Bijdrage Gert-Jan Segers aan de plenaire behandeling van het Initiatief-Van Tongeren tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de Grondwet door de rechter

donderdag 05 maart 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken ten behoeve van het Initiatief-Van Tongeren door middel van een plenair debat met minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderwerp:   Initiatief-Van Tongeren tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de Grondwet door de rechter

Kamerstuk:    32 334

Datum:           5 maart 2015

De heer Segers (ChristenUnie):
Voorzitter. Onze Grondwet leidt vaak een armetierig bestaan. Dat is weleens gezegd en ik onderstreep het en zeg het na. Het is misschien wat kras uitgedrukt, maar het is waar. Wat men ook van de Nederlandse grondwet mag denken, het is onmiskenbaar dat deze niet de plaats in de Nederlandse samenleving en de staatkundige verhoudingen inneemt die eigenlijk voor zo'n document als dit gepast is. Als je dat vergelijkt met de positie van de grondwet in de Verenigde Staten, dan zie je dat die een heel andere is.

Ik dank de tweede indiener voor het opnieuw inbrengen van dit voorstel. In eerste lezing hebben wij voor dit voorstel gestemd. Ook nu staan wij er positief tegenover. Het eerste wetsvoorstel werd in 2002 aanhangig gemaakt door mevrouw Halsema. Het heeft inmiddels een heel lange weg afgelegd. Complimenten voor die vasthoudendheid van de GroenLinks-fractie, maar ik stel ook de vraag die collega Taverne stelde: hoe grondwettelijk is het om een periode over te slaan en het voorstel nu in het parlement in te brengen? Zolang we nog geen grondwettelijke toetsing hebben, moeten wij het doen, mijnheer Taverne. Ik probeer dat maar. Zal de indiener daar haar licht over kunnen laten schijnen?

Ik las een artikel van een staatsrechtsgeleerde, Leonard Besselink, die eens even om zich heen keek en zich afvroeg in welke andere landen het is zoals het in Nederland is. Het enige land waarmee Nederland in dat opzicht vergelijkbaar is, is Ethiopië. Nederland is nogal uniek in de manier waarop constitutionele toetsing wordt vormgeven, of eigenlijk in de afwezigheid daarvan. Die uitzonderingspositie geeft niet, maar dan moet je wel heel goede argumenten hebben om het te doen zoals je het doet. Die argumenten mist de ChristenUnie-fractie.

Natuurlijk kennen we in Nederland de scheiding der machten. Gelukkig maar. De ChristenUnie-fractie vindt de bewaking van de scheiding der machten nu onvoldoende geborgd. De rechtsstaat wordt onder andere geconstitueerd door zorgvuldigheid in het machtsevenwicht. Veel landen, zelfs Frankrijk, hebben onder andere om die reden rechterlijke toetsing. Dat geldt uiteraard ook voor de Verenigde Staten. De founding fathers waren er zeer van overtuigd dat de mensen niet allemaal geneigd zijn tot het goede, zeker machthebbers niet. Zij waren derhalve allergisch voor machtsconcentratie. Vandaar dat ook daar constitutionele toetsing een zeer belangrijke plaats inneemt in de rechtsstaat.

De toetsing van wetten aan de Grondwet doet in dit land de wetgever zelf. Daar valt veel over te zeggen, maar in ieder geval dit: als die toetsing door de wetgever al secuur en afdoende plaatsvindt — ik heb de heer Taverne uitgedaagd en ik heb geen voorbeeld gehoord waarin dat daadwerkelijk plaatsvond en een wet werd tegengehouden in de Tweede Kamer — gebeurt dat niet in het openbaar en is het niet heel zichtbaar. Vaak is het onzichtbaar voor het grote publiek. Er is hier dan ook geen sprake van een herkenbare rechterlijke uitspraak, maar slechts van een in de loop van het debat door een meerderheid onderschreven opvatting dat een wetsvoorstel al dan niet verenigbaar is met de Grondwet. Een parlementaire meerderheidsopvatting dus, die al dan niet overeen kan komen met het eerder uitgebrachte advies van de Raad van State op dit punt. Deze procedure opent de mogelijkheid dat de uitleg van grondwettelijke bepalingen uiteindelijk kan worden vastgesteld bij wetten die slechts steunen op een heel magere meerderheid van de helft plus één.

Ook de zware wijzigingsprocedure die geldt voor grondwetbepalingen biedt hier geen soelaas.

De heer Taverne (VVD):
De heer Segers noemt twee voorbeelden, die allebei volgens mij niet helemaal juist zijn als voorbeeld ter ondersteuning van het voorstel. Ten eerste refereert hij aan de Verenigde Staten. Ik ben een groot liefhebber van het Amerikaanse staatsrecht, maar voor mij is de constitutionele toetsing daar een voorbeeld dat bewijst dat het werkt als scheidsrechter tussen federale en deelstaatbevoegdheden. Dat was het voorbeeld van de Verenigde Staten. Dat is niet een goed voorbeeld voor de Nederlandse situatie. Wil de heer Segers nu beweren dat het proces van wetgeving en het debatteren daarover in deze Tweede Kamer niet openbaar zijn?

De heer Segers (ChristenUnie):
Wat het eerste betreft: zoals gezegd is Nederland slechts te vergelijken met Ethiopië. Dat is waarschijnlijk ook geen federale staat, maar dat is de vergelijking die we moeten trekken. Nogmaals, daar kunnen heel goede argumenten voor zijn, alleen als je zo'n uitzondering bent, moet je je argumenten wel paraat hebben. Ik zie ze niet. Dan het tweede. Wat wij doen, levert geen heldere jurisprudentie op zoals constitutionele toetsing die wel oplevert. Als een hof zoals dat in Karlsruhe met een uitspraak komt, dan is die uitgeschreven, zijn de overwegingen helder en levert dat jurisprudentie op en ook eenheid in de rechtspraak. Daar is hier geen sprake van.

De heer Taverne (VVD):
Dat ben ik ten stelligste met de heer Segers oneens. De beste jurisprudentie is de wetsgeschiedenis en dat zijn de Handelingen van de vergaderingen hier in de Tweede Kamer. Openbaarder en transparanter dan dat wordt het niet. Daarin wordt vastgelegd wat er in het kader van wetgevingstrajecten in debatten wordt gewisseld, ook als de Kamer het opbrengt en dat komt — ik zeg het nogmaals — aan op de verantwoordelijkheid van de leden van de Kamer. Wat er voorafgaat aan de jurisprudentie is het hetgeen in de raadkamer gebeurt en daar zijn wij niet bij.

De heer Segers (ChristenUnie):
Wij krijgen uitgeschreven uitspraken van een hof die duidelijk maken welke afwegingen zijn gemaakt en waar die toe leiden. Dat is geen politieke afweging. Dat staat los van een regeerakkoord. Wij hebben hier met regeerakkoorden te maken. Wij hebben met een meerderheid te maken die zich bindt aan een coalitieakkoord, aan een regeerakkoord. Daarbij geven soms uiterst politieke afwegingen en overwegingen de doorslag. Die afwegingen en overwegingen spelen geen rol bij een constitutioneel hof of bij een rechterlijke afweging. Die afwegingen komen op een heel andere manier tot stand en leveren jurisprudentie op. Uit de Eerste en Tweede Kamer komen wetten, maar dat is geen jurisprudentie zoals een constitutioneel hof of een rechterlijke toetsing wel opleveren. Het is echt van een andere orde. De heer Taverne vindt dat wij een speciale kamer moeten hebben. Dat zou de toetsing op zichzelf iets zichtbaarder maken. Het proces van toetsing aan de Grondwet is nu totaal niet transparant. Het vindt plaats in achterkamertjes en studeerkamers van Kamerleden. Wellicht nemen collega's dit zeer serieus, maar het is niet zo transparant dat de overwegingen en uitkomsten helder zijn.

Ik had het over de minieme meerderheid waarmee uiteindelijk wetgeving tot stand komt en dus ook de toetsing plaatsvindt. Op deze wijze kunnen wetten tot stand komen die op z'n minst op gespannen voet staan met de Grondwet. Dit kan te maken hebben met grondrechten, maar dat hoeft niet per se. Het kan ook gaan om andere grondwetsbepalingen. Om een voorbeeld te noemen, verwijs ik naar de staatkundige positie van de zogeheten BES-eilanden na de opheffing van de Nederlandse Antillen. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba werden als openbare lichamen gepositioneerd. Het was maar zeer de vraag of dit grondwettelijk juist was, of het fenomeen openbaar lichaam daarvoor wel bedoeld was. Het gaat dus ook met nadruk om staatkundige verhoudingen.

Macht heeft tegenmacht nodig. Ik heb het al een paar keer gezegd. Toetsing aan de Grondwet moet wat de fractie van de ChristenUnie betreft onafhankelijker en zorgvuldiger. Daarom steunt mijn fractie het voorstel van GroenLinks van harte. Wil de Grondwet een levend document zijn waar de Nederlander zijn rechten goed aan kan ontlenen, dan is er meer nodig dan de huidige invulling. Wil Nederland daadwerkelijk waarde toekennen aan de grondrechten en zo de democratische rechtsstaat stevigheid geven, dan past grondwettelijke toetsing. Rechterlijke toetsing is overigens niet alleen borging van de grondrechten, maar ook borging van de inrichtingen van de Staat, ruwweg alles na artikel 1 van de Grondwet. Ik vraag de indienster hoe zij daar tegenover staat, dus tegenover toetsing aan de hele Grondwet.

Je zou je kunnen afvragen waarom er eigenlijk verzet tegen de rechterlijke toetsing is. Dat vraag ik mij ook af als ik naar de heer Taverne luister. Wat is het motief om daar zo verschrikkelijk op tegen te zijn? Het is opvallend dat ik vooral van de zittende machten kritiek hoor. Dat is een karaktertrekje dat zich vaker openbaart. Dat is ook het geval bij het voorstel van de heer Taverne om de toetsing aan verdragen te schrappen. Dat is omdat wij er last van hebben, omdat een tegenmacht ons soms in de weg zit. Juist de mensen met macht, juist machthebbers moeten hun eigen tegenspraak organiseren. Waarom? Mensen zijn niet automatisch geneigd tot het goede en zeker machthebbers niet.

Voor de ChristenUnie is daarbij de ideale situatie dat er ook een constitutioneel hof komt, zodat de Grondwet ook in laatste instantie duidelijk uitleg en invulling krijgt. We hebben een zeer ingewikkelde juridische procedure rondom onze collegapartij de SGP gehad. Daarbij was er een sprake van uniformiteit, waarbij zowel de Hoge Raad als de Raad van State uitspraak heeft gedaan. Dat was een zeer netelige situatie. Op dat punt was er in ieder geval geen uniformiteit. Ik vraag de minister naar zijn oordeel over de huidige situatie. Wij kennen nog steeds meerdere hoogste gerechten. Hoe kijkt hij daartegenaan? Bestaan er plannen om daar meer uniformiteit in te brengen?

Er is een hinderlijke neiging in Nederland om de Grondwet niet serieus te nemen. Er zijn wel grondrechten, maar die mag je bij wet beperken. Er is geen inhoudelijke beperking op de beperking dus, alleen een formaliteit. Er zijn verschillende voorbeelden te noemen waarin grondwettelijke bepalingen onverhoeds in de weg zitten.

Ik sluit af, door nog één keer te vragen: met welk argument? De zittende machten in ons land kunnen er maar lastig mee omgaan dat zij weleens worden dwarsgezeten, door de hinderlijke omstandigheid dat de coalitie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer, door inspraak van lastige burgers of studenten of door rechters die meer doen dan een marginale toets aanleggen. Daarom vraag ik de tegenstanders van constitutionele toetsing om te reflecteren op hun argumenten en motieven. Tot nu toe vat ik ze maar samen als vrees voor machtsverlies.

Ondertussen ben ik het van harte eens met het voorstel dat hier voorligt en hoop ik met de heer Schouw, die even koffie aan het drinken is, dat het alsnog een tweederdemeerderheid haalt.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari