Bijdrage Gert-Jan Segers aan het plenair debat over de Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ivm eigen bijdrage van veroordeelden aan de kosten van de strafvordering en de slachtofferzorg

dinsdag 07 april 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan een plenair debat met minister van der Steur van Veiligheid en Justitie en staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de eigen bijdrage van veroordeelden aan de kosten van de strafvordering en de slachtofferzorg) (34 067) + Wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en enige andere wetten in verband met de eigen bijdrage voor verblijf in een justitiële inrichting

Kamerstuk:    34 068

Datum:           7 april 2015

De heer Segers (ChristenUnie):
Voorzitter. Wie niet thuis verblijft, kan in zijn huishoudboekje zomaar een aantal standaardkostenposten schrappen. Denk aan eten, gas, water en licht. Die kosten worden elders gemaakt, maar voor wiens rekening? Voor talloze Nederlanders geldt dat ze een eigen bijdrage moeten betalen bij opname in een verzorgingshuis of inrichting, of bij andere zorgkosten. Het heffen van een eigen bijdrage bij gedetineerden lijkt op het eerste gehoor daarom logisch. Hetzelfde valt te zeggen voor een bijdrage in de kosten die de strafrechtketen maakt bij de zaak en veroordeling van een dader.

Maar helaas zit de wereld soms wat ingewikkelder in elkaar. Daarom heb ik vandaag veel vragen voor beide bewindslieden. Want waarom hebben wij in Nederland gevangenissen? Is dat alleen om mensen een tijdje op te sluiten en ze dan met een bonnetje weer naar huis te sturen? Ik dacht het niet. Detentie dient inderdaad en allereerst als vergelding, maar heeft als het goed is ook een rehabiliterende werking. In dit land spreken wij gelukkig met deze twee woorden, zodat een veroordeelde na zijn detentie een nieuwe start kan maken, met de hoop dat recidive uitblijft. Precies op dit punt heb ik grote zorgen.

Mijn tweede belangrijke punt betreft de haalbaarheid van het hele plan, inclusief de administratieve lasten. Collega Schouw heeft er al veel vragen over gesteld. Ik sluit mij daarbij aan. Ik begin met de grondslag van dit voorstel. De bewindslieden hebben aangegeven dat dit een administratieve en geen straffende sanctie is. Maar de kosten kunnen oplopen tot €14.000. Mijn vraag is tweeledig. Gaat de rechter hiermee rekening houden bij de strafoplegging? Zo ja, worden de straffen daardoor korter? Wat moet je daarvan vinden? Welke gevolgen heeft dit voor mensen die hun boete niet kunnen betalen en daarom in de cel belanden? Krijgen zij zo geen ongelijke straf in vergelijking met rijkere collega's die voor hetzelfde type delict veroordeeld worden?

Wat is nu het echte doel van deze maatregel? Wie de gevangenispopulatie beziet, moet toegeven dat er onderscheid te maken is. Ik onderscheid drie groepen en ik vraag de bewindslieden om op ieder van deze groepen te reageren. Hoe zal het voorstel voor deze groepen uitwerken?

Ten eerste gaat het om mensen die crimineel gedrag hebben vertoond om er financieel beter van te worden. Van deze groep mensen is er de neiging om te zeggen dat zij inderdaad een eigen bijdrage kunnen betalen. Je kunt zeggen: boontje komt om zijn loontje. Ik vraag de bewindslieden om hierop in te gaan, omdat veel daarvan al in ogenschouw is genomen in het vonnis van de rechter. Via de pluk-ze-wetgeving kan er al heel veel crimineel vermogen worden ontnomen. Dat kan in de strafmaat worden meegenomen. Kunnen de bewindslieden aangeven waarom dit geen extra sanctie is, maar een administratieve maatregel? Bovendien vraag ik hun om duidelijk te maken wat deze naheffing doet met de terugkeer in de samenleving. Ik vind de wetenschappelijke onderbouwing over het uitblijven van recidive namelijk nogal mager.

Dan de tweede groep: zij die vanwege hun verslaving delicten begaan of vanwege andere psychische problemen extreem delict gedrag vertonen. Van deze groep moet gezegd worden dat het cruciaal is dat er hulp komt bij de verslavingsproblematiek. Het is een maatschappelijk belang dat zij behandeld worden en onder toezicht een plek in de samenleving kunnen krijgen. Kunnen de bewindslieden inzichtelijk maken welk bedrag men in reguliere zorginstellingen moet betalen aan eigen bijdrage en hoe dit zich verhoudt tot de bijdrage die in een justitiële instelling wordt gevraagd? Garanderen zij dat de eigen bijdrage geen nadelige invloed heeft op het tegengaan van recidive?

Dan de derde groep, de groep van mensen die geen andere weg ziet om in hun onderhoud te voorzien, hetzij doordat zij gebruikt worden door anderen, hetzij doordat zij met hun verstandelijke beperking telkens degene zijn die opgepakt worden. Laten wij eerlijk zijn: er is ook een groep gedetineerden die vóór de veroordeling al aan de rand van de samenleving leefde en die kwetsbaar is. Ook voor deze groep is het betalen van een bijdrage voor detentie een bijna onmogelijke opgave. Vaak zal dit betekenen dat zich extra schuldeisers aandienen en dat die zich achterin de rij zullen aansluiten. Ik vraag de bewindslieden hoe groot deze groep is. Wat zijn de lasten en de zorgen voor hen alvorens wordt overgegaan tot een speciale regeling of wordt afgezien van de vordering?

Ik wil beter helder krijgen voor welke groep gedetineerden dit wetsvoorstel de re-integratie in de samenleving niet in de weg staat. Ik wil voor de kwetsbare gedetineerden ook duidelijk hebben hoe dit zich verhoudt tot de eigenbijdrageregeling in de ggz en de verslavingszorg. Kunnen de bewindslieden daarvan een overzicht geven?

Bovendien vrees ik dat het voorstel in de praktijk uiteindelijk weinig relevantie heeft. Van een kale kip kun je namelijk niet plukken. Een aanzienlijk aantal gedetineerden heeft een grote schuldenproblematiek. Zij kunnen de eigen bijdrage gewoonweg niet betalen. Kunnen de bewindslieden ons meenemen in hun overweging om te kiezen voor een vast bedrag als eigen bijdrage? Waarom wordt er eigenlijk niet naar inkomen of vermogen gekeken?

Ik heb ook een vraag over de rol van de gemeenten, die mij niet helemaal helder is. Zij zijn verantwoordelijk voor de minnelijke schuldtrajecten, maar daarbij worden twee criteria gehanteerd, namelijk de voorwaarde dat schulden te goeder trouw zijn aangegaan en dat er sprake is van een vast inkomen. Aan beide criteria kan niet worden voldaan door gedetineerden. Hoe verhoudt zich dat tot de rol die gemeenten in dit traject hebben?

Een ander punt is de internationale context. Er zijn inderdaad voorbeelden in Engeland en Duitsland. De bewindslieden refereerden daaraan in de schriftelijke voorbereiding. Wie de nota naar aanleiding van het verslag leest, ziet vervolgens heel vaak staan dat een diepere vergelijking eigenlijk moeilijk te maken is. Ik vind het vreemd dat er zo makkelijk met het internationale argument gezwaaid wordt. Waar werkt de eigen bijdrage volgens de bewindslieden nu wel succesvol? Wat zijn die succesfactoren daar? Ik mis een overzichtelijke analyse.

Wat wel lijkt te werken, zijn concepten die in het buitenland worden toegepast, zoals op het Noorse gevangeniseiland Bastøy en in de Apac-gevangenis in Brazilië. Daar krijgen gevangenen veel meer verantwoordelijkheid voor hun eigen leven. In Nederland is er een lightversie in de vorm van een pilot in Heerhugowaard. Er zijn ook bijvoorbeeld de Exodushuizen. De staatssecretaris heeft eerder, in antwoord op vragen van mevrouw Kooiman, gemeld dat hij dit voorjaar met een voorstel zal komen over de voortzetting en mogelijke uitbreiding van deze pilots. Hoe verhoudt zich dat voorstel tot het voorliggende wetsvoorstel? Ik vind het heel lastig om deze twee zaken helemaal los van elkaar te behandelen. Zij hebben erg veel met elkaar te maken. Dit wetvoorstel wordt volgens mij namelijk veel sterker als we deze twee zaken met elkaar verbinden. Er zijn in het buitenland innovatievere concepten die veel meer betekenen voor het terugdringen van recidive. Laten we daar onze tijd en energie in steken. Ik hoor hierop graag een reactie van de staatssecretaris.

Ik zou ook graag een reactie krijgen op de bevindingen van een wetenschappelijke school die wijst op de zinloosheid en de contraproductiviteit van dit voorstel voor gevangenen. Ik noem de expert prof. dr. Martin Moerings, die veel kennis heeft op dit vlak en die juist hiervoor waarschuwt. Waarom ziet de staatssecretaris hier voldoende in om dergelijke waarschuwingen in de wind te slaan?

Er zijn ook veel zorgen geuit over de verzwaring van de administratieve lasten. De heer Schouw heeft daarover vragen gesteld en ik sluit mij daar graag bij aan.

Ik mis ook een analyse van de vraag wat deze vordering met de inkomenspositie van achterblijvende gezinnen doet. Die positie wordt namelijk nóg beroerder. Het inkomen en de positie van de gedetineerde, vader of moeder, valt weg en er komen extra kosten bij. Wat zijn de gevolgen voor de achterblijvers? Wat zijn de gevolgen voor bijvoorbeeld een beroep op bijstand? Betekent dit dat een gezin nóg meer zal boeten voor de misstappen van een van de huisgenoten? Is bekend welke gevolgen dit heeft?

Er is met klem op gewezen dat het wetsvoorstel ouders van jeugdige gedetineerden zal belemmeren om in elk geval nog eens op bezoek te gaan bij hun kind. Wordt bij deze bijdrage gekeken naar een vergelijkbare bijdrage in de jeugd-ggz? Heeft de staatssecretaris contact gehad met zijn collega van VWS en heeft hij gevraagd wat daarbij op dit moment al de knelpunten zijn? Ook hierbij vraag ik wat de gevolgen zijn voor de terugkeer van de jeugdige in zijn eigen huiselijke sfeer.

Mevrouw de voorzitter, ik begon mijn bijdrage met de logica van een eigen bijdrage, maar u merkt dat er heel veel vragen bij te stellen zijn. Die draaien om perspectieven voor de gedetineerde, om het voorkomen van recidive en om andere mogelijkheden, die een beter resultaat hebben. Nog niet zo heel lang geleden, in 2008, was er een staatssecretaris die het hele idee gegrond afwees. Ik citeer aan het einde van mijn bijdrage uit het persbericht van de toenmalige staatssecretaris van PvdA-huize. Zij schreef het volgende. "Voor de invoering van een eigen bijdrage voor gedetineerden in de kosten van detentie ontbreekt een toereikende rechtvaardiging. Als uitgangspunt is in de wet vastgelegd dat de kosten van detentie voor rekening van de Staat komen. In de visie van het kabinet is het disproportioneel om, bovenop het stopzetten van de uitkering, ook een eigenbijdrageregeling voor gedetineerden in te voeren. Ook is gebleken dat het internationaal gezien zeer ongebruikelijk is om gedetineerden bij te laten dragen in de kosten van detentie." Verder staat in dat persbericht uit 2008: "Daarnaast zijn er praktische bezwaren waaronder de over het algemeen zwakke financiële positie van gedetineerden en de hoge inningskosten. Vermogen uit criminele activiteiten wordt zo veel mogelijk afgeroomd via de pluk-ze-wetgeving, waarvan het kabinet al eerder heeft aangekondigd dat de mogelijkheden worden geïntensiveerd." Dat was in 2008. Dit vraagt in 2015 om een sterk weerwoord van de bewindslieden, in ieder geval een sterker weerwoord dan wat we in de stukken hebben zien staan. Ik zie uit naar dat weerwoord.

De heer Van Oosten (VVD):
Ook de heer Segers begint en eindigt zijn bijdrage met een logische vaststelling, namelijk dat het op zichzelf niet zo gek klinkt om bepaalde kosten niet ten laste van de samenleving te laten komen, maar ten laste van degene die de kosten heeft veroorzaakt. De heer Segers somt echter een aantal groepen op waarover hij zich in dit verband zorgen maakt. Ik begrijp die zorgen heel goed en ik ben ook benieuwd naar de reactie van het kabinet hierop. Maar er blijft wellicht uiteindelijk wel een groep over. We weten nu nog even niet hoe groot die groep is, maar laten we er even van uitgaan dat de omvang van die groep substantieel is. Deelt de heer Segers dan wel ten volle het uitgangspunt dat gedetineerden die een bijdrage kunnen leveren, ook daadwerkelijk bijdragen in de kosten van wat ze zelf hebben veroorzaakt ten gevolge van eigen keuzes? Deelt hij het uitgangspunt dat die bijdrage verlangd mag worden van in ieder geval die overgebleven groep, maar wellicht ook van de andere groepen?

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik heb gezegd dat de logica daarvan zich opdringt, maar dat er wel heel indringende vragen zijn te stellen. Kijk bijvoorbeeld naar het vermogen of het inkomen van zo'n gedetineerde. Dat wordt niet gedaan. Verder heb ik gevraagd hoe de administratieve straf zich verhoudt tot het punitieve karakter. Die twee dingen moeten heel duidelijk worden onderscheiden. Het mag geen extra straf zijn, want we kunnen crimineel geld via een andere route ontnemen. Die route is veel heilzamer dan deze route. Ik hoorde collega Helder net zeggen: mensen als Willem Holleeder, met heel veel geld, kunnen we best een eigen bijdrage laten betalen. Maar ik denk dat dat soort mensen lacht om een eigen bijdrage. We hebben andere middelen om die mensen het criminele geld te ontnemen.

De heer Van Oosten (VVD):
Dat is duidelijk. De heer Segers gaat nu in op andere vragen uit zijn bijdrage, onder andere over het punitieve karakter of de administratieve kant daarvan. Er zijn een paar doelgroepen van gedetineerden en veroordeelden waarover de heer Segers zich zorgen maakt. Wellicht blijft er nog een deel over. Vandaar mijn meer principiële vraag: deelt de heer Segers het algemene uitgangspunt dat je van die groep, waarvan hij niet weet hoe groot hij is, best wat mag vragen? Zij hebben het immers zelf veroorzaakt.

De heer Segers (ChristenUnie):
U hebt mij geen principieel nee horen zeggen, want wij vragen in allerlei sectoren en voor allerlei voorzieningen om een eigen bijdrage. Maar het moet wel proportioneel zijn en het moet inderdaad geen extra punitief karakter hebben, want dat kunnen we op een andere manier toepassen. De vragen die ik heb gesteld, blijven overeind staan, maar ik heb geen principieel nee gezegd.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari