Bijdrage Gert-Jan Segers aan het algemeen overleg Beveiliging van Joodse instellingen

donderdag 19 juni 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan een algemeen overleg met minister Opstelten van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Beveiliging van Joodse instellingen

Kamerstuk:    29 754

Datum:            19 juni 2014

De heer Segers (ChristenUnie): Voorzitter. Wij leven in een land waarin leden van de Joodse minderheid zich afvragen of er een toekomst voor hen is en of zij hier veilig kunnen wonen. Er zijn leden van de Joodse gemeenschap die deze vraag negatief beantwoorden en zeggen dat ze hier niet meer veilig kunnen wonen. Dat is een heel pijnlijke situatie. Er staan cabines voor Joodse instellingen en beveiligers moeten voor de veiligheid van de kinderen van joodse scholen zorgen.

Het dreigt nog erger te worden. Het is dramatisch wat één teruggekeerde Syriëganger in Brussel kan aanrichten en wat de impact daarvan is. Er zijn meer dan 100 Syriëgangers vanuit Nederland, die op een goed of slecht moment terugkomen met alle risico's van dien. Het doet mij het ergste vrezen. Het is van belang te doen wat wij kunnen. Ik heb drie punten: de bekostiging van de beveiliging, de Europese samenwerking en preventie.

De bekostiging van de beveiliging is een onderwerp waar wij het vaker over hebben gehad en waar wij niet helemaal zijn uitgekomen. De beveiliging komt voor een deel voor rekening van de overheid. Een ander deel komt voor rekening van de ouders van leerlingen van de joodse school, die daar een fors bedrag voor moeten neerleggen. In zijn brief schrijft de minister dat de beveiliging is aangescherpt. Ik bedank hem voor die maatregel en voor het overleg met de Joodse gemeenschap. Het is inderdaad van groot belang dat er onmiddellijk overleg plaatsvindt, als de onrust na zo'n incident als in Brussel groeit en daarmee alle zorgen voor de toekomst groeien. Dit gaat nog wel een paar jaar duren. In The Telegraph staat een bericht over de training van leden van de Islamitische Staat van Irak en al-Sham (ISIS) die terugkeren naar Europa om deel te nemen aan hun ideologische strijd. Wij moeten het ergste vrezen. Kan de Joodse gemeenschap op ons rekenen? Het is een kleine gemeenschap, maar juist in het opkomen voor kleine minderheden zit de kracht van een beschaving. Die staat op het spel. Kunnen mensen veilig joods zijn in ons land?

Ik heb navraag laten doen naar de manier waarop andere Europese landen de beveiliging regelen. Heeft de minister daar een goed overzicht van? Volgens mijn informatie komt de beveiliging van Joodse instellingen in het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen en Duitsland grotendeels voor rekening van de overheid. Het is goed om in Europees verband te bekijken welke verantwoordelijkheden de respectievelijke overheden nemen en of wij niet uit de pas lopen.

Wij krijgen binnenkort een nieuwe dreigingsanalyse. Ik ga uit van de kundigheid van onze veiligheidsdiensten en ik ga ervan uit dat ze die analyse op een goede manier maken. Er is een bijzondere omstandigheid: het feit dat er een strijd plaatsvindt in Syrië en Irak, waaraan veel Europese jongens deelnemen, die terugkeren en die in staat zijn tot een aanslag zoals die in Brussel. Wij hebben te maken met een bescheiden, kleine gemeenschap met grote zorgen en hoge kosten voor beveiliging, die zij voor een deel zelf moet opbrengen. Wil de minister met deze bijzondere situatie in het achterhoofd opnieuw het gesprek aangaan met de diensten, de verschillende gemeenten en de gemeenschap zelf? Kunnen wij een onderscheid maken tussen objectieve en subjectieve veiligheidsbeleving? Nogmaals, ik ga uit van de kunde van de veiligheidsdiensten, maar er is ook zoiets als subjectieve veiligheidsbeleving. Er zijn grote zorgen. Men weet dat er eenzame wolven rondlopen, zoals de man die in Brussel heeft toegeslagen.

Het gaat niet alleen om Amsterdam, maar ook om andere plaatsen. In Leiden, Amersfoort en Utrecht zijn ook doelwitten of mensen die zich een doelwit voelen. Ook daar zijn zorgen, zeker als in Amsterdam de beveiliging wordt opgeschroefd. Graag aandacht daarvoor.

Mijn tweede punt heeft betrekking op de Europese samenwerking. De dader in Brussel was in Frankrijk wel in het vizier, maar in België niet. Dat is een zorgelijke situatie. Hoe vindt de samenwerking plaats? De minister schrijft erover dat er een goede samenwerking is, maar bij de eerste de beste aanslag die wij hebben moeten betreuren, gaat het mis. Dit is zeer zorgelijk.

Wij kunnen eindeloos veel beveiligen. We moeten doen wat wij kunnen om iedereen de veiligheid te geven die hem toekomt. Dat is een belangrijke overheidstaak. Tegelijkertijd is het symptoombestrijding. Komt antisemitisme ergens uit voort? Zijn er bronnen van antisemitisme? Is er een voedingsbodem voor antisemitisme? Het pijnlijkste is misschien wel dat de voedingsbodem breder en de grond blijkbaar vruchtbaarder is voor dit kwaad, dan lange tijd het geval was. Antisemitisme raakt veel beleidsterreinen van veel bewindspersonen: onderwijs, media, veiligheidsdiensten, beveiliging, politie, justitie, integratie en geestelijke verzorging in gevangenissen. Het is ontzettend belangrijk dat daar deradicalisering plaatsvindt in plaats van radicalisering. Is het een goed idee om een deltaplan op te stellen tegen het kwaad van het antisemitisme, om niet alleen aan symptoombestrijding te doen, maar om echt naar de wortel hiervan  te gaan, ook in overleg met bijvoorbeeld de islamitische gemeenschap waaruit dit voortkomt, en één bewindspersoon daarvoor verantwoordelijk te maken en te doen wat wij kunnen?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari