Inbreng Carla Dik-Faber ten behoeve van Regels inz. verzekering zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)

donderdag 15 mei 2014 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van de Wet langdurige zorg

Onderwerp:   Regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)

Kamerstuk:    33 891

Datum:            15 mei 2014

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennis genomen van het onderhavige wetsvoorstel en hebben daarover nog vragen. Deze leden ondersteunen de wens van de regering om de inrichting van de langdurige zorg bij de tijd te brengen en daarin ook plaats te geven aan de gedeelde verantwoordelijkheid van kleinere verbanden en de samenleving als geheel. Daarbij hechten deze leden er evenwel aan dat zij, die langdurig met zorg te maken hebben en daardoor voor lange tijd aangewezen zijn op zorg, kunnen rekenen op goede kwaliteit en een degelijke bekostiging.

Inleiding

Aanleiding tot de hervorming

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat volgens de regering één van de redenen voor deze wet is dat aanbieders en uitvoerders die binnen de huidige AWBZ proberen om cliëntgericht te werken, de AWBZ als beperkend ervaren. Een nadere analyse daarvan ontbreekt echter in de toelichting bij het wetsvoorstel. Kan de regering die nadere analyse alsnog met de leden van deze fractie delen?

Deze leden constateren voorts dat de regering in de Memorie van Toelichting stelt dat de verbinding tussen mensen in de AWBZ en mensen in andere onderdelen van de maatschappij zwak is. Hoe draagt deze wet volgens de regering bij aan het verhelpen daarvan, zo willen zij weten?

Ook willen deze leden weten hoe de breed gedragen wens om de zorg via persoonsvolgende budgetten te financieren tot uitdrukking komt in de hervormingsagenda rond zorg in het algemeen en in deze wet in het bijzonder?

Kan de regering voor deze leden bij iedere delegatiebepaling in de wet aangeven of zij thans reeds voornemens is van de mogelijkheid om nadere regels te stellen gebruik te maken en zo ja, op welke termijn deze regels zijn te verwachten en in welke vorm dat zal zijn?

Inwerkingtreding

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben enkele vragen over het moment waarop de onderhavige wet in werking kan treden. Deze leden vragen wat de uiterste datum is dat de Wlz in het staatsblad moet staan om invoering van de Wlz per 1 januari 2015 verantwoord te kunnen laten plaatsvinden?

Voorts willen zij weten of de regering een scenario heeft voor het geval de Wlz niet per 1 januari 2015 kan ingaan? Zo ja, hoe luidt dat? Zo nee, kan de regering dan aan hen schetsen wat er gebeurt als de Wlz pas op 1 januari 2016 in zal gaan?

Kan de regering tot slot aan deze leden aangeven op welk moment voor de betrokkenen uiterlijk duidelijk zal zijn of zij voor 2015 met de Wlz of de AWBZ zullen werken?

Positie cliënt in de Wlz

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen welke verbeteringen ten opzichte van de huidige AWBZ de regering heeft aangebracht in de vertegenwoordiging van cliënten bij aanbieders, uitvoerders en marktmeesters en de versterking van de positie van cliënt in het algemeen?

Is de regering het met de leden van de fractie van de ChristenUnie eens dat patiënten- en cliëntenorganisaties belangrijk werk doen om de stem van verzekerden te laten klinken bij alle betrokkenen in de zorg en in het bijzonder ook op het zorgkantoor en straks bij de Wlz-uitvoerder? Hoe wordt die ondersteunende rol van landelijke én regionale patiëntenorganisaties geborgd, zo willen deze leden weten? Hoe wordt die rol in de toekomst gefinancierd? Deze leden vragen zich af hoeveel geld daarvoor de komende jaren op landelijk niveau beschikbaar is en wie aanspraak kunnen maken op deze middelen? Voorts vragen zij zich af hoeveel geld daarvoor de komende jaren op provinciaal niveau beschikbaar is en wie aanspraak kunnen maken op deze middelen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen weten of de regering van plan is op korte termijn bij AMvB regels te stellen over de wijze waarop verzekerden invloed kunnen uitoefenen op de Wlz-uitvoerder en de zorgkantoren? Zo ja, dan zouden zij graag weten wat wat de regering betreft de contouren van een dergelijke regeling moeten zijn? Zo nee, dan willen zij vragen op welke andere wijze de invloed en inspraak van verzekerden op de uitvoering van de langdurige zorg is gewaarborgd?

De verzekering

Indicatiestelling

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen zich af of het denkbaar is dat iemand zonder indicatie wordt opgenomen door een zorgaanbieder en dat met terugwerkende kracht een indicatie wordt afgegeven? Hoe verhoudt die (on)mogelijkheid zich tot de mogelijkheid van versnelde indicatie? Is die in alle gevallen toereikend?

Deze leden constateren voorts dat op grond van art. 3.2.2. lid 3 een verzekerde alle informatie aan het CIZ moet verstrekken waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op zorg. Wat gebeurt er als de verzekerde niet alle informatie verstrekt die al wel beschikbaar is, hij geen indicatie krijgt en pas enige tijd later alsnog volledige informatie aanlevert? Kan de verzekerde dan gewoon een indicatie krijgen op dat moment? Zijn er andere (rechts)gevolgen verbonden aan het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie aan het CIZ ten behoeve van een indicatie?

Deze leden constateren bovendien dat het CIZ op grond van art. 3.2.3 een indicatiebesluit kan intrekken indien dit is gebaseerd op onjuiste of onvolledige gegevens. Zij willen weten of dat kan leiden tot aansprakelijkheid voor de – naar achteraf blijkt – onterecht gemaakte kosten? Hoe zit dat in het bijzonder met het persoonsgebonden budget, dat in het wetsvoorstel als subsidie wordt aangemerkt? Kan intrekking of herziening van een indicatie met terugwerkende kracht gelden?

De leden van de fractie van de ChristenUnie lezen in de Memorie van Toelichting dat het CIZ ‘ambtshalve’ ‘kan’ herindiceren indien het vermoed dat het indicatiebesluit op basis van onjuiste gegevens is afgegeven. Tegelijkertijd wordt gesproken van een ‘discretionaire bevoegdheid’. Is het CIZ ambtshalve verplicht om te herindiceren bij vermoedens of is zij daartoe slechts bevoegd, zo vragen deze leden?

Het verzekerd pakket

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat in artikel 3.2.1, lid 1, het recht op zorg redelijk open is geformuleerd. Een verzekerde heeft volgens dit artikel recht op zorg “voor zover hij naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs” op die zorg is aangewezen. Deze leden vragen de regering uit te leggen waarom is gekozen voor zo’n open norm?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat op grond van artikel 3.2.4. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht op zorg slechts tot gelding kan worden gebracht indien de verzekerde de kosten daarvan gedeeltelijk draagt en dat aldus een eigen bijdrage mogelijk wordt gemaakt. Waarom heeft de regering er niet voor gekozen die wettelijk te begrenzen of tenminste in te kaderen? Deze leden krijgen daarop graag een reactie.

Keuzevrijheid en identiteitsgebonden zorg

De leden van de fractie van de ChristenUnie hechten er grote waarde aan dat cliënten keuzevrijheid houden, ook om te kiezen voor identiteitsgebonden zorg. Op welke wijze is dit geborgd in de wet?

Deze leden willen voorts weten op welke wijze is geborgd dat de infrastructuur van identiteitsgebonden zorg overeind blijft in de transitiefase?

Zorglevering

PGB

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen weten waarom de regering ervoor heeft gekozen om het persoonsgebonden budget in art. 1.1.1 te omschrijven als een subsidie en daarmee onder het subsidieregime van de awb te brengen? Zij vragen of ook is overwogen om een specifiek op het persoonsgebonden budget toegesneden regeling voor wijziging en terugvordering te ontwerpen, waarin beter recht kan worden gedaan aan het persoonsgebonden budget als een specifieke financieringsvorm van (langdurige) zorg?

Voorts constateren de leden van de fractie van de ChristenUnie dat in artikel 3.3.3 van het wetsvoorstel staat dat de Wlz-uitvoerder ‘kan’ besluiten om een persoonsgebonden budget te verlenen. Is de bevoegdheid van de Wlz-uitvoerder om een pgb te weigeren beperkt tot de gronden in het derde lid, zo vragen zij?

Ook vragen deze leden of de regering erkent dat het in het belang van de Wlz-uitvoerder is om cliënten zoveel mogelijk de gecontracteerde zorg af te laten nemen, zodat zij met zoveel mogelijk zorgaanbieders kwaliteitsafspraken kunnen maken?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat de regering ervoor kiest de Wlz-uitvoerder te laten beoordelen of iemand in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de door hem verkozen zorgaanbieders en mantelzorgers op zodanige wijze aan te sturen en hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen, dat sprake is of zal zijn van verantwoorde zorg. Waarom is daarvoor gekozen, zo willen zij weten?

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen weten welke rechten en middelen een cliënt heeft als hij of zij de weigering van een pgb  op grond van lid 2 sub c van artikel 3.3.3 wil aanvechten?

Waarom kiest de regering ervoor de Wlz-uitvoerder te laten beoordelen of sprake is of zal zijn van toereikende zorg van goede kwaliteit, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie? Welke rol heeft de cliënt bij die beoordeling willen zij weten? Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat de wet mogelijk maakt dat pgb-budgethouders zorg van niet-professionals kunnen inkopen, waarbij zij zelf de kwaliteit beoordelen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen weten  welke rechten en middelen een cliënt heeft als hij of zij de weigering van een persoonsgebonden budget op grond van lid 2 sub a van artikel 3.3.3 wil aanvechten?

Deze leden vragen zich voorts af waarom de regering ervoor kiest de zorgkantoren de taak te geven om de maximumvergoeding vast te stellen die niet-professionals kunnen krijgen? Verwacht de regering grote verschillen tussen de maximumtarieven die zorgkantoren vaststellen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat verzekerden om gebruik te kunnen maken van een pgb een  vast woonadres moeten hebben. Waarom, zo vragen zij?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat de SVB het budgetbeheer en de betalingen ten laste van het persoonsgebonden budget gaat uitvoeren. Zoals bij iedere grote organisatie, zullen zich daarbij zo nu en dan fouten of vertragingen in de uitbetaling voordoen, zo verwachten deze leden. Daarom willen zij weten hoe wordt voorkomen dat kleinschalige zorgaanbieders dan geen zorg meer kunnen leveren aan de pgb-houder, omdat ze niet uitbetaald hebben gekregen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of iemand met een indicatie voor verblijf op enig moment ook gebruik kan maken van een pgb of vpt als leveringsvorm?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat bij een pgb onder meer het wassen van kleding onder de verantwoordelijkheid van de cliënt zelf valt, terwijl bij een vpt dergelijke zaken wel worden vergoed. Waarom maakt de regering dit onderscheid, zo willen zij weten?

Enige ondoelmatigheid

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat in de huidige AWBZ voor de specialistische begeleiding ten aanzien van cliënten op wie een zorgsituatie van toepassing is waarvoor in de huidige situatie is vastgesteld dat enige ondoelmatigheid acceptabel is in functies in klassen kan worden geïndiceerd, waardoor een budget ontstaat dat het mogelijk maakt ook aan deze cliënten zorg te verlenen. Deze leden willen weten of deze cliënten straks conform de toezeggingen van het kabinet onder de Wlz zullen vallen? Geldt dat ook voor nieuwe gevallen? Op grond van welk artikel uit de wet heeft deze groep toegang tot de Wlz? Blijft deze groep identificeerbaar bij de indicatiestelling? Kan de regering aan deze leden bevestigen dat zij voornemens is deze cliënten straks onder te brengen in één van de zorgprofielen? Hoe wordt aan deze bijzondere doelgroep en het bijzondere financiële arrangement dat ze nu krijgen recht gedaan bij het opstellen van de zorgprofielen? Ouders van deze cliënten vrezen, zo begrijpen de leden van de fractie van de ChristenUnie, dat zij onder de Wlz in een zzp-mal worden geduwd en daardoor onvoldoende middelen ter beschikking krijgen om tot voldoende zorg te kunnen komen in de thuissituatie. Kan de regering de zorgen van deze ouders wegnemen, zo vragen deze leden?

Kortdurend verblijf

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat voor veel ouders kortdurend verblijf  in een (logeer)instelling een belangrijke verlichting betekent van de zorg die zij hun kinderen bieden. Zij willen weten hoe wordt voorkomen dat dit aanbod van respijtzorg verdwijnt, omdat de aanspraak daarop en de financiering daarvan versplinterd raakt in de decentralisatieoperatie?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat er een groep rondzwervende mensen is, die ook in het huidige stelsel niet geïndiceerd zijn voor AWBZ-zorg, terwijl hun complexe problematiek hiertoe wel alle aanleiding geeft. Zij begeven zich op straat of in dag- en nachtopvangvoorzieningen en vinden geen plek in vormen van beschermd wonen, de reguliere verpleegzorg of VG-zorg. Vanwege de combinatie van problemen zijn zij niet eenvoudig in indicatiecriteria of zorgprofielen te vangen. Deze leden vragen of de regering deze problematiek herkent? Hoe wil de regering deze groep onderbrengen in de zorgprofielen en de Wlz, zo vragen zij?

Tijdelijke detentie

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat voor cliënten die gedetineerd raken voor de duur van hun detentie een recht op zorg niet tot gelding kunnen brengen. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat alle zorginfrastructuur rond hen wegvalt, omdat zij voor enkele weken hebben vastgezeten? Raken gedetineerde cliënten bijvoorbeeld onmiddelijk hun Wlz-instellingsplek kwijt?

Zelfzorg

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of er inhoudelijk verschil is tussen de definitie van zelfzorg in art. 3.2.1. lid 2 sub d en de definitie die wordt gebruikt in paragraaf 2.1 van bijlage 1 van de Beleidsregels Indicatiestelling AWBZ 2014? Zo ja, wat is daarvan de betekenis?

Tijdig verwisselen

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat met het ‘tijdig’ verwisselen van incontinentiemateriaal, zoals genoemd in art. 8.1.1. lid 2 sub b, volgens de Memorie van Toelichting wordt bedoeld ‘tijdig voor de individuele verzekerde in zijn specifieke situatie’. Wat wordt daarmee bedoeld? Wie beoordeelt dit?

Geestelijke verzorging

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen graag weten op welke wijze de beschikbaarheid van geestelijke verzorging in instellingen en de zorg in den brede wordt gewaarborgd en wat deze wet daaraan bij zal dragen? Erkent de regering, zo vragen deze leden, dat juist bij langdurige zorg, het werk van geestelijke verzorgers van het grootste belang is?

Dementie

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen van de regering weten in hoeverre in de Wlz rekening wordt gehouden met bestaande zorgstandaarden, zoals de Zorgstandaard Dementie? Zijn zorgaanbieders verplicht om bestaande zorgstandaarden te gebruiken bij de uitwerking van het zorgplan, zo vragen deze leden? Voorts vragen zij welke positie de casemanager dementie binnen de Wlz heeft?

De leden van de fractie van de ChristenUnie verwachten dat gemeenten als dat nodig is gespecialiseerde zorg moeten inkopen (bijvoorbeeld dagbesteding) bij zorgaanbieders die zich vooral richten op de Wlz. Hoe verhoudt dit zich tot dagbesteding op basis van de Wmo, zo willen deze leden weten? Zij willen voorts weten of er verschillen zijn en zo ja, welke?

Ook vragen zij of een cliënt een beroep kan doen  op respijtzorg vanuit de Wlz bij dementie en hoe dit zich verhoudt tot respijtzorg die wordt aangeboden via de Wmo?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat de Landelijke Huisartsen Verenging ervoor pleit dat in de nieuwe bekostiging van huisartsenzorg een apart tarief wordt opgenomen voor huisartsenzorg aan mensen met een Wlz-indicatie. Zij vragen wat de regering daarvan vindt?

Spoedzorg

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat de spoedzorg is verdwenen uit de WLZ. Deze leden constateren voorts dat juist bij sterk veranderde gezondheid of veranderingen in de zorgstructuur het noodzakelijk is mensen snel op te kunnen nemen, zodat het thuisfront kan herstellen of de gezondheidssituatie van de cliënt kan stabiliseren. Deze leden vragen hoe dat in de WMO en ZVW gerealiseerd kan worden?

Kwaliteit

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat er vanuit het veld kritiek is op de onderdelen van de voormalige Beginselenwet, die nu een plek hebben gekregen in artikel 8.1.1 van de Wlz. Deze leden vinden dat dit artikel innovatie niet mag belemmeren en vragen de regering hoe kan worden voorkomen dat dit artikel een afvink-lijstje wordt?

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

Algemeen

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat er een hoop organen en instituten bij de uitvoering van de Wlz zijn betrokken. Een deel van die instituten, bijvoorbeeld het Zorginstituut, gaat taken uitvoeren die naar de mening van deze leden ook onder de directe verantwoordelijkheid van het ministerie zouden kunnen vallen. Kan de regering van alle op pagina 56 en 57 van de Memorie van Toelichting genoemde verantwoordelijkheden aangeven waarom ervoor is gekozen deze bij een ander dan de Minister onder te brengen?

De Wlz-uitvoerders

Kan de regering voor de leden van de fractie van de ChristenUnie het feitelijke onderscheid tussen de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor verhelderen? Kan de regering voorts het verschil verhelderen tussen enerzijds de Wlz-uivoerder en het zorgkantoor in het nieuwe stelsel en anderzijds de concessiehouder en het zorgkantoor in het oude stelsel? Verwacht de regering dat de Wlz-uitvoerders hun taken zullen delegeren aan de zorgkantoren zoals we die nu kennen, zo vragen zij? Vindt de regering het wenselijk dat de Wlz-uitvoerder de uitvoering van de zorg centraliseert, zoals nu veel zorgkantoren van een bepaalde concessiehouder/zorgverzekeraar al vanuit één locatie werken? Op welke wijze wordt in deze wet de regionale inbedding van de Wlz-uitvoerder geborgd?

Overig

Abortus

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat abortussen, die worden uitgevoerd in een abortuskliniek, niet mee verhuizen naar de Wlz, maar dat de bijbehorende aanspraken worden onder gebracht bij een ander domein. Welk domein, zo willen deze leden weten? En waar komen die aanspraken vast te liggen?

Technische opmerkingen

In art. 3.3.3 lid 2 sub c lijkt een keer teveel het woord ‘zodanige’ te staan, zo constateren de leden van de fractie van de ChristenUnie.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari