Mijn fractie is blij dat we vandaag dit debat over de regeringsverklaring kunnen voeren. Zo relatief kort na de verkiezingen, in ieder geval vergeleken met de voorgaande kabinetten, is er een ploeg mensen samengesteld die bereid is zich ervoor in te zetten de uitdagingen op te pakken waar ons land voor staat. Onder het motto:  ‘Aan de slag’. De fractie van de ChristenUnie heeft daar respect voor.

In deze tijd lijken verkiezingsuitslagen dagkoersen geworden. Partijen pieken, net als sporters. Sommigen te vroeg, anderen precies op tijd. Een grote groep kiezers zwermt van de ene partij naar de andere. Raakt teleurgesteld, gaat op zoek naar een nieuwe partij. Het vertrouwen in de politiek, in Den Haag, is laag.

Daarmee komen we bij de, volgens mijn fractie, grootste opdracht van dit Kabinet. De opdracht om het vertrouwen van de burgers terug te winnen. Om een Kabinet te vormen dat samen met de polder en de Eerste en Tweede Kamer uitdagingen aanpakt, ons land van het slot haalt, woningen gaat bouwen en jongeren en ouderen vertrouwen geeft in de toekomst.

Mijn fractie had vragen op dit punt, die zijn de afgelopen weken uitgegroeid tot zorgen. Om vertrouwen te winnen moet je betrouwbaar zijn. Hoe is het dan mogelijk dat u als minderheidskabinet voorstelt om het pensioenakkoord eenzijdig open te breken zonder overleg met de partners? Daarmee jaagt u niet alleen de vakbonden op de kast en de jongeren in de hoogste boom, u betoont zich ook onbetrouwbaar ten opzichte van de vakbonden. Dat is meer dan een valse start. U heeft de vakbonden nu al van u vervreemd terwijl u ze hard nodig zult hebben als partner, net als de werkgevers trouwens, om houdbare maatregelen in de sociale zekerheid en zorg te nemen. Daarbij speelt nog de voorjaarsnota die een tegenvaller van 3 miljard laat zien en de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten, waar we nu alleen nog maar naar kunnen raden.

Ook afgelopen week is dit kabinet geen toonbeeld van betrouwbaarheid geweest. Met verbazing heeft mijn fractie de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gehoord die het niet nakomen van door hem zelf gemaakte afspraken verdedigde met een beroep op het coalitieakkoord.

Kan de minister-president ingaan op de status en waarde van het coalitieakkoord van zijn minderheidskabinet? Hoe stelt hij zich voor dat dit kabinet naar meerderheden gaat zoeken?  Met de ‘verdeel en heers’-methode die we afgelopen week zagen, vervreemdt hij zowel de oppositie als de polder. Graag een reactie.

Veel uitdagingen waar het kabinet voor staat zijn ondergebracht in zogenaamde taskforces. In zo’n taskforce moet een aantal ministeries samenwerken en over het algemeen al voor de zomer komen met voorstellen. Zo is er de taskforce ‘slagvaardige overheid’ die vijf omvangrijke opdrachten heeft. Eén daarvan: “Doorbreek de Haagse muren. Dit vergt zowel in structuur als in cultuur bestuurlijke vernieuwing. Deze veranderaanpak verwachten we voor de zomer. Daarnaast stellen we nadrukkelijk als doel om in al ons beleid meer samen te werken met regio’s en beter de kennis en kunde van private partijen te benutten.”

Mijn fractie zou juichen wanneer u dat doel zou bereiken. Denk aan de toeslagenaffaire, denk aan Groningen. Maar een cultuurverandering bereik je toch niet in een paar maanden met een top-down technocratische taskforce? Hoe realistisch is deze opzet?  Of eindigt deze taskforce en mogelijk ook andere in een papieren werkelijkheid waar de burger niets van merkt? Dat zou mijn fractie betreuren.

Mijn fractie zou wensen dat dit kabinet zijn focus vooral heeft op de burgers. Zo’n focus op burgers leidt in het beste geval tot een ministerie overstijgende blik en het doorbreken van Haagse muren. Dan gaat het om mensen, niet om systemen. Daar waar mensen uit het oog worden verloren zorgt dat juist voor forse deuken in het vertrouwen. Graag een reactie van de minister-president.

Asiel

Bij het herstel van vertrouwen in de overheid denkt mijn fractie ook aan asiel. Zonder de reële problemen in de asielketen te willen bagatelliseren, meent mijn fractie dat de maatschappelijke onrust vooral veroorzaakt wordt door het feit dat de overheid de opvang niet op orde heeft. Want wat betreft de instroom: het aantal asielaanvragen per inwoner is in Nederland niet hoger, maar juist lager dan in onze buurlanden en ook lager dan het Europese gemiddelde.[1] In het regeerakkoord zegt het kabinet de rust in de asielketen te willen herstellen. Dat is broodnodig. Wij zijn blij dat het kabinet inzet op structurele financiering voor het COA en de IND, zoals de aangenomen moties-Huizinga c.s. al van de regering vroegen. Over de manier waarop deze financiering wordt geregeld, heeft mijn fractie echter nog vragen.

  • Kan de minister-president toelichten per wanneer het COA in staat wordt gesteld om de zogenaamde ‘vaste voorraad’ van 41.000 opvangplekken te financieren? Als die financiering er eenmaal is, voor hoelang blijft zij dan gegarandeerd?

Dan een korte vraag over de Spreidingswet. Een wet die er belangrijk aan bij zal dragen overlast door grote asielzoekerscentra te beperken. Het vorige kabinet wilde de net aangenomen Spreidingswet intrekken, dit kabinet wil de wet ‘nu voorlopig’ in stand laten. Hoe verhoudt zich dat tot het doel van dit kabinet om de rust in de asielketen terug te brengen. Het gejojo met de Spreidingswet heeft tot onrust en wantrouwen richting de overheid geleid en schade toegebracht aan het draagvlak voor opvanglocaties. Door de toevoeging ‘nu voorlopig’ draagt dit kabinet zelf bij aan nieuwe onrust en onduidelijkheid, naar de mening van mijn fractie, zowel bij burgers als bij gemeenten.

  • Kan de minister-president uitleggen wat het kabinet bedoelt met ‘nu voorlopig’? Onder welke voorwaarden zal de Spreidingswet in de ogen van het kabinet niet meer nodig zijn?

Hoewel het coalitieakkoord behoorlijk uitgebreid is, mist mijn fractie aandacht voor de specifieke problemen die spelen in de regio. Problemen die samenhangen met de vergrijzing in dorpen, het wegvallen van voorzieningen en openbare vervoerslijnen. Kan de minister-president ingaan op de visie van het kabinet hoe de leefbaarheid in de gebieden buiten de Randstad gewaarborgd kan worden. Ook dat heeft te maken met het terugwinnen van vertrouwen.

Al jaren wordt gehoopt en gewacht op de aanleg van de Lelylijn. Een belangrijke spoorlijn die het Noorden veel dichter bij de Randstad zal brengen. Met grote voordelen voor zowel het Noorden van ons land als voor de Randstad. Wanneer komt die lijn er eindelijk, kan de minister-president hierop ingaan?

Defensie en Europa

Dit kabinet is aangetreden in een geopolitiek turbulente tijd. De VS laat zich onder President Trump als een onbetrouwbare bondgenoot kennen. Dat maakt de NAVO, onze veiligheidsparaplu, kwetsbaar.  De VN worstelt met financiële problemen nadat de VS grote fondsen heeft teruggetrokken. En intussen duurt de strijd aan de oostgrens van ons continent alsmaar voort en woedt er een oorlog in het Midden-Oosten, waarvan we de omvang van de gevolgen nog moeilijk kunnen inschatten. Deze ontwikkelingen vragen om een kabinet dat volwaardig meedoet in Europa. Juist in deze onzekere tijd hebben we de Europese samenwerking heel hard nodig. Welke rol ziet dit kabinet voor Nederland in Europa?

In deze steeds instabielere wereld is het belang van ontwikkelingssamenwerking groot. Dit kabinet zegt te willen investeren in ontwikkelingssamenwerking. Dat juicht mijn fractie toe, maar de koppeling tussen het bruto nationaal inkomen en het ODA-budget wordt nog steeds niet volledig hersteld: de oorspronkelijk afspraak op basis van 0,7 procent, waar deze Kamer al vaker om heeft gevraagd, blijft buiten bereik. Hoe wil dit kabinet investeren in de OESO-norm als deze koppeling niet hersteld wordt naar het oorspronkelijk niveau, dat op die norm gebaseerd is?

Het kabinet maakt structureel maar liefst 19 miljard vrij om aan de verhoogde NAVO-norm te voldoen en de krijgsmacht toekomstbestendig te maken. Mijn fractie steunt dat. Wij zien wel een uitdaging om het geld efficiënt en effectief te besteden. Kan de minister-president daar op in gaan? Als laatste op dit gebied: mijn fractie steunt het idee van een vrijheidsbijdrage, maar wij begrijpen niet waarom er voor het innen van de bijdrage een weinig transparante constructie is gekozen waarbij lage en middeninkomens harder worden getroffen. Ook hier zou toch het principe moeten gelden dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Graag een reactie.

De ambities van dit kabinet zijn groot, maar het mandaat is dat niet. Dit kabinet zegt zich ervan bewust te zijn dat meerderheden niet vanzelfsprekend zijn. Dat onderschrijft mijn fractie. We leven in een tijd waarin niets meer zeker lijkt. Bondgenoten worden vijanden, onze welvaart wordt kwetsbaar, er zijn grote uitdagingen wat betreft onze existentiële veiligheid. Dit is geen tijd voor polarisatie. Geen tijd voor kleinzielige politieke spelletjes. Dit is een tijd om met elkaar samen te werken aan een goede plek voor onze ouderen en een veilige toekomst voor onze kinderen. Om dat te bereiken heeft ons land een stabiel en betrouwbaar kabinet nodig, dat inderdaad ‘aan de slag’ gaat. Ook een dienend kabinet dat zich niet verliest in processen en regels maar dat bestaat uit bestuurders die in de eerste plaats de mensen zien waarvoor zij het doen.  Mijn fractie hoopt op goede wetten van dit kabinet waar wij onze steun aan kunnen geven. En wij wensen u zegen op u werk.

Wij zien met belangstelling uit naar de beantwoording door de minister-president.

[1] Aantal eerste asielaanvragen t.o.v. aantal inwoners in 2024: NL 0,18%, EU27-gemiddelde 0,20% en België en Duitsland allebei 0,28%. Bron: Eerste Kamer der Staten-Generaal (pagina 7).