Bijdrage Gert-Jan Segers inzake Behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties

woensdag 24 oktober 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers aan het plenaire debat inzake de behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties

Onderwerp:   Behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties

Kamerstuk:   33 400 - IV

Datum:            24 oktober 2012

De heer Segers (ChristenUnie):

Voorzitter. Het is een bijzondere avond. Ik ben nog maar een maand Kamerlid en nu al verantwoordelijk voor alle ellende op Curaçao en bepalend voor de samenstelling van de regering, volgens de heer Van Raak.

Vandaag spreken wij over de begroting van Koninkrijksrelaties voor het jaar 2013. In dat jaar is het 150 jaar geleden dat de slavernij op de Nederlandse Antillen en in Suriname werd afgeschaft. Ter gelegenheid daarvan komt komend jaar een film uit: Tula, the Revolt. Het is de verfilming van de door Tula aangevoerde Curaçaose slavenopstand. De film zal een verleden terugbrengen waaraan in het Caraïbisch deel van het Koninkrijk soms te snel wordt gerefereerd, maar waarover wij hier zelden meer spreken. Ik ben benieuwd op welke manier wij dit bijzondere moment volgend jaar gaan herdenken, want zo'n herdenkingsjaar kunnen wij niet zomaar voorbij laten gaan. Ik hoor graag de gedachte van de minister daarover.

In het slavernijmuseum in Willemstad is een mooie spreuk te lezen die stelt dat je in de tuin van je geest woede moet wieden en vrede moet zaaien. Laat dat ook het adagium zijn voor onze onderlinge verhoudingen binnen het Koninkrijk. Ik vraag mij af of de gretigheid waarmee sommige collega's het eiland Curaçao na de verkiezingsuitslag op de optie van onafhankelijkheid wezen, een vorm van vrede zaaien is geweest. Collega Van Toorenburg zei het vandaag nog een keer: vandaag gevraagd, gisteren gekregen. Ook anderen hebben laten doorschemeren dat zij Curaçao liever kwijt dan rijk zijn. De heer Fritsma liet het niet eens doorschemeren, maar zei het tamelijk expliciet. Het is echter niet aan ons om te beslissen over onafhankelijkheid. Wij mogen en kunnen de landen binnen het Koninkrijk niet zomaar loslaten.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

De heer Segers maakte zojuist een verbazingwekkende taalsprong. Hij zei dat óók andere partijen hebben aangegeven dat zij Curaçao liever kwijt dan rijk zijn. Ik denk dat hij nog een keer goed moet lezen wat ik heb gezegd. Als de bevolking van Curaçao het wil, geldt "vandaag gevraagd is gisteren gegeven". Ik zeg niet dat wij het eiland liever kwijt dan rijk zijn. De keuze is aan hen. Zoals de heer Van Dam al zei: het internationale recht heeft ons in die positie gebracht.

De heer Segers (ChristenUnie):

De gretigheid waarmee mevrouw Van Toorenburg "gisteren gekregen" zei, wekte bij mij in elk geval de suggestie dat zij op de onafhankelijkheid van Curaçao aanstuurt en dat zij het een heel goede zaak zou vinden.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Als de bevolking dat wil.

De heer Bosman (VVD):

Ik werd ook in het rijtje genoemd. Heeft de heer Segers niet gehoord dat op de eilanden wordt geroepen dat Nederland onafhankelijkheid tegenhoudt?

Ik denk dat het essentieel is om te blijven herhalen dat het niet aan ons is maar aan de mensen op Curaçao en dat zij die keuze mogen maken. Dat herhaalt de VVD in ieder geval iedere keer, niet zozeer om hen weg te duwen, als wel om aan te geven dat er geen belemmeringen zijn van de kant van de VVD op enige vorm van onafhankelijkheid van Curaçao.

De heer Segers (ChristenUnie):

Die belemmeringen zijn er nooit geweest. Er is internationaal recht, waarin een protocol is opgenomen waarin staat dat, als een gekoloniseerd land onafhankelijkheid wil, de weg daarvoor openligt. De heer Van Dam heeft daar terecht op gewezen. Dat geldt ook voor Curaçao.

De heer Bosman (VVD):

Maar het gaat om de geluiden die op Curaçao worden gebezigd. Het gaat erom dat mensen op Curaçao zeggen dat Nederland het tegenhoudt. Dan is het essentieel om iedere keer weer aan te geven dat wij dat niet doen, in ieder geval de VVD niet.

De heer Segers (ChristenUnie):

Er rust een volkenrechtelijke en historische plicht op ons. Er is geen meerderheid op Curaçao voor de onafhankelijkheid en het ziet er ook niet naar uit dat die er binnen afzienbare tijd zal zijn. Dat zeg ik in de richting van degenen die mij net aanspraken.

De heer Van Raak (SP):

Hoe weet de heer Segers dat nou? De mensen, de bevolking daar, hebben drie partijen gekozen, de PS, de MFK en de MAN. Die partijen willen onafhankelijkheid. Dan heb je een meerderheid van mensen die gekozen hebben voor partijen die graag onafhankelijkheid willen. Dan wil ik graag weten of dat echt de mening van de bevolking is. Daarom doe ik de oproep om zo snel mogelijk een referendum te houden. De heer Segers wil geen referendum houden, wat ik heel opmerkelijk vind. En dan weet de heer Segers ook nog eens de uitkomst.

De heer Segers (ChristenUnie):

Allereerst, waaruit leidt de heer Van Raak af dat ik geen referendum zou willen? Als er de uiting is van de bevolking dat zij onafhankelijkheid wil, kan dat uiteraard. Bij het laatste referendum dat heeft plaatsgevonden, was er nog geen 5% voor de onafhankelijkheid. Ongeveer 20% heeft op de partij van de heer Wiels gestemd met een breed programma, niet alleen de ene wens van onafhankelijkheid. Ik herhaal nog een keer wat ik net heb gezegd. De heer Van Raak heeft in een gesprek met de heer Wiels hem zelf voor de voeten geworpen dat hij een referendum moet uitschrijven, wetende dat hij dat niet zou doen.

De heer Van Raak (SP):

Wanneer was dat laatste referendum ook alweer?

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat was enige tijd geleden, maar dat is het laatste referendum. Bij deze verkiezingen heeft ongeveer 20% op een partij gestemd met een breed programma, waaronder ook inderdaad onafhankelijkheid over tien jaar. Dat duurt dus nog even. De heer Van Raak heeft de heer Wiels terecht voor de voeten geworpen dat hij een referendum moet uitschrijven en heeft hem gevraagd waarom hij dat niet doet. De heer Van Raak weet het antwoord en ik weet het ook.

De heer Van Raak (SP):

Dat referendum is heel lang geleden gehouden, nog voordat wij die staatkundige structuren maakten, nog voordat Schotte in de regering zat en nog voordat Wiels in de regering zat. Dat is dus heel lang geleden. Nu hebben de mensen gestemd op partijen die onafhankelijkheid willen. Dan is het niet meer dan logisch dat je de bevolking vraagt of zij dat echt vindt. De heer Segers zegt dat je dit niet hoeft te vragen, omdat hij wel weet dat zij dat niet wil.

De heer Segers (ChristenUnie):

Wanneer heb ik dat gezegd?

De heer Van Raak (SP):

Dan zijn wij het eens. Of de heer Segers zegt dat de bevolking wel een referendum wil, maar dan zijn wij het eens. Als wij het echter eens zijn, moet de heer Segers ons niet de maat nemen, maar gewoon zeggen dat wij het eens zijn.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik heb gezegd dat de gretigheid waarmee op die optie is gewezen, mij tegen de borst stuit. Dat is één. Twee, als er een wens is bij de bevolking voor onafhankelijkheid, kan zij die krijgen. Dat is de weg die de VN voor koloniën neerlegt. Die optie ligt voor aan onder andere Curaçao. Als het daarvan gebruik wil maken, kan dat. Van het iedere keer daarop hameren en het iedere keer vertellen dat het onafhankelijk kan worden, gaat echter een zekere suggestie uit.

Wij kunnen beter echt werk maken van onze samenwerking binnen het Koninkrijk, want er is wel wat aan de hand, zeker op Curaçao. Er is sprake van politieke onrust, een interim-regering, ernstige vragen over corruptie en mogelijke invloed van de onderwereld, oplopende financiële tekorten en sociale problemen. Het is niet niets. Over de politieke problemen en de oplossing van een interim-regering sprak de minister haar goedkeuring uit, omdat dit de democratie van de meerderheid zou zijn. Wat bedoelde zij daarmee precies? Belangrijker dan de vraag of het democratisch was, is de vraag of zij de gang van zaken ook rechtstatelijk taxeert. Hoogleraar Bovend'Eert heeft over deze gang van zaken op staatsrechtelijke gronden kritiek geuit op de instelling van een interim-regering. Graag krijg ik een reactie daarop. Ik sluit mij aan bij de vragen die collega Van Toorenburg heeft gesteld over de positie van gouverneurs, mede in dat licht.

Wat de financiële tekorten betreft, noemt de Curaçaose interim-premier Betrian de situatie "zeer ernstig". Na de sanering van de schulden twee jaar geleden kwam er extra financiële ruimte vanwege het wegvallen van de rentelasten, maar in twee jaar tijd heeft de regering-Schotte alweer een tekort opgebouwd van 70 miljoen euro, dat in 2014 zelfs zou kunnen oplopen tot 180 miljoen. Dat is heel veel geld in heel korte tijd. Het ergste is dat ook nog onduidelijk is waar dat geld is gebleven. Wordt Nederland op de hoogte gesteld van het onderzoek naar het weglekken van het geld? Wat doet de interim-regering in de periode dat er nog geen nieuwe regering is? Wordt de aanwijzing van de Rijksministerraad ook nu al opgevolgd en gaat ook nu al de hand aan de knip?

Wat Aruba betreft, blijkt uit het WODC-rapport dat het er veel beter gaat, maar ik heb ook begrepen dat er sprake is van een staatsschuld van bijna 1 miljard euro en een begrotingstekort van 150 miljoen. Kloppen deze cijfers? Dat tekort zou het dubbele van dat van Curaçao zijn. In hoeverre wordt daar slagvaardig opgetreden?

Op Sint-Maarten gaat het wat beter, maar ook daar is de financiële situatie kwetsbaar. Niet voor niets is Sint-Maarten te laat met het indienen van de begroting voor 2013, een indicatie van een capaciteitsprobleem van het eiland. In hoeverre ziet de minister mogelijkheden om daar tijdelijk een capaciteitsinjectie te geven?

Vorig jaar is tijdens de begrotingsbehandeling een motie-Ortega-Martijn/Van der Staaij aangenomen waarin de Kamer aandacht vroeg voor de kinderrechten en de regering verzocht te komen tot een gemeenschappelijke aanpak om de soms zeer zorgelijke positie van kinderen te verbeteren. In de brief die de minister in januari van dit jaar heeft gestuurd, somt zij een aantal bestaande maatregelen op, maar er lijkt echt veel meer nodig dan dat. UNICEF heeft net zijn onderzoek afgerond naar de situatie van kinderen op zowel de BES-eilanden als Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Deze week ontving mijn fractie de eerste conclusies, waaruit blijkt dat extra inspanningen hard nodig zijn. Er is sprake van gebrekkig onderwijs, kindermishandeling, misbruik, verwaarlozing, armoede, kinderhandel, seksuele exploitatie van kinderen en op Aruba en Curaçao komen veel tienerzwangerschappen voor. De aanpak van al deze ingrijpende problemen is volgens UNICEF op dit moment onvoldoende. Met een amendement wil ik een verschuiving binnen de begroting realiseren zodat dit enorme probleem al komend jaar met extra middelen kan worden aangepakt. Ik hoop dat het historische jaar 2013 in dit opzicht geen verloren jaar wordt. De collega's hebben inmiddels een schrijven van UNICEF ontvangen die de noodzaak van dit amendement onderstreept.

Ik rond af. De begroting voor 2013 ligt voor. Ik hoop dat het iedereen die hierbij betrokken is, lukt om al komend jaar woede te wieden en vrede te zaaien.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari