Verlenging noodpakket banen en economie

Kapper in coronatijd.jpg
Peter Ester blog portret.jpg
Door Peter Ester op 6 juli 2020 om 14:35

Verlenging noodpakket banen en economie

Met deze derde incidentele begroting maakt het kabinet bijna €11 miljard vrij om het noodpakket banen en economie tot en met september te verlengen. Het gaat om de NOW-regeling: de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkgelegenheid, en de Tozo-regeling: de tijdelijke overbruggingsmaatregel voor zelfstandige ondernemers. Met deze verlenging geven we werkgevers, werknemers en zzp’ers ook de komende maanden een beetje lucht in deze barre sociaaleconomische omstandigheden. 

De ChristenUnie-fractie is blij dat Nederland in de afgelopen jaren dusdanige buffers heeft aangelegd, dat we ons deze miljardeninjectie kunnen veroorloven. De Jozef-economie, zo blijkt maar weer, is geen speeltje van zuinige economen van calvinistische snit, maar een effectieve strategie om ons te wapenen tegen slechte tijden. Het aanleggen van solide buffers is geen financieel leerstuk van economische watjes, maar getuigt van realiteitszin en het leren van eerdere crises. Herkent de minister zich in deze vaststelling? 

Het kabinet heeft de afgelopen maanden met een enorme bazooka van tientallen miljarden de noodsteun voor bedrijven en hun werknemers gelanceerd. Voor baan- en inkomensbehoud. Ook van zzp’ers. Mijn fractie schaart zich hier volmondig achter. Het ging en gaat immers om acute noodsituaties die slagvaardig ingrijpen vereisen. Het kabinet heeft alert en goed gereageerd. Er komt echter een moment waarop we de overstap moeten maken van generieke ondersteuningsmaatregelen zoals de huidige NOW en Tozo, naar individueel maatwerk. Nu redden we het nog met massale loonsteun, maar die kunnen we niet eindeloos verlengen. De zakken van het kabinet zijn weliswaar diep, maar niet onbeperkt. Noodsteun is bedoeld voor de korte termijn, maar is op deze schaal onhoudbaar op de langere termijn. De ChristenUnie-fractie wil de minister vragen wanneer deze overstap naar afbouw en maatwerk in zicht komt en welke randvoorwaarden daarbij volgens hem richtinggevend moeten zijn. Wat is zijn visie op deze kwestie? 

Voorzitter, de ChristenUnie-fractie pleit voor een tweesporenbeleid waarin algemene, betrekkelijk ongedifferentieerde tijdelijke steunmaatregelen vergezeld gaan van structurele hervorming van onze arbeidsmarkt. De minister acteert op vele borden en mijn fractie heeft behoefte aan een duiding van de onderlinge samenhang van het steunpakket banen en economie in relatie tot zijn hervormingsplannen. We denken daarbij vooral aan het advies van de Commissie Borstlap, maar ook aan het recente pensioenakkoord. En eerder: de wet Arbeidsmarkt in balans en de plannen rond zzp’ers 

Hoe verhoudt de korte termijn, ongerichte steunaanpak zich tot de plannen voor een structurele reset van onze arbeidsmarkt? Van duurzaam herstel. Een arbeidsmarkt die wat de ChristenUnie-fractie betreft inclusief is, die kwetsbare groepen werknemers en werkzoekenden recht doet, die zich geïnspireerd weet door het Rijnlandse sociale model, en duurzame arbeidsparticipatie bevordert. Hoe ziet de minister deze dubbele opgaaf van incidentele noodsteun en structurele hervorming? Wat is zijn agenda en marsroute? 

Ik wil een paar gedachten meegeven over de noodzaak en richting van deze structurele reset. De ChristenUnie-fractie maakt zich grote zorgen over de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen werknemers. Zij worden als eerste het slachtoffer van deze ingrijpende crisis. Zij lopen verhoogde risico’s om hun baan te verliezen; hun baankansen staan op de tocht. De doorgeschoten flexibilisering van economie en arbeidsmarkt verzwakt de positie van flexwerkers, van jongeren, van mindergekwalificeerde zzp’ers, van arbeidsgehandicapten, van mensen met minder baankansen, van Wajongers, juist in een tijd dat allerlei beschermingsconstructies zwaar op de proef worden gesteld.  

We hebben binnen de polder voor groepen kwetsbare werkzoekenden zoals personen met een arbeidsbeperking, meerjarige afspraken gemaakt over het aantal nieuw te realiseren banen. Deze afspraken staan door de coronacrisis zwaar onder druk. Het ergste moet worden gevreesd. Ook de vorige crisis raakte mensen met een beperking volop. De vier koepelorganisaties die verenigd zijn in het Netwerk Samen Werken voor Werk hebben hard aan de bel getrokken.  

Kan de staatssecretaris – het is haar beleidsterrein dus ik spreek haar graag aan - aangeven hoe zij de actuele situatie beoordeelt en of zij aanscherping van de quota-afspraken voor de groep arbeidsbeperkten overweegt. Niet alleen in de marktsector, maar ook in de nog steeds achterblijvende publieke sector. Hoe voorkomen we verdere marginalisering van deze groep? Hoe voorkomen we dat grote groepen mensen met een arbeidsbeperking op de reservebank terechtkomen? Wat betekent een inclusieve arbeidsmarkt in deze ongekende crisis? Mijn fractie waardeert een reflectie op deze fundamentele vragen.  

Voorzitter, de beste bescherming van werknemers tegen een crisis, is het op orde hebben en houden van kerncompetenties en beroepsvaardigheden. Een beroepsbevolking die wendbaar en weerbaar is, is beter toegerust om een crisis te overleven, om omslagen op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden. De opgaaf voor modern arbeidsmarktbeleid is een beroepsbevolking die getraind is in de juiste arbeidsmarkt-skills, beschikt over relevante arbeidservaring en scholingsbereid is. Een beroepsbevolking, kortom, die veerkrachtig is. Dat maakt dat we werkzoekenden en werknemers kunnen geleiden van krimp- naar groeisectoren, van overschot- naar tekortsectoren. 

We moeten ervoor zorgen dat de ontwikkeling van werkzoekenden, schoolverlaters, maar ook mensen met een baan, niet stilvalt. Permanente ontwikkeling is het credo van activerend arbeidsmarktbeleid. Duurzame arbeidsparticipatie is hier de sleutelterm. Dat gaat op voor alle geledingen van de arbeidsmarkt, van hoog tot laag en van laag tot hoog. Voor jongeren moet gelden dat leer-werkcombinaties tijdens de crisis hun band met de arbeidsmarkt in stand houden en afglijden voorkomen. 

De titel van het wetsvoorstel spreekt van een noodpakket banen en economie 2.0. De ChristenUnie-fractie onderstreept de doorontwikkeling naar een tweesporenbeleid. Onze analyse geeft aan dat het noodpakket nog te veel 1.0 en te weinig 2.0 is. Wij pleiten ervoor de structurele component van het tweesporenbeleid meer naar de voorgrond te halen. De 50 mln die nu additioneel is voorzien voor online scholing en ontwikkeling, steekt wel erg karig af bij de noodzaak van omvattend beleid rond duurzame inzetbaarheid en bijbehorende individuele leerbudgetten. Zeker als het scholingsaanbod zich ook uitstrekt tot zzp-ers. Dit bedrag gaat het verschil niet maken. Ook de Tweede Kamer wees daarop. Bovendien is de handhaafbaarheid van de 5%-kortingsboete weinig imponerend. Is het niet mogelijk om in samenspraak met de polder de beschikbare O&O-fondsen versneld te ontsluiten om een paar stevige stappen in dit dossier te maken? Ziet de minister kans daartoe? Kan de SER hier een adviserende en bemiddelende rol spelen?

Voorzitter, dit is niet het moment om extra geld te vragen. Mijn fractie begrijpt dat. Is de minister bereid in de aanloop naar Prinsjesdag dit gedachtengoed rond een wend- en weerbare beroepsbevolking een extra impuls en herkenbare plek te geven in zijn arbeidsmarktbeleid 2.0? Of misschien moet ik zeggen: 3.0. Kan hij dat mijn fractie toezeggen? Duurzame arbeidsparticipatie, een veerkrachtige beroepsbevolking en de competenties en vaardigheden die daar bij horen, zijn de beste strijdmiddelen tegen een crisis op de arbeidsmarkt. Dat geldt voor werknemers maar ook voor zzp’ers.  

We moeten dit voortvarend en offensief aanpakken zodat, en met die hoop sluit ik af, Nederland ditmaal echt sterker uit de crisis komt en beter is voorbereid op een volgende noodsituatie.  

De ChristenUnie-fractie wenst de beide bewindslieden alle succes in deze veeleisende en verwarrende tijden en ziet uit naar de antwoorden op onze vragen.

Deel dit bericht

Labels: ,