Bijdrage Gert-Jan Segers aan het algemeen overleg Slachtoffers van loverboys

dinsdag 17 juni 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie op het onderdeel Jeugdzorg van de commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een algemeen overleg met Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Onderwerp:   Slachtoffers van loverboys

Kamerstuk:    31 839

Datum:            17 juni 2014

De heer Segers (ChristenUnie): Mevrouw de voorzitter. Ik ben pas bij de politie in Alkmaar geweest, waar wij onder andere over dit onderwerp hebben gesproken. De verzuchting van de politie was dat we het over pooierboys zouden moeten hebben in plaats van over loverboys. Mevrouw Bergkamp vroeg dat ook. Ik hoorde mevrouw Ypma al over pooierboys spreken. Wat mij betreft zijn het vanaf nu pooierboys of

jeugdige pooiers. Dat lijkt mij meer recht doen aan de situatie dan het toch wat verhullende «loverboys». In de Zembla-uitzending «verliefd, verkracht, vermist» bleek dat er negentig slachtoffers van pooierboys zijn weggelopen en niet terugge-komen. Hoe kan dit? Ik hoorde pas bij een werkbezoek ongeveer dezelfde verzuchting als van mevrouw Van Toorenburg dat rond die instellingen de roofdieren rondlopen en dat deze echt niet veilig zijn. Als er jongens rondlopen die kwaad in de zin hebben, is dat erg zorgwekkend. Graag een reactie daarop. Wat is de conclusie van het onderzoek dat we hebben gehad? Er komt een vervolg. Dat is een jaar geleden aangekondigd. We gaan een nieuw onderzoek in. Ik maak me zorgen over de instellingen met heel specifieke kennis. Collega Kooiman zei daarnet al dat de vraag is of die instellingen overeind blijven in de tijd waarin dat onderzoek gaat lopen. Zo kritiek is het. We hebben een mail gehad dat Fier Fryslan zich grote zorgen maakt, omdat zij met 403 gemeenten en enorm ingewikkelde financieringsstructuren te maken hebben. Het is maar zeer de vraag of de aanwijzing van de VNG dat gemeenten 3,7% moeten reserveren voor bedden, wordt opgevolgd. Een andere vraag is of het straks voor de hulp uitmaakt waar een slachtoffer woont. Dat zou ook heel zorgwekkend zijn. Er zijn heel grote zorgen. In november is een motie waarvan ik de eerste ondertekenaar was, Kamerbreed aangenomen. De strekking daarvan was om ervoor te zorgen dat specialistische opvang en hulpverlening voor slachtoffers van mensenhandel na de voltooiing van de decentralisaties ook buiten de regio van het slachtoffer overeind blijven. Staat die motie? Kan Fier Fryslan daarop rekenen? Nogmaals, dat is zeer kritiek. Wij hebben dit in een eerder overleg ook gevraagd. Ik vraag de Staatssecretaris om opnieuw met Fier Fryslan in gesprek te gaan, want het water staat hen aan de lippen. Dezelfde vraag stel ik over de specialistische jeugdhulpverlening. In de Eerste Kamer is een motie aangenomen van partijgenoot Kuiper over de landelijk werkende instellingen. Er is echt veel bezorgdheid of de categorale, specialistische hulp overeind blijft. Ik hoop dat de Staatssecretaris die zorgen kan wegnemen.

Mevrouw Van der Burg (VVD): Ik hoor de heer Segers voortdurend pleiten voor uitzonderingen op de verantwoordelijkheden die de gemeenten krijgen, terwijl zijn partij bij monde van de heer Voordewind deze wet volmondig heeft verdedigd in de Tweede Kamer. In 2010 zei hij al dat het afgelopen moest zijn met de versnippering. Nu hoor ik de ChristenUnie daar elke keer op terugkomen. Wij zijn het erover eens dat bepaalde partijen heel belangrijk zijn, maar hij roept nu twee moties aan en pleit weer voor versnippering. Dat was een fout die we in het verleden hebben gemaakt. Waarom heeft hij dan voor die wet gestemd, als hij dit soort uitzonderingen gaat bepleiten? Ik wil daar graag een antwoord op.

De heer Segers (ChristenUnie): Dat antwoord is heel makkelijk te geven. Ik pleit er absoluut niet voor om die decentralisatie terug te draaien, maar ik houd de VVD-fractie wel aan de handtekening en het stemgedrag bij die motie. De heer Van Oosten, een collega van mevrouw Van der Burg, staat onder die motie en heeft hetzelfde verzoek neergelegd. De VVD-fractie heeft er volmondig voorgestemd. Wij zijn het eens met die decentralisatie, met die beweging naar de lokale gemeenschap en naar de regio, maar deze mag niet ten koste gaan van heel specifieke hulpverlening die landelijk georganiseerd is. Eerst had men te maken met één zorgverzekeraar of enkele gemeenten, maar nu dreigt dat enorm versnipperd te worden. In dit specifieke geval houd ik zowel de Staatssecretaris als de VVD-fractie aan die motie.

Mevrouw Van der Burg (VVD): De heer Segers noemde ook een motie van de Eerste Kamer. Ik heb de heer Voordewind hier ook weleens op aangesproken. Ik constateer dat er op een aantal plekken weer wordt gepleit voor hulp bij specifieke instellingen. De VNG heeft op ons verzoek een landelijk arrangement voor de instellingen waar de heer Segers over sprak, om te voorkomen dat er problemen ontstaan. Wij hebben er juist voor gezorgd dat het bij één bestuurslaag komt. Wij zijn het ermee eens dat wij daar allemaal op letten, want dit zijn heel belangrijke specialisaties, maar laat het alstublieft bij één bestuurslaag. Ik vraag de ChristenUnie om dat te respecteren. Zij heeft niet voor niets voor die wet gestemd.

De heer Segers (ChristenUnie): Nog een keer: de naam van de heer Van Oosten staat onder die motie. Het is toch niet gek dat ik vraag hoe die motie wordt uitgevoerd; of de Staatssecretaris daar handen en voeten aan geeft? We zitten middenin de implementatie van een enorm ingewikkelde operatie. We weten dat het gaat piepen en knarsen. Als we zien dat het hier piept en knarst, is het wel heel rigide om te zeggen: we hebben nu eenmaal voor die wet gestemd, nu kijken we de andere kant op. Als er slachtoffers vallen, moeten wij maatwerk leveren. Dat is in lijn met de motie. Nogmaals: de VVD-fractie heeft er voorgestemd. Deze was zelfs medeondertekend door de VVD.

Mevrouw Van der Burg (VVD): Uiteraard mag de heer Segers naar de uitvoering vragen, maar ik vraag hem om het stemgedrag van zijn fractie over de Jeugdwet gestand te doen, zodat het niet weer wordt versnipperd, zoals in de situatie waar we nu in zitten. Dat laat onverlet dat we er goed op moeten letten dat er geen ongelukken gebeuren in de transitie. Ik vraag hem om dat te erkennen, zodat er geen valse verwachtingen komen bij instellingen.

De heer Segers (ChristenUnie): Ik heb er niet voor gepleit om die wet terug te draaien. Dat stemgedrag is zoals het is. Ik wijs alleen op deze motie. In de vorige interruptie zei mevrouw Van der Burg dat de VNG een landelijk arrangement heeft gerealiseerd. Dat is een advies aan de gemeenten. Het gaat erom dat er 3,7% dat gereserveerd moet worden. Het is maar zeer de vraag of dat daadwerkelijk gebeurt. Het zou heel pijnlijk zijn als een slachtoffer in de ene gemeente wel hulp krijgt en in de andere gemeente niet. De grootste angst is inderdaad dat specialistische kennis en kunde verloren gaan in die transitie. Dat is mijn zorg en ik ben benieuwd naar de reactie.

De voorzitter: Er is volgende week een AO over de transitie, dus dan kunt u daar nader over debatteren.

De heer Segers (ChristenUnie): Daar zal ik helaas niet bij zijn.

De voorzitter: Uw partij kan vertegenwoordigd zijn.

De heer Segers (ChristenUnie): Het is wel een uiterst relevante vraag in deze context.

Mevrouw Ypma (PvdA): Ik ben het zeer met de heer Segers eens dat deze meisjes de juiste zorg dienen te krijgen. We moeten ervoor zorgen dat de behandeling van die meisjes is gebaseerd op wat we wetenschappelijk weten. Dat hangt alleen niet van één instelling af. Is de heer Segers het met mij eens dat de wetenschappelijke kennis doorontwikkeld moet worden, maar dat die wel in verschillende instellingen gebruikt moet kunnen worden?

De heer Segers (ChristenUnie): Als mevrouw Ypma vraagt of dat van één instelling afhangt, is het antwoord uiteraard nee. Maar als een aantal heel specialistische instellingen om dreigen te vallen, hebben we een probleem. Daar gaat het mij om. Dat is mijn zorg. Ik ben bij heel veel politiekorpsen geweest. Zij zeggen keer op keer: als wij het echt niet meer weten, gaan we naar Fier Fryslan, dus het is niet de eerste, de beste organisatie. Het is ook niet de enige. Hun aanpak is niet zaligmakend, maar het is wel een heel bijzondere instelling, die zeer gewaardeerd wordt door iedereen die ook maar enigszins met de opvang van slachtoffers van mensenhandel en met pooierboys te maken heeft. Ik zou het heel goed vinden als de Staatssecretaris weer eens gaat praten met de mensen van Fier Fryslan.

Mevrouw Ypma (PvdA): Er zijn meerdere instellingen. Dit is niet de enige, zoals de heer Segers terecht zegt. Het is wel de instelling die het meest van zich laat horen. Het is ook een instelling die ik ontzettend waardeer, vanwege alle kennis, maar het is echt niet de enige. Er zijn heel veel instellingen in Nederland met voldoende kennis en opvang voor aparte meisjesgroepen in een kleinere of grotere setting. Ik hoop wel dat we hier geen promo-praatje voor één instelling gaan houden, maar ervoor zorgen dat alle meiden de juiste zorg krijgen.

De heer Segers (ChristenUnie): Volgens mij kan ik gewoon doorgaan. Waarvan akte. Dit is niet iets wat mij tegenspreekt of waar ik het niet mee eens ben. Voorzitter. Ik heb begrepen dat er bij de decentralisatie geen afspraken zijn gemaakt over een gespecialiseerd aanbod van hulp aan buitenlandse slachtoffers van pooierboys. Klopt dat? Wie is daar binnen het kabinet verantwoordelijk voor? Is dat deze Staatssecretaris of de Minister van Veiligheid en Justitie? Er is ook zorg als het gaat om de terugkeer naar het land van herkomst, bijvoorbeeld een land als Guinee, waarnaar net onderzoek is gedaan. Daar moet echt naar gekeken worden. Als het om re-integratie gaat, loopt het regelmatig spaak. Dat geldt ook voor de opvang van kinderen die verwekt zijn. Dat is zorgelijk. Welke stappen wil de Staatssecretaris zetten om die re-integratie elders te verbeteren? Tot slot kom ik nog even terug op mijn werkbezoek aan Alkmaar. Ik heb daarover drie vragen. Allereerst was men daar bezorgd over de bereikbaarheid van hulpverlening. De politie is 24 uur per dag bereikbaar, maar hulpverleners gaan vrijdagmiddag weg en zetten de automatische telefoonbeantwoording aan. Zij zijn heel vaak niet bereikbaar. Kan daar op de een of andere manier iets aan gedaan worden, zodat de hulpverlening ook in het weekend of middenin de nacht bereikbaar is? Ten tweede zijn de slachtoffers van pooierboys heel kwetsbare meiden, die soms vier keer hetzelfde verhaal moeten vertellen, onder soms heel intimiderende, lastige omstandigheden, bijvoorbeeld bij de advocaat van de pooier. Kan daar iets aan gedaan worden, bijvoorbeeld met video? De derde vraag is gevoelig, maar sluit wel enigszins aan op wat mevrouw Agema heeft gezegd. Er is etnische oververtegenwoordiging bij pooierboys. Dat zei de politie in Alkmaar ook. Antillianen en Marokkanen vormen een zorggroep. Kunnen wij dit onderwerp op een zindelijke manier in een dialoog aan de orde stellen en het gesprek met die gemeenschap aangaan over de vraag waar dit uit voortkomt?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari