze koppeling is echt nodig om het ODA-budget stabiel te houden. Om een buffer te hebben om onverwachte ontwikkelingen op te vangen zonder dat lopende projecten eronder lijden. De oproep vanuit maatschappelijke organisaties is helder, het politieke draagvlak is er: wanneer gaat dit minderheidskabinet deze moties uitvoeren?

380 miljoen (aan kasschuiven)

Onlangs kwam naar buiten dat er incidentele middelen aan de begroting van dit lopende jaar worden toegevoegd. Op het eerste gezicht klinkt dat hoopgevend, maar de 380 miljoen waar het om gaat blijkt te bestaan uit kasschuiven op de begroting van BHOS en BuZa. Er komen per saldo niet meer middelen beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking, in plaats daarvan wordt een wissel getrokken op toekomstige begrotingen.

De minister verdedigt deze kasschuiven met de opmerking dat juist nu de noodzaak van ontwikkelingshulp groot is. Maar is het niet zo dat ngo’s en andere maatschappelijke organisaties juist gebaat zijn bij een consistente lijn, zowel qua beleid als budgettair. De Adviesraad Internationale Vraagstukken benadrukte niet voor niets het belang van een stabiel en voorspelbaar ODA-budget: een fluctuerende begroting maakt het moeilijk om meerjarig te werken en doelstellingen te behalen. Een cosmetische oplossing die toekomstige begrotingen lekschiet helpt daar niet bij.

Daarnaast zal de wereld er over twee jaar waarschijnlijk niet veel vrediger uitzien dan nu. De brandhaarden van vandaag zijn morgen nog niet uitgeblust, het belang van ontwikkelingssamenwerking zal naar alle waarschijnlijkheid niet afnemen maar alleen maar toenemen. Kunnen we het ons dan wel veroorloven om nu alvast gaten in toekomstige begrotingen te laten ontstaan?

Graag een reactie van de minister.

Verdeling binnen het ODA-budget

De ODA-uitgaven gaan weliswaar omhoog, maar hoeveel van deze extra uitgaven gaan daadwerkelijk naar ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s? De stijging waar de minister over spreekt blijkt voor een deel het gevolg van administratieve keuzes: onder andere door het vooraf meetellen van Oekraïne-uitgaven en hogere kosten voor asielopvang.

Mijn fractie is blij met de asielcap die dit kabinet toepast: de uitgaven aan eerstejaars asielopvang mogen hooguit 10% van het ODA-budget beslaan. Maar de Oekraïne-uitgaven blijven het budget voor ontwikkelingssamenwerking belasten. Zoals het er nu naar uitziet, wordt de niet-militaire steun aan Oekraïne volgend jaar volledig gedekt uit de OS-begroting. Dat is 419 miljoen euro die niet meer uitgegeven kan worden aan andere OS-projecten. Onze steun voor Oekraïne staat als een paal boven water, maar het wringt dat dit ten koste gaat van andere essentiële projecten in kwetsbare regio’s, die ook onze steun hard nodig hebben. Graag een reactie van de minister.

Kortom, voorzitter, het mag duidelijk zijn dat mijn fractie teleurgesteld is dat nog steeds niet duidelijk is hoe de in deze Kamer aangenomen motie Holterhues zal worden uitgevoerd. Voor dit jaar is er weliswaar een verhoging die in de buurt van de 0,7 % komt, maar deze verhoging is incidenteel en wordt gerealiseerd door kasschuiven. Voor de komende jaren lijkt het er op dat er maar een hele kleine stap vooruit zal worden gezet in de richting van die 0,7%.

Mijn fractie betreurt dat.

[2] https://www.bnr.nl/nieuws/internationaal/10593432/bezuinigingen-op-ontwikkelingshulp-dreigt-ten-koste-te-gaan-van-miljoenen-levens