Inbreng schriftelijk overleg Gert-Jan Segers ten behoeve van Ontwerpbesluit i.v.m. Wet afschaffing plusregio's

vrijdag 07 november 2014 00:00

Inbreng schriftelijk overleg van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van een Ontwerpbesluit i.v.m. Wet afschaffing plusregio’s

Onderwerp:   Ontwerpbesluit i.v.m. Wet afschaffing plusregio’s

Kamerstuk:    33 659

Datum:           7 november 2014

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom de regering er voor kiest om het dagelijks bestuur van de metropoolregio Den Haag-Rotterdam in oprichting aan te wijzen als beoogd openbaar lichaam van het grondgebied zoals aangegeven in de AmvB. Deze leden vragen hoe dit zich verhoudt tot de stelling dat de aan de decentrale overheden de vormgeving van de vervoerregio zal worden overgelaten. Voorts vragen deze leden wat de wettelijke grondslag is voor deze aanwijzing.

Genoemde leden constateren dat de provincie Zuid-Holland het niet eens is met deze aanwijzing. Genoemde leden vragen of er hiermee nog wel draagvlak is voor de vorming van een vervoerregio aangezien het uitgangspunt juist was dat de decentrale overheden, provincie én gemeenten samen de vervoerregio zouden vormen. In het eerdere schriftelijk overleg stelt de regering ook een vervoerregio zonder deelname van de provincie te billijken. Genoemde leden vragen dit nader toe te lichten.

Genoemde leden vragen voorts een reactie op de stelling van de provincie Zuid-Holland dat in het huidige voorstel de provincie geen betekenisvolle rol heeft zoals beoogd in het wetsvoorstel.

De vervoerregio is nadrukkelijk beargumenteerd als een specifieke uitzonderingssituatie gezien de complexe verwevenheid van bereikbaarheidsopgaven. Deelt de regering de mening dat bij de metropoolregio Den Haag-Rotterdam feitelijk sprake is van een bredere regeling die materieel neerkomt op de voortzetting van de plusregio? In het voorgaande schriftelijke overleg stelt de regering dat gemeenten vrij zijn om op basis van de WGR tot samenwerking over te gaan. Genoemde leden onderschrijven dit principe, maar wat betekent dit in dit concrete geval voor de positie van de provincie? Hoe kan de provincie nog haar bovenregionale afstemmingsrol spelen als zij tevens zitting heeft in het bestuur van de metropoolregio, zo vragen deze leden. Zij vragen waarom er niet voor is gekozen om de taak van de vervoerregio onder te brengen in een apart bestuur los van de andere taken van de metropoolregio zodat de provincie minder snel terecht komt in dit belangenconflict.

In antwoord op de vragen in het vorige schriftelijke overleg stelt de regering dat de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en de gemeenten van de huidige plusregio’s tot op heden nog geen stappen hebben gezet om tot overeenstemming te komen over de inrichting van de samenwerking. Genoemde leden vragen deze stelling te onderbouwen. Klopt het dat er wel veelvuldig overleg is geweest maar dat de gemeenten niet over andere varianten willen praten waarini de positie van de provincie anders is geregeld? Is er in deze kwestie vanuit de regering bemiddeld aangezien vanuit de regering is bepaald dat er twee vervoerregio’s moeten komen?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari