Inbreng schriftelijk overleg Carla Dik-Faber ten behoeve van Verankering persoonsgebonden budget in de Zorgverzekeringswet

donderdag 17 april 2014 00:00

Inbreng schriftelijk overleg van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van Verankering persoonsgebonden budget in de Zorgverzekeringswet

Onderwerp:   Verankering persoonsgebonden budget in de Zorgverzekeringswet

Kamerstuk:    25 657

Datum:            17 april 2014

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het onderhandelingsresultaat overeengekomen tussen Per Saldo, ZN en VWS over het verankeren van een pgb in de Zvw. Deze leden zijn blij dat deze partijen elkaar hebben weten te vinden in het maken van afspraken. Het was ook de nadrukkelijke wens van de ChristenUnie-fractie dat er een mogelijkheid van een pgb in de Zvw zou komen. Middels de gemaakte afspraken moeten een grote groep verzekerden meer mogelijkheden hebben om zelf regie over hun zorg te houden. Toch hebben zij wel een aantal vragen over het behaalde resultaat.

De leden van de ChristenUnie-fractie zouden ten eerste nadere feitelijke toelichting op de overeenkomen afspraken willen ontvangen. Zij lezen dat er potentieel tussen de 30.000 en 50.000 budgethouders straks door de transitie in Zvw-regime terecht komen. Kan dit uitgesplitst worden per leeftijdscategorie? Om hoeveel middelen gaat dit in totaal? Wat is het gemiddelde budget wat deze cliënten per jaar toegekend krijgen? In hoeverre verwachten zorgverzekeraars dat het toevoegen van een zvw-pgb ervoor gaat zorgen dat de basispremie zal dalen? Waarom wel of waarom niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen in hoeverre verzekerden een gelijkwaardige keuze kunnen maken tussen gecontracteerde zorg en een pgb-zvw?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke afspraken er zijn gemaakt indien cliënten met een persoonsgebonden budget wisselen van zorgverzekeraar? Op welke wijze wordt hun zelf ingekochte zorg bij het wisselen van verzekeraar geborgd? Binnen welke termijn moeten zorgverzekeraars besluiten of ze een persoonsgebonden budget wel of niet aan een cliënt toekennen?

De leden lezen dat de modaliteit van toekenning van het Zvw-pgb budget per zorgverzekeraar kan verschillen, deze leden vragen zich af of ook het percentage van het toegekende budget ten opzichte van gecontracteerde zorg per zorgverzekeraar kan verschillen? Zo ja, waarom?  Zo nee, wie bepaald dit percentage? Kan het toegekende budget voor meerdere jaren worden vastgelegd? Op welke wijze wordt bepaald en gecontroleerd dat het toegekende budget door zorgverzekeraars voldoende is om daadwerkelijk zorg mee in te kopen?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat geleverde zorg alleen achteraf kan worden gedeclareerd, er wordt geen voorschot verleend. Kan de regering nader uiteen zetten op welke wijze budgethouders hun zorg moeten voorschieten? Binnen welk termijn dienen zorgverzekeraars het voorgeschoten budget uit te keren aan budgethouders? Kan de regering door middel van (gemiddelde) inkomensgegevens van budgethouders en kosten voor een persoonsgebonden budget voor de functie verpleging en verzorging aantonen dat budgethouders ertoe instaat zijn om de zorg voor te schieten? Welke clausules zijn er indien iemand wel recht heeft op een persoonsgebonden budget maar niet de financiële middelen om dit voor te schieten?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat het mogelijk is om een Zvw-pgb te combineren met overige vormen van gecontracteerde zorg. Hoe zal dit in de praktijk werken?

In bijlage 2, waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen de verschillende persoonsgebonden instrumenten,  worden het Zvw-pgb en restitutie samengetrokken in één tabel? Waarom?  Deze leden zouden hier graag nadere toelichting op zien. Gelden er niet andere uitgangspunten voor een restitutiepolis van bij een Zvw-pgb? Of worden de algemene voorwaarden van een restitutiepolis veranderd?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er een aantal weigeringsgronden zullen gelden voor zorgverzekeraars om een Zvw-pgb toe te kennen waaronder, wanneer het aannemelijk is, dat het Zvw-pgb  niet voorziet in toereikende zorg van goede kwaliteit. Wie bepaalt wat goede kwaliteit is? Wie bepaalt of  zorg wel of niet toereikend is? Is de regering het met deze leden eens dat dit de budgethouder zelf zal moeten zijn? Kunnen de leden ervan uitgaan dat op basis van de gemaakte afspraken er voor 2015 geen aanvullende kwaliteitseisen door zorgverzekeraars worden gesteld?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat budgethouders hun werkgeverstaken kunnen uitbesteden aan de SVB. Wanneer deze budgethouders ook een pgb in de WMO/Jeugdwet/WLZ hebben,  is het dan mogelijk om m de administraties bij de SVB samen te voegen?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat mensen met een beperking die ondersteuning nodig hebben, dit vaak moeten aanvragen voor verschillende regelingen vanuit verschillende wetten. Dit is bureaucratisch; vervelend voor de burger, duur voor de overheid.

Op welke wijze kan er een integraal alles-in-1-budget voor verschillende levensdomeinen, zowel binnen gemeenten als voor de overlap met Zorgverzekeringswet  en WLZ worden gecreëerd?  

In paragraaf 3.3 van het onderhandelingsresultaat zijn criteria geformuleerd wanneer een verzekerde gebruik kan en mag maken van een pgb-Zvw. Het eerste criterium luidt: ‘het vaak nodig hebben van zorg op wisselende momenten en ongebruikelijke tijdstippen en/of op meerdere locaties’. Is de regering het met deze leden eens, dat ook als verzekerden bijvoorbeeld een keer in de week zorg op een andere locatie of ander tijdstip moet krijgen, dan dient hij voor een pgb-Zvw in aanmerking te komen?

Bij het overgangsrecht in paragraaf 8 wordt verwoord dat budgethouders hun recht op zorg in de vorm van een pgb-Zvw behouden. Er staat echter niet vermeld onder welke condities. Deze leden vragen op dit punt nadere toelichting.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari