Bijdrage Gert-Jan Segers aan het algemeen overleg Opportuniteit van een kiescollege

dinsdag 17 maart 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken aan een algemeen overleg met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderwerp:   Opportuniteit van een kiescollege

Kamerstuk:    33 900

Datum:           17 maart 2015

De heer Segers (ChristenUnie): Mevrouw de voorzitter. Dit was weer zo'n onderwerp waarbij ik dacht: wat goed dat er een Eerste Kamer is. Misschien denkt de minister daar bij tijd en wijle anders over. De drie uitgangspunten onderschrijf ik van harte, vooral het uitgangspunt van gelijke behandeling van Nederlanders in het Caribisch deel van Nederland en Nederlanders aan deze kant van de oceaan, ook als het gaat om de invloed van niet-Nederlanders op de Eerste Kamer en het stemrecht voor de eilandraad, c.q. de gemeenteraad. Wat de gelijke behandeling van burgers betreft: zij horen bij Nederland; dan moeten ze ook echt bij Nederland horen. Dan moet dat duidelijk worden in wetgeving en kiesrecht. Ik was blij dat de Eerste Kamer zei: dat wetsvoorstel gaan wij eventjes niet behandelen; wij wachten deze hele verkenning even af; wij stoppen het wetsvoorstel 33900 even in de koelkast. Dat lijkt mij heel goed. Is de minister van plan dit wetsvoorstel in te trekken?

Mij is niet helemaal duidelijk waar de minister in zijn brief steun voor vraagt. De huidige wijziging van de Grondwet stelt: de leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van Provinciale Staten en de leden van de algemeen vertegenwoordigende organen van openbare lichamen; oftewel de eilanden daar. Welke positie krijgt het kiescollege dan? Wordt dat ook een vertegenwoordigend lichaam? En wat bedoelt de minister met de passage dat deze wijziging los moet worden gezien van de invloed van niet-Nederlanders op de verkiezingen van de Eerste Kamer? Daar ging dit hele circus toch om? Daar was het toch juist om te doen? Die zin kon ik niet plaatsen.

De minister kiest een wat opmerkelijke route, namelijk die van de novelle op een grondwetswijziging. Waarom kiest hij voor een novelle? Waarom neemt de minister de grondwetswijziging niet terug en komt hij met één grondwetswijziging? Dat is een opmerkelijke route. Is die eerder bewandeld? Is er eerder een novelle op een grondwetswijziging langs de Kamer gegaan? Kent dit een precedent? Daar zijn in staatsrechtelijke zin nog wel wat bedenkingen bij. Een grondwetswijziging kent een eerste en tweede lezing. De eerste lezing is al langs de Tweede Kamer en wordt dan voorgelegd aan de Eerste Kamer. Is dat helemaal zuiver? Moet het niet zo gaan dat als de grondwetswijziging door de Tweede Kamer is gegaan, er door de Eerste Kamer ja of nee tegen moet worden gezegd? Is het een zuivere gang van zaken om de novelleroute te kiezen bij een grondwetswijziging? Als de minister mij vraagt wat een zuivere manier zou zijn, lijkt het mij zuiverder om recht te doen aan de uitgangspunten zoals geformuleerd in de Eerste Kamer, namelijk gelijke behandeling van alle burgers van Nederland, ook als het gaat om het kiesrecht. Ook moet het wijzigen van de grondwet op een zuivere manier gebeuren, niet via een novelle, maar door het wetsvoorstel terug te nemen en met een wetsvoorstel te komen dat zowel de eerste als de tweede lezing doorloopt. Daarmee gaan we de koninklijke weg richting gelijke behandeling.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari