Het belang van kinderen en biologisch ouderschap staat centraal bij wetgeving rond ouderschap en ouderlijk gezag. Dit betekent dat donor- en adoptiekinderen het recht hebben om hun afkomst te kennen. De ChristenUnie is, gezien de conclusies uit het rapport van de Commissie Joustra, voor een zorgvuldige afbouw van interlandelijke adoptie.
Onze standpunten over adoptie in het kort
Met adoptie in Nederland doelen we op binnenlandse adoptie en interlandelijke adoptie. Binnenlandse adoptie verloopt via Nederlandse procedures en toetsing in het belang van het kind. Interlandelijke adoptie valt onder internationale afspraken (o.a. Haags Adoptieverdrag) en nationale wetgeving. Na het rapport‑Joustra (2021) is extra waarborging toegevoegd; het kabinet besloot in 2024 tot een zorgvuldige afbouw van interlandelijke adoptie in zes jaar.
Uit onderzoek bleek dat er in het verleden ernstige misstanden hebben plaatsgevonden bij interlandelijke adoptie. De ChristenUnie staat pal voor bescherming van kinderen en voor transparantie over herkomst. Daarom kiezen we voor een zorgvuldige afbouw mét oog voor kinderen die al in procedure zijn en voor ondersteuning van geadopteerden.
Kinderen hebben recht om hun afstamming te kennen. Daarom zetten we in op goed beheer van registers, betere toegang tot dossiers en het versterken van voorzieningen die geadopteerden helpen bij het zoeken naar herkomst (zoals begeleiding en matching). Ook bij aanpalende wetgeving (zoals draagmoederschap en meerouderschap) blijft afstammingsinformatie een randvoorwaarde.
Adoptie gaat over juridische procedures en over de vraag wat een kind nodig heeft om veilig op te groeien, te weten waar het vandaan komt en verbonden te blijven met zijn of haar geschiedenis.
Voor de ChristenUnie staat het kind centraal. Ouderschap vraagt verantwoordelijkheid, duidelijkheid en bescherming van familiebanden waar dat mogelijk is. De wens van volwassenen om voor een kind te zorgen verdient zorgvuldige aandacht, maar mag nooit leidend worden boven het belang van het kind.
Diezelfde lijn geldt bij andere vragen rond ouderschap, zoals draagmoederschap, donorconceptie en meerouderschap. Wetgeving moet voorkomen dat kinderen opgroeien met onduidelijkheid over hun afkomst of met versnipperde verantwoordelijkheden rond ouderschap.
Adoptie stopt niet op het moment dat een kind een nieuw thuis krijgt. Voor geadopteerden kunnen vragen over identiteit, verlies, loyaliteit en herkomst later opnieuw bovenkomen. Ook adoptieouders kunnen steun nodig hebben om hun kind goed te begeleiden.
Daarom wil de ChristenUnie dat nazorg dichtbij en begrijpelijk beschikbaar is. Geen ingewikkelde zoektocht langs loketten, maar steun die aansluit bij het leven van gezinnen. Lokale teams, school, huisarts, jeugd-ggz en gespecialiseerde hulp moeten elkaar snel weten te vinden wanneer een kind of gezin extra ondersteuning nodig heeft.
Goede nazorg vraagt ook erkenning. Geadopteerden moeten serieus genomen worden in hun zoektocht naar herkomst en in de verwerking van wat zij hebben meegemaakt. Adoptieouders verdienen toerusting om zorgvuldig om te gaan met vragen rond hechting, trauma en identiteit.
Soms kan een kind niet veilig opgroeien bij de eigen ouders. Dat is altijd ingrijpend. Daarom moet de overheid uiterst zorgvuldig omgaan met elke beslissing die de band tussen ouder en kind raakt.
Adoptie is een andere vorm van zorg dan pleegzorg. Bij adoptie komt er een nieuwe juridische familieband. Bij pleegzorg woont een kind tijdelijk of langdurig in een ander gezin, met aandacht voor de band met de eigen ouders. In beide situaties staat dezelfde vraag centraal: wat dient het kind?
De ChristenUnie wil dat kinderen zoveel mogelijk opgroeien in een gezin of gezinsachtige omgeving. Als thuis wonen niet kan, verdienen kinderen een plek waar liefde, veiligheid en continuïteit centraal staan. Goede begeleiding, zorgvuldige matching en nazorg horen daarbij.
Waarom kiest de ChristenUnie voor afbouw van interlandelijke adoptie?
Om kinderen beter te beschermen. De bevindingen van de Commissie‑Joustra laten zien dat misstanden structureel konden optreden. Wij kiezen daarom voor zorgvuldige afbouw en zetten in op hulp en bescherming dichtbij het land van herkomst.
Wat betekent ‘recht op afkomst’ in de praktijk?
Dat adoptie‑ en donorkinderen toegang krijgen tot afstammingsinformatie, registers goed worden beheerd en dat hulp bij het zoeken naar herkomst beschikbaar is.
Wat verandert er voor adoptie in Nederland?
Binnenlandse adoptie blijft mogelijk binnen duidelijke kaders. Voor interlandelijke adoptie wordt een zorgvuldige afbouw ingezet, met extra waarborgen en nazorg voor betrokkenen.