Ester: "Ondernemers niet te zwaar belasten"

Peter Ester - Foto: Anne Paul Roukema / ChristenUniedinsdag 11 december 2012 18:05

ChristenUnie-senator Peter Ester wil niet dat de 'vorstverletperiode' verlengd wordt, die voor rekening komt van de ondernemer. 'Dat zorgt voor een belangrijke extra belasting voor werkgevers en daar heeft in deze tijd niemand baat bij. Wie heeft er eigenlijk voordeel van de verlenging van de termijn?'

Lees hier de hele bijdrage van Peter Ester aan het plenaire debat over wetsvoorstel 33.327: Wet vereenvoudiging regelingen UW op 11 december 2012

Voorzitter,

Graag wil ook mijn fractie de Minister van harte feliciteren met zijn benoeming. Wij zien uit naar een goede samenwerking. Het voorliggende wetsvoorstel biedt daarvoor overigens al concrete mogelijkheden. Ook wil mijn fractie de ambtenaren van SZW dank zeggen voor de uitvoerige beantwoording van onze vragen.

De inzet van dit wetsvoorstel is een verdere vereenvoudiging van de door het UWV uitgevoerde regelingen rond werknemersverzekeringen. Mijn fractie steunt deze inzet. We hebben in de afgelopen decennia een wel zeer complex geheel van regelingen bedacht dat voor de meeste cliënten verre van transparant is. Deze complexiteit weerspiegelt niet zo zeer een hang naar regelperfectie maar wordt vooral ingegeven door de eigen dynamiek van belangenafweging tussen de primaire stakeholders: werkgevers, werknemers en regering. Maar ook het parlement zelf heeft aan de ingewikkeldheid van het systeem bijgedragen. Er is een autonome regellogica ontstaan die de uitvoerbaarheid niet altijd ten goede komt. Dat geldt zeker voor allerlei uitzonderingsbepalingen. Het is derhalve van belang om vast te stellen dat we de complexiteit van ons socialezekerheidssysteem zelf hebben veroorzaakt; het is niet van buiten tot ons gekomen. We kunnen het systeem dus ook zelf veranderen en daar gaat dit wetsvoorstel over. De eerste vraag die mijn fractie in dit kader wil stellen is wat de ervaringen zijn geweest bij dit wetsvoorstel met de uitvoeringstoetsen die tegenwoordig deel uit maken van het Integraal Afwegingskader (IAK), het besliskader bij de voorbereiding van wet- en regelgeving. Heeft dit afwegingskader gewerkt bij de vereenvoudingsslag rond de uitvoering van werknemersverzekeringen en waar stuiten we op eventuele beperkingen?

Het onderhavige wetsvoorstel is onderdeel van een meer omvattende taakstelling voor het UWV van € 300 miljoen en richt zich op vereenvoudiging van een aantal socialezekerheidswetten. Dat betreft uitvoeringskosten en niet uitkeringslasten, zoals de Memorie van Toelichting ons met nadruk voorhoudt. Kan de Minister aangeven hoeveel banen er door de vereenvoudigingsvoorstellen verloren gaan bij het UWV zelf? Is dat in dit bedrag verdisconteerd?

Een volgende kwestie die ik aan de orde wil stellen, betreft de wijziging van de startersregeling. Anders dan de gangbare verrekening van de inkomsten achteraf, wordt in dit voorstel de WW-uitkering in de startersfase gekort met een vast percentage van 29%. Mijn fractie is groot voorstander van het activerend gebruik van de WW. Ook als het gaat om het bevorderen van ondernemerschap. De WW als trampoline naar een eigen bedrijf is dan een aantrekkelijke optie. Onderzoek laat zien dat de eerste twee jaar bepalend zijn of een nieuwe ondernemer het redt of niet. Dit gegeven staat haaks op het nieuwe beleid om juist in de aanvangsfase te korten op de WW. Juist in die fase moet de ondernemer alles op alles zetten om zijn nieuwe bedrijf succesvol door die moeilijke eerste periode te loodsen. En daarvoor is financiële armslag nodig. Dat geldt zeker nu de kredietverlening door banken aan het MKB onder druk staat. Kan de minister, zo vraagt mijn fractie, niet een wat steviger perspectief bieden aan WW-ers die een eigen bedrijf willen beginnen? Kan hij niet samen met zijn collega van EZ een inspirerend en wervend arrangement bedenken? Kunnen we hier niet meer creatieve beleidsopties inzetten?

MdV, de discussie rond dit wetsvoorstel - zo blijkt ook vanmiddag - spitst zich toe op de calamiteitenregeling winterse omstandigheden. Het gaat dan om de bekorting van de “onwerkbaar weer-regeling”. Mijn fractie heeft grote moeite met de verdubbeling van de vorstverletperiode die als normaal ondernemersrisico gaat gelden: van twee naar vier weken. Eerst na afloop van deze vier weken kan worden teruggevallen op de WW-regeling. Juist het MKB wordt hierdoor getroffen en dat heeft het in deze crisistijd al moeilijk genoeg. Diverse brancheorganisaties zijn dan ook in het geweer gekomen. En ook de Raad van State en de Stichting van de Arbeid lieten zich kritisch uit. Wat is er eigenlijk mis met de huidige regeling? Deze wordt volledig gefinancierd door werkgevers in de sector – via premiebetaling – en geregeld via de CAO. Welk probleem, zo vragen wij de Minister, lost de nieuwe regeling nu eigenlijk op? De besparing is nagenoeg nihil, zo blijkt uit de beantwoording van onze vragen daarover. Waarom moet hiervoor een uniforme regeling gaan gelden voor alle bedrijven? Wat is eigenlijk de bandbreedte aan diversiteit bij de huidige regeling? De Memorie van Toelichting is op dit punt weinig informatief. Kan de Minister met de Senaat delen wat hij precies onder ondernemersrisico verstaat en welke modaliteiten hij daarbij onderscheidt?

De in de Tweede Kamer aangenomen Motie Heerma vraagt terecht om maatwerk bij de calamiteitenregeling voor specifieke sectoren en specifieke omstandigheden. Het Kabinet is bereid, zo begrijpen wij, om met de sociale partners over deze netelige kwestie te overleggen. Tegelijkertijd wordt vastgehouden aan het primaat van een uniforme regeling. Op deze wijze snoert het Kabinet de eigen speelruimte wel erg in. Door de piketplaatjes zo te plaatsen, wordt de kans op succesvol overleg wel erg klein. Ook hier wil mijn fractie de Minister vragen de grenzen van de onderhandelingsruimte wat breder te trekken en het MKB meer ter wille te zijn. Ook hier de vraag om meer beleidscreativiteit. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn? In ieder geval is het voor mijn fractie een kwestie die verweven is met ons eindoordeel over dit wetsontwerp.

Wij zien uit naar de beantwoording door de Minister van onze vragen.

 

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari