Inbreng verslag Gert-Jan Segers inz. wijziging BW ivm wijziging vermelding geslacht in akte geboorte

donderdag 13 december 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie inzake Wijziging Burgerlijk Wetboek ivm wijziging vermelding geslacht in akte geboorte

Onderwerp:   Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens in verband met het wijzigen van de voorwaarden voor en de bevoegdheid ter zake van wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte

Kamerstuk:    33 351

Datum:            13 december 2012

I. Algemeen

1. Inleiding

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden willen de regering enkele vragen voorleggen.

2. Het wetsvoorstel op hoofdlijnen

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering kan aangeven hoe zij deze wetswijziging ziet als oplossing voor het veronderstelde probleem van de wijziging van de vermelding van het geslacht. Kan de regering aangeven waarom zij vindt dat de eisen van lichamelijke aanpassing te ver strekken? Is de blijvende overtuiging die iemand heeft in een verkeerd lichaam te zitten niet een te lastig te handhaven criterium om de wijziging in de akte van geboorte door te voeren? Gelet op de lastig vast te stellen eisen zijn voornoemde leden benieuwd naar de verhouding tussen deze lastige vaststelling en de uitkomst die transgenders geboden kan worden. Kan de regering aangeven om hoeveel mensen het gaat in deze casus? Om tot een vereenvoudigde procedure te komen heeft de regering het wijs geacht om de ambtenaar van de burgerlijke stand te laten beslissen op een verzoek tot wijziging van de geslachtsvermelding in de geboorteakte. De Afdeling advisering van de Raad van State geeft aan dat het naar haar oordeel beter is om niet de ambtenaar deze bevoegdheid toe te kennen, maar deze bij de rechter te laten, zoals nu het geval is. Het is volgens de Afdeling niet aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om een deskundigenverklaring te beoordelen noch de verklaring van de betrokkene te beoordelen. De regering stelt echter dat de beoordeling van de rechter niet nodig is omdat het gaat om de zelfdiagnose van de betrokkene. Kan de regering aangeven waarom zij, nu zij spreekt over zelfdiagnose, buiten de rechter om rekent? De procedure met betrekking tot deze voorgestelde wijziging is precair en dient zorgvuldig te gebeuren. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen dan ook hoe ambtenaren van de burgerlijke stand op een juiste manier kunnen controleren wie men voor zich heeft. Als het feitelijke geslacht afwijkt van het administratieve geslacht kan er verwarring optreden. Daarop biedt voorgesteld artikel 28 een oplossing. De vrouw die een kind verwekt heeft wordt in de geboorteakte van dat kind als vader aangemerkt, terwijl de man die een kind gebaart heeft als moeder in de geboorteakte van dat kind wordt vermeld. Aansluitend kan op grond van voorgesteld artikel 81,derde lid, Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens degene, wiens geslacht is gewijzigd, het gemeentebestuur verzoeken om gegevens die verwijzen naar zijn vroegere sekse te verwijderen. Dit heeft tot gevolg dat de ambtenaar niet kan weten of de ouder ooit een ander geslacht had. Genoemde leden vragen of dit in de praktijk problemen kan opleveren wat de afstamming betreft. Er zullen namelijk aanvullende stukken moeten worden opgevraagd die betrekking hebben op de geslachtswijziging. Te denken valt aan een doktersverklaring of een afschrift van een rechterlijke uitspraak. Bij het aanvragen van deze stukken kan de geboorteaangifte termijn overschreden kan worden. Hoe denkt de regering deze procedure werkzaam te maken? Graag ontvangend deze leden een reactie hierop. Voornoemde leden merken op dat het laten vervallen van de oude eisen die gesteld waren om een geslachtverandering administratief door te laten voeren met zich meebrengt dat het nieuwe criterium langdurig de blijvende overtuiging hebben voor ruime interpretatie vatbaar is. Kan de regering ook op dit punt aangeven hoe zij deze procedure werkzaam willen maken? Worden er tijdseisen gesteld aan de duur van langdurig? Hoe kan een blijvende overtuiging getoetst worden?

3. Andere aspecten bij het wetsvoorstel

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat deze voorgestelde wijziging ook maatschappelijke consequenties kan hebben. Kan de regering haar visie geven waar het de gevolgen voor topsport betreft?

II. Artikelsgewijs

Artikel I

De leden van de ChristenUnie vragen lezen in de memorie toelichting dat het de regering verantwoord lijkt om niet de normale minderjarigheids-leeftijd van achttien jaar aan te houden voor deze wetswijziging. Ook mensen vanaf zestien jaar mogen een verzoek tot wijziging indienen. De regering sluit aan bij het argument dat transgenders al voor hun achttiende levensjaar niet naar hun geboortegeslacht leven. Kan de regering uiteenzetten waarom zij in dit geval een uitzondering wil maken waar het de minderjarigheidsleeftijd betreft.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 


« Terug