Lees hier Mirjams bijdrage aan het debat over het rapport van de taskforce Antisemitisme ‘Gevangen in vrijheden’
Het rapport Gevangen in Vrijheden van de Taskforce Antisemitismebestrijding laat zien hoe ernstig de situatie is voor Joodse Nederlanders. Niet alleen in het hoger onderwijs, maar in de volle breedte van onze samenleving. Joodse instellingen leven al jaren in een permanente staat van waakzaamheid. Synagogen, scholen en verenigingen: Joods zijn in Nederland betekent beveiligen, alert zijn en hopen dat het niet misgaat.
Er is maar één conclusie mogelijk: antisemitisme is een gif dat diep in onze samenleving is doorgedrongen. De recente aanslagen in Rotterdam en Amsterdam onderstrepen dat dit geen abstract probleem is. Dit gaat niet over gevoelens, maar over reëel en concreet gevaar. Voor veel Joodse Nederlanders is dit dagelijkse werkelijkheid.
Juist daarom is het schrijnend dat Joodse instellingen nog steeds grotendeels zélf opdraaien voor hun beveiligingskosten. Geld dat niet naar onderwijs of gemeenschapsleven gaat, maar naar hekken, camera’s en bewakers. Dat is een fundamenteel verkeerde omkering van verantwoordelijkheden.
Want veiligheid is geen gunst en geen luxegoed. Veiligheid is een kerntaak van de overheid. Deze dreiging is niet door Joodse instellingen veroorzaakt; zij zijn doelwit om wie zij zijn. Beveiliging moet daarom geen privékwestie zijn, maar een publieke verantwoordelijkheid.
De overheid erkent dit principe terecht bij de beveiliging van politici, rechters en journalisten. Omdat we zeggen: democratische kernwaarden mogen er niet van afhangen of je genoeg geld hebt om dat te betalen. Die redenering gaat ook hier op. Vrijheid van godsdienst, vereniging en onderwijs mogen niet afhankelijk zijn van fondsenwerving binnen een minderheidsgemeenschap.
Vrijheid van godsdienst achter zelfbetaalde hekken is geen echte vrijheid. Is de minister het hiermee eens? En welke concrete stappen gaat hij zetten om Joodse instellingen daadwerkelijk tegemoet te komen in de organisatie én de kosten van hun beveiliging?
Antisemitisme is onacceptabel. Dat heeft dit parlement ook vastgelegd in wetgeving. Met de strafverzwaringsgrond voor antisemitische misdrijven heeft de Kamer duidelijk uitgesproken: antisemitisme is geen ‘gewoon’ delict, maar een aantasting van de rechtsstaat.
De vraag is welke eerste inzichten er zijn nu deze wet van kracht is. Ziet de minister dat het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht deze strafverzwaring toepassen? En waar blijven knelpunten bestaan? Want normstelling moet ook voelbaar worden in de praktijk.
Maar strafrecht alleen is niet genoeg. Bescherming achteraf vervangt geen bescherming vooraf. Antisemitisme bestrijd je ook met onderwijs en herinnering. Daarom zijn signalen dat het Nationaal Holocaustmuseum nog onvoldoende wordt bezocht, zorgelijk. Herdenken is geen vrijblijvende activiteit, maar een maatschappelijke opdracht. De Kamer heeft eerder terecht uitgesproken dat Holocausteducatie essentieel is.
Een school die de Holocaust niet volwaardig behandelt, levert geen goed onderwijs. Dit gaat over burgerschap, integratie en het beschermen van onze democratische rechtsorde. De vraag is of de minister bereid is Holocaustonderwijs steviger te verankeren en bezoeken aan het Holocaustmuseum actiever te stimuleren.
Tot slot gaat het ook om grenzen in het hier en nu. De aangekondigde komst van een artiest die zich herhaaldelijk antisemitisch heeft uitgelaten, Kanye West, veroorzaakt grote onrust. In het VK is hem de toegang geweigerd. Ook in Frankrijk, Polen en Zwitserland gaat zijn optreden niet door. Waarom lukt het andere landen wel om hier een duidelijke grens te trekken? Is het kabinet bereid dat voorbeeld te volgen? En zo niet, waarom niet?
We gedenken weer bijna 4 en 5 mei, waar we zeggen: dit mag nooit meer gebeuren. Als we dat echt menen, is het de hoogste tijd om ook te gaan handelen.