Bijdrage Stieneke van der Graaf een het algemeen overleg Zeden

woensdag 23 mei 2018 00:00

Bijdrage Stieneke van der Graaf aan een algemeen overleg met minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming

Kamerstuknr. 29 270

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Wat het laatste punt betreft dat zojuist aan de orde kwam, sluit de ChristenUnie zich aan bij de brede zorg die geuit is door de commissieleden over de aanpak van onlinekindermisbruik en de rol van de internetbedrijven daarin.

Voorzitter. Ik wil deze bijdrage graag beginnen met het rapport Gewogen risico van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Deze doet heel waardevolle aanbevelingen om het recidiverisico van zedendelinquenten heel goed vast te stellen en daar vervolgens met alle betrokkenen goed over te communiceren. De minister volgt heel veel daarvan op. Dat kan volop rekenen op de steun van de ChristenUnie.

Ik heb nog wel behoefte aan een nadere toelichting op het punt risicotaxatie. Anderen hebben daar ook naar gevraagd. De Nationaal Rapporteur beveelt aan ervoor zorg te dragen dat het inschatten van het recidiverisico van zedendelinquenten op actuariële wijze plaatsvindt. Dat wil zeggen dat de uitkomst van het inventarisatie-instrument bepalend is voor het oordeel over het recidiverisico. Men zegt dat dit zou leiden tot een betere voorspelling. De minister geeft daar deels gehoor aan, maar niet helemaal. Ik wil toch een nadere toelichting van de minister waarom hij tot deze keuze is gekomen.

Voorzitter. Vorige week hebben we van het kabinet een brief ontvangen waarin staat dat het wetsvoorstel over het strafbaar stellen van wraakporno ter consultatie is gelegd. Het zonder toestemming rondsturen van naaktfoto's en filmpjes zal nu zelfstandig strafbaar worden gesteld. Daar pleit de ChristenUnie al langer voor. Als dit je overkomt, als zulke beelden van jou rondgaan, heeft dat een enorme impact. Je kunt daardoor getekend worden voor het leven. Wij pleiten daarom ook al langer voor een expliciet verbod. Kan de minister aangeven wat de verdere planning van dit traject is, ook binnen het traject van modernisering van de zedenwetgeving als geheel?

Om op dit punt door te gaan: in 2012 is het Wetboek van Strafrecht gewijzigd, waardoor de mogelijkheden om een taakstraf op te leggen voor ernstige zeden- of geweldsmisdrijven werden beperkt. We hebben nu ook een arrest van de Hoge Raad liggen in de Valkenburgse zedenzaak. Met het opleggen van een taakstraf en een celstraf van één dag wordt op zichzelf voldaan aan het wettelijke taakstrafverbod. De ChristenUnie vindt alleen een taakstraf voor ernstige zedenmisdrijven geen adequate bestraffing. De vraag is dan of een taakstraf met één dag cel dat wel is. Dat leidt bij ons tot vragen. Doet dit recht aan de ernst van de zaak, als het gaat om zedendelicten? Waarom zou een minderjarig slachtoffer, waar hier sprake van was, nog aangifte doen als dit uiteindelijk de uitkomst is? Waarom zou je nog gaan opsporen en vervolgen? Collega Van Oosten van de VVD heeft schriftelijke vragen gesteld over de wenselijkheid van deze strafoplegging. Ik vraag de minister hoe hij ertegen aankijkt. Kan de minister ook al meer zeggen over de wenselijkheid van een wijziging van de wet op dit punt, ook kijkende naar de verhoudingen binnen het hele stelsel en de verhouding met andere delicten? Ik krijg daarop graag een reactie van de minister.

Daar laat ik het bij, dank u wel.

Informatie

« Terug

Nieuwsarchief > 2018

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari