Bijdrage Gert-Jan Segers aan het plenair debat Wijziging Mediawet 2008 ivm aanp. rijksmediabijdrage

dinsdag 08 oktober 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers met de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan een plenair debat met Dekker, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Onderwerp:   Wijziging van onder meer de Mediawet 2008 i.v.m. onder meer aanpassing van de rijksmediabijdrage en overheveling van het budget voor de bekostiging van de regionale omroepen van het provinciefonds naar de mediabegroting

Kamerstuk:    33 664

Datum:            8 oktober 2013

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. We hebben deze week twee dagen van Kamerdebatten over de publieke omroep en tussendoor hebben we ook nog eens een protestdag met omroepmensen op het Malieveld. Dat zijn drie mediadagen achter elkaar. Laten we hopen dat het geen drie Dwaze Dagen worden. De staatssecretaris heeft overigens het geluk dat hij mag spreken nadat hij zowel naar de Kamer heeft kunnen luisteren als naar de mensen van de omroep op het Malieveld. Als er één zijn voordeel met vandaag en morgen kan doen, dan is het wel de staatssecretaris.

Zoals wel vaker in het politieke debat gaat het ook bij dit wetsvoorstel in belangrijke mate om geld. Het is goed om opnieuw te kijken naar het overzicht in de memorie van toelichting waarin staat aangegeven welke landen hoeveel uitgeven aan hun publieke omroep. Te zien is dat we zowel in relatieve als in absolute uitgaven alleen Portugal nog onder ons hebben. Dat is geen positie waar de fractie van de ChristenUnie trots op is, terwijl wij ondertussen een bestel hebben met een pluriformiteit waar wij wel trots op zouden mogen zijn. Zoiets kostbaars verdient een hoger budget dan nu is voorzien, zeker als er ook nog eens miljoenen Nederlanders zijn die uit vrije wil lid zijn geworden van een omroep en zo met hun lidmaatschapsgeld een steentje bijdragen. Dat is toch een participatiesamenleving in optima forma, zou je denken,

De ChristenUnie voelt natuurlijk ook de urgentie van de sanering van de overheid zodat de overheidsuitgaven langzaam maar zeker weer overeen zullen komen met de inkomsten, maar de extra 100 miljoen die het kabinet inboekt, helpt hier nauwelijks bij. Die drukt echter tegelijkertijd wel heel zwaar op de toch al niet bijster sterke schouders in Hilversum. Laat helder zijn, dit weegt ook zwaar voor de fractie van de ChristenUnie. Ik heb dit in een vorig debat al gezegd en dit is niet veranderd.

Wat wel veranderd is, is dat wij inmiddels een BCG-rapport hebben ontvangen en een eerste reactie van de staatssecretaris daarop. Ik dank de staatssecretaris voor de snelheid waarmee dit onderzoek is uitgevoerd en hij zijn eerste reactie heeft gegeven waarmee hij de Kamer op dit punt zo heeft bediend. Wij zullen hier nog verder over praten, maar het is belangrijk om die bevindingen al wel bij dit debat te betrekken.

Voor de fractie van de ChristenUnie maakt dit onderzoek twee dingen helder. In de eerste plaats dat de NPO meer geld kan binnenhalen. In de tweede plaats dat dit extra geld nog onvoldoende is om zowel de bezuiniging als de autonome daling van inkomsten te compenseren.

Wat het eerste punt van de extra inkomsten betreft, is het goed om nu al onze kaarten op tafel te leggen. Immers, bij alle mogelijkheden die BCG aangeeft, komt het zowel in Hilversum als in Den Haag aan op keuzes maken. Ik leg graag namens de ChristenUnie onze kaarten op tafel. Wij willen daarbij een eerlijke prijs voor wat het publieke bestel biedt, een eerlijk deel van de reclame-inkomsten, maar ook handhaving van het onderscheid tussen de publieke omroep en de commerciële omroep. Voor de ChristenUnie leidt dit tot een maximale rugdekking voor de omroep bij de heronderhandelingen over de distributie van programma's. Voor al dat moois dat de publieke omroep te bieden heeft en ook biedt, voor al het moois dat Hilversum maakt, moet een marktconforme prijs worden betaald door de kabelaars. Hoe kan worden voorkomen dat na de onderhandelingen een hogere prijs voor doorgifte een-op-een wordt doorberekend aan de consumenten? Gezien de winsten van de kabelaars zou dat in onze ogen onrechtvaardig zijn. Hoe wordt hierop toezicht gehouden?

De fractie van de ChristenUnie staat niet onwelwillend tegenover een soepeler hantering van de grenzen die tot nu toe gelden voor de Ster. Er is nu een strikte limitering van het aantal Sterminuten per uur. Daarmee zou ook wel iets minder strikt kunnen worden omgegaan. Mijn fractie trekt echter een streep bij programmaonderbrekende reclame. Daarmee zou het onderscheid tussen publiek en commercieel te sterk vervagen.

De NPO heeft laten weten met andere mogelijkheden aan de slag te gaan. Wij zien uit naar de eerste resultaten en wij hopen zeer dat hij de pijn van de bezuiniging enigszins kan verzachten. Het ziet er echter niet naar uit dat de extra inkomsten voldoende zijn om zowel de bezuinigingen als de dalende Sterinkomsten op te vangen. Dat is mijn tweede conclusie. Hoe gaat de staatssecretaris met dit scenario om? Hoe het ook zij, mochten wij al in de verleiding zijn om met dit wetsvoorstel in te stemmen, dan maakt dit scenario dat wel erg lastig. Nu dreigt onverminderd de negatieve spiraal van minder inkomsten, een lager programmabudget, lagere Sterinkomsten, enzovoort.

Dan de regionale omroepen. Voor de fractie van de ChristenUnie is het van belang om hun regionale functie en worteling te behouden. Hoe verder een omroep van de Randstad is verwijderd, hoe belangrijker die functie lijkt te zijn. Ik zeg dit als Utrechter met een verleden in zowel de Randstad als Fryslân. Ik ben benieuw hoe de staatssecretaris in de verdere uitwerking van de plannen voor de regionale omroep, het verschil in waardering en belang tussen de ene regio en de andere verdisconteert. Ik onderstreep graag nog eens de speciale positie van Omroep Fryslân vanwege de grote betekenis voor het levend houden van een van onze officiële rijkstalen. Het is nog onduidelijk waar de aanbevelingen van de commissie-Hoekstra bij de uitwerking precies toe zullen leiden. Misschien kan de staatssecretaris daarover nu al enige duidelijkheid geven. Laat in ieder geval helder zijn dat de fractie van de ChristenUnie hecht aan een sterke Omroep Frylân. Daarnaast is er nog het dispuut over de omvang van het budget van de regionale omroepen en de bezuiniging die haalbaar is. Regionale omroepen hebben al een forse bezuiniging achter de rug. Daar komt nu een bezuiniging van 25 miljoen bij. Bovendien leidt de korting van provincies tot een lager budget. Is dit allemaal nog wel haalbaar? Leidt dit niet tot een dubbele efficiencytaakstelling?

De staatssecretaris sorteert voor met een efficiencykorting van 25 miljoen voor de regionale omroepen, maar het is onduidelijk waar die efficiency precies te halen is. Veel verder dan het noemen van efficiënter werken, onderlinge samenwerking en integratie met de landelijke publieke omroep komt de staatssecretaris vooralsnog niet. Hoe kunnen we instemmen met 25 miljoen efficiencykorting naast de ruim 6 miljoen die al is afgeroomd door de provincies, zolang we nog niet weten of dit haalbaar en verantwoord is? In opdracht van ROOS, de regionale omroepen zelf, heeft een extern bureau berekend dat ruim 16 miljoen het maximaal haalbare is. De staatssecretaris zet in op het dubbele. Is dat verantwoord?

Bovendien lopen er ook nog juridische procedures over de door de provincies toegepaste korting. Hiermee sluit ik aan bij de vragen van collega Van Dijk. Klopt het dat het bedrag van 143,5 miljoen nog verhoogd kan worden op basis van de uitkomst van de procedures? Graag een toelichting. Wordt die compensatie met terugwerkende kracht verleend? Geldt dit ook voor 2014?

Het bedrag dat wordt overgeheveld van het Provinciefonds naar het mediabudget is niet geoormerkt. Het is dus onduidelijk hoe regionale omroepen vanaf 2016 nog zekerheid kunnen hebben over hun budget.

Mijn laatste vraag betreft de verhouding tussen de NPO, de omroepen in Hilversum, en de regionale omroepen. De NPO heeft aangegeven verregaande integratie te beogen. De regionale omroepen hebben bij monde van ROOS gezegd dat ze hiervoor passen. Ik ben benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op die inleidende beschietingen. Ook hierbij leg ik graag namens de ChristenUnie-fractie de kaarten op tafel: wij hechten aan een onafhankelijke regionale omroep, ook los — hoewel geïntegreerd — van de NPO.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik wil graag weten hoe de ChristenUnie tegenover dit wetsvoorstel staat en vooral tegenover die 100 miljoen. Is dit bedrag aanvaardbaar of niet?

De heer Segers (ChristenUnie):
Mijn bijdrage was kritisch, omdat ik zie dat de beoogde compensatie voor de neergang van de STER-inkomsten en de bezuiniging nog onvoldoende is. De compensatie is te weinig om de omroepen het vet op de botten te laten houden. Het was een kritische bijdrage, met een aantal vragen aan de staatssecretaris. Deze bezuiniging is niet onze keuze.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Dat interpreteer ik dan maar als een negatieve beoordeling van dit wetsvoorstel. Ik ken de ChristenUnie als een warm voorstander van de publieke omroep. Zij is toch ook niet te spreken over extra reclames? Dat staat los van de vraag of die extra reclames de bezuiniging kunnen opvangen. Het is toch eigenlijk heel vreemd om te bezuinigen en dit op te vangen met meer reclames op de publieke omroep, zodat hij steeds meer op een commerciële zender gaat lijken? Dat vindt u toch ook niks?

De heer Segers (ChristenUnie):
De bezuiniging van 100 miljoen is een voortvloeisel uit het regeerakkoord. Daar hebben wij onze handtekening niet onder gezet. Dat is niet onze keuze. Wij zijn inderdaad warm pleitbezorger van een sterke publieke omroep. Ik heb verwezen naar het staatje in de nota naar aanleiding van het verslag. Hieruit blijkt dat wij slecht scoren in wat wij overhebben voor onze omroep. Ik ben niet trots op dat staatje. Alleen Portugal staat onder ons. Dat is de kritische insteek. Ik wil met de staatssecretaris meedenken over mogelijke compensatie en mogelijke extra inkomsten die het publieke karakter van de omroep geen geweld aandoen, maar wel extra geld in het laatje brengen. Daar staan wij wel open voor.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Het blijft een beetje vaag. U houdt steeds meerdere opties open in uw antwoord. Mag ik een helder antwoord? Gaat u met dit wetsvoorstel akkoord, ja of nee?

De heer Segers (ChristenUnie):
Het finale oordeel zal in tweede termijn worden geveld. Ik heb vragen gesteld en ben benieuwd naar de antwoorden daarop. Helder moet zijn dat voor ons cruciaal is dat er een sterke omroep overeind blijft met voldoende middelen. Daar wordt nu een aanslag op gedaan, dus vandaar mijn kritische bijdrage. Het is ook cruciaal dat het onderscheid tussen commercieel en publiek overeind blijft. Daarom heb ik gezegd dat wij echt een streep trekken bij bijvoorbeeld programmaonderbrekende reclame. Dat tast het publieke karakter van de omroep dusdanig aan, dat wij dat een brug te ver vinden. Er worden enorme winsten gemaakt door kabelaars, hetgeen nauwelijks tot uitdrukking komt in de vergoeding die zij betalen voor doorgifte voor publieke programma's. Daar mag wel degelijk een correctie plaatsvinden. In dat opzicht kan de staatssecretaris wel op steun van de ChristenUnie rekenen.

De heer Huizing (VVD):
Het gevaar van het gebruik van lijstjes is dat je je moet afvragen of er niet appels met peren vergeleken worden. Wordt op het lijstje dat de heer Segers hanteert, een zodanige vergelijking gemaakt dat ook de kosten voor de regionale omroepen en de lokale omroepen allemaal gelijk zijn? Ik noem de BBC, die deze kosten voor zijn rekening neemt. Op het lijstje dat tot nu toe gehanteerd is, staat Nederland boven Griekenland en Spanje. Blijkbaar zijn we daar inmiddels onder gezakt. Is er in Griekenland en Spanje het laatste jaar een enorm extra budget ter beschikking gekomen van de publieke omroep?

De heer Segers (ChristenUnie):
Het absolute budget in Spanje is vele malen hoger dan dat van de Nederlandse omroep. Ze hebben dus meer budget. Er zijn verschillende lijstjes. Er zijn ook internationale vergelijkingen die verdergaan dan West-Europa. Dit lijstje beperkt zich tot West-Europa. Er zijn ook lijstjes waarop heel Europa staat. Dan staan we, geloof ik, op het niveau van Moldavië. Welk lijstje je dus ook neemt, wij scoren niet goed.

De heer Huizing (VVD):
Het is altijd prettig om hoog te scoren op een lijstje, als je dat een belangrijk lijstje vindt. Belangrijker nog is de vraag aan de heer Segers over het rapport dat vorige week is gepubliceerd door BCG, dat onderzoek deed naar de mogelijkheden tot verruiming van de eigen inkomsten. Daaruit kun je toch maar een ding concluderen, namelijk dat met twee relatief eenvoudige stappen de taakstelling van 45 miljoen voor de publieke omroep kan worden gecompenseerd?

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik heb in mijn bijdrage gezegd dat de ChristenUnie, voor wat het waard is, bereid is om maximale politieke luchtdekking te geven als het gaat om onderhandelingen met de kabelaars over een marktconforme prijs voor het aanbod van de publieke omroep. Daarvoor moet een fatsoenlijke prijs worden betaald. Als dat inderdaad extra inkomsten oplevert, is dat een goede zaak. Wij staan sympathiek tegenover een wat flexibeler regime voor de STER-minuten. Nu is dat heel strikt gelimiteerd tot een aantal minuten per uur. Je zou dan voor een aantal uur bij elkaar een gemiddelde kunnen nemen: het ene uur iets minder, het andere uur iets meer. Daarmee kun je flexibeler omgaan. Als dat inderdaad extra geld oplevert, is dat wat ons betreft zeer bespreekbaar.

De heer Huizing (VVD):
Dat is een helder antwoord. Ik mag dus concluderen dat als die twee onderwerpen uiteindelijk leiden tot het streefbedrag dat ook de heer Segers ooit heeft genoemd, hij akkoord kan gaan met dit wetsvoorstel?

De heer Segers (ChristenUnie):
Nu wordt het ingewikkeld. De heer Van Dijk heeft terecht gezegd dat het ingewikkeld is hoe we de volgordelijkheid hebben vastgesteld. We moeten dan eerst zeggen dat we instemmen met de bezuiniging van 100 miljoen, in de hoop dat er een compensatie zou kunnen plaatsvinden — we kunnen nu zeggen dat er wellicht inderdaad nog enige rek in zit — zonder dat we harde garanties hebben en zonder dat we weten of dit het publieke karakter van de omroep sterk aantast. Ik denk daarbij aan de programmaonderbrekende reclame, die wat ons betreft een sterke aantasting van het publieke karakter van de NPO zou betekenen. Daar zitten dus echt nog wel haken en ogen aan. Het is ingewikkeld om nu "ja" te zeggen tegen een wetsvoorstel zonder te weten of de compensatie voldoende is, niet alleen voor de bezuiniging maar ook voor de autonoom dalende Ster-inkomsten. Het is dus een heel ingewikkelde puzzel.

Ik ben klaar, maar de heer Huizing staat er nog. Hij wil blijkbaar nog een vraag stellen.

De voorzitter:
U hebt reeds drie vragen gesteld, mijnheer Huizing. Ik vergis mij, u mag nog een slotopmerking maken.

De heer Huizing (VVD):
Dan ga ik er toch van uit dat we met elkaar aan de gang moeten om van de hoop die de ChristenUnie heeft, ook een kwestie van vertrouwen te maken.

De heer Segers (ChristenUnie):
De ChristenUnie is een partij van de hoop en een partij van vertrouwen, maar de heer Huizing vraagt heel veel.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari