Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Opvang en terugkeer

woensdag 02 juli 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind op het zogenoemde onderdeel Immigratie en Asiel binnen de commissie voor Veiligheid en Justitie aan een algemeen overleg met staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Opvang en terugkeer

Kamerstuk:    29 344

Datum:            2 juli 2014

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik spreek vandaag mede namens de fractie van GroenLinks. Als ik de evaluatie en de reactie van de staatssecretaris op de evaluatie van het vluchthavenproject lees, lijkt het wel een clash of civilisations, zoals de politicoloog Samuel Huntington dat noemde, maar dan op microniveau. Het lijkt erop dat er van andere doelstellingen wordt uitgegaan bij deze evaluatie. De staatssecretaris zegt dat het project mislukt is en de conclusie van de evaluatie door de gemeente is dat het succesvol is geweest, terwijl het om hetzelfde project gaat. Hoe kan dat?

De enige verklaring die ik hiervoor kan geven, is dat het om verschillende verwachtingspatronen moet gaan. De staatssecretaris zegt dat het gaat om zo hoog mogelijke aantallen wat betreft uitzetting. Het doel van het project Vluchthaven, zoals omschreven door de gemeente, is om individueel hulpaanbod te geven aan personen gedurende een halfjaar, zodat zij optimaal kunnen werken aan hun eigen toekomst. Het gaat hierbij om het alsnog verkrijgen van een verblijfsvergunning en het afronden van juridische procedures. Dat zijn dus andere insteken. Ik vraag de staatssecretaris om toch te reageren op de conclusies van het rapport.

In de brief met de reactie van de staatssecretaris worden drie openingen gegeven, en dat vind ik uiteindelijk wel positief. Hij zegt begrip te hebben voor het feit dat Amsterdam probeert mensen op te vangen die willen werken aan hun terugkeer. Hij wil dat ook nog wel faciliteren, zij het kortstondig. Betekent dit dat het project Vluchthaven nog enkele maanden kan worden verlengd, net als de samenwerking met Amsterdam? De staatssecretaris schrijft ook dat hij de gemeente ruimte wil geven voor de opvang van medisch kwetsbare vreemdelingen. Dat wil hij maximaal zes maanden doen. Daar ben ik ook blij mee, want dat is een erkenning van de conclusie in de evaluatie dat ongeveer 40% van de mensen kampt met ernstige psychische problemen. Dat lijkt de staatssecretaris ook te concluderen uit het rapport. Hij zegt ook dat het goed is om daarvoor opvang te regelen. Ik vraag de staatssecretaris of dat maar voor zes maanden is. Is de problematiek van deze mensen na zes maanden opgelost? Hoe ziet hij dat na die zes maanden?

Een andere opening is dat de staatssecretaris zegt open te staan voor nieuwe initiatieven. Voor die conclusie heeft hij gezegd dat eerst het project in Amsterdam wordt geëvalueerd. Als dat succesvol is, gaan we mogelijk verder kijken. Heeft hij ook gekeken naar de situatie in Rotterdam en in Utrecht? Daar zijn kerkelijke en andere organisaties actief bezig om mensen te helpen met opvang, zodat zij vanuit een stabiele situatie kunnen kijken of er een toekomst voor hen is, hetzij in Nederland, hetzij in het buitenland. Is hij bereid om ook in Rotterdam en Utrecht zijn licht op te steken, om te bezien of we tot een humane opvang kunnen komen van uitgeprocedeerde asielzoekers, zodat zij op een rustige basis kunnen werken aan hun terugkeer?

Het College voor de Rechten van de Mens heeft onlangs de uitspraak gedaan dat twee specifieke groepen aangemerkt zouden moeten worden als kwetsbare groepen, te weten staatlozen en niet-uitzetbaren. Ik hoor graag een reactie van de staatssecretaris op die uitspraak.

Op 4 juni is een uitspraak gedaan door de Centrale Raad van Beroep, waarin de rechter heeft bepaald dat een uitgeprocedeerde Palestijnse vreemdeling die niet het land kan verlaten, toch recht heeft op opvang. Ik hoor hierop graag een reactie van de staatssecretaris. Welke maatregelen gaat hij nemen naar aanleiding van deze uitspraak? Wat betekent deze uitspraak voor uitgeprocedeerde vreemdelingen die het land niet kunnen verlaten?

Wat betreft het landenbeleid wil ik nog ingaan op Irak. Ik ben blij dat mijn collega opmerkingen heeft gemaakt over Somalië. Die ondersteun ik van harte. In de brief van de staatssecretaris lees ik dat er op 20 mei een gesprek is geweest met de Aramese en met de Koerdische gemeenschap. In de tussentijd hebben we de opmars van ISIS gehad, en niet alleen naar Bagdad. Daardoor heeft ISIS ook de Ninevehvlakte onder zijn beheer genomen, die deel uitmaakt van Koerdistan. Ik hoor graag van de staatssecretaris of dat nieuwe feit een reden vormt om te herevalueren of Koerdistan wel een vestigingsalternatief is voor asielzoekers die terug moeten naar Irak. Wordt het niet tijd om voor Irak een voorlopig moratorium af te spreken, omdat daar een burgeroorlog gaande is en een kalifaat is afgekondigd?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari