Bijdrage Gert-Jan Segers aan het plenair debat over de Wet tegengaan huwelijksdwang

donderdag 20 maart 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan een plenair debat met staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Wijziging van Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de huwelijksleeftijd, de huwelijksbeletselen, de nietigverklaring van een huwelijk en de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken (Wet tegengaan huwelijksdwang)

Kamerstuk:    33 488

Datum:            20 maart 2014

De heer Segers (ChristenUnie):
Voorzitter. Een huwelijk dat in vrijheid is gesloten, dat een verbond is tussen twee mensen die dit voor hun leven aangaan, kan iets prachtigs zijn. Ik spreek uit eigen ervaring. Maar zodra daar dwang, manipulatie of geweld aan te pas komt, kan het een hel zijn. Daar hebben wij het over. Dat willen we tegengaan. De al eerder aangehaalde Shirin Musa van Femmes for Freedom beschrijft in een aangrijpend artikel in Trouw een aantal voorbeelden. Bijvoorbeeld Rania, van Pakistaanse afkomst, werd door haar neef als importbruid naar Nederland gehaald en leeft al 25 jaar in huwelijkse gevangenschap. Over zo iemand hebben wij het. Ze schrijft: ik ken een meisje dat uit het raam is gegooid omdat zij weigerde met een neef uit Pakistan te trouwen. Dat zijn zeer aangrijpende verhalen van wat in Nederland plaatsvindt, wat dit wetsvoorstel terecht wil voorkomen.

Een huwelijk moet uit vrije wil gesloten worden. Daar kan geen twijfel over bestaan. De verhalen over de meisjes die ik net noemde, en over andere vrouwen die door hun omgeving gedwongen worden om te huwen met een partner die zij niet zelf hebben uitgezocht, zijn heftig en aangrijpend. De gevolgen zijn ingrijpend en de conflicten waarin deze meisjes terechtkomen, zijn uiterst complex. De ChristenUnie steunt daarom het uitgangspunt van het kabinet om huwelijksdwang te voorkomen en tegen te gaan. Ik heb echter wel een aantal kritische vragen over de effectiviteit van het wetsvoorstel en een aantal onderdelen ervan. Die wil ik graag aan de staatssecretaris voorleggen.

Allereerst betreffen die vragen het voorstel tot afschaffing van de mogelijkheid voor minderjarigen van 16 en 17 jaar om met instemming van de ouders of toestemming van het ministerie in het huwelijk te treden. Het gaat jaarlijks om tien meisjes van 16 jaar, dertig meisjes van 17 jaar en drie jongens van deze leeftijd. Het kabinet weet echter niet in welke mate daarbij sprake is van dwang. Dat vind ik wel een zorgelijk punt. Het afschaffen van deze uitzondering helpt vooral om huwelijk van minderjarigen die in het buitenland zijn gesloten, niet te erkennen bij ommekeer in Nederland. Dan is het echter goed om te weten wat de cijfers zijn en in hoeveel gevallen van huwelijksdwang sprake was. Kortom: wat is de omvang van het probleem? Ik vraag mij bovendien af of deze oplossing werkt. Is overwogen dat meisjes dan mogelijk uit het zicht verdwijnen naar het buitenland, helemaal nu veel van de minderjarigen om wie het gaat, een dubbele nationaliteit hebben? Hoe weegt de staatssecretaris dat risico?

Het geval wil dat ik gisteren op de Veluwe was vanwege de campagne. Ik raakte in gesprek met iemand die getrouwd was met een meisje dat op 15-jarige leeftijd zwanger raakte. Ze zijn inmiddels tien jaar getrouwd, naar ik begreep gelukkig getrouwd. Dat is niet meer mogelijk als dit wetsvoorstel wordt aangenomen. De optie van artikel 253ha Burgerlijk Wetboek Boek 1 is er namelijk uit gehaald. Dat artikel biedt de mogelijkheid van een meerderjarigverklaring voor een meisje dat zwanger is. Voor mijn fractie is dat wel een gevoelig punt, omdat dit een soort van hardheidsclausule is die je kunt inbrengen in een geval zoals van dat meisje dat ik gisteren tegen het lijf liep. Die optie bestaat dan niet meer, terwijl wij die misschien wel open moeten houden. Ik leg de staatssecretaris graag de vraag voor of dit heroverwogen moet worden. Ik wacht in ieder geval de reactie van de staatssecretaris af, maar ik overweeg sterk om op dit punt een amendement in te dienen.

De drempel die wordt opgeworpen tegen gedwongen neef-nichthuwelijken, zou volgens de regering een moment van bezinning kunnen opleveren. Het normstellende karakter is op zichzelf niet verkeerd. Hulpverleners maakten mij ook duidelijk dat zij denken dat zo'n verklaring soms inderdaad kan helpen om de druk van familie in het buitenland te weerstaan. Toch houd ik daarover twee vragen. Ten eerste, hoe weten we of dit werkt? Cijfers ontbreken namelijk. Het ministerie van Sociale Zaken doet nog verder onderzoek. Ten tweede levert dit toch een bijzonder signaal op, want een huwelijk moet altijd uit vrije wil worden gesloten. Die norm geldt voor ieder huwelijk en niet alleen voor een neef-nichthuwelijk. Het is een heel fundamenteel uitgangspunt dat je voor alle huwelijken dezelfde eis moet stellen. Moet je deze norm dan niet voor alle huwelijken invulling geven? Ik vraag de staatssecretaris of het mogelijk is om te wachten op de cijfers van Sociale Zaken voordat we definitief hierover stemmen. Mijn fractie zou daar sterk de voorkeur voor hebben, omdat de relatie tussen neef-nichthuwelijken en dwang evident moet zijn. In het Burgerlijk Wetboek leg je het recht vast dat natuurlijkerwijs recht is. Hier is dat vooralsnog niet aangetoond. Als we onverhoopt niet op de cijfers kunnen wachten, overweegt mijn fractie om ook op dit punt nog een amendement in te dienen.

De situatie van mogelijk honderden jonge meisjes en vrouwen die gedwongen worden om hun toekomst in een ongewenst huwelijk door te brengen gaat me aan het hart. Het kabinet heeft al veel goed werk verricht om huwelijksdwang aan te pakken, ook binnen het strafrechtelijk kader en op andere ministeries. Ik vraag de staatssecretaris welke alternatieven zijn overwogen bij het huidige wetsvoorstel. Ik hoorde bijvoorbeeld dat betrekkelijk weinig wordt gebruikgemaakt van het dreigen met of het opleggen van een ondertoezichtstelling en een tijdelijke inname van een paspoort. Dat betekent wel dat een voogd scherp moet zijn op de signalen. Ook werd me het alternatief van bemiddeling aangereikt, waarbij jonge meisjes en vrouwen en hun ouders met een professional om de tafel gaan. Is daarnaar gekeken? Is dat overwogen? Ik vraag de staatssecretaris ook om zijn collega van Onderwijs aan te spreken op de verantwoordelijkheid van de onderwijsinspectie. De registratie van vermoedens en van absentie kan echt helpen.

Voorzitter. Het gaat me erom dat we wetgeving realiseren die daadwerkelijk helpt om huwelijksdwang uit te bannen en waarmee mensen tegelijkertijd niet onnodig in hun vrijheden worden beperkt; vandaar dat ik deze vragen op deze manier aan de staatssecretaris heb voorgelegd.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari