Bijdrage Mirjam Bikker aan debat over sneller sluiten drugspanden

Mirjam Bikker 2018 - Foto: Anne Paul Roukema
Mirjam - portret
Door Mirjam Bikker op 4 december 2018 17:42

Bijdrage Mirjam Bikker aan debat over sneller sluiten drugspanden

"Voorzitter, 'Nederlandse criminelen spelen een belangrijke rol bij de productie van amfetamine (samen met criminelen uit enkele andere landen, met name Polen) en zijn bij de vervaardiging van xtc de grootste producent in Europa. Waarschijnlijk is Nederland ook de grootste producent ter wereld, maar ‘harde’ mondiale data ontbreken.' Schokkende bevindingen uit het rapport 'Waar een klein land groot in kan zijn' dat de Nederlandse Politieacademie begin september presenteerde. Als er iets is waar deze minister gedurende het eerste jaar van zijn ministerschap indringend mee is geconfronteerd, dan is het wel de omvang van de drugscriminaliteit en de effecten die dat alles heeft op de samenleving. Drugslaboratoria in woonwijken, dumpingen van afval, we zien wekelijks, soms zelfs dagelijks dat het de spuigaten uitloopt en dat gewone inwoners van ons land op deze manier worden blootgesteld aan gevaarlijke situaties. Daar komt bij dat  Nederlandse criminelen volgens het rapport een bijdrage van minimaal 18 miljard leveren aan de illegale wereldeconomie als het gaat om de productie van synthetische drugs. Mijn fractie spreekt haar waardering uit voor de strijdlust die de minister laat zien om deze criminele organisaties uit te bannen en de drugs met hen. Wij steunen de minister van harte in zijn gevecht." Zo begon ik mijn bijdrage vanmiddag aan het debat over het sneller sluiten van drugspanden. Hieronder kunt u het vervolg van mijn bijdrage aan dit debat nalezen.

Vandaag bespreken we een wetsvoorstel dat niet ziet op opsporing, maar wel op de effecten van de drugsproductie en -handel in bijvoorbeeld een woonwijk of op een industrieterrein. Als er voorwerpen of stoffen in een pand aanwezig zijn die duidelijk bedoeld zijn om drugs te maken of te telen krijgt de burgemeester de bevoegdheid het pand te sluiten. De fractie van de ChristenUnie kan zich vinden in de onderbouwing van het wetsvoorstel dat dit enerzijds bijdraagt aan het doorbreken van de keten van drugsproductie en -handel en anderzijds voorkomen dat een wijk verloederd door de rotte kiezen die deze panden vormen. Tegelijk leven er op drie punten wel nadere vragen. Dat gaat over de positie van de burgemeester, de proportionaliteit van de maatregel en tenslotte het effect van een sluiting op de omgeving. 

Allereerst de positie van de burgemeester. Het is verschrikkelijk dat burgemeesters onder zware beveiliging moeten leven vanwege dreiging van criminele organisaties die volop actief zijn in de drugswereld. Ook vanaf deze plaats een hart onder de riem voor de moedige burgemeesters die dit aangaat. Het voorgestelde wetsvoorstel maakt de mogelijkheden van de burgemeester nog iets ruimer. Brengt dat nog nieuwe risico's voor de burgemeester met zich mee, nu hij nog eerder actief kan zijn in het tegenwerken van criminele organisaties? Hoe beoordeelt de minister dat? In het onderzoek van mevrouw Bruijn naar de ontwikkeling van de toepassing van art. 13b van de Opiumwet valt overigens op dat het merendeel van de burgemeesters in 2016 helemaal geen pand sloot. Hoe beoordeelt de minister dat gegeven? Heeft de minister in samenspraak met zijn collega van Binnenlandse Zaken beeld hoe de burgemeesters in de gemeenten waar drugscriminaliteit gelukkig nog niet of minder zichtbaar is, toch scherp aan de wind kunnen zeilen als inzet van de bevoegdheden wel nodig is. Het lijkt mijn fractie sterk dat in al deze gemeenten geen drugscriminaliteit voorkomt. Het zou in elk geval sterk te betreuren zijn als de gemeenten rond bijvoorbeeld Oss of Schiedam, waar veel panden gesloten zijn, het nieuwe toevluchtsoord zijn voor criminelen. Dat waterbedeffect moet voorkomen worden. Ziet de minister aanleiding om waar nodig burgemeesters nader toe te rusten voor het inzetten van deze bevoegdheden? Burgemeesters die stevig optreden kunnen ook zelf gevolgen ondervinden voor hun veiligheid. Helaas kennen we die voorbeelden. We moeten deze burgemeesters voluit steunen en dat zal de minister ook doen. Maar wat betekent dit voor het ambt, hoe houdt de minister met zijn collega van binnenlandse zaken de vinger aan de pols, dat deze ontwikkeling niet belemmerend wordt in het vinden van goede burgemeesters?

Dan de proportionaliteit van deze maatregel, er is zowel in de schriftelijke voorbereiding als hier plenair al door collega’s bij stil gestaan. Voorkomen moet worden dat de effecten onevenredig zwaar zijn voor huisgenoten, voor goedwillende melders die hetzij als eigenaar hetzij als medehuurders de gevolgen van een sluiting evengoed ervaren. De minister heeft op dit punt al zijn inzet in de Tweede Kamer laten zien en de motie Buitenweg/Van Nispen heeft de puntjes op de i gezet zodat de verruiming nog steeds een herstelsanctie is en geen punitief karakter krijgt. 

De minister heeft bovendien het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid gevraagd om dit najaar een gesprek tussen gemeenten en verhuurders te organiseren, om te verkennen hoe maatregelen van verhuurders en gemeenten elkaar kunnen versterken. De verhuurders vrezen dat de omgeving verpauperd als een woning langere tijd niet opnieuw verhuurd kan worden. Dat brengt mij bij mijn derde punt. Ik denk dat verhuurders hier een punt hebben, maar dat geldt ook in de situatie van een koopwoning. Als een 6 tot 12 maanden gesloten wordt ( in het onderzoek van mevrouw Bruijn de meest voorkomende periodes) heeft dat allereerst een prachtige signaalfunctie naar de omgeving. Overtreding van de wet heeft stevige gevolgen - begin er dus niet aan!

Maar als vervolgens de planken voor de ramen blijven zitten dan heeft dat geen stimulerende werking om de buurt naar een hoger plan te brengen. Hoe beoordeelt de minister dat effect? Is dat ook onderwerp van gesprek bij het eerder genoemde overleg, maar worden ook andere belanghebbenden en ik verantwoordelijken en dan denk ik aan VNG en natuurlijk de minister van Binnenlandse Zaken betrokken? Nu de minister krachtig aan de slag is met de strijd tegen ondermijning, moet ook de weerbaarheid van de lokale gemeenschap niet vergeten worden. Wat zijn de voornemens van het kabinet op dit punt en op welke manier wordt deze Kamer daarover geïnformeerd.

Voorzitter, de minister vindt ons aan zijn zijde als hij burgemeesters de mogelijkheid geeft om eerder op te treden tegen de voortwoekerende drugscriminaliteit. Dat moet wel op een manier gebeuren waar burgemeesters zich goed ondersteund weten, proportioneel de maatregel inzetten en met oog voor de effecten op de leefomgeving. Ik zie uit naar de antwoorden van de Minister.

Deel dit bericht