Bijdrage Carla Dik-Faber aan het plenair debat over de positie van mantelzorgers

donderdag 14 januari 2016

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een plenair debat met staatssecretaris van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 

Onderwerp:   Debat over de positie van mantelzorgers

Kamerstuk:    30 169          

Datum:           14 januari 2016

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Het combineren van werken en zorgen; steeds meer Nederlanders kunnen erover meepraten. Het aantal mantelzorgers onder werkenden groeit. Het Sociaal en Cultureel Planbureau signaleert een groei van 13% naar 18%. Die cijfers staan in een onderzoek over de periode tot 2012. Ook toen was er al sprake van extramuralisering van mensen die zorg nodig hadden. Deze mensen blijven langer thuis wonen. Het is aannemelijk dat met de verdergaande extramuralisering in de afgelopen jaren ook het aantal werkenden met mantelzorgtaken is toegenomen.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau signaleert in zijn rapport dat er twee visies op mantelzorg en betaalde arbeid zijn. Enerzijds kunnen mantelzorg en betaald werk concurrenten van elkaar zijn. Door een drukke baan is het niet mogelijk om mantelzorg te verlenen. Als mensen dat in zo'n situatie wel doen, dreigt er snel overbelasting, ziekteverzuim et cetera. Anderzijds lijkt er een groot potentieel aan menskracht te zijn in onze samenleving. Het gaat om mensen die van harte bereid zijn om mantelzorgtaken uit te voeren, en die dat ook kunnen combineren met betaalde arbeid. Beide visies zijn waar, blijkt ook uit de studie van het SCP.

Ik zie dat ook om me heen. Leeftijdsgenoten — soms zijn ze iets ouder — hebben ouders die steeds hulpbehoevender worden. Zorgtaken voor ouders, die vaak niet om de hoek wonen, worden gecombineerd met een betaalde job én de zorg voor opgroeiende pubers. Dat vraagt heel veel kunst- en vliegwerk. Als het zich beperkt tot een aantal uren per week of de weekenden, is het vaak wel mogelijk en geeft het in zekere zin ook voldoening. De bestaande regelingen om werk en mantelzorg te combineren, kunnen daarbij helpen. Maar het wordt anders als de zorg voor ouders langer gaat duren en als die zorg intensiever wordt. Het wordt anders als je partner kanker krijgt, of ALS. Ook zulke situaties zie ik helaas om me heen. Bestaande regelingen voldoen dan niet. Je collega's krijgen steeds minder begrip en geduld, en de fysieke en emotionele belasting wordt bijna ondragelijk. De ChristenUnie vindt het zorgelijk dat ondersteuning in het huidige beleid pas ter sprake komt als de mantelzorger het water aan de lippen komt. Dit willen we juist voorkomen. Wat moet er gebeuren?

Ik kom in de eerste plaats op de gemeenten. Gelukkig zijn gemeenten meer en meer bezig met hun taken op het gebied van mantelzorgondersteuning. Tegelijkertijd zorgt 20% van de mantelzorgers voor iemand zónder indicatie. Deze mantelzorgers zijn dus ook niet in beeld bij de gemeenten. Hoe vinden we deze mensen? Hoe zorgen we ervoor dat zij ondersteuning krijgen als dat nodig is, vraag ik aan de staatssecretaris van VWS.

Ik kom in de tweede plaats op de werkgevers. Ik vind het echt zorgelijk dat 53% van de mantelzorgers geen gebruikmaakt van verlofregelingen, vooral omdat deze regelingen gewoon niet bekend zijn. Er zou een voorlichtingscampagne komen. Hoe staat het daarmee? Zijn verlofregelingen nu wél bekend, vraag ik aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In de derde plaats gaat het om onszelf, om de rijksoverheid. Nog niet zo lang geleden is er een interdepartementale werkgroep geweest die heeft gekeken naar zogenaamd "zzp-vriendelijk beleid". Gezien de vele knelpunten en de brede scope van problemen waar mantelzorgers tegenaanlopen, lijkt het de ChristenUnie verstandig om een interdepartementale werkgroep op te richten die zou moeten bekijken hoe mantelzorgvriendelijk beleid tot stand kan worden gebracht. Dit is dus vergelijkbaar met het andere interdepartementaal beleidsonderzoek.

Het combineren van werk en zorg is één ding, maar er is meer. Ik heb het in mijn bijdrage nog niet gehad over de samenwerking tussen zorgorganisaties en mantelzorgers en over de rol die zorgverzekeraars kunnen hebben. Ik heb het niet gehad over respijtzorg, dagbesteding, het fiscaal belonen van mantelzorgers of over de complexe regelgeving waarmee je te maken krijgt bij het realiseren van mantelzorgwoningen. Zijn de bewindspersonen bereid om de handen ineen te slaan en een werkgroep in te richten, waarbij bijzonder oog is voor de langdurige en intensieve mantelzorg? Ik heb hierover een motie in voorbereiding.

Tot slot kom ik terug bij de groep waarom het ons allemaal te doen is: de mantelzorgers. Mantelzorg beperkt zich niet tot kantooruren. Als mantelzorgers buiten reguliere werktijden vragen hebben, kunnen ze vaak alleen terecht bij de crisisdienst. Dat lijkt ons niet wenselijk. De ChristenUnie vindt dat mantelzorgers 24 uur per dag terecht moeten kunnen bij een organisatie voor vragen, advies en ondersteuning. Dat past bij de huidige tijd. Sommige gemeenten zijn hier al druk mee bezig. Zou hiervoor geen landelijke ondersteuning kunnen komen? Ook over dit onderwerp overweeg ik om een motie in te dienen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl .

« Terug