Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Certificering zeeschepen

dinsdag 23 april 2019 00:00

Bijdrage Joël Voordewind aan een algemeen overleg met minister van Nieuwenhuizen Wijbenga van Infrastructuur en Waterstaat

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de collega’s, die mij toestaan hier het woord te kunnen voeren. Het gaat natuurlijk over die zeeschepen, maar het gaat ook over migranten. Vandaar de overlap met mijn eigen portefeuille.

Terwijl de EU-missie Sophia op de Middellandse Zee is afgeblazen, besluit de Minister het enige schip onder Nederlandse vlag, de Sea-Watch 3, verscherpte veiligheidsmaatregelen op te leggen, en natuurlijk niet alleen dit schip maar ook andere. Uiteraard is het redden van drenkelingen geen oplossing voor de migratie van Afrika naar Europa. Daar zou je andere maatregelen voor moeten nemen. Maar zolang er geen alomvattend migratieplan is van Europa, hebben schepen de plicht – ze hebben altijd die plicht – om drenkelingen te redden. Indien ngo’s helpen bij het redden van drenkelingen, kan de fractie van de ChristenUnie daar alleen maar respect voor hebben. Uiteraard moeten schepen voldoen aan veiligheids-maatregelen, maar er zijn bij de fractie van de ChristenUnie wel veel zorgen en vragen over nut en noodzaak van de beleidswijziging om te komen tot extra veiligheidsmaatregelen. Daarom kom ik met een aantal vragen.

Allereerst over de beleidswijziging van september 2018. Kan de Minister aangeven wat de aanleiding was om te komen tot deze beleidswijziging van september 2018? Kan zij met name aangeven in welk verband en wanneer hier voor het eerst over gesproken werd? Klopt het dat in de aanloop naar de migratietop, de EU-top van 24 juni 2018, onder het mom van de handelingsperspectieven ngo-schepen vanuit diverse ministeries ideeën werden aangedragen om iets te doen aan de ngo-schepen die varen met of onder Nederlandse vlag? Vanwaar dan het argument van de Minister dat het haar alleen te doen is om de veiligheid van de bemanning en de opvarenden?

Voorzitter. In een brief van de Minister van september 2018 geeft zij aan dat zij voor schepen die reeds zijn ingeschreven in het vlaggenregister, graag in overleg treedt om te komen tot een aanvaardbare overgangs-termijn om dit beleid ook op deze schepen te gaan toepassen. In de brief van 11 december 2018 zegt de Minister toe tot een reële overgangstermijn te komen. Waarom is de Minister daarop teruggekomen? Waarom zijn de aangescherpte regels alleen van toepassing op schepen die stelselmatig drenkelingen oppikken en is er wel een overgangstermijn voor andere schepen met ideële doelstellingen?

Voorzitter. Dan het gebruik van die schepen. Het ministerieel besluit dat van kracht is sinds 3 september 2018 spreekt over schepen die stelsel-matig drenkelingen aan boord nemen. Kan de Minister zeggen om hoeveel schepen het precies gaat? Op welke organisaties heeft dit een direct effect? Vallen de opleidings- en scholingsschepen, zoals voor zeecadetten of kansarme jongeren, ook onder dit nieuwe regime van september 2018? Krijgen zij wel een overgangsregime? Klopt het dat de zeecadetten zijn vrijgesteld van deze regeling? Heeft het Ministerie van tevoren onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de gebruikersprofielen van schepen in het kadaster? Heeft zij een plan van aanpak gemaakt hoe al deze gebruikers te benaderen? En is het voor de Minister duidelijk voor wie dit nu geldt binnen de categorie pleziervaartuigen? Gaat het om 8 schepen, om 30 schepen, om 100 schepen of meer? Kan de Minister daar het een en ander over zeggen?

Voorzitter. Bepaalde ngo’s hebben voorstellen gedaan in het kader van de veiligheid, anders dan de nu genoemde SPS-code. Was uw ministerie bereid om samen met Sea-Watch een zorgvuldige risicoanalyse te maken en hiertoe alle benodigde informatie te delen met Sea-Watch? Of was er volgens de Minister maar één weg: de SPS-code? De regeling heeft betrekking op organisaties die stelselmatig drenkelingen aan boord nemen. De KNRM neemt stelselmatig drenkelingen aan boord. Klopt het dat de KNRM niet voldoet aan bepaalde certificeringsvereisten? En waarom maakt de Minister hier geen bezwaar tegen? Waarom acht zij dit wel veilig en is certificering hier niet noodzakelijk voor de veiligheid? Voorzitter. De beroepsvaart vaart uiteraard ook op de Middellandse Zee en ook langs de kust van Libië. Zijn deze schepen ook toegerust om langdurig aan boord drenkelingen te hebben? Hebben zij genoeg eten en drinken, reddingsmiddelen, gediplomeerde artsen en getrainde mensen aan boord om dit veilig te kunnen doen en, zo ja, kunt u een voorbeeld geven van een koopvaardijschip dat aan deze normen voldoet? Voorzitter. Tot slot. Heeft het ministerie conform de motie-Kröger de betrokken ngo’s geïnformeerd over de specifieke technische en organisatorische eisen waaraan ze nu moeten voldoen? De Kamer is hier volgens mij in ieder geval nog niet specifiek over geïnformeerd. Gaat de Minister dat alsnog doen? Is zij ook bereid in het kader van behoorlijk bestuur haar beleidswijziging uit te stellen tot al deze vragen alsnog uitgebreid beantwoord kunnen worden en tot duidelijk is wat de reikwijdte en impact zijn van het nieuwe beleid voor alle betrokkenen? Is de Minister bereid om tot een redelijke overgangstermijn te komen waarbinnen de schepen aan de niet-technische, c.q. niet-urgente veiligheidseisen kunnen voldoen zoals training van het personeel en extra toiletten?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, meneer Voordewind.

Meer informatie

« Terug