Bijdrage Gert-Jan Segers aan het algemeen overleg IVD-aangelegenheden

dinsdag 10 februari 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken aan een algemeen overleg met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Hennis-Plasschaert van Defensie

Onderwerp:   IVD-aangelegenheden

Kamerstuk:    29 924

Datum:           10 februari 2015

De heer Segers (ChristenUnie): Voorzitter. Het is goed dat er veiligheidsdiensten zijn. Zij zijn er ter bescherming van fundamentele vrijheden en de vrijheid van de rechtsstaat. Tegelijkertijd functioneren ze in die rechtsstaat en moeten ze ook recht doen aan de uitgangspunten van die rechtsstaat. Als wij hun macht geven, is er dus altijd tegenmacht nodig. In die context praten we over de voorstellen die het kabinet in de brief heeft gedaan.

Ik heb eerst nog een vraag over de uitzending van Argos van afgelopen zaterdag. Daarin werd gezegd dat onze diensten een gepensioneerde medewerker nodig hadden om onze informatiepositie in Kiev te herstellen. Dat was het resultaat van dramatische bezuinigingen, die deels zijn teruggedraaid. Wat is de reactie van de minister op dit incident? Is dit typerend voor de dienst? Is het schering en inslag dat wij zo veel hebben prijsgegeven en dat het heel lang zal duren voordat we weer op niveau kunnen functioneren?

De heer Bertholee, hoofd van de AIVD, heeft in een interview in De Telegraaf gezegd dat hij overrompeld was door het aantal jihadgangers. In antwoord op mijn schriftelijke vragen daarover antwoordde de minister dat het wel meeviel met dat gevoel van overrompeling. Hoe is het nu? Was de AIVD wel of niet overrompeld? Er blijven in de Kamer breed gedeelde zorgen bestaan over de omvang, de capaciteit en de slagkracht van de diensten, zeker als je het aantal jihadgangers in ogenschouw neemt. Inmiddels zijn het er misschien wel meer dan 200. Is de dienst in staat om nog steeds voor de veiligheid te zorgen en voor de rechtsstaat te staan als een groot deel van hen terugkeert?

Bij de begrotingsbehandeling heb ik een motie ingediend over de MIVD. Deze ging over de eigenstandige informatiepositie. Ik vraag de minister van Defensie hoe het staat met de uitvoering van die motie. Zij gaat bekijken wat er nodig is om recht te doen aan dat uitgangspunt. Daarnaast vraag ik de minister van Binnenlandse Zaken of we niet ook zo'n exercitie nodig hebben voor de AIVD.

Dan kom ik op de commissie-Dessens. De hoofdvraag is of we het onderscheid tussen kabelgebonden en niet-kabelgebonden loslaten. De commissie-Dessens heeft duidelijk gemaakt dat dit losgelaten moet worden. Mijn fractie heeft dit bestudeerd en ziet in dat dit een goed uitgangspunt is, maar … En dat "maar" staat hier met heel grote hoofdletters. Macht heeft namelijk tegenmacht nodig. Er zijn checks-and-balances nodig.

Daar heb ik een aantal vragen over. Waarom heeft de minister niet overwogen om de rechter een rol te geven bij het plaatsen van een tap? In de omliggende landen is dat gebruikelijk. Waarom is ervoor gekozen om alle toetsing achteraf te laten plaatsvinden? Dan is de tap al geplaatst en is er al inbreuk gepleegd. Waarom wordt er niets gezegd over de omvang van de CTIVD (Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten)? Kan zij nog steeds voldoende toezicht houden? Hoe groter de macht van de diensten is, hoe belangrijker de tegenmacht, het toezicht erop, moet zijn. Kan de minister hier iets over zeggen? Hoe wordt de waarde van de persoonlijke leefsfeer en het belang van privacy verankerd? Waarom wil de minister in de positie zijn -- dat is een belangrijke passage in de brief -- om het oordeel van de CTIVD over rechtmatigheid te kunnen overrulen en om dit in handen te kunnen leggen van de CIVD en het dus aan te laten komen op parlementaire controle? Is er ook nog een rechterlijke toets mogelijk?

Dan kom ik op het rapport van de CTIVD inzake een onderzoek door de AIVD op de sociale media. Ik citeer: "Ten aanzien van de bevoegdheid tot de selectie van sigint geeft de Commissie aan dat de werkwijze van de AIVD, waarbij in de hoeveelheid geïntercepteerde gegevens (bulk) wordt getracht potentiële targets te identificeren of te duiden, onrechtmatig is zolang de wet niet is gewijzigd." Dat is een belangrijke zin. De CTIVD toont een vorm van begrip, omdat men in afwachting is van wetgeving, en geeft twee waarborgen. Het begrip wordt onderbouwd met een verwijzing naar de MIVD. De minister van Defensie heeft in overleg met de Kamer dit beleid afgesproken. Zij heeft in ieder geval de Kamer hierover geïnformeerd. Hoe is de Kamer geïnformeerd dat de AIVD ook in dit spoor zou verdergaan? Is er nog wel een prikkel om de wettelijke lacune weg te werken? Een wettelijke basis is cruciaal.

We hebben een mooi overzicht van de minister gekregen van de bewaartermijn. Er zijn drie fasen: verwerven, voorbewerken en verwerken van gegevens. In de eerste kolom wordt een bewaartermijn van één jaar genoemd. Waarom één jaar als het gaat om informatie waar je grotendeels niets mee doet? Moet die niet veel sneller weg? In de tweede kolom wordt gezegd dat we nog een keer moeten nadenken over die bewaartermijn. Wat is gebruikelijk in de landen om ons heen? Moet de bewaartermijn bij landen die privacy en de rechtsstaat hoog in het vaandel hebben staan en daar recht aan doen, niet een halfjaar zijn? Dat is mijn voorstel. In de laatste fase gaat het om één jaar. Is dat niet ook heel lang? Moet dat ook niet naar een halfjaar? Ik krijg dus graag meer duidelijkheid over de bewaartermijnen van die enorme hoeveelheden gegevens die worden verzameld.

Is ontduiking van de bewaartermijn mogelijk als je die hoeveelheid stalt bij bevriende diensten? Dan houden wij ons netjes aan de bewaartermijn, maar vervolgens schuiven wij de gegevens door naar een bevriende dienst waar ze veel langer bewaard worden. Is het dus mogelijk om die bewaartermijn te ontduiken?

De voorzitter: Bent u klaar?

De heer Segers (ChristenUnie): Dit zijn mijn laatste zinnen voorzitter. Ik kom op de brief over Snowden. In het debat over de activiteiten van de NSA in Nederland heb ik aangedrongen op een herijking van de verhoudingen. Daarover heb ik ook een motie ingediend. Die is aangenomen. Hoe staat het met de contacten met die diensten over het recht doen aan de uitgangspunten van onze rechtsstaat en onze fundamentele vrijheden? De heer Snowden zegt dat onze veiligheidsdiensten wel heel makkelijk achter de Amerikanen aanlopen. De minister zegt dat het wel meevalt. Wat was er eerst wel mogelijk en is nu, na die herijking van de banden met bevriende diensten, minder mogelijk? In hoeverre heeft die herijking plaatsgevonden?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari