Bijdrage Gert-Jan Segers aan een plenair debat over de Wet positie en toezicht advocatuur

woensdag 02 april 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan een plenair debat met staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Aanpassing van de Advocatenwet en enige andere wetten in verband met de positie van de advocatuur in de rechtsorde en herziening van het toezicht op advocaten (Wet positie en toezicht advocatuur)

Kamerstuk:    32 382

Datum:            2 april 2014

De heer Segers (ChristenUnie):
Voorzitter. Van mijn kant ook alvast een hartelijke felicitatie aan de heer Van Nispen. Ik weet uit eigen ervaring dat de stap van achter de schermen naar voor de schermen klein lijkt, maar in de praktijk soms heel groot is. In ieder geval een heel goede periode toegewenst. Zoals velen al hebben gezegd: moge Jan de Wit en zijn werk de heer Van Nispen blijven inspireren in dit bijzondere huis.

Mevrouw de voorzitter, ik kom ter zake. "Zonder onafhankelijke advocatuur is er geen rechtsstaat." Zo sprak Britta Böhler tijdens haar oratie, op de dag dat deze Kamer gekozen werd. Böhler gaf ook aan, waarom die onafhankelijkheid zo belangrijk is. Ten eerste is onafhankelijkheid een randvoorwaarde ter bescherming van de advocaat. De advocaat dient zijn beroep in vrijheid te kunnen uitoefenen, zonder vrees voor bedreiging of strafvervolging, en het is aan de Staat om de vrije en ongehinderde beroepsuitoefening van de advocaat mogelijk te maken en te waarborgen. Het tweede aspect van de onafhankelijkheid betreft het gedrag van de advocaat zelf. Tot zover Britta Böhler.

Vandaag behandelt deze Kamer een wetsvoorstel dat al jaren loopt en velerlei gedaantes heeft gehad. Daar is al aan gerefereerd. Niet in de laatste plaats komt dat door het optreden van de staatssecretaris. De vierde nota van wijziging is een forse verbetering ten opzichte van de eerdere ideeën. De ChristenUnie-fractie is daar blij mee, maar we moeten het wel even hebben over de weg daar naartoe, na deze nota. Deze weg lijkt namelijk inmiddels een welbekende route van deze staatssecretaris. Eerst wordt er een voorstel gepresenteerd dat iedereen de stuipen op het lijf jaagt, dat over allerlei grenzen heengaat. Dan volgt een gesprek, een debat, en als vervolgens de grenzen uitvoerig verkend zijn, komt er een terugtrekkende beweging, wordt er water bij de wijn gedaan en komt iedereen een beetje tot bedaren. We hebben het gezien bij het masterplan gevangeniswezen, bij de gesubsidieerde rechtsbijstand en nu ook bij het toezicht op de advocatuur.

Waarom kiest de staatssecretaris telkens deze wat onbesuisde strategie? Waarom verkiest hij telkens een ramkoers met beschadiging van verhoudingen en vermindering van vertrouwen? Dit draagt toch niet bij aan een duurzame manier van werken? Waarom koos hij eerst voor staatstoezicht en liet hij zich pas na grootschalige protesten overtuigen? Wat vindt de staatssecretaris diep in zijn hart? Gaat dit toezicht ver genoeg? Of ervaart hij het huidige voorstel als verlies? Graag hoor ik daarop een reactie. Laat ik helder zijn: de fractie van de ChristenUnie is verheugd dat het staatstoezicht op de advocatuur geschrapt is, maar maakt zich zorgen erover dat de staatssecretaris nu met meerdere voorstellen de grenzen van de rechtstaat verkent. Ik hoor graag een reflectie op dit punt.

Dan ga ik in op het huidige wetsvoorstel. Een advocaat dient onafhankelijk van de rechter of de overheid te kunnen werken. Het is aan de Staat om die vrije, ongehinderde beroepsuitoefening mogelijk te maken en te waarborgen. Een van de mooie elementen in dit wetsvoorstel is dat het de kernwaarden van de advocatuur vastlegt: onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Dat vindt de fractie van de ChristenUnie waardevol.

Echter, ook binnen de advocatuur is toezicht noodzakelijk. Elke beroepsgroep heeft cowboys en zeker de advocatuur heeft die. Er zijn advocaten die het belang van hun cliënt niet dienen. Een individuele rechtzoekende moet rechtsbijstand krijgen van een behoorlijke kwaliteit en in het algemeen dient er vertrouwen te zijn in de advocatuur. Het huidige toezichtmodel volstond niet meer. Van 1.500 advocaten in de jaren zestig tot zo'n 17.000 advocaten nu; dat is een enorme groei die noodzakelijkerwijs vraagt om verandering. De Nederlandse Orde van Advocaten beseft dat zelf heel goed en heeft al de nodige veranderingen ingezet, waarvoor complimenten. Het is natuurlijk ook het beste dat de advocatuur zelf haar toezicht goed organiseert.

In een rechtsstaat is onafhankelijkheid van het toezicht op de advocatuur essentieel. Het huidige wetsvoorstel geeft voor de fractie van de ChristenUnie op enkele punten na een goede invulling van het toezichtmodel. De onafhankelijkheid van de advocatuur lijkt te zijn gewaarborgd. Ik heb op dit punt echter nog wel twijfels bij de samenstelling van de commissie van toezicht. De regel lijkt te zijn: de nationale deken plus twee leden die noch uit de advocatuur, noch uit de overheid afkomstig zijn. Maar wie de wettekst erbij pakt, ziet dat er bij de ambtenaren een verenging is gemaakt tot ambtenaren in dienst bij een ministerie of een dienst daaronder ressorterend. Volstrekte helderheid over de onafhankelijkheid is beter gewaarborgd, als wij een heldere lijn trekken en ambtenaren in algemene zin hiervan uitsluiten. Op dit punt heb ik een amendement ingediend, dat zojuist is rondgegaan. Ik hoor graag van de staatssecretaris of hij dit ook een verheldering en een verbetering vindt.

Het tweede punt betreft de geheimhoudingsplicht. Hierover sprak collega Van der Steur al en ik sluit mij bij hem aan.

Ik begon met een citaat uit de oratie van Britta Böhler. Zij wees op de plicht van de Staat om de positie van de advocaat te beschermen. Een aspect daarbij is wat mij betreft onderbelicht gebleven in dit langdurige traject. Voor een goed functionerende rechtsstaat is een goed functionerende advocatuur een voorwaarde. In het publieke debat ontbreekt echter soms het begrip voor het werk van een advocaat. Zeker bij zaken met groot maatschappelijk effect staan ook advocaten in de branding. De woede van velen jegens hun cliënt richt zich dan ook op hen, bijvoorbeeld als zij formeel verweer voeren bij onrechtmatig verkregen bewijs.

Het is ook aan de bewindspersonen en de Tweede Kamer om te wijzen op de onmisbare en belangrijke rol van de advocatuur voor het goed functioneren van de rechtsstaat. Ik vraag de staatssecretaris om ook deze kant van de rechtsstaat te hoeden en spreek hierbij mijn complimenten uit voor velen die het recht willen dienen en zich inspannen voor een evenwichtige rechtsgang binnen onze rechtsstaat, waarin iedereen recht heeft op een eerlijk proces.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari