Bijdrage Carla Dik-Faber aan plenair debat Wijziging Instellingswet Autoriteit Consument en Markt

donderdag 12 december 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Economische Zaken aan een plenair debat met minister Kamp van Economische Zaken   

Onderwerp:   Wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht

Kamerstuk:    33 622

Datum:            12 december 2013

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Vorig jaar kwam de commissie-Kuiper in de Eerste Kamer met een onderzoeksrapport over privatisering. De commissie vroeg aandacht voor publieke belangen en de noodzaak van toezicht op markten. In de conclusies is er expliciet aandacht voor de belangen van de burger.

In het rapport staat letterlijk: "Als er aandacht is voor de burger dan is sprake van een eenzijdig beeld: de burger als consument.(…) Opvallend is dat burgers niet alleen geïnteresseerd zijn in individueel toe te rekenen effecten, maar ook in maatschappelijke effecten. De perceptie van publieke belangen bij burgers gaat verder dan individuele belangen, de belangen van de burger als consument. Burgers beschouwen ook maatschappelijke en politieke belangen als hun belangen. Het gaat burgers wel degelijk ook om het functioneren van de samenleving als geheel."

Een duidelijke conclusie, waar we ook bij dit wetsvoorstel van kunnen leren. De terugtredende overheid heeft veel aan de markt overgelaten en het publieke belang is soms in het geding. De Mededingingswet vormt maar een beperkt onderdeel van het publieke belang. Dat belang is: de interne markt en zo veel mogelijk concurrentie. Maar wat gebeurt er als mededinging botst met andere publieke belangen? Het belang van de individuele consument is niet altijd het belang van de samenleving, denk aan dierenwelzijn, milieu, luchtkwaliteit, internationale mensenrechten en de positie van boeren en tuinders. Deze belangen zijn nu nog vaak ondergeschikt aan mededingingswetgeving en de vrije markt.

De antwoorden van de minister in de nota naar aanleiding van het verslag versterken deze indruk. De minister schrijft dat er in de beleidsregels geen plaats is voor het nastreven van publieke belangen, omdat de Mededingingswet niet het behartigen van die belangen tot doel heeft, maar het beschermen van mededinging. In wiens belang is dit eigenlijk? In het belang van de consument of in het belang van de burger? In het belang van de samenleving of in het belang van de markt?

Verderop in de beantwoording staat dat de minister de ACM niet wil belasten met het nastreven van alle behartigenswaardige publieke belangen. Als de ACM niet alle publieke belangen hoeft mee te wegen, wat heeft de samenleving dan aan de ACM? Het mededingingsbelang is toch een onderdeel van het algemeen belang, waarbij belangen kunnen botsen?

De ChristenUnie heeft daarom eerder gepleit voor een autoriteit voor mens, milieu en markt. Deze autoriteit zou mededinging als een van de belangen mee moeten wegen, maar niet als het centrale belang.

Er zijn voorbeelden waarbij de ACM initiatieven in het belang van de samenleving blokkeert of juist toestaat. Ik wil er een paar van benoemen. De sluiting van verouderde kolencentrales in het energieakkoord. De energierekening wordt enkele euro's per jaar hoger door deze sluiting. Volgens de ACM weegt dat niet op tegen de verbetering van luchtkwaliteit en het milieu. De luchtkwaliteit verbetert aanzienlijk. Is dit de ACM niet een lichte prijsstijging waard? Hoe heeft de ACM het belang van de individuele consumenten afgewogen tegen milieubelangen of volksgezondheid?

Dan de marktmacht van supermarkten, die leidt tot het uitknijpen van boeren en tuinders. De ACM let nog steeds te veel op de consumentenprijs. Uiteindelijk is de primaire producent de dupe. Is het in het belang van de samenleving dat boerenbedrijven verdwijnen of gedwongen worden op te schalen? De ACM zegt op duurzaamheid te beoordelen. Er wordt altijd gekeken of samenwerking kan worden toegestaan, maar afspraken over de prijs zijn over het algemeen niet geoorloofd. Een mogelijke uitweg ligt in het onderbouwen van de verhoogde efficiëntie als gevolg van dit project, omdat de consument profiteert van efficiëntie. De mazen van de mededingingswetgeving worden dus opgezocht, omdat duurzaamheid als beoogd doel eigenlijk niet is toegestaan.

Tot slot een positief voorbeeld: het verdoofd castreren van biggen. Door brede afspraken te maken is de prijs van varkensvlees iets verhoogd. De kosten zijn verdeeld over producenten en consumenten.

Artikel 6 van de Mededingingswet biedt enige ruimte om initiatieven toe te staan die ten goede komen aan de gebruiker. Het Nederlandse bedrijfsleven is heel initiatiefrijk op het gebied van duurzaamheid. Het laatste dat wij kunnen gebruiken, is een toezichthouder die deze ontwikkeling blokkeert. De ACM heeft gelukkig al werk gemaakt van een Kennisbank Duurzaamheid en er zijn beleidsregels opgesteld. Toch zijn bedrijven nog steeds terughoudend met duurzame afspraken. Ik heb daarom een amendement ingediend dat marktpartijen de mogelijkheid biedt om vooraf een beoordeling van de ACM te vragen, maar ook om advies te vragen over wat wel en niet is toegestaan onder artikel 6, lid 3. Ik hoor graag een reactie van de minister hierop.

De heer De Liefde (VVD):
De ACM is een onafhankelijk toezichthouder, niet een onafhankelijk adviseur van het bedrijfsleven. Waarom wil de ChristenUnie die taken met elkaar vermengen en probeert zij die te verenigen in één orgaan?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik zie nu allerlei initiatieven uit het bedrijfsleven, die vaak al in een vergevorderd stadium zijn en waarin is geïnvesteerd door het bedrijfsleven. Die initiatieven hebben het bedrijfsleven dus veel tijd en geld gekost, maar ze stranden door de mededingingswetgeving van de ACM. Het zou goed zijn als het bedrijfsleven die initiatieven vóóraf aan de ACM kon voorleggen met de vraag: als dit ons plan is en we gaan met elkaar op pad, zou dat dan de toets van de ACM kunnen doorstaan en, zo niet, hoe zou het dan anders kunnen?

De heer De Liefde (VVD):
Dit doet mij denken aan een debat dat in Nederland regelmatig terugkomt, en wel als het gaat over accountants en consultants. Accountants gaan adviseren, de advisering wordt te innig, daartegen komt groot bezwaar uit de samenleving en vervolgens moeten de accountancy, de controleurs, de onafhankelijke toezichthouders op de boeken en de consultants heel ver uit elkaar worden geplaatst en moet er een Chinese muur tussen komen. Waarom wil de ChristenUnie eenzelfde situatie gaan creëren voor die zo belangrijke functie van de ACM in het toezicht op de Mededingingswet?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Volgens mij heb ik zojuist duidelijk gemaakt waarom ik het belangrijk vind als dit soort initiatieven aan de ACM kunnen worden voorgelegd. Ik zie dat veel initiatieven stranden bij de ACM, ook mooie en goede initiatieven voor onze samenleving. Ik vind het gewoon erg jammer dat die stranden nadat het bedrijfsleven er heel veel geld en tijd in heeft gestoken. Ik zou dus heel graag zien dat er een lichte toets of advies vooraf van de ACM kan komen. Het hoeft niet groot te zijn, gewoon een antwoord op de vraag of een initiatief conform de Mededingingswet is en zo niet, wat er zou moeten worden aangepast. Ik heb zojuist een heel aantal voorbeelden genoemd; een enkel voorbeeld waarbij het goed ging met afspraken in branches, maar ook een aantal voorbeelden waarbij dat niet goed ging. Die initiatieven en afspraken zijn maatschappelijk vaak zeer gewenst en bedrijven hebben daar vaak hun nek voor uitgestoken. Het is toch berejammer als ze stranden door mededingingswetgeving. Het zou mij een lief ding waard zijn als er een advies kon komen over de mogelijkheden van aanpassing, waardoor dergelijke initiatieven voor de Mededingingswet toch acceptabel zouden kunnen zijn.

De voorzitter:
We doen het in tweeën vandaag, dus nu mag de heer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):
U bedoelt vast niet de heer De Liefde en ik, maar twee interrupties per Kamerlid.

De voorzitter:
Het kan zelfs allebei.

De heer Verhoeven (D66):
Ik sta hier, omdat ik een beetje schrok van de woorden van mevrouw Dik. In mijn betoog heb ik eigenlijk precies het tegenovergestelde gezegd van wat zij zei. Ik heb gezegd dat we blij moeten zijn als de ACM het ook zegt als het ons misschien een keer niet uitkomt, als het tegen het door ons zo gewenste maatschappelijke belang ingaat. Mevrouw Dik-Faber draait dit eigenlijk om en zegt: het zou toch eigenlijk wel heel vervelend zijn als allerlei prachtige maatschappelijke initiatieven worden gedwarsboomd vanwege de Mededingingswet en de toezichthouder daarop. Klopt het dat mevrouw Dik-Faber de ACM eigenlijk wil kunnen sturen en er zo voor zorgen dat de dingen die zij zo mooi vindt, toch kunnen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Het was niet mijn pleidooi om politiek en overheid aan de ene kant en de ACM aan de andere kant, te vermengen en om de banden tussen die twee aan te halen. Ik heb het pleidooi voor onafhankelijkheid heel goed gehoord. Ik vind die ontzettend belangrijk. Het was ook niet mijn pleidooi om de mededingingswetgeving aan te passen. Ik heb het helemaal niet gehad over de aanpassing van de mededingingswetgeving, in die zin dat iets wat we daar nu in hebben, zou moeten veranderen. Ik heb alleen gezegd dat ik een klein element wil toevoegen aan wat al bestaat: dat er vooraf een toets kan plaatsvinden — maar ik ga mezelf nu herhalen — met de vraag of een initiatief de mededingingswetgeving kan doorstaan. Ik heb liever dat dit vooraf duidelijk wordt gemaakt, voordat bedrijven al die investeringen hebben gedaan, dan aan het eind van de rit.

De heer Verhoeven (D66):
Ik wil geen scherpslijper zijn, maar mevrouw Dik maakt het nu misschien nog iets erger. Ze zegt namelijk dat ze niet heeft gezegd dat ze de Mededingingswet wil aanpassen. Dat zou ze als Kamerlid juist wel kunnen doen. De Kamer kan de wet aanpassen. Wat we niet doen als Kamer, is binnen de wet tegen de toezichthouder op die wet zeggen wat we liever zien. Dan kom je namelijk in dat grijze schemergebied waar ik zo graag uit wil blijven. De wet aanpassen is dus een taak van Kamerleden. Dingen agenderen is ook een taak van Kamerleden. Het sturen van de toezichthouder is echter geen taak van Kamerleden. Is mevrouw Dik dat met mij eens? Of wil ze de ACM toch iets meer de ChristenUnie-kant opsturen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dit is te gek voor woorden. Er worden mij woorden in de mond gelegd die ik absoluut niet gezegd heb. Ik ben de laatste die de ACM wil sturen. Ik ben ook de laatste die de wetgeving zo zal aanpassen dat de mededingingswetgeving inhoudelijk anders zal gaan toetsen. Dat doe ik niet. Ik pas wel de wet aan, in die zin dat ik een amendement heb ingediend waarin de mogelijkheid voor de ACM is beschreven om op verzoek van initiatiefnemers te toetsen of een initiatief haar toets kan doorstaan. Dat is het enige wat ik nu voorleg. Dit is geen pleidooi om vanuit Den Haag de ACM te sturen. Het is al helemaal geen pleidooi om vanuit de ChristenUnie de ACM te sturen. Daar wil ik echt verre van blijven. Ik vind het ook bijzonder vervelend dat die woorden hier geuit worden. Het is namelijk werkelijk niet mijn bedoeling. Ik zie dat het bedrijfsleven ontzettend veel kosten maakt en dat initiatieven stranden. Het enige wat ik wil, is dat er dus vooraf een advies wordt neergelegd.

Mevrouw Gesthuizen (SP):
Ik begrijp volgens mij goed wat mevrouw Dik van de ChristenUnie bedoelt, maar ik zie één bezwaar of obstakel. Daar lopen we bij het College bescherming persoonsgegevens ook tegen aan. Als je vooraf om advies vraagt bij een toezichthouder en je een "go" krijgt, is het heel lastig voor diezelfde toezichthouder om je daarna nog een keer in het vizier te houden. Hoe kijkt mevrouw Dik daartegen aan?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik deel dit niet, in eerste instantie, maar ik zou die vraag graag willen doorspelen naar de minister. Ik ben erg benieuwd hoe hij daarop reageert. Ik denk niet dat dit een bezwaar hoeft te zijn, maar ik sta wel open voor argumenten en ik luister ook heel goed naar het antwoord van de minister.

Mevrouw Gesthuizen (SP):
Mag ik mevrouw Dik alvast één argument geven? Ik breng haar de discussie rond het CBP nog even in herinnering. Toezichthouders deinzen hier zelf enigszins voor terug. Het is namelijk heel moeilijk om eerst te zeggen dat het allemaal in orde is en vervolgens als toezichthouder om de hoek te komen kijken. Dat is lastig.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik denk dat het geen probleem hoeft te zijn, maar ik hoor graag de reactie van de minister op dit punt.

De Mededingingswet geeft ruimte aan afspraken op het gebied van duurzaamheid en milieu, maar hoe zit het met mensenrechten? We willen bijvoorbeeld allemaal dat werknemers in productielanden een leefbaar loon verdienen en dat er geen kinderarbeid aan te pas komt. Artikel 6 geeft echter niet expliciet de ruimte om afspraken te maken die zich richten op fundamentele mensenrechten. De wet gaat immers uit van productverbetering voor de Nederlandse consument. Ziet de minister hier ook een probleem? Leggen de Europese mededingingsregels niet te veel beperkingen op voor de mensenrechten?

Nog steeds leggen supermarktketens boeren een regime op voor prijsverlagingen. Vanuit het consumentenperspectief en het mededingingsperspectief kun je beweren dat dit allemaal prima is. De rekening van die prijsafslag ligt bij de boer en bij de tuinder. Wij vragen ons af of hier geen rol is voor de ACM. Ik weet dat we een code hebben voor eerlijke handelspraktijken. Daar hebben we debatten over gevoerd, ook met deze minister. Ik weet dat hij hier terughoudend in is, maar de ChristenUnie blijft een pleidooi voeren voor een ACM die ook toezicht houdt op een eerlijke margeverdeling binnen de keten, hoe ingewikkeld dat ook is.

Het laatste punt dat ik aan de orde wil stellen, is de zorgsector. Recent heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel dat de fusietoets in de zorg regelt. De ACM heeft een belangrijke toezichthoudende rol bij fusies in de zorgsector. De vraag die in de Eerste Kamer werd gesteld, wil ik vandaag ook stellen: staat het patiëntenbelang wel voldoende voorop bij de ACM? Zij toetst natuurlijk puur op de Mededingingswet, maar is dit wel voldoende als het gaat om de zorg? In de zorg gaat het namelijk vooral om toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg.

De heer De Liefde (VVD):
De VVD gunt iedere ondernemer een mooie beloning voor het product of de dienst die hij verkoopt. Ik hoor dat de ChristenUnie hier wederom het pleidooi houdt om de ACM de taak te geven om te bepalen wat voor welk product in dit land een redelijke marge is. Hoe ver wil de ChristenUnie dat doortrekken? Moet de ACM zich straks uitspreken over wat een redelijke marge is voor een pakje aspergesoep of een worstenbroodje, of is het beperkt tot wat de tuinders en boeren produceren? Waar trekt de ChristenUnie de grens? Als zij al een grens trekt, is er dan niet ontzettend sprake van willekeur?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik zie in de praktijk dat de ACM eenvoudig focust op de consumentenprijzen. De ChristenUnie beoordeelt dat als een eenzijdige focus. Dat is een groot verschil met de VVD, die voor een neoliberale, vrije markt gaat, waarin de consumentenprijs het allerheiligste is. Voor de ChristenUnie is dat niet het allerbelangrijkste. Dat is slechts één aspect van wat wij belangrijk vinden. Voor de burger zijn ook milieu, dierenwelzijn, een goed verdienmodel en een eerlijke margeverdeling binnen de keten van belang. Als de supermarkt zijn prijzen verlaagt, wordt die prijsverlaging afgewenteld binnen de keten en komen bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden onder druk te staan. Ik denk dat wij hierin enorm van elkaar verschillen. De VVD-fractie wil een autoriteit die zich richt op de prijs voor de consument; de fractie van de ChristenUnie wil een autoriteit die er niet slechts is voor de consument, maar voor de mens. Mijn fractie wil een autoriteit die er is voor mens, milieu en markt, dus niet alleen voor de markt, maar ook voor de mens en het milieu. Dat is een verschil van visie en ik vrees dat wij niet verder bij elkaar komen.

De heer De Liefde (VVD):
Ik laat veel van de kwalificaties van mevrouw Dik voor haar rekening. Ik constateer dat mevrouw Dik een probleem signaleert, een probleem dat vele partijen in dit huis zien en erkennen. Vervolgens draagt zij hiervoor echter een oplossing aan die de SP niet zou misstaan, namelijk dat de ACM, een soort overheidsinstantie, gaat bepalen wat de prijzen worden binnen een keten en wat een redelijke marge is. Dat vind ik echt te gek voor woorden.

De voorzitter:
Dat was geen vraag.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik ben heel blij dat de VVD-fractie erkent dat er ook andere belangen zijn dan de prijs voor de consument en dat zij vindt dat die belangen geborgd moeten worden. Als de VVD andere voorstellen heeft voor de wijze waarop dat zou moeten gebeuren, ben ik daar erg benieuwd naar, want tot nu toe heb ik die nog niet vaak gehoord.

Mevrouw Klever (PVV):
Ik zit met enige verbazing naar het pleidooi van mevrouw Dik te luisteren. Ik weet niet goed hoe ik het moet wegen. Pleit mevrouw Dik nu voor een toezichthouder op normen, waarden, arbeidsomstandigheden en alles waar de ChristenUnie voor staat? Is dat wat mevrouw Dik nu wil?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik kom er weer op terug: hoe beoordeel je een markt en wat is je visie op een markt? Heeft die alleen te maken met consumenten en consumentenprijzen, of is die visie breder? De ChristenUnie kiest voor een bredere visie. Daarom houd ik hier een pleidooi voor een autoriteit voor mens, milieu en markt.

Mevrouw Klever (PVV):
Dat is natuurlijk afhankelijk van hoe je in het leven staat en welke normen en waarden je aanhangt. Hoe zou een toezichthouder op dit soort subjectieve criteria moeten toetsen? Hoe moet ik dat zien?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik denk niet dat er in dit geval sprake is van subjectieve criteria, omdat het voldoende duidelijk is wanneer milieu, dierenwelzijn of arbeidsvoorwaarden onder druk staan. Daarover hebben wij in dit land afspraken met elkaar gemaakt. Ik bestrijd dus dat het zou gaan om subjectieve criteria.

De voorzitter:
De heer De Liefde heb ik twee keer het woord gegeven op hetzelfde punt, dus dat wil ik de heer Verhoeven hier ook doen.

De heer Verhoeven (D66):
Dank u, voorzitter. Ik weet niet zo goed wat ik hiermee aan moet. Ik ben geneigd om nog een keer scherp aan mevrouw Dik te vragen wat zij nu eigenlijk precies bedoelt, maar laat ik het eens op een andere manier proberen, namelijk door wat toenadering te zoeken. Kan het zo zijn dat mevrouw Dik eigenlijk in de markttoezichthouder een soort moraal zou willen terugzien, moraal op het gebied van dierenrechten, moraal op het gebied van bredere belangen op het gebied van het milieu? Is dat wat zij wil? Zoekt zij eigenlijk een soort moraaltoezichthouder?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Wat ik zie is dat de Autoriteit Consument & Markt zoals wij die nu hebben strijdt voor het belang van de consument en voor de consumentenprijs. Dat kan soms ingaan tegen publieke belangen. Dan wordt er een afweging gemaakt door de ACM tussen aan de ene kant die publieke belangen en aan de andere kant het belang van de consument en de prijs voor de consument. Voor mij is dat proces niet altijd helder. Ik ben begonnen met de constatering in het rapport van de commissie-Kuiper dat er een eenzijdige focus is op de burger als consument. Ik zou dat heel graag willen doorbreken.

De voorzitter:
De heer Verhoeven, ten slotte.

De heer Verhoeven (D66):
Dan begint het mij duidelijk te worden. De bredere wens van mevrouw Dik om de wereld te verbeteren en een bredere kosten/batenanalyse te vinden in prijzen en producten kan ik alleen maar toejuichen. Ik denk dat zij dat in een veel breder stelsel van allerlei debatten zou moeten doen en niet in dit debat over de toezichthouder die kijkt naar de mededinging en de marktwerking, want die is er nu eenmaal om te kijken naar mededinging en marktwerking. Dat kan wel eens betekenen, zoals ik heb aangegeven in mijn betoog, dat het op andere vlakken tot iets onwenselijks leidt in de ogen van een politicus. Is mevrouw Dik het met mij eens dat de markttoezichthouder er niet is om de hele wereld te verbeteren maar vooral om de mededinging in de gaten te houden?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Laat ik eerst zeggen dat ik de politiek in ben gegaan om deze wereld een beetje beter te maken en mijn idealen hier te verwezenlijken, als wij het hebben over het verbeteren van de wereld. Nu ben ik uw vraag kwijt. Kunt u die herhalen?

De heer Verhoeven (D66):
Of het verbeteren van de wereld niet veel verder gaat dan een toezichthouder die gewoon de marktwerking en de mededinging beoogt te bekijken.

De voorzitter:
Mevrouw Dik-Faber. Dat was de vraag. Wij hebben hem.

De heer Verhoeven (D66):
Ik wil de wereld ook verbeteren, maar niet in dit debat via de markttoezichthouder. Dat is eigenlijk mijn punt.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Wij hebben op dit moment een ACM, een markttoezichthouder die inderdaad toezicht houdt op de markt. Dat is een markt volgens een wat de ChristenUnie betreft enge definitie.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Op pagina 3 van de nota naar aanleiding van het verslag lezen we dat er een motie is aangenomen van de leden Dijkgraaf en Geurts, stuk 33418, nr. 99, die met uitzondering van D66 Kamerbreed is aangenomen. Daarin staat: "verzoekt de regering, beleidsregels op te stellen voor de NMa (nu ACM) met daarin aanwijzingen voor het bieden van ruimte voor afspraken in de agronutriketen over publieke belangen als dierenwelzijn en milieu". Is dat waar mevrouw Dik aan refereert?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Die motie ken ik. Die is ook van harte door de ChristenUnie gesteund. Dit is inderdaad één aspect, waarbij wij dus in beleidsregels van de ACM verder kijken dan alleen de consumentenprijzen. Ik denk dat er op dit punt gewoon nog veel te verbeteren is. Dat is gebeurd met het oog op de positie van de landbouw, maar dat kan ook op andere terreinen. Dus dit is een eerste goede stap. Het zou fijn zijn als die een vervolg krijgt.

Ik wil afsluiten met een casus, die ik gisteren in mijn mailbox ontving. Twaalf Amsterdamse huisartsen werken gezamenlijk aan een ouderenzorgproject in hun wijk. Drie van hen trekken het project en bereiden het in detail voor met de andere collega's en de enthousiaste zorgverzekeraar. Zij willen graag met de verzekeraar om tafel over de financiering. De Mededingingswet verbiedt dit echter. De twaalf huisartsen moeten individueel met de zorgverzekeraar onderhandelen over hun tarief. Er staan hoge boetes op het delen van concurrentiebeperkende gegevens. In alle inhoudelijke voorbereiding mag er, kortom, tussen de huisartsen onderling met geen woord over vergoedingen van de verzekeraar worden gesproken. Deze mededingingsrechtelijke eisen maken de deelnemende huisartsen onzeker en frustreren het proces, ook voor de zorgverzekeraar. Het project dreigt daardoor te stranden. Zo'n voorbeeld maakt duidelijk dat er wat de ChristenUnie betreft een groot gat bestaat tussen het theoretische en juridische kader en de doorgaans kleinschalig georganiseerde huisartsenzorg.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari