Het Belastingplan 2020

201911-CU-Eerste-Kamerfractie-24.jpg
20180522-CU-EersteKamer-35 bijgesneden.jpg
Door Peter Ester op 9 december 2019 om 21:38

Het Belastingplan 2020

Het Belastingplan 2020 is een omvangrijk wetsdocument. Hoewel de koopkrachtplaatjes positief lijken en de middenklasse meer lijkt te gaan profiteren, heeft de fractie toch kritische vragen. Bijvoorbeeld over het functioneren van de Belastingdienst. Wat mag de burger verwachten? Volgens onze fractie is een goed functionerende Belastingdienst essentieel voor een goed functionerende rechtsstaat en voor het vertrouwen van de bevolking. 
Een andere vraag betreft de ambities van de minister met betrekking tot het verminderen van de structurele ongelijkheid tussen één en tweeverdieners. Ook benoem ik bijvoorbeeld het ontbreken van fiscaal beleid gericht op openbaar vervoer. Die sector kan immers een belangrijke bijdrage leveren aan het klimaatakkoord en de energietransitie.

Het Belastingplan 2020 raamt de belastinginkomsten voor volgend jaar op een dikke €300 miljard. Een imponerend bedrag, maar Nederland krijgt daar een relatief hoge brede welvaart voor terug. Via fiscale regelingen en subsidies wordt €110 miljard herverdeeld. Het Belastingplan 2020 is ook qua wetgeving omvangrijk. Maar liefst acht wetsvoorstellen liggen voor. De tijd om dit grondig te bestuderen is te krap. Veel te krap. De kwaliteit van onze parlementaire oordeelsvorming is in het geding. Welke concrete mogelijkheden ziet de staatssecretaris om vanaf volgend jaar de fiscale wetgeving meer over het jaar te spreiden? 

Voorzitter, de koopkrachtplaatjes – voor wat ze waard zijn – zitten allemaal in de plus. Er zijn verschillen, maar die zijn eerder ná dan vóór de komma. De inkomensongelijkheid ontspoort niet. De marginale druk wordt voor nagenoeg alle inkomens minder; ook de piekbelasting daarbinnen neemt af. We zien dat door het draaien aan fiscale knoppen nu ook de middenklasse gaat profiteren. En dat is een goede zaak.

De forse verhoging van de arbeidskorting heeft positieve koopkrachteffecten maar veroorzaakt ook structurele ongelijkheid tussen een- en tweeverdieners. Deze korting – in 2021 is de extra verhoging structureel goed voor €2,15 miljard – was ooit bedoeld om arbeidsparticipatie te bevorderen. Op verzoek van de ChristenUnie-fractie heeft de staatssecretaris een notitie gemaakt hoe effectief deze korting nog is om betaalde arbeid te stimuleren. Er is evidentie uit CPB-studies dat de arbeidskorting als generieke prikkel te bot is geworden om meer mensen naar de arbeidsmarkt te geleiden. Ligt daar dan ook niet de sleutel om de kloof tussen een- en tweeverdieners te dichten? Wat is de meerwaarde van een arbeidskorting in een tijd dat de werkloosheid laag is? De arbeidsparticipatie is bijna maximaal. Is in het verlengde van deze argumentatie de stapsgewijze afschaffing van de algemene heffingskorting voor een niet-verdienende partner in beton gegoten, zo vraag ik de staatssecretaris?

De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de regering werk maakt van het niet verder laten oplopen van de verschillen tussen een- en tweeverdieners. Heeft het kabinet überhaupt nog de ambitie om de kloof zelf daadwerkelijk te dichten? Hoe passen de uitkomsten van het onderzoek dat op verzoek van de Tweede Kamer is uitgevoerd naar marginale druk en eenverdieners in deze ambitie? 

Voorzitter, mijn fractie heeft herhaaldelijk aandacht gevraagd voor belastingplichtigen die de vaardigheden missen om hun aangifte digitaal te doen en digitaal met de Belastingdienst te communiceren. Wij zijn dan ook blij dat de keuzemogelijkheid van niet-elektronische communicatie met de dienst nu wettelijk vastgelegd wordt. Kan de staatssecretaris garanderen dat belastingplichtigen die voor de niet-digitale variant kiezen even goed geholpen worden? Is dat op enigerlei wijze geborgd?

Het is, voorzitter, voor spaarders niet te begrijpen dat hun tegoed niet wordt belast op basis van reëel rendement. De staatssecretaris laat weten dat een herziening van Box-3 op dit punt pas in 2022 mogelijk is, na reparatiewerk in 2017. Kan er in de tussenliggende jaren niet wat meer coulance worden betracht richting de spaarder? Ook gezien de uitspraak van de Hoge Raad. Het CDA kwam met het idee van tijdelijke drempelvrijstellingen. Kan de staatssecretaris hier niet wat creatiever nadenken? Het blijft overkomen als fiscale pesterij van goedwillende spaarders.

De zelfstandigenaftrek wordt in negen jaarlijkse stappen verlaagd van €7.280 naar €5.000. Structureel levert dit €450 miljoen op. Deze verlaging wordt gecompenseerd met een verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting die volgend jaar €1,5 miljard kost en structureel naar bijna €2,8 miljard klimt. Betekent deze fiscale keuze dat het kabinet het onderscheid tussen zelfstandige en werknemer doelbewust kleiner maakt en tussen zelfstandige en ondernemer groter? Is deze fiscale keuze gemaakt met kennis van de interim-conclusies van de commissie Borstlap? 

Voorzitter, de ChristenUnie-fractie kan uitstekend leven met de strategische inzet van de verhuurderheffing om meer nieuwbouw van betaalbare huurwoningen te realiseren. Zeker in schaarstegebieden. Voor deze heffingskorting wordt €100 miljoen uitgetrokken. De vraag is hoe structureel deze korting kan zijn nu door velen betoogd wordt dat de verhuurderheffing het einde van zijn bestaan nadert. Mijn partij herkent zich daarin. Immers, de verhuurderheffing uit 2013 was primair bedoeld om de overheidsfinanciën tijdens de voorbije crisisjaren te ontlasten. Zoals vaker met fiscale prikkels, is deze oorspronkelijke doelstelling naar de achtergrond verdwenen. De vraag is dan hoe stabiel de nieuwe inzet van de verhuurderheffing kan zijn. Bij een nieuwe kabinetsformatie kan deze zo maar sneuvelen. Moeten we woningcorporaties niet meer zekerheid bieden willen ze de investeringshandschoen opnemen?

Dit belastingplan, voorzitter, geeft handen en voeten aan de fiscale uitwerking van de energietransitie. Twee opmerkingen vooraf. Allereerst is het jammer dat een CO2-heffing nog geen onderdeel is van dit Belastingplan. Kan de staatssecretaris schetsen wat hier het tijdpad is? Wanneer zal een voorstel deze kamer bereiken? Wat ten tweede opvalt bij de bestudering van de fiscale klimaatmaatregelen is het ontbreken van beleid gericht op openbaar vervoer. Dat is opmerkelijk. De sector kan immers een belangrijke bijdrage leveren aan het klimaatakkoord en de energietransitie. Hoe ziet de staatsecretaris de relatie tussen klimaatakkoord, openbaar vervoer en de fiscus? Moet hier niet eens fundamenteel over worden nagedacht? Is hier een rol weggelegd voor de fiscaliteit?

De felicitaties van de ChristenUnie-fractie aan de staatssecretaris voor zijn Europese inspanningen rond de vliegbelasting. Chapeau. Uiteindelijk is vliegen gewoon te goedkoop en moet – ook fiscaal – worden ontmoedigd. Kan de staatssecretaris de afspraken met ons delen die de betreffende negen EU-landen gemaakt hebben? Hoe kan een vliegbelasting worden vormgegeven? Wat wordt het vervolgtraject? Vreest hij het vetorecht dat individuele lidstaten in de besluitvorming hebben?

De autobelastingen spelen een grote rol in de energietransitie. Elektrisch rijden wordt fiscaal aangemoedigd en daar is vanuit klimaatdoelstellingen alle reden toe. Het recente rapport van de Rekenkamer over autobelastingen maakt echter niet vrolijk. De fiscale prikkels wijzen niet consequent dezelfde kant uit. Er is een web van tariefskortingen, vrijstellingen, teruggaafregelingen en verlaagde tarieven die niet allemaal prikkelen tot klimaatvriendelijk gedrag. Wordt het niet tijd, zo vraagt mijn fractie, om het systeem van autobelastingen te heroverwegen? Hoe vinden we balans tussen het genereren van algemene autobelastingopbrengsten (goed voor €17 miljard per jaar) en de bijzondere klimaatdoelen van de autobelasting? Hoe gaat de staatssecretaris met deze tweespalt om?

De ChristenUnie-fractie is blij dat het kabinet inzet op het verminderen van het belastingdeel van de energierekening voor huishoudens. Het gaat om bijna €1,7 miljard structureel als gevolg van de aanpassing van de energiebelasting en de schuif in de Opslag Duurzame Energie (ODE). De fifty-fifty lastenverhouding in de tarieven wordt omgezet naar twee derde bedrijfsleven en een derde huishoudens. Mijn fractie pleit ervoor de energierekening op microniveau zo transparant mogelijk te maken, zodat huishoudens de financiële consequenties daadwerkelijk merken van energiekeuzes. 

De glastuinbouw heeft zich fors verzet tegen de nieuwe tariefstelling. Hoe beoordeelt de staatssecretaris de argumenten van de sector? Hoe verhoudt de forse stijging van het ODE-tarief voor de sector zich tot het Klimaatakkoord en de beoogde energietransitie? Dreigt er niet een terugval op fossiele brandstoffen? Hij heeft toegezegd de gevolgen van de tariefstijging voor de glastuinbouw te zullen monitoren. Is er voor de staatssecretaris een kantelpunt in het volgen van de tariefimpact denkbaar op basis waarvan hij zal ingrijpen in de tariefstelling? 

In het kader van het Urgenda-vonnis, voorzitter, gaat buitenlands afval in de berekening van de afvalstoffenbelasting betrokken worden. Nederland importeert een kwart van het afval dat wij hier verbranden. De presentatie van dit punt in het betreffende wetsvoorstel suggereert dat deze bijstelling de enige aanscherping in het Belastingplan is vanwege dit vonnis. Klopt deze observatie en zo ja wat is daarvan de reden? Gaat deze bijstelling het verschil maken om recht te doen aan de Urgenda-uitspraak?

De ChristenUnie-fractie is verheugd dat dit kabinet nu voortvarend werk maakt van bestrijding van belastingontwijking. Nederland hoort niet in het rechterrijtje van fiscale doorsluislanden. Mijn fractie verwelkomt de bronbelasting op renten en royalty’s en de implementatie van de ATAD-2 richtlijn. Om fiscaal aantrekkelijke effecten van hybridemismatchstrukturen te neutraliseren is ingewikkelde wetgeving nodig. Hoe beoordeelt de staatsecretaris de handhaafbaarheid van deze wetgeving? Hoe is dat ingeregeld? Leren Europese lidstaten op dit punt van elkaar?

Wij zijn ook blij met de aanpak van intermediairs: malafide belastingadviseurs die via agressieve fiscale planning hun cliënten actief helpen bij belastingontwijking en -ontduiking. De Panama Papers geven daarvan voorbeelden. Hoe gaat de Belastingdienst de noodzakelijke samenwerking aan met het OM, de nationale politie en de FIOD?

Voorzitter, als laatste thema bespreek ik de Belastingdienst. In de acht jaar dat ik lid ben van de commissie Financiën hoor ik weinig anders dan kommer en kwel over de dienst. ICT- problemen, cultuurissues, reorganisatieperikelen en recent het drama rond de kinderopvangtoeslag, tonen een Belastingdienst die nu al een decennium ernstig uit vorm is. Ook deze staatssecretaris is energiek aan de klus begonnen, heeft stappen gezet, maar hij kijkt er steeds minder optimistisch bij. De ChristenUnie-fractie wil graag van hem horen hoe de Belastingdienst er aan het einde van het kabinet Rutte III voor zal staan qua uitvoeringskwaliteit. Wat mag de burger verwachten? Komt het ooit nog goed, zo verzucht menig parlementariër. Hier en aan de overkant. Grote projecten als de energietransitie en het Klimaatakkoord kunnen niet slagen zonder een soepel lopende Belastingdienst.

Een goed functionerende Belastingdienst is essentieel voor een goed functionerende rechtsstaat, voor het vertrouwen van de bevolking. De belastingmoraal is hoog in Nederland, maar dat houden we alleen zo indien de uitvoering van de Belastingdienst op orde is. Het recente FNV-onderzoek over het slechte werkklimaat bij de Belastingdienst stemt droevig. Kan de staatssecretaris reageren op de conclusies?

Het parlement zelf is ook niet zonder zonde. De complexiteit van fiscale wetgeving wordt immers in de keuken van het Binnenhof gebrouwen. De wirwar van toeslagen en uitzonderingsbepalingen – inclusief de veranderingen daarin – is steeds door de beide kamers als medewetgever geaccordeerd. Het fiscaal zelfreinigend vermogen van ons parlement kan wel wat extra aandacht gebruiken.

Uitvoerbaarheid is een kerndimensie in de beoordeling van wetgeving door de Eerste Kamer. In dat licht ben ik benieuwd hoe robuust de staatsecretaris zijn eigen uitvoeringstoetsen eigenlijk vindt. Mij valt op dat de Belastingdienst zelden hard op de rem trapt als de dienst gevraagd wordt om een fiscale uitvoeringsbeoordeling van voorgenomen beleid. Moet de staatssecretaris, zo vraagt de ChristenUnie-fractie, niet veel meer op zijn fiscale ponteneur gaan staan? Moet er niet veel steviger ingezet worden op de voorkant van het uitvoeringsprobleem: de veel te complexe wetgeving? 

Uiteindelijk, voorzitter, is ook hier de conclusie dat we niet ontkomen aan een fundamentele herziening van ons belastingstelsel. Het moet eenvoudiger en transparanter. Mijn fractie betreurt het dat deze herziening er deze kabinetsperiode niet in zit. Een gemiste kans. We hebben nu de financiële ruimte die een stelselwijziging behoeft. Straks niet meer als we de nieuwe CPB Middellangetermijn Verkenning 2022-2025 mogen geloven. De staatssecretaris wil wél - aldus zijn fiscale agenda - bouwstenen aandragen voor dit broodnodige herontwerp. Dat klinkt karig. Mijn fractie verneemt graag wat hier de denkopbrengst is en welke initiatieven wij mogen verwachten. Ook is de ChristenUnie-fractie benieuwd naar de fiscale prioriteiten van de staatssecretaris voor de resterende kabinetsperiode. Hoe ziet zijn opgeschoonde fiscale agenda eruit?

Voorzitter, ik sluit af. De ChristenUnie-fractie kan zich goed vinden in het Belastingplan 2020. Er wordt consequent vastgehouden aan de kabinetsfilosofie om consumptie meer te belasten, arbeid goedkoper te maken en klimaatvriendelijk gedrag fiscaal te faciliteren. Groepen blijven qua koopkracht redelijk bijeen en voor de middenklasse is er eindelijk lucht. De kloof tussen een- en tweeverdieners verdiept niet verder, maar waakzaamheid blijft geboden. 

De Belastingdienst blijft bij dit alles een zorgenkind. Dit mag niet ontsporen. Slagvaardig en rechtvaardig fiscaal beleid kan niet zonder een goed functionerende belastingdienst. 

Ik zie uit naar de antwoorden van de staatssecretaris op onze vragen

Deel dit bericht