Bijdrage Gert-Jan Segers aan het algemeen overleg Staat van het bestuur Aruba, Curaçao en Sint Maarten

dinsdag 31 maart 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties aan een algemeen overleg met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister van der Steur van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Staat van het bestuur Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Kamerstuk:    31 568

Datum:           31 maart 2015

De heer Segers (ChristenUnie): Voorzitter. Mijn beginzin staat daar diametraal tegenover: wij moeten de eilanden niet loslaten. Er zijn inderdaad grote, grote zorgen, bijvoorbeeld over corruptie, de verwevenheid van bovenwereld en onderwereld, drugshandel en de invloed van de gokindustrie. Daar zijn wíj bezorgd over, maar uiteraard vooral de bevolking dáár. De samenleving op de eilanden zelf gaat daar kapot aan. Als wij inderdaad enige betrokkenheid hebben, moeten wij onze handen er vooral niet snel van aftrekken.

Het is wel de vraag wat wij kunnen. Dat heeft natuurlijk te maken met artikel 43. Ik wil dit aan de minister van Koninkrijksrelaties voorleggen. In artikel 43 staat dat elk land verantwoordelijk is voor de deugdelijkheid van bestuur, maar dat het waarborgen van de deugdelijkheid een zaak is van het Koninkrijk als geheel. Welke rol ziet de minister dan voor Nederland? Collega Van Raak, die zeer actief is met het stellen van vragen, heeft vragen gesteld over de veiligheidsdienst, over de schokkende aantijging dat gevoelige informatie van de AIVD daar in tassen naar buiten is gedragen. Als hij daar vragen over stelt, zegt de minister: de veiligheidsdienst valt onder de verantwoordelijkheid van de regering van Curaçao; het is niet aan mij maar aan de regering van de staat Curaçao om hierover een opvatting te hebben. Als er een vraag wordt gesteld over de invloed van de gokindustrie, is de eerste zin van het antwoord: toezicht op casino's en loterijen is een autonome aangelegenheid van het land Curaçao. Waar praten we nu over? Wat is onze verantwoordelijkheid? Wat is de verantwoordelijkheid van de minister en wat kan hij ons vertellen? Want die zorgen zijn er, zeker als het gaat om gevoelige informatie bij de veiligheidsdienst. Als het lastig is om in dit AO helderheid te geven en antwoord te geven op de vragen, is er altijd nog de mogelijkheid van een besloten briefing van de Kamercommissie. Dan moet het maar zo. Het is namelijk zeer onrustbarend en zorgwekkend als wij de berichten lezen en vragen stellen, maar geen antwoorden krijgen en maar moeten hopen dat het aan die kant van het Koninkrijk, aan de andere kant van de oceaan, allemaal goed komt, terwijl het ook onze veiligheid raakt.

Ik heb begrepen dat het dienstverband van de Recherche Samenwerkings Teams op Curaçao is verlengd. Welke mogelijkheden worden er op dit moment aangegeven voor het verlenen van technische bijstand?

Ik heb ook een vraag over het project Duradero, dat is gestart ten behoeve van de aanpak van financieel-economische criminaliteit. Wanneer horen we hier meer over? Voor dit project is 2,3 miljoen uitgetrokken. Wat wordt er concreet met de toegekende middelen gedaan?

Intussen hebben we ook van alles gelezen over het onderzoek dat wordt uitgevoerd op Sint-Maarten. De regie daarover is naar de rijksministerraad getrokken. Ik heb daarover dezelfde vragen als collega Hachchi. Wat is hieraan voorafgegaan? Daar willen wij helderheid over. De brief is er heel summier over. Waaruit blijkt dat Sint-Maarten inderdaad onvoldoende goede wil heeft getoond om hiermee zelf aan de slag te gaan? Het is mij ook niet duidelijk waarom Sint-Maarten deze bereidheid niet heeft getoond. Misschien kan de minister daarover meer vertellen.

Tot slot. Het is één ding om te spreken over het bestrijden van criminaliteit, maar een ander ding, en veel belangrijker, om criminaliteit te voorkomen en te werken aan preventie. Het is van belang dat er goede resocialisatieprojecten zijn voor jongeren die weer willen terugkeren in de samenleving nadat ze op het verkeerde pad zijn geraakt. Wat gebeurt er op dit gebied? Welke afspraken zijn daarover gemaakt? Ik weet dat Nederland een aantal projecten subsidieert, maar meten we het effect? Investeren hierin is minstens zo belangrijk als het bestrijden van de criminaliteit zelf.

De heer Van Laar (PvdA): De heer Segers vraagt waaruit blijkt dat er op Sint-Maarten niet actief genoeg wordt opgetreden tegen criminaliteit en misstanden, maar we hebben rapporten uit 2007 en uit 2014 die laten zien dat de situatie niet beter maar alleen maar erger wordt. Ik zou bijna vragen: wat heeft de ChristenUnie nog meer nodig om de conclusie te trekken dat Sint-Maarten dit niet zelf gaat aanpakken?

De heer Segers (ChristenUnie): Nee, die zorgen delen wij. Ik heb gezegd dat de brief vrij summier is over de aanloop naar het uiteindelijke besluit om de regie naar de rijksministerraad toe te trekken. Ik heb dus dezelfde vragen als collega Hachchi. Als er blijk is geweest van goede wil en als partijen op een goed moment heel dicht tot elkaar zijn genaderd, wat is er dan misgegaan dat heeft geleid tot het besluit van de rijksministerraad? Dat is mijn vraag.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari