Bijdrage Gert-Jan Segers aan het plenair debat over de Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)

woensdag 09 december 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een plenair debat met staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Onderwerp:   Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169) (33 990) + Rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169 en Trb. 2014, 113) (R2034) (33 992)

Kamerstuk:    33 990 en 33 992          

Datum:           9 december 2015

De heer Segers (ChristenUnie):
Voorzitter. Een punt vooraf. Ik spreek hier ter vervanging van collega Carla Dik. Zij had hier graag willen zijn, maar is op dit moment in Parijs. Zij is echter een warm voorvechter voor de inclusieve samenleving en had dit debat graag willen voeren. Ik doe dat vandaag als haar vervanger, indachtig haar persoonlijke strijd. Tegelijkertijd heb ik ook een persoonlijke inbreng, want bij mijn bijdrage denk ik aan mijn nichtje Hanna, die nu 21 jaar oud is. Toen zij geboren werd, en duidelijk werd dat zij downsyndroom had, liet haar verwelkoming in de medische omgeving te wensen over. Zij heeft zich vervolgens ontwikkeld tot een prachtig mens, die op school meedoet, die werkt, die op dit moment solliciteert, die er helemaal bij hoort. Ik denk aan haar als ik deze bijdrage lever.

1948 is de context van dit verdrag. Na de indringende ervaringen van de Tweede Wereldoorlog nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Daar begon het mee. Daarna volgden verschillende universele verdragen om discriminatie en uitsluiting van achtergestelde groepen tegen te gaan. Tegelijkertijd blijven wereldwijd mensen met een beperking nog steeds achter. Zij worden vaker buitengesloten, vaker gediscrimineerd, zij leven vaker in armoede, zijn vaker het slachtoffer van misbruik, mishandeling of uitbuiting, worden vaker minder serieus genomen en hebben minder kans op een goede opleiding of op werk.

13 december 2006 was een belangrijke dag voor de 650 miljoen mensen wereldwijd die leven met een beperking. Nederland tekende het verdrag dat 50 artikelen omvatte. Vandaag is ook belangrijke dag omdat d parlementaire behandeling is begonnen en ratificatie hopelijk spoedig zal plaatsvinden. De groep waar het om gaat, heeft hier lang op gewacht. Ik herinner mij de motie uit 2012, toen mijn voorganger Arie Slob aandrong op ratificatie. De motie was aangenomen. Toen werd gesproken over ratificatie binnen een jaar, maar dat hebben we niet gehaald. Er zijn indringende vragen gesteld hierover in vele debatten en ik ben blij dat vandaag de dag is aangebroken, waarop het verdrag nu voorligt en ratificatie binnen handbereik is.

Dit verdrag bevordert gelijkheid, beschermt, waarborgt en eerbiedigt. Dit verdrag bevat geen nieuwe rechten, maar omvat wel meer specifieke verplichtingen. Implementatie verplicht de Staat om deze rechten te respecteren, te beschermen, te verwezenlijken en te bevorderen door middel van het nemen van passende maatregelen. Dat raakt de taak van de overheid. Het uitgangspunt van de overheid is dat iedereen volwaardig moet kunnen meedoen, iedereen die deel uitmaakt van deze samenleving, ook mensen voor wie het soms moeilijker is om mee te doen.

Dit uitgangspunt is vastgelegd in de wet gelijke behandeling op grond van handicap of een chronische ziekte. Op verzoek van mijn fractie is dat ook in het strafrecht vastgelegd. Discriminatie op grond van een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking is strafbaar. In het bijzonder wordt daarop toegezien in het sociaaleconomisch verkeer; bedrijven of diensten die zonder dat daar een goede reden voor bestaat, niet toegankelijk zijn voor mensen met een handicap kunnen strafrechtelijk worden vervolgd.

De grote vraag is waarom dit van zo groot belang is. Het belang voor de fractie van de ChristenUnie is gelegen in het feit dat elk leven waardevol is, in elk stadium van dat leven en dat we het leven nooit kunnen kwalificeren. We kunnen nooit zeggen dat het leven alleen waardevol is als het aan bepaalde criteria voldoet. Nee, elk leven is waardevol. Dat onderstreept dit verdrag. In deze lijn las ik ergens een mooie quote van iemand met een beperking die dit verdrag samenvatte. Hij zei "het is gewoon dat ik er ook ben". Zo is het; dat is ook heel gewoon.

Maar zien we deze waarden in elkaar? Wat hebben we ervoor over om deze waarden tot bloei te laten komen? Kiezen wij als bestuurders bij de overheid niet te vaak de weg van de minste weerstand? Mensen met een beperking vormen een minderheid in onze samenleving, maar hoe vaak houdt iemand in zijn businessplan rekening met mensen met een beperking? Hoe vaak denkt een architect vanuit het perspectief van iemand met een rolstoel?

Ik las pas een column van iemand die naar een concert ging en achter haar gemopper hoorde over het feit dat zij niet opschoot, dat zij niet in de rij hoefde te staan en zo naar binnen ging. Assertief als zij was, riep zij snel achterom: willen jullie dan ruilen met mij? En toen werd het stil.

Onze samenleving wordt steeds ingewikkelder voor mensen met een beperking. Ik wijs op reizen met het openbaar vervoer en bijvoorbeeld op de belastingaangifte. De informatietechnologie ontwikkelt zich in rap tempo en voor sommige mensen met een beperking is dit een uitkomst. Ik denk aan e-health en sociale media, zoals Facebook. Tegelijkertijd zijn er veel mensen die de digitale ontwikkelingen niet kunnen meemaken. Dit moet anders. De overheid heeft hierin een voorbeeldfunctie en moet de digitale bereikbaarheid ook verbeteren, net als banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Ik krijg graag een reactie van de staatssecretaris op dit punt.

Door op een andere manier naar de inrichting van onze samenleving te kijken, kunnen we de toegankelijkheid voor mensen met een beperking verbeteren. Ik zeg nadrukkelijk hierbij dat het niet alleen om mensen met een fysieke beperking gaat, maar ook om mensen met een niet-zichtbare, met een verstandelijke beperking. Door op een andere manier met mensen met een beperking om te gaan, kunnen we de participatie van mensen met een beperking verbeteren. Dat vraagt wat van ons, maar ook van mensen met een beperking. Zij mogen de veiligheid voelen om aan te geven wat anders kan en wat anders moet. Door het ratificeren van dit verdrag komt de nadruk op zelfbeschikking te liggen. In een andere context heeft mijn fractie nog wel eens wat moeite met dit begrip of heeft zij een wat ambivalente houding ten opzichte van dit begrip. De kracht van deze emancipatiebeweging zit 'm juist in zelfbeschikking. Dit verdrag wordt telkens weer als hét keerpunt op de weg naar een inclusieve samenleving aangemerkt. Niet een overheid die beslist over hen, maar met hen. Hen niet benaderen vanuit een hulp- en zorgbehoefte, maar hen zien als individuen die zelf in staat zijn om richting te geven aan hun eigen leven. Participeren wordt zo een basisrecht.

Onlangs hadden wij een open dag in dit huis. Ook mensen met een beperking waren welkom. Met hen is nagedacht over de vraag: hoe ziet jouw inclusieve samenleving er uit? Zij hebben op vellen papier opgeschreven wat hun gedachten waren. Dat is mooi vormgegeven op een mooi pamflet. Dat is het antwoord op de vraag: hoe ziet jouw inclusieve samenleving er uit? Ik wil dat aan de staatssecretaris aanbieden. Als hij weer eens boven dorre beleidsstukken gebogen zit — hij glimlacht er nog steeds bij — en frisse ideeën wil, dan kan hij hiernaar kijken. Hij kan het laten slingeren bij zijn ambtenaren die hiermee bezig zijn. Dit is de inbreng van mensen die op de open dag waren, mensen met een beperking die hebben meegedacht over het antwoord op de vraag: wat is een inclusieve samenleving?

De voorzitter:
Wij nemen het in ontvangst. De staatssecretaris heeft het inmiddels ontvangen, zodat hij het kan laten slingeren tussen zijn ambtenaren.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dank u wel voor die aanmoediging.

Ook ik voel mij geïnspireerd en gemotiveerd door de verhalen van de beweging Wij Staan Op! Collega Keijzer refereerde ook aan de mensen die zich hebben verenigd in die beweging. Wij ontvingen hun bundel met persoonlijke verhalen over een ontoegankelijk Nederland, geschreven door jongvolwassenen met een beperking. Als je de verhalen doorleest, valt één ding op: er valt nog heel veel te verbeteren op het gebied van openbaar vervoer, wonen, zorg, onderwijs en uitgaan. Ook het College voor de Rechten van de Mens inventariseerde nog niet zo lang geleden knelpunten: haltetijden die te kort zijn om onbezorgd in een bus te stappen, gebrek aan kennis bij professionals, leraren en werkgevers die niet weten welke hulpmiddelen überhaupt beschikbaar zijn en zo zou ik door kunnen gaan. Knelpunten noemen is één ding. Stap twee is natuurlijk het wegnemen ervan. Het is dus terecht om elkaar de vraag te stellen wat er straks allemaal kan veranderen.

Wat zijn de zogenaamde passende maatregelen die uit dit verdrag voortvloeien? Aan de ene kant zijn het verplichtingen om in collectieve voorzieningen gelijkheid te waarborgen. Aan de andere kant worden er ook redelijke aanpassingen verwacht. Dit hoeft niet alleen te gelden voor de overheid, maar ook voor werkgevers, onderwijsinstellingen, woningbouwverenigingen enzovoorts. Het verdrag vraagt niet om onevenredige aanpassingen. Hiermee worden ondernemers beschermd. Dat er wel een extra stap kan worden gezet, ben ik eens met mijn collega Otwin van Dijk. Mijn collega Carla Dik heeft zijn amendement ondertekend. Wij hebben net in het debat daarover gehoord wat de implicaties daarvan zijn. Wij zullen dat amendement steunen om de toegankelijkheid verder te waarborgen en mensen met een beperking een sterkere positie te geven.

De heer Van Gerven (SP):
De heer Segers noemde Wij Staan Op! en het manifest van die jongvolwassenen met een beperking. Hij noemde daarbij een aantal stellingen, maar eentje noemde hij niet: wij zouden niet méér moeten betalen voor onze gezondheid ten gevolge van onze handicap dan iemand zonder handicap. Onderschrijft de ChristenUnie ook die stelling?

De heer Segers (ChristenUnie):
Het heeft uiteraard implicaties, als ik daar voluit ja op zeg. Ik ben graag geneigd om er voluit ja op te zeggen, omdat voor ons het criterium altijd is: raken er mensen in de knel? Je wilt inderdaad een gelijkwaardige behandeling van alle burgers in Nederland. Dat is een belangrijk uitgangspunt om die gelijkwaardige behandeling te onderstrepen. Hoe dat in de praktijk uitpakt, zal iedere keer bekeken moeten worden. Voor ons is een belangrijk criterium: vallen er mensen tussen wal en schip? Zo ja, dan moeten wij voor een vangnet zorgen.

De heer Van Gerven (SP):
Dat is een heel belangrijke opmerking. Stelling 8 gaat natuurlijk over de eigen bijdrage die mensen met een beperking moeten betalen vanwege hun beperkingen of over het eigen risico, want die groep is bijna altijd qualitate qua het eigen risico kwijt. Ik ben blij met de principiële opmerking van de heer Segers op dit punt. Ik ben van plan om een amendement in te dienen over die eigen bijdrage. Ik hoop op een welwillende blik, in elk geval, van de heer Segers en zijn fractie daarop.

De heer Segers (ChristenUnie):
Welwillend, zeker. Ik zei al dat ik moet nagaan wat exact de implicaties zijn. Dat het uitgangspunt rechtvaardig is, lijkt me evident. Als mensen als gevolg van een handicap tussen wal en schip dreigen te vallen, moet de overheid inderdaad voor een vangnet zorgen. De overheid is een schild voor zwakken, voor mensen met een beperking, dus dan moet je de helpende hand bieden.

Mijn volgende woorden waren "dan moet er boter bij de vis". Dat was dus precies deze interruptie. We kunnen het niet alleen bij mooie woorden laten en die op papier schrijven, maar moeten ook echt streven naar concrete veranderingen. Er moeten maatwerkoplossingen komen die nodig zijn om het voor ouders met een kind met een beperking mogelijk te maken om onderwijs en zorg te combineren. Risicoselectie bij zorgverzekeraars moet worden uitgebannen. De toegankelijkheid van onderwijs moet worden verbeterd. Nu zitten te veel kinderen met een beperking thuis doordat er ofwel geen geschikte reguliere school is ofwel geen speciale onderwijsinstelling meer is. Het aanvragen van een pgb en de administratie eromheen moeten worden versimpeld. Het digitaliseren van de Belastingdienst moet worden teruggedraaid zolang er onvoldoende rekening wordt gehouden met mensen met een beperking. Er moet worden voorkomen dat screeningsprogramma's die zich op beperkingen richten die met het leven verenigbaar zijn, zoals down, zoals mijn nichtje Hannah heeft, het signaal afgeven dat mensen met die beperking er net zo goed niet hadden kunnen zijn.

Er moet mij wat van hart. Dit kabinet spreekt toch met twee monden wanneer zij aan de ene kant streeft naar inclusie, naar een inclusieve samenleving waarin iedereen er helemaal bij hoort, en aan de andere kant het zwangere vrouwen makkelijk wil maken om toegang te krijgen tot de NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test), tot een test die specifiek kijkt naar bijvoorbeeld het downsyndroom. In het licht van dit verdrag dient de bewustwordingsstrategie zich dus niet te beperken tot uitgangspunten van dit verdrag, maar moet die hand in hand gaan met goede voorlichting aan zwangere stellen over wat het inhoudt om in Nederland een kindje met een beperking te krijgen. De Stichting Downsyndroom verwoordde het zo: doet de overheid voldoende om de maatschappelijke positie van mensen met het downsyndroom zodanig te verbeteren dat zwangere vrouwen niet uit angst voor discriminatie of achterstelling kiezen voor abortus bij downsyndroom?

Mevrouw Bergkamp (D66):
Ik probeer het standpunt van de ChristenUnie te begrijpen. Zegt de ChristenUnie — dat zou ik helemaal delen — dat goede voorlichting van belang is? Ik denk dat dat heel essentieel is. Of zegt zij ook dat de NIPT eigenlijk verboden moet worden? Is dat wat de ChristenUnie wil?

De heer Segers (ChristenUnie):
Wat de ChristenUnie wil, is goede voorlichting zodat ouders die voor een keuze staan alle informatie hebben, niet onder druk staan en niet uit angst voor discriminatie of vanuit signalen van een samenleving die zegt "down, dat zou toch niet meer hoeven" een keuze maken. Er zijn samenlevingen in onze regio die zelfs streven naar een downvrije samenleving. Als dat het signaal is, is de keuze die ouders maken geen eerlijke en vrije. Ik refereerde aan mijn nichtje Hannah. Laat ik maar zeggen wat de arts zei toen zij was geboren. Die zei: volgende keer vruchtwaterpunctie, jullie hebben pech gehad. Hannah was dus door de mazen van de testen heen geglipt. Als dat het signaal is in onze samenleving, is dat een samenleving waarin ik mezelf ook niet welkom voel.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Ik deel de opmerking dat voorlichting belangrijk is bij heel veel onderwerpen, zodat mensen zelf een goed afgewogen besluit kunnen nemen. Ik snap echter niet zozeer de zeer kritische opmerking aan het adres van het kabinet dat de huidige situatie haaks zou staan op een inclusieve samenleving. Wat het kabinet op dit vlak doet, is mensen keuzevrijheden bieden en mogelijkheden creëren. Volgens mij wordt ook voorlichting gegeven. Ik ken minister Schippers niet als iemand die voorlichting niet belangrijk vindt. Ik snap dus niet zozeer de zeer kritische houding van de ChristenUnie waar het gaat om de inclusieve samenleving versus voorlichting en de NIPT.

De heer Segers (ChristenUnie):
Voorzitter, misschien moet ik een wedervraag stellen.

De voorzitter:
Dat heb ik liever niet, als voorzitter.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dan ga ik misschien een retorische vraag stellen.

De voorzitter:
Dat kan weer wel.

De heer Segers (ChristenUnie):
En dan zou het kunnen zijn dat mevrouw Bergkamp zich uitgedaagd voelt om daar iets over te zeggen.

De voorzitter:
Nee.

De heer Segers (ChristenUnie):
Als wij het erover eens zijn dat de gelijkwaardigheid van man en vrouw het uitgangspunt is dat ertoe leidt dat selectie en abortus op grond van sekse niet mogelijk is, als wij dat niet gerechtvaardigd vinden omdat dat afbreuk zou doen aan de waarde van de gelijkwaardigheid van man en vrouw, als er uiteindelijk wel een aanbod is om op down te selecteren en als dat een goede reden zou zijn om de zwangerschap af te breken, wat zegt dat dan over de gelijkwaardigheid van mensen met en zonder downsyndroom? Dat zegt iets over die waarden. Dat is een gevoelige ethische discussie, maar dat raakt wel de inclusieve samenleving. Zijn kinderen met downsyndroom welkom, ja of nee?

De voorzitter:
Helder. Ik wijs er even op dat u volgende week een AO hebt over afbreking zwangerschap.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):
Het is veel complexer. Dat begrijpt de heer Segers ook wel. Er zitten veel verschillen tussen mensen met down. Het kan dus wel degelijk moeilijker zijn om een kind met down groot te brengen. Dat mag geen reden zijn om te zeggen: dit kind mag er niet zijn. Maar ik vind dat de keuze uiteindelijk wel bij ouders ligt. Zij hebben de verantwoordelijkheid om hun kind groot te brengen. Daar gaat het toch om? Die keuzevrijheid is toch heel belangrijk?

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik denk dat wij elkaar kunnen vinden in het streven naar goede voorlichting. Wij moeten de verhalen vertellen over de mooie en de soms lastige kanten van het leven met iemand met downsyndroom. Het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, maar ook niet alleen maar zwaar en moeilijk: de eerlijke verhalen. Als wij ervoor zorgen dat die informatie beschikbaar is op het cruciale moment dat ouders voor die keuze staan, dan kunnen wij elkaar vinden. Wij zouden moeten zeggen: ook een kind met downsyndroom is van harte welkom en wij zullen in die inclusieve samenleving doen wat nodig is om zo iemand een volwaardige plek in de samenleving te geven. Ik hoop dat wij elkaar vinden in dat uitgangspunt en dat streven kunnen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):
Als de heer Segers daaraan toevoegt dat wij er ook heel goed voor moeten zorgen dat mensen weten wat het betekent om een kind met een beperking te hebben en wat voor een bijzondere verantwoordelijkheid dat is, en dat wij daar ook eerlijk over moeten zijn, dan kunnen wij elkaar daar inderdaad in vinden. Maar daar moeten wij dan ook eerlijk over zijn tegen iedereen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Jazeker, als je de eerlijke verhalen vertelt, moet je inderdaad eerlijke verhalen vertellen. Maar het zou heel spijtig en kwalijk zijn als op grond van tijdsdruk in een context van een cultuur die het signaal uitzendt "die mensen zouden er maar beter niet kunnen zijn" de keuze wordt gemaakt om een kind maar niet geboren te laten worden. Dat zou uiterst pijnlijk zijn. Het tegenovergestelde daarvan is het streven naar een inclusieve samenleving waarin wij het heldere signaal afgeven: iedereen heeft een volwaardige plek en is welkom. Daarin kunnen wij elkaar vinden.

Het plan van aanpak dat wij nu hebben ontvangen, is een eerste aanzet maar nog niet voldoende. Het mist concretisering en inhoudelijke uitwerking. Om te voorkomen dat ratificatie louter symbolisch is, wil mijn fractie dat de regering snel met de alliantie om de tafel gaat zitten om het plan van aanpak te concretiseren. Het systeem van pledges werkt alleen als er concrete doelen aan verbonden worden die worden gemonitord en helder worden vertaald naar de doelgroep. Dit draagt wat ons betreft bij aan de bewustwording.

Geluk bij een ongeluk: doordat wij dit verdrag laat implementeren, kunnen wij in landen om ons heen zien hoe je het goed implementeert. Daar kunnen wij van leren. Daar kunnen wij ons voordeel mee doen. Zo moet in Duitsland iedere deelstaat een implementatieplan maken. In Nederland kan dat per gemeente. Je zou een lokale agenda voor inclusie kunnen opnemen in het plan van aanpak. Welke afspraken worden hierover met de VNG gemaakt? De SGP is met een interessant amendement over lokale inclusie gekomen. Ik kijk met interesse uit naar de reactie van de staatssecretaris daarop. Ik geef het kabinet vandaag de kans om het gebrek aan ambitie bij de implementatie in dit debat goed te maken door concrete toezeggingen. Ik zie daar zeer naar uit.

Ik denk dat het volgende de staatssecretaris een zetje in de goede richting geeft. Ik wil hem namelijk een boek aanbieden. Ik heb net een pamflet aangeboden. Ik heb hier nog een boek. Het kan allemaal niet op. Dit boek gaat over Jens. Het is geschreven door zijn moeder, Odet Stabel, die hier op de tribune heeft plaatsgenomen en meekijkt. Ze schreef een boek over haar strijd tegen systemen en voor een, wat zij noemt, "Jens-waardig" leven voor haar zoon. Ik wil dit boek graag aanbieden aan de staatssecretaris. De staatssecretaris van Onderwijs kreeg dit boek ook aangeboden. Dus de informatie zou kunnen worden uitgewisseld. Ik zou zeggen: lees dit, bespreek dit met elkaar en, vooral, doe er iets mee, voor Jens en voor die paar duizend kinderen in een vergelijkbare complexe situatie. Dit wil ik aan de voorzitter aanbieden.

De voorzitter:
Dat wordt in ontvangst genomen en wij geven het door aan de staatssecretaris.

De heer Segers (ChristenUnie):
Het boek heet: Een kind met kansen, de zoektocht van een moeder met haar meervoudig gehandicapte zoon.

De voorzitter:
Dank u, het is een beetje pakjesavond voor de staatssecretaris.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik zei al: het kan niet op.

Ieder kind dat zorg nodig heeft, verdient onze aandacht. In de afgelopen jaren heeft de ChristenUnie-fractie zich in het bijzonder ingezet voor de groep meervoudig complex gehandicapte kinderen. Dit zijn kinderen die de moeite waard zijn en die, ondanks hun zware zorgvraag, willen opgroeien in een gezin. Toch lukt het maar niet om deze kinderen een goede plek te geven in wet- en regelgeving. Ze vallen eigenlijk buiten ieder hokje. Het is vaak niet dankzij, maar ondanks systemen dat zorgkinderen de juiste zorg en ontwikkelingsmogelijkheden op hun niveau krijgen. Leven en leren geldt ook voor deze kinderen. Ieder kind verdient een kans, ook Jens.

Dit verdrag reikt veel verder dan het ministerie van VWS. Daarom is op hoog niveau afstemming nodig tussen de verschillende ministeries. Volgend op dit punt kreeg ik iets aangereikt door collega Dik. Toen er afgelopen jaar werd gesproken over de Omgevingswet was deze nog niet naast het verdrag gelegd, terwijl dat wel heel relevant zou zijn. Is het mogelijk dat vanuit de ministeries van Sociale Zaken, Onderwijs, Cultuur en Welzijn, VWS, Binnenlandse Zaken, I en M, en Buitenlandse Zaken de koppen bij elkaar worden gestoken om de implementatie van het VN-verdrag verder vorm te geven? Het is evident dat zich hierbij ook mensen met een beperking aansluiten. Wat mijn fractie betreft wordt er tweemaandelijks overlegd en komen er duidelijke rapportages uit voort.

Mijn fractie denkt dat de staatssecretaris kansen laat liggen bij de Kieswet. De Kieswet wordt minimaal aangepast en alleen ten gunste van mensen met een fysieke beperking. Hoe wordt het stemmen vergemakkelijkt voor mensen met een visuele of een verstandelijke beperking? Wij snappen dat dit een lastige discussie is, maar toch dient deze gevoerd te worden. Zou het niet goed zijn om een commissie van wijzen in te stellen die voor de verkiezing van 2017 met concrete voorstellen komt?

Ik kom op een voor mijn fractie belangrijk punt: het afleggen van een interpretatieve verklaring. Het kabinet is voornemens om acht interpretatieve verklaringen af te leggen. Het vindt deze noodzakelijk. Het is de vraag of deze verklaringen nodig en wenselijk zijn. Het zijn onder andere de Raad van State en het College voor de Rechten van de Mens die ons hierop wijzen. Artikel 10 ligt voor mijn fractie gevoelig. In dit artikel staat het recht op leven vermeld. Wij denken dat artikel 10 juist aanknopingspunten bevat om de bescherming van ongeboren leven te verbeteren. Met het afgeven van een interpretatieve verklaring zal er niets veranderen aan de staande praktijk. Het volgende voorbeeld noemde ik net al. Waarom keuren we het af als een vrouw in Nederland haar zwangerschap omwille van seks afbreekt, maar accepteren we het wel als het een beperking betreft? Kan de staatssecretaris hierop een reflectie geven? Is het recht op leven niet van dusdanig belang dat ook dit in de Grondwet verankerd dient te worden? Het College voor de Rechten van de Mens heeft de taak om de implementatie van het verdrag na ratificatie te monitoren. Er zijn middelen toegezegd om het monitoren voor te bereiden. Er zijn echter geen concrete afspraken gemaakt over structurele middelen die nodig zijn bij het monitoren. Afspraken over structurele middelen zijn van groot belang. Ik roep de staatssecretaris op om hierover voor de Voorjaarsnota afspraken te maken. Ik hoor graag een reactie op dit punt.

In een interruptie heb ik al iets gezegd over de BES-eilanden. We spreken in deze Kamer vaker over de verschillen tussen Bonaire, Sint-Eustatius, Saba en Nederland en die verschillen zijn er. Is de staatssecretaris het met mij eens dat als het gaat om de positie van mensen met een beperking, er geen verschillen zouden mogen zijn? Dat is principieel onjuist. Het stelt mij teleur dat er niet één woord in het plan van aanpak aan Caribisch Nederland wordt gewijd. Mijn fractie pleit daarom voor het opstellen van een plan van aanpak voor het Caribisch deel van ons koninkrijk. Is het onderzoek al gereed dat zou worden gedaan naar de uitvoering van bestaande regelgeving en gevoerd beleid in het licht van verdragverplichtingen? Ik hoor graag een reactie.

Dit verdrag reikt verder dan binnenlandse verplichtingen. Er zit ook een buitenlandse component in. In lage- en middeninkomenslanden zijn er in verhouding meer mensen met een beperking dan in rijke landen. Zij hebben vaak te maken met uitsluiting in de samenleving. Bovendien worden zij niet altijd bereikt door ontwikkelingsprogramma's, zoals onderwijs, werkgelegenheid en gezondheidszorg. Onze fractie vindt dat de inclusieboodschap integraal onderdeel moet worden van het gehele beleid voor ontwikkelingssamenwerking. Ook op dat punt graag een reactie.

Verschillende partijen in de Tweede Kamer hebben voorstellen gedaan om artikel 1 van de Grondwet uit te breiden. Dat heeft het tot nu toe niet gehaald. Waarom slaan we na vandaag niet de handen ineen om daar voortvarend mee verder te gaan?

Ik sluit af met de oprechte wens dat dit verdrag en de spoedige ratificatie daarvan zullen bijdragen aan een inclusieve samenleving, waarbinnen plek is voor iedereen en iedereen even welkom is, met een beperking of zonder een beperking.

Mevrouw Bergkamp (D66):
De heer Segers heeft het over artikel 1 van de Grondwet. Ik ben samen met de PvdA en GroenLinks bezig met de voorbereiding daarvan. We zijn ons eerst even breed aan het oriënteren op wat er allemaal mogelijk is. Zegt de heer Segers hier dat hij voor uitbreiding van artikel 1 is voor wat betreft de grond "seksuele gerichtheid" en mensen met een handicap, dus beide?

De heer Segers (ChristenUnie):
Het antwoord daarop is: ja.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Dank u wel.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari