Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Passend onderwijs

woensdag 18 december 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind als lid van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan een algemeen overleg met staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap  

Onderwerp:   Passend onderwijs

Kamerstuk:    31 497

Datum:            18 december 2013

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Het is goed dat we weer over passend onderwijs praten. Drie rapporten hebben we: de derde voortgangsrapportage, het ECPO-eindrapport en de Gateway Review. Ze geven allemaal de grote zorg weer dat ouders en leraren te weinig betrokken zijn, net als de VO-raad. Andere woordvoerders hebben daar al uitgebreid bij stilgestaan. Ook de ChristenUnie heeft eerder grote zorgen geuit over de overgang naar het passend onderwijs. Hoewel we het systeem op zich hebben ondersteund, zagen we de problemen rond draagvlak en betrokkenheid van ouders. Toentertijd hebben we zelfs tegen het wetsvoorstel gestemd, omdat dit gepaard ging met 300 miljoen bezuinigingen. Gelukkig zijn die van tafel. Ook stond er nog 50 miljoen bezuiniging voor passend onderwijs op stapel. Ook die is nu van tafel met het Herfstakkoord. Er is zelfs 650 miljoen euro bijgekomen. Voor een deel zal dit neerslaan bij de invoering van passend onderwijs. Aan de financiële zorgen is dus grotendeels tegemoet gekomen. Met de 50 miljoen wil de ChristenUnie in ieder geval het voortgezet onderwijs (vo) tegemoet komen. Dat zou immers voor 21 miljoen gekort worden. Met dit geld worden leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en PrO bovendien ontzien. Er zijn nog wel andere problemen.

Negatieve verevening geeft grote zorgen in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland. De Rekenkamer noemde deze zomer de krimp van leerlingaantallen als een grote risicofactor bij de invoering van passend onderwijs. Van de commissie-Dijsselbloem hebben we geleerd dat een stelselwijziging niet gepaard moet gaan met een bezuiniging. Toch gaan sommige regio’s er 6 miljoen op achteruit. In veel regio’s wordt verevend op basis van cluster 4-leerlingen, maar dreigt cluster 3, kinderen met een handicap, de dupe te worden van de bezuinigingen. De laatste Kinderen met een handicap in Tel laat juist zien dat naar verhouding meer kinderen met een handicap in Noord- en Oost-Nederland wonen.

De ChristenUnie kijkt met zorg naar de vorming van samenwerkingsverbanden. Het lijkt veelal om bureaucratie te gaan, in plaats van om de kinderen in de klas. Op verschillende plaatsen duiken nieuwe directeuren op, worden bureaus opgericht, zien allerlei adviesbureaus hun kans. We zien nieuwe overhead ontstaan. Had het geld niet gewoon direct via de schoolbesturen moeten lopen? Is dat niet een weeffout in het systeem? Door deze nieuwe bureaucratie zijn veel samenwerkingsverbanden nog niet toegekomen aan de kern: de stap naar de leraar en de klas. Ziet de staatssecretaris ook het probleem dat we nog te druk zijn met management en overhead, en de leraar en de klas pas op het laatste moment in beeld komen?

De ECPO heeft code oranje afgegeven over de invoering volgend jaar augustus en adviseert om gas bij te geven. Ook de sector wil volgend jaar passend onderwijs invoeren. De ChristenUnie hoopt dat van de overgang volgend jaar weinig te merken zal zijn in de klas. Dat betekent namelijk dat er rust blijft voor leraren en leerlingen. De ChristenUnie sluit aan bij de oproep van de sector. Het speciaal onderwijs blijft gewoon bestaan. De norm is regulier waar het kan, speciaal waar het moet. Volgend jaar zal er geen grote verschuiving moeten plaatsvinden van speciaal naar regulier onderwijs. Steunt de staatssecretaris deze gedachte?

Ik heb grote zorgen over de thuiszitters. De huidige situatie is dat veel kinderen thuiszitten, omdat er geen passende plek is. Veel leerlingen met autisme zitten thuis, vooral omdat het vo en het mbo hen geen toegang tot onderwijs geven. Het Meldpunt AUTI-Weigerscholen laat een zorgelijk beeld zien. Wil de staatssecretaris opkomen voor deze afgewezen kinderen met autisme? Moeten zij wachten tot volgend jaar zomer? Een ander punt van zorg is dat kinderen met autisme vaak worden afgewezen in het hbo en wo. De universiteiten gaan vanaf 2014 matchen en roepen tegelijkertijd aanmelders op om zo snel mogelijk aan te geven of sprake is van een beperking als Asperger of autisme, bij voorkeur al voorafgaand aan de inschrijving voor de matching of aanmelding. Die twee gaan absoluut niet samen. Er is ontzettend veel achterstand in kennis en ervaring bij veel beoordelaars over bijvoorbeeld Asperger en het effect op het leerproces dat per persoon verschillend kan zijn. Een quick screen door een onvoldoende deskundige kan groot onrecht aandoen. Het vakje "Beperking ja/nee" is te kort door de bocht. Het moet worden uitgebreid met de vraag "Zo ja, welke aanpassing"? Kent de staatssecretaris dit probleem? Wat gaat hij daaraan doen?

Mijn laatste zorgpunt is het PrO. Veel collega's hebben hier vragen over gesteld en ook wij hebben er eerder bij stilgestaan. Nog steeds zijn er grote vragen over de inpassing van het PrO. De ChristenUnie vindt dat dit niet moet. We moeten overwegen hierover een Kameruitspraak te vragen, als ik de andere woordvoerders zo hoor. Het is een grijs gebied. De staatssecretaris bevestigt dit, maar meent dat dit wordt opgelost met de samenwerkingsverbanden. De vraag is of de verbanden de juiste inschatting maken, of een kind naar het PrO gaat of naar het regulier onderwijs kan. Ook erkent de staatssecretaris dat er op dit moment grote expertise in het PrO aanwezig is voor onderwijs en de arbeidstoeleiding. Waarom wil hij deze situatie toch nodeloos complex maken door die budgetten uit elkaar te trekken? Het PrO is nu verantwoordelijk voor de basisbekostiging en het ondersteuningsbudget. Straks wordt het samenwerkingsverband verantwoordelijk voor het ondersteuningsbudget. Waarom houdt hij de financieringsstromen niet bij het PrO?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari