Bijdrage Stieneke van der Graaf aan het algemeen overleg Politie

woensdag 20 juni 2018 00:00

Bijdrage Stieneke van der Graaf aan een algemeen overleg met minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid

Kamerstuknr. 29 628

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De uitdagingen voor de politie zijn groot. Dat geldt voor de politie als organisatie, maar natuurlijk ook voor de agenten en rechercheurs. Zij zetten zich dag en nacht in voor onze veiligheid. De ChristenUnie heeft daar veel waardering voor en die spreek ik graag uit. We hebben ook gezien in de medewerkersmonitor dat de medewerkers trots zijn op hun werk en dat is heel terecht. Ik ben nog steeds blij dat dat vooropstaat.

Het politiewerk kan een grote impact hebben op de gezondheid van de politiemedewerker. Het is een hoogrisicoberoep, zo schrijft de Minister dat ook. Ik zal dan ook in mijn bijdrage ingaan op de extra investeringen die er gedaan worden in de politie en ook in de aanpak van het ziekteverzuim, met in het bijzonder de preventie en aanpak van PTSS. In het regeerakkoord hebben we ervoor gekozen om fors te investeren in extra politie-agenten. Dat was ook hard nodig. De Minister heeft vorige week bekend gemaakt dat er meer dan 1.100 fte bij komt en wordt verdeeld over de regio’s. De ChristenUnie is daar blij mee. Wij zien daarin echt een belangrijke stap naar voren. We lossen daarmee niet alles op, maar het is wel een belangrijke stap. Ik vind het belangrijk om dat zo te zeggen. In verband met de verwachte uitstroom vanwege de vergrijzing wil ik de Minister vragen hoe dit in de komende jaren in de praktijk alsnog vorm gaat krijgen. Onze indruk is dat echt alle zeilen bijgezet moeten worden. Ik zie dus graag een toelichting daarop van de Minister.

Dan kom ik bij het plan van aanpak om ziekteverzuim substantieel terug te dringen. Als ik dat zo lees, dan ligt het risico op de loer dat er gestuurd zal worden op cijfers. Ik vraag de Minister of hij het met mij eens is dat het echt zou moeten gaan om het welzijn van de medewerkers en dat de mentale weerbaarheid en de weerbaarheid van de mensen die het werk doen, centraal zou moeten staan.

Er zijn grote verschillen in de verzuimpercentages tussen de eenheden. De Eenheid Zeeland-West-Brabant blinkt uit. Waarom is dat precies? Wat kan van deze eenheid geleerd worden?

In het plan van aanpak krijgt de leidinggevende een heel centrale rol bij het terugdringen van het ziekteverzuim, maar krijgt de leidinggevende dan ook voldoende tijd en ruimte om die rol in te vullen? Dat vraag ik de Minister.

Ik gaf al aan dat het politievak een hoogrisicoberoep is. Er worden vaker ploegendiensten gedraaid en overuren gemaakt, agenten worden vaker dan andere ambtenaren geconfronteerd met geweld en ook emotioneel kan het best zwaar werk zijn. Kan de Minister dan ook aangeven wat er preventief wordt gedaan om te voorkomen dat de risico’s van het beroep ook daadwerkelijk tot verzuim zullen gaan leiden? Is het voor agenten bijvoorbeeld mogelijk om aan te geven dat ze behoefte hebben om even een ander onderdeel van het werk te doen? Een agent zou bijvoorbeeld wijkwerk kunnen doen, omdat de drugsaanpak een behoorlijke impact op hem of haar heeft. Zijn er meer mogelijkheden om een mental check-up te doen? Ik heb begrepen dat dat bij de Eenheid Midden-Nederland mogelijk is. Zijn er meer van dat soort initiatieven? Ik zou graag een reactie van de Minister daarop willen.

PTSS. Ik ben echt enorm geschrokken van de uitzending bij EenVandaag en van de contacten die ik heb gehad met agenten over de aanpak van PTSS binnen de politie. De wonden die de agenten en hun families toonden, hebben echt een diepe indruk gemaakt. Ik ben dan ook erg blij dat de Minister de signalen hierover serieus neemt en dat echt wordt gezien dat er een stap harder moet worden gelopen. Ook van de agenten zelf krijg ik terug dat er door de jaren heen al wel stappen zijn gezet en dat er verbetering is gekomen als het gaat om het herkennen en erkennen, het begeleiden en ook het behandelen van de PTSS’er. Toch valt er nog heel wat te verbeteren. Dat heeft ook de korpschef eerder bevestigd en ik zie dat ook de Minister dat weergeeft. Daar wil ik graag op ingaan. De Minister schrijft namelijk dat er bewustwordingscampagnes en -trainingen worden ontwikkeld voor de medewerkers én de leidinggevenden, en dat het korps zo wil bereiken dat psychosociale problemen zoals PTSS eerder herkend en bespreekbaar kunnen worden. Ik vraag de Minister of het niet logisch zou zijn om hierbij ook het thuisfront een belangrijke rol te geven. De partners en de gezinnen zijn van groot belang – ik zou bijna zeggen: voor wie niet? – in het bijzonder voor de politiemensen. Die partners zien het als het niet goed gaat met hun partner die bij de politie werkt en het raakt ook hun gezin. Ik weet dat er partnerprogramma’s zijn als bij agenten PTSS is vastgesteld, maar wat wordt er nu gedaan om de gezinnen ook al vroegtijdig te betrekken bij het vroegtijdig herkennen en signaleren, zodat zij daar een rol bij kunnen spelen? Professor Gersons heeft daarvoor aanbevelingen gedaan in de Blauwdruk Mentale Zorglijn. Ik wil de Minister vragen of hij bereid is om te onderzoeken hoe het thuisfront bij die bewustwordingscampagnes betrokken kan worden en hoe partners geholpen kunnen worden bij het eerder herkennen van symptomen en of zij ergens terechtkunnen op het moment dat ze die symptomen zien. Daarop zou ik graag een reactie van de Minister ontvangen.

Verdere informatie

« Terug

Nieuwsarchief > 2018

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari