Belasting op CO2-uitstoot elektriciteitssector

Kolencentrale
Peter Ester, CU Eerste Kamer - Foto Niek Stam -03116 - kopie (2) - kopie.jpg
Door Peter Ester op 8 maart 2022 om 11:30

Belasting op CO2-uitstoot elektriciteitssector

De ChristenUnie is positief over het instellen van een minimum CO2-prijs voor de elektriciteitssector. In het Klimaatakkoord wordt een belasting op de uitstoot van CO2 voorgesteld, daar is dit een uitwerking van. Het is belangrijk dat de vervuiler betaald, dat geldt ook voor de energiesector.

Mijn fractie verwelkomt de nieuw staatssecretaris van harte. Ik heb goede herinneringen aan zijn tijd als senator en zie uit naar onze samenwerking in de voorliggende periode. Zijn onmiskenbare expertise rond fiscale kwesties zal hard nodig zijn, gezien de beleidsuitdagingen die zich op zijn terrein opdringen. Ik denk aan de broodnodige stelselhervorming en de Box-3 perikelen. Een even hartelijk welkom aan minister Jetten. Het is goed dat u vandaag bij dit debat in de Eerste Kamer bent. Het gaat immers om de verduurzaming van bedrijven die elektriciteit opwekken. Wij wensen de staatssecretaris en de minister veel wijsheid en daadkracht in de komende, ongetwijfeld turbulente jaren.

Urgentie
Voorzitter, de leden van de ChristenUnie-fractie beklemtonen het belang en de urgentie van het beprijzen van de uitstoot van broeikasgassen bij elektriciteitsopwekking. Het principe «de vervuiler betaalt» is daarbij ons uitgangspunt en dit principe is voor ons ook leidend in het beoordelen van het voorliggend wetsvoorstel. Het Klimaatakkoord vraagt terecht om een belasting op CO2-emissies. Ook van de energiesector, van bedrijven die elektriciteit produceren. Energiebesparing en emissiereductie zijn voor mijn fractie bepalend voor een effectief klimaatbeleid. Nederland moet de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in hoog tempo afbouwen, wil het de klimaatdoelstellingen van Parijs en de Europese Green Deal halen. De elektriciteitssector speelt bij dit alles een essentiële rol. Berekeningen laten zien dat het aandeel van elektriciteit-producerende bedrijven in de Nederlandse CO2-uitstoot ongeveer een kwart is. Een eerlijke uitstootbelasting is daarom fair fiscaal beleid.

Europese samenwerking
Het Regeerakkoord is hier helder: het wil de p
rikkels voor verduurzaming versterken door het verhogen van de marginale heffing bovenop de prijs van het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Deze insteek gold al voor het vorige kabinet onder wiens regime dit wetsvoorstel is ingediend. Om zekerheid voor partijen te creëren wordt een oplopende bodemprijs voor de ETS-rechten geïntroduceerd, bij voorkeur in samenspraak met de ons omringende landen. De eerste vraag van mijn fractie is hoe het staat met de onderlinge afstemming van lidstaten. Is er sprake van een hechte coalitie of gaat ieder land voor zich? Tekent zich consensus af rond deze marginale heffing? Speelt de Europese Commissie een rol van betekenis? 

De Memorie van Antwoord meldt dat Nederland het enige land is dat een additionele minimum CO2-prijs kent in aanvulling op het EU-ETS. De leden van de ChristenUnie-fractie horen graag wat de reden is voor deze uitzonderingspositie. Gezien het feit dat het ETS een Europees systeem is, had overwogen kunnen worden om de minimumprijs voor CO2-emissies vanuit Brussel te initiëren en voor alle EU-landen te laten gelden. Dat had het speelveld meer gelijkgetrokken. Hoe beoordeelt de staatssecretaris en minister de subsidiariteit van deze gedachtegang? 

De tweede vraag is waarom er van meet af aan niet gekozen is voor een overkoepelende CO2-minimumprijs voor alle industriële bedrijven en sectoren die onder het ETS-emissiesysteem vallen. Ook de Raad van State wijst hier terecht op. Het wetsvoorstel beperkt zich tot bedrijven die elektriciteit opwekken. Vanwaar deze sectorale inperking, zo vraagt mijn fractie. 

Daarnaast stelt het Regeerakkoord dat de beoogde meeropbrengst van de marginale heffing en de oplopende bodemprijs terugvloeit in het klimaatfonds voor verduurzaming van bedrijven. Het gaat dan met name om onderzoek en innovatie rond klimaatneutrale technologieën. Kan de minister op dit punt wat meer context en detail delen met de Kamer? Wat gaan de speerpunten en prioriteiten worden? Over welke bedragen hebben we het?

Effect
Voorzitter, het belasten van
CO2-emissies is een goede zaak maar zal alleen effect sorteren indien de marginale heffing substantieel is. En daar zit hem nu net de kneep. De voorgestelde heffing ligt ver - erg ver zelfs - onder de huidige ETS-prijs die de elektriciteitssector nu moet betalen. Dat is wat de ChristenUnie-fractie betreft de achilleshiel in dit debat. De heffing loopt op van €12,30 in 2020 naar €29 in 2029 per ton kooldioxide-equivalent, waarbij het jaarlijkse tariefverschil in de beginjaren lager is dan in de latere jaren. De heffing treedt in werking als de ETS-prijs onder het minimumtarief komt. Tot voor kort lag de ETS-prijs rond de €96. Bijna zeven keer het door het kabinet voorgestelde heffingstarief in 2021 en bijna tien keer hoger dan de ETS-prijzen van nog maar vijf jaar geleden. 

Ik merk daarbij op dat de Russische invasie de ETS-prijs zwaar onder druk heeft gezet. Dat wordt veroorzaakt door gestegen liquiditeitsbehoeften van investeerders door de hoge energieprijzen, het anticiperen op vraagvermindering en sneeuwbaleffecten. Maar de langetermijnontwikkelingen, aldus ING, blijven in de richting van hogere ETS-prijzen wijzen. Dat leidt tot de vraag aan de staatssecretaris en minister of het wetsvoorstel niet gewoon is ingehaald door de ETS-prijsontwikkelingen? Wat is de visie van de elektriciteitssector op de hoogte van de voorgestelde heffing? 

Het valt mijn fractie op dat de voorgestelde heffingsbedragen voor de elektriciteitssector ruimschoots liggen onder het tariefpad dat geldt voor de CO2-uitstoot door de industrie in ons land. Voor de industriële sector gelden tarieven van €30 in 2021 tot €125 per ton CO2 in 2030. De hoogte van deze tarieven ligt overigens eveneens beduidend onder de huidige ETS-prijzen. Kunnen de bewindspersonen dit opmerkelijke tariefverschil tussen elektriciteitsbedrijven en de industriële bedrijven nader duiden? Is een zekere tariefuniformering hier niet geboden? Moet er niet sprake zijn van een gelijk speelveld? 

Overigens kent Duitsland inmiddels ook een minimumprijs voor CO2-emissies voor diverse fossiele brandstoffen. De prijzen lopen op van €25 in 2021 tot €55-€65 in 2026. Onder het Nederlandse tarief dus. Het nieuwe Duitse Coalitieakkoord geeft aan de dat minimumprijs op lange termijn niet onder de €60 mag vallen. 

Mijn fractie heeft stellig oog voor de nadelen van een hoog minimumtarief voor elektriciteitsbedrijven - ik noem verplaatsing naar het buitenland van bedrijven en de leveringszekerheid van elektriciteit - maar nu is de balans ver te zoeken. Ook in vergelijking tot de industriële sector als zodanig. Graag een reflectie van de bewindspersonen op dit punt. Gelden de conclusies van onderzoeksbureau Frontier Economics - dat een aantal jaren geleden onderzoek deed naar CO2-beprijzing - nog steeds? Hoe taxeren zij de effectiviteit van deze wel zeer lage marginale minimumheffing? Is de heffing gewoon niet te beperkt om zoden aan de dijk te zetten? Wat is daarbij hun inschatting van de ontwikkeling van de ETS-prijzen in het komend decennium? Zal er sprake zijn van volatiliteit of een zekere stabilisatie? 

De ChristenUnie-fractie, voorzitter, ziet spanning tussen de forse klimaatambities van dit kabinet en de schamele minimum CO2-prijs die de elektriciteitssector via dit wetsvoorstel wordt opgelegd. Herkennen de bewindslieden deze spanningsverhouding? Hoe wegen zij het feit dat het PBL geen direct reductie-effect toekent aan het voorgestelde prijspad en weinig heil verwacht van de beoogde doelstelling? De klimaatschade door de sector, zo concludeert het Planbureau, is groter dan de huidige CO2-prijs.

Belastingdienst
Dan nu over naar een aantal additionele vragen rond het wetsvoorstel. Zo is het mijn fractie nog steeds niet duidelijk waarom de Belastingdienst niet verantwoordelijk wordt gesteld voor de inning van de heffing maar de Dienst NEa, de Nederlandse Emissieautoriteit. Ook de Raad van State plaatste kritische kanttekeningen en vindt de kabinetsoverwegingen niet overtuigend. Kan de staatsecretaris de meerwaarde van de gekozen constructie nog eens toelichten? Beperkt het niet zijn regiekracht?

Verhuizing naar buitenland
De lichte prikkel die uitgaat van de CO2-minimumprijs wordt door het kabinet o.a. gelegitimeerd door de angst dat een steviger prikkel leidt tot verplaatsing van de elektriciteitsproductie naar het buitenland. Beschikt de bewindspersonen over evidentie dat deze angst gerechtvaardigd is? Waaruit blijkt dat verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten naar het buitenland een reëel scenario is? Pleit dat niet voor Europese interventie? Een dergelijk uitwijkbesluit is immers bepaald niet lichtzinnig en wordt niet op een achternamiddag genomen. De reallocatie-investeringen zijn diep ingrijpend. Afgezien van deze overwegingen, is de leveringszekerheid van elektriciteit volgens onderzoek van TenneT redelijk gewaarborgd. 

Fit-for-55
De Europese Commissie heeft recent het omvattende ‘Fit-for-55’ pakket gelanceerd. Welk effect zal dit hebben op het huidige EU-ETS systeem? De Memorie van Antwoord geeft aan dat dit pakket zal leiden tot een versnelde verlaging van het aantal emissierechten. Ook rond deze kwestie heeft de ChristenUnie-fractie behoefte aan een nadere verheldering. Welke impact zal dit hebben voor de minimum CO2-prijs voor elektriciteitsopwekking? Ook wat betreft de mogelijke verlaging van het plafond aan emissierechten. We zijn ook benieuwd hoe de staatssecretaris en de minister uitvoering gaat geven aan het EU-voorstel voor een ‘Carbon Adjustment Mechanism’ (CBAM) om via een Europese CO2-grensheffing koolstoflekkage aan de buitengrenzen van de EU te voorkomen. Hoe gaan zij vorm geven aan de aangenomen CU- en D66-motie rond het beëindigen van het gratis uitdelen van emissierechten?

Conclusie
Voorzitter, ik rond af. Met het introduceren van een minimumheffing op
CO2-emissies door elektriciteitsbedrijven wordt een nieuwe stap gezet in de verduurzaming van de sector. Dat is op zich uitstekend. Het is evenwel een minimale heffing, een klein stapje, een deukje in een groot pak boter, om het eens huiselijk te zeggen. De heffing zal door de elektriciteitssector niet ervaren worden als een sterke prikkel die verleidt tot snelle extra investeringen in duurzaamheid en CO2-reductie. Een heffing die weinig marktconform is gelet op de huidige bedragen voor emissierechten. Het wetsvoorstel is simpelweg gebaseerd op verouderde prijzen.  

Is het niet verstandig, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie, om nog eens kritisch te kijken naar de hoogte en beoogde impact van de voorgestelde heffing? In ieder geval zal dit onderdeel moeten zijn van de voorziene evaluatie over drie jaar. Kunnen de bewindslieden dit verzoek honoreren? Is het niet raadzaam de hoogte van de heffing te laten meebewegen met de hoogte van de vigerende ETS-prijzen? Het is wijs beleid om ook dit onderdeel te laten zijn van de evaluatie. De leden horen ook graag wat de evaluatiecriteria gaan worden, mede in het licht van het Tweede Kamer amendement van Grinwis c.s.

Labels: ,