Bijdrage Stieneke van der Graaf aan het algemeen overleg Kansspelen

donderdag 13 september 2018 00:00

Bijdrage Stieneke van der Graaf aan een algemeen overleg met minister Dekker voor Rechtsbescherming

Kamerstuknr. 24 557

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Als eerste wil ik stellen dat de ChristenUnie de nieuwe Wet op de kansspelen als een grote gok ziet. Zo hebben wij dat ook bij de wetsbehandeling uitgesproken. We hebben er zorgen over. In Denemarken heeft de legalisering van de kansspelen, de onlinekansspelen, geleid tot een veel groter aanbod, veel meer spelers en ook veel meer gokverslaafden. Als ik kijk naar de rapportage van de Deense kansspelautoriteit dan lees ik dat ten opzichte van 2016 er in 2017 46% meer problematische gokverslaafden zijn gekomen die in dat zelfuitsluitingssysteem terecht zijn gekomen. De ChristenUnie vreest dat wij die kant ook zullen opgaan. Wat dat betreft is het dweilen met de kraan open. We zullen dus echt veel meer aandacht moeten hebben voor verslavingspreventie en voor verslavingszorg. Dat zou ook de focus van de ChristenUnie zijn. Als ik dan kijk naar de evaluatie van de Kansspelautoriteit, ben ik er best wel teleurgesteld over dat de Kansspelautoriteit die rol op dat terrein gewoon onvoldoende heeft gespeeld. Mijn vraag daarbij is of er voldoende capaciteit bij de Kansspelautoriteit is om daar de juiste aandacht op in te zetten. We moeten daar fors op inzetten. Hoe gaat die rol versterkt worden? Ik spreek daar de minister op aan.

Voorzitter. Ik wil ook heel graag de cijfers over het aantal gokverslaafden in Nederland in beeld hebben, zodat we dat kunnen monitoren in de komende jaren. Op het moment dat we het online legaliseren zal dat veel gemakkelijker worden. Ik zou heel graag een reactie van de minister willen over de vraag of hij daarvoor aan de slag wil gaan.

Wat betreft het punt over het vermengen van gaming en gambling: de games die veel jongeren en minderjarigen spelen waar loot boxes in zitten, zijn echt een zorgpunt. Terecht heeft ook de Kansspelautoriteit daar veel aandacht voor. Maar hoe gaat de Kansspelautoriteit dit de komende jaren handhaven? Is daar het instrumentarium wel voldoende op ingericht? Zal straks niet alle aandacht gaan naar de onlineaanbieders en wordt dit niet uit het oog verloren? Ik wil daarop heel graag een reactie van de minister.

In de nieuwe Wet op de kansspelen is een zorgplicht opgenomen voor de kansspelaanbieders. Daar zijn hoge verwachtingen van. Ikzelf heb daar wat minder hoge verwachtingen van. Gokbedrijven hebben er baat bij als mensen zo veel mogelijk spelen, gokken, verliezen en dieper in de problemen raken. Toch zijn zij het die de gesprekken moeten voeren met de mensen die spelen. Dat vind ik een hele spannende. Vanuit de verslavingszorg zijn daar ideeën over, want er schijnen trainingen te moeten worden gevolgd. Kunnen dat gecertificeerde trainingen worden, zodat we weten dat de mensen die de gesprekken voeren met de mensen die spelen en in problemen zijn geraakt daadwerkelijk door kunnen dringen? Daarop graag een reactie van de minister.

Als het gaat om de partijen die in aanmerking zouden kunnen komen voor een vergunning, dan zouden illegale aanbieders die nu al beboet zijn wat de ChristenUnie betreft daarvoor niet in aanmerking moeten komen. Maar als dat niet kan, dan wil ik de minister vragen: wat dan wel? Is het mogelijk dat wij eisen stellen aan partijen die bijvoorbeeld een onherroepelijke boete hebben gekregen en om die uit te sluiten om in aanmerking te komen voor een vergunning? Is het mogelijk om het gedrag van illegale aanbieders, als ze beboet zijn, mee te wegen bij de betrouwbaarheidstoets op het moment dat de Kansspelautoriteit moet wegen of partijen in aanmerking kunnen komen voor een vergunning? Wat ons betreft moeten deze partijen strafpunten krijgen. Is de minister bereid om daarnaar te kijken?

Dan over de vestigingseis. De minister schrijft dat het lastig is — zo heb ik de brief begrepen — om echt een vestigingseis te stellen aan partijen die zich in Nederland willen aanbieden. Hij verwijst daarbij ook naar jurisprudentie in Hongarije. Ik snap die redenering, maar in België maken ze daarin een andere keuze. Kan de minister toelichten waarom het daar blijkbaar wel kan, maar hier niet? Graag een uitleg van de minister.

De voorzitter:
Kunt u tot een afronding komen, mevrouw Van der Graaf?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Zeker. Dat doe ik met twee punten. Ik zou graag willen dat op het moment dat in Nederland een vertegenwoordiger wordt aangesteld, dat niet één vertegenwoordiger wordt die meerdere bedrijven zal vertegenwoordigen in Nederland. Ik denk dat er dan weleens gladde types tussendoor zouden kunnen glippen. Dat vinden wij onwenselijk. Kijk of we in lagere regelgeving nadere eisen kunnen stellen aan die vertegenwoordiger. Wat ons betreft mogen dat scherpe eisen zijn, in ieder geval maximaal één vertegenwoordiger per bedrijf.

Ik sluit af met één vraag. De Kansspelautoriteit heeft een actiepunt gemaakt van de ondersteuning van gemeenten. Is de minister bereid om met zijn collega van Binnenlandse Zaken en met de VNG gesprekken te voeren over hoe we gemeenten beter kunnen ondersteunen om bijvoorbeeld gokzuilen te herkennen en de aanpak daarvan te versterken?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Graaf.

Verdere informatie

« Terug

Nieuwsarchief > 2018

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari